Woordenlijst Access


A

Absolute of vaste plaatsing

Hiermee plaatst u het element op een bepaalde positie ten opzichte van het bovenliggende element of, als dat er niet is, ten opzichte van de hoofdsectie. Waarden voor de eigenschappen Left en Top van het element zijn relatief ten opzichte van de linkerbovenhoek van het bovenliggende element.

Access-werkruimte

Een werkruimte waarin de database-engine van Access wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een gegevensbron. De gegevensbron kan een Access-databasebestand, een ODBC-database, zoals een Paradox-database of Microsoft SQL Server-database, of een ISAM-database zijn.

achtergrond van toepassing

De achtergrond van een toepassingsvenster.

actie

De bouwsteen van een macro, een zelfstandige instructie die kan worden gecombineerd met andere acties om taken te automatiseren. Dit wordt soms een opdracht genoemd in andere macrotalen.

actieargument

Aanvullende gegevens die voor de uitvoering van sommige macroacties vereist zijn, bijvoorbeeld het object waarop de actie betrekking heeft of de speciale voorwaarden waaronder de actie wordt uitgevoerd.

actiequery

Een query waarmee gegevens worden gekopieerd of gewijzigd. Voorbeelden van actiequery's zijn toevoegquery's, verwijderquery's, tabelmaakquery's en bijwerkquery's. Actiequery's worden aangeduid met een uitroepteken (!) naast de naam in het navigatiedeelvenster.

actierij

Een rij in het bovenste gedeelte van het objecttabblad Macro waarin u macronamen, acties, argumenten en toelichtingen invoert die aan een specifieke macro of macrogroep zijn gekoppeld.

ADE-bestand

Een Access-project (een ADP-bestand voor Access 2003 en eerder, een ACCDB-bestand voor Access 2007) waarin alle modules zijn gecompileerd en waaruit alle bewerkbare broncode is verwijderd.

anonieme replica

Een speciaal type replica in een Access-database (alleen in de MDB-bestandsindeling) waarin u afzonderlijke gebruikers niet volgt. De anonieme replica is vooral handig in een internetomgeving waarin u verwacht dat een groot aantal gebruikers replica's downloaden.

ANSI SQL-querymodus

Een van de twee typen SQL-syntaxis: ANSI-89 SQL (ook Microsoft Jet SQL en ANSI SQL genoemd), ofwel de traditionele Jet SQL-syntaxis, en ANSI-92 SQL, met nieuwe gereserveerde woorden, syntaxisregels en jokertekens.

ASCII

American Standard Code for Information Interchange (ASCII), een 7-bits tekenset voor het weergeven van letters en symbolen op een standaard Amerikaans toetsenbord.

AutoFilter

Gegevens filteren in de draaitabel- of draaigrafiekweergave door een of meer items te selecteren in een veld dat kan worden gefilterd.

automatische koppeling

Een koppeling vanuit een OLE-object in Access naar een OLE-server waarmee het object in Access automatisch wordt bijgewerkt wanneer de informatie in het objectbestand wordt gewijzigd.

AutoNummering, gegevenstype

Een gegevenstype voor velden in een Access-database waarmee automatisch een uniek nummer wordt opgeslagen voor records die worden toegevoegd aan een tabel. Er kunnen drie soorten getallen worden gegenereerd: volgnummers, willekeurige getallen en replicatie-id's.

AutoOpmaak

Een verzameling indelingen waarmee de weergave van de besturingselementen en secties in een formulier of rapport wordt bepaald.

Geavanceerde filter-/sorteeropties, venster

Een venster waarin u een nieuw filter kunt maken. U kunt criteria-expressies invoeren in het filterontwerpraster om het aantal records in het geopende formulier of gegevensblad te beperken tot een subset met records die aan de criteria voldoen.

lijst met acties

De lijst die wordt weergegeven wanneer u op de pijl klikt in de kolom Actie van het objecttabblad Macro.

statistische functie

Een functie, zoals Sum, Count, Avg of Var, waarmee u totalen berekent.

toevoegquery

Een actiequery waarmee de records in een resultatenset van een query worden toegevoegd aan het eind van een bestaande tabel.


B

afhankelijk bereik, besturingselement

Een besturingselement dat wordt gebruikt op een Data Access-pagina om HTML-code te koppelen aan een tekst- of memoveld in een Access-database of aan een text-, ntext- of varchar-kolom in een Access-project. U kunt de inhoud van een besturingselement voor afhankelijk bereik niet bewerken.

afhankelijk besturingselement

Een besturingselement dat wordt gebruikt op een formulier, rapport of een Data Access-pagina om gegevens uit een tabel, query of SQL-instructie weer te geven of te wijzigen. In de eigenschap ControlSource van het besturingselement wordt de veldnaam opgeslagen waarvan het besturingselement afhankelijk is.

afhankelijk hyperlink, besturingselement

Een besturingselement dat op een Data Access-pagina wordt gebruikt om een koppeling, een intranetadres of een internetadres te koppelen aan een onderliggend tekstveld. U kunt op de hyperlink klikken om naar de doellocatie te gaan.

afhankelijke afbeelding

Een besturingselement dat op een formulier, rapport of Data Access-pagina wordt gebruikt om een afbeelding aan een OLE-objectveld te koppelen in een Access-database of een afbeeldingskolom in een Access-project.

afhankelijke kolom

De kolom in een keuzelijst, een keuzelijst met invoervak of een vervolgkeuzelijst die afhankelijk is van het veld dat wordt aangeduid door de eigenschap ControlSource van het besturingselement.

basistabel

Een tabel in een Access-database. U kunt de structuur van een basistabel bewerken met de SQL-instructies voor DAO-objecten of gegevensdefinities (DDL). Daarnaast kunt u gegevens in een basistabel wijzigen met recordset-objecten of actiequery's.

bigint, gegevenstype

Een gegevenstype van 8 bytes (64 bits) in een Access-project, waarin gehele getallen worden opgeslagen in het bereik tussen -2^63 (-9.223.372.036.854.775.808) en 2^63-1 (9.223.372.036.854.775.807).

binair gegevenstype

Een gegevenstype van een vaste lengte in een Access-project, met maximaal 8.000 bytes binaire gegevens.

bit, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project waarin de waarde 1 of 0 wordt opgeslagen. Er worden ook andere integerwaarden dan 1 en 0 geaccepteerd, maar deze worden altijd als 1 geïnterpreteerd.

bitmasker

Een waarde die wordt gebruikt met bitsgewijze operatoren (And, Eqv, Imp, Not, Or en Xor) om de status van afzonderlijke bits in de waarde van een bitsgewijs veld te testen, in te stellen of opnieuw in te stellen.

bitsgewijze vergelijking

Een vergelijking waarbij bits die op exact dezelfde positie staan, in twee numerieke expressies bit voor bit worden vergeleken.

bladwijzer

Een eigenschap van een Recordset-object of een formulier dat een binaire tekenreeks bevat die de huidige record aanduidt.

Byte, gegevenstype

Een gegevenstype in Access-databases waarin lage positieve gehele getallen worden opgeslagen tussen 0 en 255.

ingebouwde werkbalk

Een werkbalk in Access 2003 en eerdere versies die deel uitmaakt van de Access-gebruikersinterface wanneer deze op de computer is geïnstalleerd. Dit is het tegengestelde van een aangepaste werkbalk, die u zelf maakt voor uw eigen databasetoepassing. In Access 2007 zijn werkbalken vervangen door het lint, waarmee opdrachten op tabbladen zijn geordend in gerelateerde groepen. Daarnaast kunt u opdrachten die u vaak gebruikt, toevoegen aan de Werkbalk Snelle toegang.

Kader voor afhankelijk object

Een besturingselement op een formulier of rapport dat wordt gebruikt om OLE-objecten weer te geven en te bewerken die in tabellen zijn opgeslagen.

opbouwfunctie

Een Access-hulpmiddel waarmee een taak wordt vereenvoudigd. U kunt bijvoorbeeld snel een complexe expressie maken met de opbouwfunctie voor expressies.


C

aangepast groepsveld

Een veld in het rij- of kolomgebied dat aangepaste groepen bevat.

Aangepaste eigenschappen, dialoogvenster

Een dialoogvenster met aangepaste eigenschappen waarin gebruikers eigenschappen voor een ActiveX-besturingselement kunnen instellen.

aangepaste groep

Een item in een aangepast groepsveld. Een aangepaste groep bevat twee of meer items uit een rij- of kolomveld.

aangepaste volgorde

Door de gebruiker gedefinieerde sorteervolgorde. U kunt bijvoorbeeld een aangepaste sorteervolgorde definiëren om waarden weer te geven in de kolom TitelWerknemer op basis van de bij de titel behorende hiërarchische positie.

aangepaste werkbalk

Een werkbalk die u voor uw toepassing maakt in Access 2003 en eerdere versies. Dit is het tegengestelde van een ingebouwde werkbalk, die tezamen met Access op de computer wordt geïnstalleerd.

aanroepstructuur

Alle modules die kunnen worden aangeroepen door een procedure in de module waarin code wordt uitgevoerd.

beperking

Een beperking voor de waarde die in een kolom of rij kan worden ingevoerd. Waarden in de kolom Leeftijd kunnen bijvoorbeeld niet lager zijn dan 0 en niet hoger dan 110.

berekend besturingselement

Een besturingselement dat wordt gebruikt op een formulier, rapport of Data Access-pagina om het resultaat van een expressie weer te geven. Het resultaat wordt opnieuw berekend wanneer de waarden worden gewijzigd waarop de expressie is gebaseerd.

berekend veld

Een veld dat in een query wordt gedefinieerd en dat het resultaat van een expressie weergeeft in plaats van opgeslagen gegevens. De waarde wordt telkens opnieuw berekend wanneer een waarde in de expressie verandert.

besturingselement met een hyperlink

Een besturingselement waarmee een gebruiker naar een document, webpagina of object kan gaan. Een voorbeeld hiervan is een tekstvak dat afhankelijk is van een veld dat hyperlinks bevat.

bijschriftsectie

De sectie op een gegroepeerde Data Access-pagina waarin bijschriften voor gegevenskolommen worden weergegeven. Deze sectie wordt direct vóór de groepskoptekst weergegeven. U kunt geen afhankelijk besturingselement aan een bijschriftsectie toevoegen.

Cartesisch product

Het resultaat van een SQL SELECT-instructie waarin met de FROM-component wordt verwezen naar twee of meer tabellen en die geen WHERE- of JOIN-component bevat om aan te geven hoe de tabellen moeten worden gekoppeld.

categorieveld

Een veld dat wordt weergegeven in het categoriegebied van de draaigrafiekweergave. Items in een categorieveld worden weergegeven als labels op de categorie-as.

Char, gegevenstype

Een gegevenstype van een vaste lengte in een Access-project, met maximaal 8000 ANSI-tekens.

CHECK, beperking

Hiermee kunt u bedrijfsregels maken die aan de hand van meerdere tabellen worden geëvalueerd. U kunt bijvoorbeeld voor de tabel Orders een CHECK-beperking instellen om te voorkomen dat orders voor een bepaalde klant een kredietlimiet overschrijden die voor de klant is gedefinieerd in de tabel Klanten.

code stub

Een segment met Visual Basic-code waarin het begin en het eind van een procedure worden gedefinieerd.

conflict

Een probleem dat optreedt tijdens batchgewijs bijwerken. Door een client worden gegevens gelezen van de server en vervolgens wordt op de client geprobeerd de gegevens batchgewijs bij te werken, maar vóór het daadwerkelijk bijwerken van de gegevens worden de oorspronkelijke gegevens gewijzigd door een andere client.

conflict

Dit treedt op als gegevens zijn gewijzigd in dezelfde record van twee leden van een replicaset. Wanneer er een conflict optreedt, wordt een 'winnende' wijziging geselecteerd en toegepast in alle replica's. De 'verliezende' wijziging wordt als een conflict vermeld in alle replica's.

cursor, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project dat u alleen kunt gebruiken om een een cursorvariable te maken. Dit gegevenstype kan niet worden gebruikt voor kolommen in een tabel. Een cursor is een mechanisme dat wordt gebruikt om met één rij tegelijk te werken in de resultatenset van een SELECT-instructie.

diagram

Een grafische weergave van gegevens in een formulier, rapport of Data Access-pagina.

doorlopend formulier

Een formulier waarin meerdere records worden weergegeven in de formulierweergave.

huidige record

De record in een recordset die u kunt wijzigen of waaruit u gegevens kunt ophalen. Een recordset bevat slechts één huidige record, maar het komt ook voor dat een recordset geen huidige record heeft, bijvoorbeeld wanneer een record is verwijderd uit een recordset van het type dynaset. 

kanaalnummer

Een geheel getal dat overeenkomt met een geopend DDE-kanaal (Dynamic Data Exchange). Kanaalnummers worden toegewezen door Microsoft Windows 95 of hoger. Ze worden gemaakt met de functie DDEInitiate en gebruikt door andere DDE-functies en -instructies.

keuzelijst met invoervak

Een besturingselement dat in een formulier wordt gebruikt en de functionaliteit van een keuzelijst en een tekstvak combineert. U kunt een waarde typen of u kunt klikken op het besturingselement en een item in de lijst selecteren.

klassemodule

Een module die de definitie voor een nieuw object kan bevatten. Voor elk exemplaar van een klasse wordt een nieuw object gemaakt. Procedures die in de module zijn gedefinieerd, worden eigenschappen en methoden van het object. Klassemodules kunnen zelfstandig worden gebruikt of met formulieren en rapporten.

Klassenaam

De naam van een klassemodule. Als de klassemodule een formulier is of een rapportmodule, wordt de klassenaam voorafgegaan door het type module, bijvoorbeeld Form_OrderForm. 

klassenaam (OLE)

Een vooraf gedefinieerde naam waarmee naar een OLE-object wordt verwezen in Visual Basic. Het bestaat uit de naam van de toepassing waarmee het OLE-object is gemaakt, het objecttype en, eventueel, het versienummer van de toepassing, bijvoorbeeld Excel.Sheet.

kolom

Een locatie in een databasetabel waarin een specifiek gegevenstype wordt opgeslagen. Het is ook de visuele weergave van een veld in een gegevensblad en in een Access-database het query-ontwerpraster of het filterontwerpraster.

kolomgebied

Het gedeelte van de draaitabelweergave dat kolomvelden bevat.

kolomkiezer

De horizontale balk boven aan een kolom. U kunt op een kolomkiezer klikken om een volledige kolom te selecteren in het queryontwerpraster of het filterontwerpraster.

kolomveld

Een veld in het kolomgebied van de draaitabelweergave. Items in kolomvelden worden naast elkaar boven aan een draaitabellijst weergegeven. De binnenste kolomvelden staan het dichtst bij het detailgebied, de buitenste kolomvelden staan boven de binnenste kolomvelden.

kruistabelquery

Een query waarmee een som, een gemiddelde, een aantal of een ander type totaal wordt berekend voor records, waarna de resultaten worden gegroepeerd in twee typen, respectievelijk aan de linkerzijde en aan de bovenzijde van het gegevensblad.

opdrachtknop

Een besturingselement waarmee een macro wordt gestart, een Visual Basic-functie wordt aangeroepen of een gebeurtenisprocedure wordt uitgevoerd. In andere toepassingen wordt een opdrachtknop ook wel een knop of drukknop genoemd.

samengesteld besturingselement

Een besturingselement en een bijgevoegd label, zoals een tekstvak met een bijgevoegd label.

selectievakje

Een besturingselement dat aangeeft of een optie is geselecteerd. Er verschijnt een vinkje in het vakje wanneer de optie wordt geselecteerd.

tekencode

Een getal dat een bepaald teken in een set vertegenwoordigt, zoals de ANSI-tekenset.

trapsgewijs

Het proces waarbij een actie een andere actie tot gevolg heeft. Wanneer u bijvoorbeeld een trapsgewijze bijwerkrelatie definieert voor twee of meer tabellen, heeft een wijziging in de primaire sleutel van de primaire tabel tot gevolg dat de wijzigingen automatisch worden doorgevoerd in de refererende tabel.

trapsgewijs bijwerken

Bij relaties waarin referentiële integriteit tussen tabellen wordt afgedwongen, worden alle gerelateerde records in de gerelateerde tabel of tabellen bijgewerkt wanneer een record in de primaire tabel wordt gewijzigd.

trapsgewijs verwijderen

Bij relaties waarin referentiële integriteit tussen tabellen wordt afgedwongen, worden alle gerelateerde records in de gerelateerde tabel of tabellen verwijderd wanneer een record uit de primaire tabel wordt verwijderd.

trapsgewijze gebeurtenis

Een reeks gebeurtenissen die wordt veroorzaakt door een gebeurtenisprocedure die zichzelf direct of indirect aanroept. Dit wordt ook recursie genoemd. Wees voorzichtig met het gebruik van trapsgewijze gebeurtenissen, want deze leiden vaak tot stackoverloop- of andere runtime-fouten.

Valuta (Currency), gegevenstype

Een gegevenstype in Microsoft Access-databases dat handig is voor berekeningen met geld of voor berekeningen met een vaste komma waarbij nauwkeurigheid erg belangrijk is.

verbindingsreeks

Een tekenreeksexpressie waarmee een externe database wordt geopend.

vergelijkingsoperator

Een operator waarmee twee waarden of expressies met elkaar worden vergeleken, bijvoorbeeld < (kleiner dan), > (groter dan) en = (gelijk aan).

voorwaardelijk filter

Een veld filteren om de hoogste of laagste n items weer te geven op basis van een totaal. Zo kunt u bijvoorbeeld een filter instellen voor de drie steden met de hoogste verkoopcijfers voor de vijf producten die het minst winstgevend zijn.

voorwaardelijke opmaak

Opmaak voor de inhoud van een besturingselement in een formulier of rapport die op een of meer voorwaarden is gebaseerd. Een voorwaarde kan verwijzen naar een ander besturingselement, het besturingselement dat de focus heeft of een door de gebruiker gedefinieerde VBA-functie (Visual Basic for Applications).


D

DAO-object

Een object dat is gedefinieerd in de Data Access Objects-bibliotheek (DAO). Met DAO-objecten, zoals de objecten Database, TableDef en Recordset, kunt u objecten vertegenwoordigen die worden gebruikt voor het ordenen en manipuleren van gegevens, zoals tabellen en query's, in code.

Data Access Objects

Een programmeerinterface die u kunt gebruiken om toegang te krijgen tot databaseobjecten en deze te manipuleren.

Data Access Objects (DAO)

Data Access-pagina

Een webpagina die is ontworpen voor het weergeven van en het werken met gegevens van internet of een intranet. Deze gegevens worden normaal gesproken opgeslagen in een Access-database.

Data Access-pagina-eigenschappen

Kenmerken van een Data Access-pagina die de database aanduiden waarmee de pagina is verbonden en waarmee het uiterlijk en het gedrag van de pagina worden gedefinieerd.

databasediagram

Een grafische weergave van een (gedeelte van) een databaseschema. Het kan een volledige of een gedeeltelijke weergave zijn van de databasestructuur. Het databasediagram bevat tabellen, tabelkolommen en de relaties tussen de tabellen.

Databasedocumentatie

Een hulpprogramma waarmee een rapport wordt gemaakt met gedetailleerde informatie over de objecten in een database.

databaseobjecten

Een Access-database bevat objecten zoals tabellen, query's, formulieren, rapporten, pagina's, macro's en modules. Een Access-project bevat objecten zoals formulieren, rapporten, pagina's, macro's en modules.

databasereplicatie

Het proces waarbij twee of meer speciale kopieën (replica's) van een Access-database worden gemaakt. Bij databasereplicatie worden gesynchroniseerde wijzigingen die in de gegevens van een replica zijn aangebracht, of ontwerpwijzigingen die in het ontwerpmodel zijn aangebracht, naar andere replica's verstuurd.

databasetoepassing

Een set objecten die kunnen bestaan uit tabellen, query's, formulieren, rapporten, macro's en codemodules en die gezamenlijk het gebruik van een database vereenvoudigen. Een databasetoepassing wordt normaal gesproken gedistribueerd aan een groep gebruikers.

Databasevenster

Het venster dat in Access 2003 en eerdere versies verschijnt wanneer u een Access-database of een Access-project opent. Het bevat snelkoppelingen voor het maken van nieuwe databaseobjecten en het openen van bestaande objecten. In Access-2007 is het Databasevenster vervangen door het navigatiedeelvenster.

datetime-gegevenstype

Een gegevenstype voor datum en tijd in een Access-project, met een bereik van 1 januari 1753 tot 31 december 9999, met een nauwkeurigheid van driehonderdste seconden (3,33 milliseconden).

Datum/tijd, gegevenstype

Een Access-databasegegevenstype waarin datum- en tijdgegevens worden opgeslagen.

datumexpressie

Een expressie die kan worden geïnterpreteerd als een datum, inclusief letterlijke datums, getallen die zijn opgemaakt als datums, tekenreeksen die zijn opgemaakt als datums en datums die het resultaat zijn van functies.

datumscheidingstekens

Tekens voor het scheiden van de dag, de maand en het jaar tijdens het samenstellen van een datumwaarde. De tekens zijn afhankelijk van de systeeminstellingen of kunnen worden bepaald met de functie Format.

DBCS

Een tekenset waarin 1 of 2 bytes worden gebruikt voor het weergeven van een teken, waardoor meer dan 256 tekens kunnen worden voorgesteld.

DDL (Data Definition Language)

De taal voor het beschrijven van de kenmerken van een database, met name tabellen, velden, indexen en opslagstrategie. In ANSI zijn hiervoor de tokens CREATE, DROP en ALTER gedefinieerd. DDL is een subset van SQL (Structured Query Language).

decimaal gegevenstype (Access-database)

Een gegevenstype voor exacte numerieke gegevens tussen -10^28 - 1 en 10^28 - 1. U kunt de schaal (maximum aantal cijfers) en de precisie (maximum totaal aantal cijfers rechts van het decimaalteken) opgeven.

decimaal gegevenstype (Access-project)

Een exact numeriek gegevenstype dat waarden bevat tussen -10^38 - 1 en 10^38 - 1. U kunt de schaal (het maximum totaal aantal cijfers) en de precisie (maximum aantal cijfers rechts van het decimaalteken) opgeven.

declaratie

Niet-uitvoerbare code waarin de namen van een constante, variabele of procedure worden genoemd en waarin de kenmerken van deze items worden beschreven, zoals het gegevenstype. In het geval van DLL-procedures bevatten declaraties namen, bibliotheken en argumenten.

declaratiesectie

De sectie van een module die declaraties bevat die van toepassing zijn op alle procedures in de module. De sectie kan declaraties bevatten voor variabelen, constanten, door de gebruiker gedefinieerde gegevenstypen en externe procedures in een DLL-bestand (Dynamic Link Library).

detailgebied

Het gedeelte van een draaitabelweergave dat detail- en totaalvelden bevat.

detailsectie

De sectie die de eigenlijke tekst van een formulier of rapport bevat. Deze sectie bevat gewoonlijk besturingselementen die afhankelijk zijn van de velden in de recordbron, maar kan ook niet-afhankelijke besturingselementen bevatten, zoals labels die de inhoud van een veld aanduiden.

detailveld

Een veld waarin alle rijen, of records, worden weergegeven uit de onderliggende recordbron.

directe synchronisatie

Een methode die wordt gebruikt om gegevens te synchroniseren tussen replica's die rechtstreeks zijn verbonden met het lokale netwerk en beschikbaar zijn via gedeelde netwerkmappen.

DLL (Dynamic Link Library)

Een set routines die kan worden aangeroepen vanuit Visual Basic-procedures en die tijdens runtime wordt geladen en gekoppeld aan de toepassing.

DML (Data Manipulation Language)

De taal die wordt gebruikt voor het ophalen, invoegen, verwijderen en bijwerken van gegevens in een database. DML is een subset van (SQL) Structured Query Language.

documenteigenschappen

Eigenschappen zoals titel, onderwerp en auteur, die tezamen met elke Data Access-pagina worden opgeslagen.

domein

Een set records die wordt gedefinieerd door een tabel, een query of een SQL-expressie. Statistische domeinfuncties geven statistische informatie over een specifiek domein of een set records als resultaat.

dubbele precisie

Het kenmerk van een getal dat is opgeslagen in twee keer zoveel computergeheugen (twee woorden, meestal 8 bytes) als nodig is voor het opslaan van een minder nauwkeurig getal (enkele precisie). Dit wordt meestal verwerkt via het drijvende-puntformulier.

gegevens verzamelen

Een methode voor het verzamelen van gegevens van gebruikers via het verzenden en ontvangen van HTML-formulieren of 2007 InfoPath-formulieren vanuit Access 2007. In Access kunt u een gegevensverzamelingsaanvraag maken en deze naar gebruikers verzenden in een formulier in een e-mailbericht. Gebruikers voltooien vervolgens een formulier en sturen dit naar u terug.

gegevensblad

Gegevens uit een tabel, formulier, query, weergave of opgeslagen procedure, weergegeven in rij- en kolomindeling.

gegevensbladweergave

Een venster waarin gegevens uit een tabel, formulier, query, weergave of opgeslagen procedure worden weergegeven in een indeling met rijen en kolommen. In de gegevensbladweergave kunt u velden bewerken en gegevens toevoegen, verwijderen en zoeken. In Access 2007 kunt u ook velden wijzigen en toevoegen aan een tabel in de gegevensbladweergave.

gegevensbron, besturingselement

De engine achter Data Access-pagina's en Microsoft Office Web Components die de verbinding met de onderliggende gegevensbron verzorgt. Het besturingselement voor de gegevensbron heeft geen visuele weergave.

gegevensdefinitie

De velden in onderliggende tabellen en query's en de expressies waaruit de recordbron voor een Data Access-pagina bestaat.

gegevensdefinitiequery

Een SQL-specifieke query waarmee u een tabel kunt maken, wijzigen of verwijderen, of waarmee u een index in een database kunt maken of verwijderen. In ANSI worden deze query's DDL-query's genoemd en worden de tokens CREATE, DROP en ALTER gebruikt.

gegevensdefinitiequery

Een SQL-query die DDL-instructies (Data Definition Language) bevat. Met deze instructies kunt u objecten in de database maken of aanpassen.

gegevensgebied

Het gedeelte van de draaitabel- of draaigrafiekweergave dat samenvattingsgegevens bevat. Waarden in het gegevensgebied worden als records weergegeven in de draaitabelweergave en als gegevenspunten in de draaigrafiekweergave.

gegevensitem

Een hoeveelheid specifieke toepassingsgegevens die via een DDE-kanaal (Dynamic Data Exchange) kan worden overgebracht.

gegevenslabel

Een label dat extra informatie geeft over een gegevensmarkering, dat één gegevenspunt of waarde voorstelt.

gegevensmarkering

Een balk, gebied, punt, ring of ander symbool in een grafiek dat één gegevenspunt of waarde vertegenwoordigt. Gerelateerde gegevensmarkeringen in een grafiek vormen samen een gegevensreeks.

gegevensreeks

Gerelateerde gegevenspunten die in een grafiek zijn uitgezet. Elke gegevenreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of een uniek patroon. In een grafiek kunnen een of meer gegevensreeksen worden uitgezet.

gegevensveld

Een veld dat samengevatte gegevens bevat in de draaitabel- of draaigrafiekweergave. Een gegevensveld bevat gewoonlijk numerieke gegevens.

letterlijke datum

Een reeks tekens met een geldige notatie die wordt aangegeven met hekjes (#). Voorbeelden van geldige notaties zijn de datumnotatie van de gekozen landinstelling voor de code en de universele datumnotatie.

neerzetgebied

Een gebied in de draaitabel- of draaigrafiekweergave waarin u velden kunt neerzetten uit de veldlijst om de gegevens in het veld weer te geven. De labels in elk neerzetgebied geven het type velden aan dat u in de weergave kunt maken.

Ontwerpmodel

Het enige lid van de replicaset waarin u wijzigingen in de databasestructuur kunt aanbrengen die in andere replica's worden doorgevoerd.

ontwerpraster

Het raster dat u gebruikt om een query of filter te ontwerpen in de query-ontwerpweergave of in het venster Geavanceerde filter-/sorteeropties. Voor query's werd dit raster voorheen het QBE-raster genoemd.

Ontwerpweergave

Een venster waarin het ontwerp van de volgende databaseobjecten wordt weergegeven: tabellen, query's, formulieren, rapporten en macro's. In de ontwerpweergave kunt u nieuwe databaseobjecten maken en het ontwerp van bestaande objecten wijzigen.

standaardeigenschap

Een eigenschap die u voor een besturingselement kunt instellen, zodat deze eigenschap dezelfde waarde heeft telkens wanneer een nieuw besturingselement van dit type wordt gemaakt.

standaardstijl van besturingselementen

De standaardeigenschappen van een besturingselementtype. U moet het besturingselementtype aanpassen voordat u twee of meer soortgelijke besturingselementen maakt, zodat u niet elk besturingselement afzonderlijk hoeft aan te passen.

standaardwaarde

Een waarde die automatisch wordt ingevoerd in een veld of besturingselement wanneer u een nieuwe record toevoegt. U kunt de standaardwaarde accepteren of deze overschrijven door een waarde te typen.

statistische domeinfunctie

Een functie, zoals DAvg of DMax, die wordt gebruikt om statistieken te berekenen voor een set records (een domein).

uitgeschakeld besturingselement

Een besturingselement dat lichter wordt weergegeven op een formulier. Een uitgeschakeld besturingselement kan niet de focus krijgen en reageert niet op muisklikken.

vervolgkeuzelijst

Een besturingselement op een Data Access-pagina waarmee, wanneer erop wordt geklikt, een lijst wordt weergegeven waarin u een waarde kunt selecteren. U kunt geen waarde typen in een vervolgkeuzelijst.

verwijderquery

Een query (SQL-instructie) waarmee rijen die voldoen aan criteria die u opgeeft, worden verwijderd uit een of meer tabellen.


E

echo

Het proces waarbij in Access het scherm wordt bijgewerkt of opnieuw wordt samengesteld terwijl een macro wordt uitgevoerd.

exclusief

Een manier van openen van een database die gemeenschappelijk wordt gebruikt door meerdere gebruikers in een netwerk. Wanneer u een database exclusief opent, kunnen andere gebruikers deze database niet openen.

exporteren

Gegevens en databaseobjecten naar een andere database, een ander werkbladbestand of een andere bestandsindeling kopiëren, zodat de gegevens of databaseobjecten kunnen worden gebruikt in een andere database, toepassing of een ander programma. U kunt gegevens exporteren naar een groot aantal ondersteunde databases, programma's en bestandsindelingen.

externe database

De bron van de tabel die moet worden gekoppeld aan of geïmporteerd naar de huidige database, of de bestemming van een tabel die moet worden geëxporteerd.

externe tabel

Een tabel buiten de geopende Access-database of het geopende Access-project.

foutnummer

Een geheel getal in het bereik 0 tot en met 65.535 dat overeenkomt met de instelling van de eigenschap Number van het Err-object. In combinatie met de instelling van de eigenschap Description van het Err-object, geeft dit getal een bepaald foutbericht aan.

geactiveerde database

Een database uit een vorige versie van Access die is geopend in Access 2000 zonder dat de indeling is geconverteerd. Als u het ontwerp van de database wilt wijzigen, moet u de database openen in de versie van Access waarin de database is gemaakt.

insluiten

Een exemplaar van een OLE-object uit een andere toepassing invoegen. De bron van het object, die OLE-server wordt genoemd, kan een willekeurige toepassing zijn die het koppelen en insluiten van objecten ondersteunt. Wijzigingen in een ingesloten object worden niet weerspiegeld in het oorspronkelijke object.

invoervak

Een invoervak, ook wel tekstvak genoemd, is een rechthoekig venster waarin een gebruiker tekst kan invoeren en bewerken.

Opbouwfunctie voor expressies

Een Access-hulpprogramma waarmee u een expressie kunt maken. Hierin is een lijst met algemene expressies opgenomen die u kunt selecteren.

Selectie uitvouwen, besturingselement

Een besturingselement op een Data Access-pagina, waarmee wanneer erop wordt geklikt een gegroepeerde record wordt uitgevouwen of samengevouwen zodat de detailrecords worden weergegeven of verborgen.

uitvouwteken

Een knop die wordt gebruikt om groepen records uit of samen te vouwen. Het uitvouw-/samenvouwteken is respectievelijk een plusteken (+) of een min-teken (-).


F

bestandsnummer

Een nummer dat wordt gebruikt in de instructie Open om een bestand te openen. Gebruik bestandsnummers in het bereik 1 tot en met 255 voor bestanden die niet toegankelijk zijn voor andere toepassingen. Gebruik bestandsnummers in het bereik 256 tot en met 511 voor bestanden die wel toegankelijk zijn vanuit andere toepassingen.

Drijvend (Float), gegevenstype

In een Access-project is dit een gegevenstype voor geschatte numerieke waarden met een precisie van 15 cijfers. Dit type kan bestaan uit positieve waarden van ongeveer 2,23E - 308 tot en met 1,79E + 308, negatieve waarden van ongeveer -2,23E - 308 tot en met -1,79E + 308, of de waarde nul.

filteren

Een set criteria die op gegevens wordt toegepast om een subset van de gegevens weer te geven of om de gegevens te sorteren. In Access kunt u voor het filteren van gegevens gebruikmaken van technieken als Selectiefilter en Formulierfilter.

filtergebied

Het gedeelte van een draaitabel- of draaigrafiekweergave dat filtervelden bevat.

filterveld

Een veld in het filtergebied dat u kunt gebruiken om gegevens te filteren die in de draaitabel- of draaigrafiekweergave worden weergegeven. Filtervelden hebben dezelfde functie als paginavelden in Microsoft Excel-draaitabelrapporten.

formulier

Een Access-databaseobject waarin besturingselementen kunnen worden geplaatst voor het uitvoeren van acties of voor het invoeren, weergeven en bewerken van gegevens in velden.

formuliereigenschappen

Kenmerken van een formulier die de weergave of het gedrag van het formulier beïnvloeden. De eigenschap DefaultView is bijvoorbeeld een formuliereigenschap die bepaalt of een formulier automatisch wordt geopend in de formulierweergave of de gegevensbladweergave.

formulierfilter

Een techniek voor het filteren van gegevens waarbij een versie van het huidige formulier of gegevensblad wordt gebruikt met lege velden waarin u de waarden kunt typen die de gefilterde records moeten bevatten.

formulierkiezer

Het vak waarin de linialen bij elkaar komen, in de linkerbovenhoek van een formulier in de ontwerpweergave. Gebruik dit vak om bewerkingen op formulierniveau uit te voeren, zoals het selecteren van het formulier.

formulierkoptekst

Hiermee kunt u een titel voor het formulier of instructies voor het gebruik ervan weergeven, of opdrachtknoppen waarmee gerelateerde formulieren worden geopend of andere taken worden uitgevoerd. Formulierkopteksten worden weergegeven boven in een formulier in de formulierweergave en aan het begin van een afdruk.

formuliermodule

Een module die VBA-code (Visual Basic for Applications) bevat voor alle gebeurtenisprocedures die worden geactiveerd door gebeurtenissen die optreden op een specifiek formulier of de bijbehorende besturingselementen.

Formulierobject, tabblad

Een venster waarin u met formulieren werkt in de ontwerpweergave, de formulierweergave, de gegevensbladweergave of het afdrukvoorbeeld.

formuliervoettekst

Bevat instructies voor het gebruik van een formulier, opdrachtknoppen of niet-afhankelijke besturingselementen. Wordt onder aan het formulier weergegeven in de formulierweergave en aan het eind van een afdruk.

Formulierweergave

Een venster waarin een formulier wordt weergegeven om gegevens te tonen of te accepteren. Gegevens in tabellen worden meestal toegevoegd en gewijzigd via de formulierweergave. In deze weergave kunt u ook het ontwerp van een formulier wijzigen.

front-end/back-endtoepassing

Een databasetoepassing die bestaat uit een 'back-end'-databasebestand dat tabellen bevat en exemplaren van een 'front-end'-databasebestand die alle andere databaseobjecten bevatten met koppelingen naar de 'back-end'-tabellen.

functie

Een query waarvoor invoerparameters worden opgegeven en die een opgeslagen procedure als resultaat geeft. Typen: scalair (meerdere instructies; geeft één waarde als resultaat), in line (één instructie; een tabelwaarde die kan worden bijgewerkt) en tabel (meerdere instructies; tabelwaarde).

Function-procedure

In VBA (Visual Basic for Applications) is dit een procedure die in een expressie kan worden gebruikt en waarmee een waarde wordt geretourneerd. U declareert een functie met de instructie Function en sluit deze af met de instructie End Function.

indeling

Geeft aan hoe gegevens worden weergegeven en afgedrukt. In een Access-database zijn standaardindelingen gedefinieerd voor specifieke gegevenstypen. In een Access-project zijn standaardindelingen gedefinieerd voor de overeenkomende SQL-gegevenstypen. U kunt ook aangepaste indelingen maken.

invoerfilter

Een techniek voor het filteren van records waarbij u een waarde of expressie invoert om alleen de records op te halen die de waarde bevatten of aan de expressie voldoen.

negatief selectiefilter

Een techniek waarbij u records filtert in een formulier of gegevensblad om alleen de records op te halen die de geselecteerde waarde niet bevatten.

Opvulling

Een rapport zodanig vergroten dat het venster met de momentopname van het rapport volledig is gevuld door, afhankelijk van de afdrukstand van het rapport (staand of liggend), de breedte of de hoogte van een pagina aan te passen.

refererende sleutel

Een of meer tabelvelden (kolommen) die verwijzen naar een of meer primaire-sleutelvelden in een andere tabel. Een refererende sleutel geeft de relatie tussen de tabellen aan.

refererende tabel

Een tabel (zoals Klanten en orders) dat een refererende-sleutelveld (zoals Klant-id) bevat dat het primaire-sleutelveld is in een andere tabel (zoals Klanten) in de database die zich doorgaans aan de 'veel'-zijde van een een-op-veel-relatie bevindt.

selectiefilter

Een techniek voor het filteren van records in een formulier of gegevensblad waarbij u alleen records ophaalt die de geselecteerde waarde bevatten.

tekstbestanden met vaste breedte

Een gegevensbestand waarin elk veld een vaste breedte heeft.

Veldenlijstvenster

Een venster met alle velden in het onderliggende recordbron- of databaseobject.

veldgegevenstypen

Een kenmerk van een veld dat bepaalt wat voor soort gegevens in de variabele kunnen worden opgeslagen. Als het gegevenstype van een veld bijvoorbeeld Text is, kunnen er tekstgegevens of getallen in worden opgeslagen. Een veld van het type Number kan alleen numerieke gegevens bevatten.

veldkiezer

Een klein vak of een kleine balk waarop u klikt om een volledige kolom in een gegevensblad te selecteren.

zwevend

Een werkbalk die kan worden verplaatst als een zelfstandig venster. Een zwevende werkbalk wordt altijd op de voorgrond weergegeven. De opbouwfunctie voor expressies, de databasedocumentatie, de werkset en paletten kunnen zweven.


G

algemene sorteervolgorde

Met de standaardsorteervolgorde wordt bepaald hoe tekens in de database worden gesorteerd, zoals in tabellen, query's en rapporten. Definieer de algemene sorteervolgorde als u een database wilt gebruiken met meerdere taalversies van Access.

gegroepeerde besturingselementen

Twee of meer besturingselementen die als één eenheid kunnen worden behandeld tijdens het ontwerpen van een formulier of rapport. U kunt de groep selecteren in plaats van elk afzonderlijk besturingselement bij het schikken van besturingselementen of het toewijzen van eigenschappen.

gegroepeerde Data Access-pagina

Een Data Access-pagina met twee of meer groepeerniveaus.

globaal snelmenu

Een aangepast snelmenu dat het ingebouwde snelmenu vervangt voor de volgende objecten: velden in een tabel en querygegevensbladen; formulieren en formulierbesturingselementen in de formulierweergave, gegevensbladweergave en het afdrukvoorbeeld; en rapporten in het afdrukvoorbeeld.

globale menubalk

Een speciale aangepaste menubalk die de ingebouwde menubalk vervangt in alle vensters in uw databasetoepassing, behalve wanneer u een aangepaste menubalk hebt opgegeven voor een formulier of rapport.

globale replica

Een replica waarin wijzigingen volledig worden bijgehouden en kunnen worden uitgewisseld met een andere globale replica in de replicaset. Via een globale replica kunnen ook wijzigingen worden uitgewisseld met andere lokale of anonieme replica's waarvoor deze replica als hub functioneert.

globally unique identifier (GUID)

Een veld van 16 bytes in een Access-database voor het opslaan van een unieke id voor replicatiedoeleinden. GUID's worden gebruikt om replica's, replicasets, tabellen, records en andere objecten aan te duiden. In een Access-database worden GUID's replicatie-id's genoemd.

groepeerfilter, besturingselement

Een vervolgkeuzelijst op een Data Access-pagina waarmee records worden opgehaald uit een onderliggende recordset op basis van de waarde die u in de lijst selecteert. Op een gegroepeerde pagina wordt met het besturingselement een specifieke groep records opgehaald.

groepeerniveau

De diepte waarop een groep in een rapport of op een Data Access-pagina in andere groepen is genest. Groepen zijn genest wanneer een set records is gegroepeerd volgens meer dan één veld, expressie of groepsrecordbron.

groepsaccount

Een verzameling gebruikersaccounts in een werkgroep die wordt aangeduid met een groepsnaam en een PID (persoonlijke id). Machtigingen voor een groep gelden voor alle gebruikers in de groep.

groepskoptekst

Hiermee plaatst u informatie, zoals een groepsnaam of groepstotaal, aan het begin van een groep records.

groepsvoettekst

Hiermee plaatst u informatie, zoals een groepsnaam of groepstotaal, aan het eind van een groep records.

GUID, gegevenstype

Een unieke identificatie die wordt gebruikt voor Remote Procedure Calls. In alle interface- en objectklassen worden GUID's (Globally Unique Identifiers) gebruikt voor identificatie. Een GUID is een 128-bits waarde.

raster (gegevensbladweergave)

Verticale en horizontale lijnen die rijen en kolommen gegevens visueel verdelen in cellen in een tabel, query, formulier, weergave of opgeslagen procedure. U kunt deze rasterlijnen naar keuze weergeven of verbergen.

raster (ontwerpweergave)

Een verzameling verticale en horizontale (stippel-)lijnen met behulp waarvan u besturingselementen op een precieze plek kunt plaatsen bij het ontwerpen van een formulier of rapport.


H

hosttoepassing

Een toepassing die het gebruik van Visual Basic for Applications ondersteunt.

hub

Een globale replica waarmee wijzigingen worden gesynchroniseerd door alle replica's in de replicaset. De hub fungeert als de hoofdreplica.

hyperlink met afbeelding, besturingselement

Een besturingselement dat op een Data Access-pagina wordt gebruikt om een niet-afhankelijke afbeelding weer te geven die een hyperlink voorstelt naar een bestand of een webpagina. In de bladermodus kunt u op de afbeelding klikken om naar de doellocatie te gaan.

Hyperlink, gegevenstype

Een gegevenstype voor een Access-databaseveld waarin hyperlinkadressen worden opgeslagen. Een adres bestaat uit maximaal vier delen, waarbij de volgende syntaxis wordt gehanteerd: WeergegevenTekst#adres#subadres#.

hyperlinkadres

Het pad naar een bestemming zoals een object, document of webpagina. Een hyperlinkadres kan een URL (adres van een internet- of een intranetsite) zijn of een UNC-netwerkpad (adres van een bestand op een lokaal netwerk).

hyperlinkveld

Een veld waarin hyperlinkadressen worden opgeslagen. In een Access-database is dit een veld met het gegevenstype Hyperlink. In een Access-project is dit een veld waarbij de eigenschap IsHyperlink is ingesteld op True.


I

Activering ter plaatse

De OLE-server van een OLE-object activeren vanuit een veld of besturingselement. U kunt bijvoorbeeld een WAV-bestand (waveform audio) afspelen in een besturingselement door op het besturingselement te dubbelklikken.

afbeelding, besturingselement

Een besturingselement dat wordt gebruikt om een afbeelding weer te geven op een formulier of rapport.

afbeelding, gegevenstype

Dit is een gegevenstype met een variabele lengte in een Access-project, dat tot 2^31 - 1 (2.147.483.647) bytes binaire gegevens kan bevatten. Het wordt gebruikt om BLOB's (Binary Large Objects) in op te slaan, zoals afbeeldingen, documenten, geluiden en gecompileerde code.

exemplaar

Een object dat is gemaakt met de klasse die de definitie ervan bevat. Meerdere exemplaren van een formulierklasse hebben bijvoorbeeld dezelfde code en worden geladen met de besturingselementen waarmee deze formulierklasse is ontworpen.

id (expressies)

Een element van een expressie dat verwijst naar de waarde van een veld, besturingselement of eigenschap. Forms![Orders]![OrderID] is bijvoorbeeld een id die verwijst naar de waarde van het besturingselement OrderID op het formulier Orders.

id (Visual Basic)

Een gegevenslid in een codemodule van Visual Bacic. Een id kan een Sub-, Function- of Property-procedure, variabele, constante, DECLARE-instructie of een door de gebruiker gedefinieerd gegevenstype zijn.

IDC-/HTX-bestanden

Microsoft Internet Information Server gebruikt een IDC-bestand en een HTX-bestand om gegevens op te halen uit een ODBC-gegevensbron en deze gegevens op te maken als een HTML-document.

import-/exportspecificatie

Een specificatie waarin de informatie is opgeslagen die in Access nodig is om een tekstbestand met een vaste breedte of met scheidingstekens te importeren of te exporteren.

importeren

Gegevens kopiëren uit een tekstbestand, spreadsheet of databasetabel in een Access-tabel. U kunt de geïmporteerde gegevens gebruiken om een nieuwe tabel te maken of u kunt de gegevens toevoegen aan een bestaande tabel met een overeenkomstige gegevensstructuur.

index

Een functie die het zoeken en sorteren in een tabel versnelt via sleutelwaarden en die uniciteit kan afdwingen voor de rijen in een tabel. De primaire sleutel van een tabel wordt automatisch geïndexeerd. Sommige velden kunnen niet worden geïndexeerd vanwege het gegevenstype, zoals OLE-object of Bijlage.

indexvenster

Een venster in een Access-database waarin u de indexen van een tabel kunt bekijken of bewerken of waarin u meervoudige indexen kunt maken.

indirecte synchronisatie

Een synchronisatiemethode die wordt gebruikt in een omgeving waarin er geen verbinding is, zoals wanneer u onderweg gebruikmaakt van een draagbare computer. U configureert indirecte synchronisatie via Replicabeheer.

installeerbare ISAM

Een stuurprogramma dat u kunt opgeven om toegang te bieden tot externe database-indelingen zoals dBASE, Excel en Paradox. Via de database-engine van Microsoft Access worden deze ISAM-stuurprogramma's geïnstalleerd (geladen) wanneer ernaar wordt verwezen in de toepassing.

int, gegevenstype

Een gegevenstype van 4 bytes (32 bits) in een Access-project, waarin gehele getallen worden opgeslagen in het bereik tussen -2^31 (-2.147.483.648) en 2^31 - 1 (2.147.483.647).

Integer, gegevenstype

Een fundamenteel gegevenstype voor het opslaan van gehele getallen. Een variabele van het type Integer wordt opgeslagen als een 16-bits (2-byte) getal met een waarde tussen -32.768 en 32.767.

internetsynchronisatie

Wordt gebruikt om replica's te synchroniseren in een omgeving zonder verbinding waarin een internetserver is geconfigureerd. U moet Replicatiebeheer gebruiken om internetsynchronisatie te configureren.

intrinsieke constante

Een constante die afkomstig is uit Access, VBA, ADO of DAO. Deze constanten zijn beschikbaar in het objectenoverzicht als u klikt op globals in elk van deze bibliotheken.

invoermasker

Een indeling die bestaat uit letterlijke weergavetekens (zoals haakjes, punten en koppeltekens) en maskertekens die aangeven waar gegevens moeten worden ingevoerd, welk type gegevens het moet betreffen en hoeveel tekens zijn toegestaan.

item

Een uniek gegevenselement in een veld. Als er zich ook items op een lager niveau bevinden die kunnen worden weergegeven in een draaitabellijst of de veldlijst, wordt een uitvouwteken (+) naast het item weergegeven.


J

Jet and Replication Objects

Een reeks automatiseringinterfaces waarmee u specifieke bewerkingen voor de Microsoft Jet-databases kunt uitvoeren. Met JRO kunt u databases comprimeren, gegevens uit de cache vernieuwen en gerepliceerde databases maken en onderhouden.


K

toetsenbord-handler

Een code waarmee wordt bepaald welke toetsen of toetsencombinaties door de gebruiker worden ingetoetst en hierop wordt gereageerd.


L

bibliotheekdatabase

Een verzameling procedures en databaseobjecten die u vanuit een willekeurige toepassing kunt aanroepen. Als u de items in de bibliotheek wilt gebruiken, moet u eerst een verwijzing maken vanuit de huidige database naar de bibliotheekdatabase.

gekoppelde tabel

Een tabel die wordt opgeslagen in een bestand buiten de geopende database en waarin Access records kan benaderen. Records kunnen aan een gekoppelde tabel worden toegevoegd, eruit worden verwijderd en worden bewerkt, maar u kunt de structuur van een gekoppelde tabel niet wijzigen.

indelingsweergave

Een weergave in Access 2007 waarin u een groot aantal typen ontwerpwijzigingen kunt aanbrengen in formulieren en rapporten tijdens het weergeven van actuele gegevens.

koppelen (tabellen)

Een actie waarmee een koppeling tot stand wordt gebracht met gegevens uit een andere toepassing, zodat u de gegevens zowel in de oorspronkelijke toepassing als in Access kunt bekijken en bewerken.

label

Een besturingselement waarmee beschrijvende tekst wordt weergegeven in een formulier of een rapport, bijvoorbeeld een titel, een bijschrift of instructies. Labels kunnen losstaand worden gebruikt of worden gekoppeld aan een ander besturingselement.

landinstelling

De set informatie die overeenkomt met een bepaalde taal en een bepaald land.

left outer join

Een outer join waarbij alle records aan de linkerkant van de LEFT JOIN-bewerking in de SQL-instructie van de query worden toegevoegd aan de resultaten van de query, zelfs als het gekoppelde veld in de tabel aan de rechterkant geen overeenkomende waarden bevat.

legenda

Een vak met de patronen of kleuren die aan gegevensreeksen of categorieën in een grafiek zijn toegewezen.

lijstindex

De volgorde van getallen voor items in een lijst, te beginnen met 0 voor het eerste item, 1 voor het tweede item, enzovoort.

lokaal object

Een tabel, query, rapport, macro of module die blijft opgeslagen in de replica of het ontwerpmodel waarin het object is gemaakt. Noch het object noch eventuele wijzigingen hierin worden gekopieerd naar andere leden van de replicaset.

lokale replica

Een replica waarmee gegevens worden uitgewisseld met de bijbehorende hub of een algemene replica, maar niet met andere replica's in de replicaset.

opzoekveld

Een veld dat wordt gebruikt op een formulier of rapport in een Access-database en waarin een waardelijst wordt weergegeven die uit een tabel of query is opgehaald, of waarin een statische set waarden is opgeslagen.

vergrendeld

De voorwaarde die een record, recordset of database alleen-lezen maakt voor alle gebruikers behalve voor de gebruiker die er op dat moment wijzigingen in aanbrengt.


M

ACCDE-bestand

Een Access 2007-databasebestand (.ACCDB) waarin alle modules zijn gecompileerd en waaruit alle bewerkbare broncode is verwijderd.

Access-database-engine

Het onderdeel van het Access-databasesysteem waarmee gegevens worden opgehaald uit en opgeslagen in gebruikers- en systeemdatabases. Het kan worden beschouwd als een gegevensbeheerfunctie waarop databasesystemen, zoals Access, zijn gebaseerd.

database voor meerdere gebruikers (gedeelde database)

Een database waarbij verschillende gebruikers tegelijk dezelfde set gegevens kunnen benaderen en wijzigen.

handmatige koppeling

Een koppeling waarvoor u actie moet ondernemen om de gegevens bij te werken wanneer de gegevens in het brondocument zijn gewijzigd.

hoofdformulier

Een formulier dat een of meer subformulieren bevat.

lichtkrant

Bewegende tekst die wordt gebruikt op een Data Access-pagina om de aandacht van de gebruiker te vestigen op een specifiek pagina-element, zoals een nieuwskop of een belangrijke aankondiging. Als u een lichtkrant op een pagina wilt plaatsen, maakt u een lichtkrant-besturingselement.

macro

Een actie of een reeks acties die u kunt gebruiken om taken te automatiseren.

macrogroep

Een verzameling gerelateerde macro's die samen zijn opgeslagen onder één naam. De verzameling wordt vaak simpelweg 'macro' genoemd.

maximum aantal records beperken

Als u de prestaties wilt verbeteren, kunt u een maximum aantal records opgeven dat wordt opgehaald uit een Microsoft SQL Server-database voor een formulier of gegevensblad in een Access-project.

MDE-bestand

Een database-bestand (MDB-bestand) van Access 2003 of eerder waarin alle modules zijn gecompileerd en waaruit alle bewerkbare broncode is verwijderd.

Memo, gegevenstype

Een veldgegevenstype in een Microsoft Access-database. Memovelden kunnen maximaal 65.535 tekens bevatten.

Microsoft Access-database

Een verzameling gegevens en objecten, zoals tabellen, query's of formulieren, die zijn gerelateerd aan een bepaald onderwerp of doel.

Microsoft Access-gegevensbestand

Een Access-database of een Access-projectbestand. In een Access 2007-database worden databaseobjecten en -gegevens opgeslagen in een ACCDB-bestand. Voor eerdere versies van Access wordt de MDB-indeling gebruikt. Een projectbestand bevat geen gegevens en wordt gebruikt om verbinding te maken met een Microsoft SQL Server-database.

Microsoft Access-objecten

Een object dat in Access is gedefinieerd en dat is gerelateerd aan Access, de Access-interface of de formulieren en rapporten van een toepassing. U kunt een Microsoft Access-object gebruiken voor het programmeren van de interface-elementen waarmee gegevens worden ingevoerd en weergegeven.

Microsoft Access-project

Een Access-bestand dat is gekoppeld aan een Microsoft SQL Server-database en dat wordt gebruikt om client/server-toepassingen te maken. Een projectbestand bevat geen gegevens of objecten die op gegevensdefinities zijn gebaseerd, zoals tabellen en weergaven.

Microsoft Data Engine

Een client/server-gegevensengine waarmee u gegevens lokaal kunt opslaan op een kleiner computersysteem, zoals een computer voor één gebruiker of een kleine werkgroepserver. Deze gegevensengine is compatibel met Microsoft SQL Server 6.5, 7.0 en 2000.

Microsoft SQL Server-database

Een database in Microsoft SQL Server die bestaat uit tabellen, weergaven, indexen, opgeslagen procedures, functies en triggers. U kunt verbinding maken tussen een Access-database en SQL Server-gegevens via ODBC of door een Access-projectbestand (*.ADP) te maken.

moduleniveau

Hiermee wordt een variabele of constante beschreven die is gedeclareerd in de sectie Declaraties van een VBA-module (Visual Basic for Applications) of buiten een procedure. Variabelen of constanten die op moduleniveau zijn gedeclareerd, zijn beschikbaar voor alle procedures in een module.

money, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project waarin geldwaarden worden opgeslagen in het bereik tussen -922.337.203.685.477,5707 en 922.337.203.685.477,5807, met een nauwkeurigheid tot een tienduizendste van een geldeenheid.

opbouwfunctie voor macro's

Het objecttabblad waarop u macro's maakt en wijzigt. U kunt de opbouwfunctie voor macro's starten vanaf diverse locaties, zoals een formulier of rapport, of rechtstreeks vanaf het tabblad Maken op het lint.

tabelmaakquery

Een query (SQL-instructie) waarmee een nieuwe tabel wordt gemaakt en waarin vervolgens records (rijen) worden gemaakt door records uit een bestaande tabel of uit queryresultaten te kopiëren.

variabele op moduleniveau

Een variabele die is gedeclareerd in de sectie Declaraties van een VBA-module (Visual Basic for Applications) via het sleutelwoord Private. Deze variabelen zijn beschikbaar voor alle procedures in de module.

veel-op-veel-relaties

Een verbinding tussen twee tabellen waarbij één record in een van beide tabellen kan zijn gerelateerd aan veel records in de andere tabel. Als u een veel-op-veel-relatie wilt instellen, maakt u een derde tabel (verbindingstabel) en voegt u de primaire-sleutelvelden van beide tabellen aan deze tabel toe.

veld met meerdere waarden

Een opzoekveld waarin meerdere waarden kunnen worden opgeslagen.

verplaatsingsgreep

Het grote vierkant dat wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van het geselecteerde besturingselement of de besturingselementindeling in de ontwerpweergave of de indelingsweergave. U kunt de greep verslepen om het besturingselement of de besturingselementindeling naar een andere locatie te verplaatsen.

verplaatsingsmodus

De modus waarin u een kolom kunt verplaatsen in de gegevensbladweergave met de pijlen naar links en naar rechts.


N

automatische naamcorrectie

Een voorziening voor het automatisch corrigeren van problemen die vaak voorkomen wanneer de naam van formulieren, rapporten, tabellen, query's, velden of besturingselementen op formulieren en rapporten wordt gewijzigd. Houd er rekening mee dat met automatische naamcorrectie niet alle verwijzingen naar objecten met een gewijzigde naam worden hersteld.

Getal, gegevenstype

In een Access-database is dit een veldgegevenstype voor numerieke gegevens die in rekenkundige berekeningen worden gebruikt. Gebruik echter het gegevenstype Valuta voor het weergeven of berekenen van valutawaarden.

navigatiedeelvenster

Het deelvenster dat verschijnt als u een Access-database of een Access-project opent. In het navigatiedeelvenster worden de objecten in de database weergegeven. U kunt dit deelvenster aanpassen om objecten op verschillende manieren te sorteren en te groeperen.

navigatieknoppen

De knoppen die u gebruikt om door records te schuiven. Deze knoppen bevinden zich in de linkerbenedenhoek van de gegevensbladweergave en de formulierweergave. Ze zijn ook beschikbaar tijdens het bekijken van voorbeelden, zodat u door de pagina's van uw document kunt schuiven.

nchar, gegevenstype

Een gegevenstype met een vaste lengte in een Access-project, met maximaal 4.000 Unicode-tekens. Voor Unicode-tekens worden 2 bytes per teken gebruikt. Bovendien worden alle internationale tekens ondersteund.

normaliseren

Het dupliceren van gegevens in een relationele database tot een minimum beperken door een efficiënt tabelontwerp. U kunt de wizard Tabelanalyse gebruiken om uw database te normaliseren.

ntext, gegevenstype

Een gegevenstype met een variabele lengte in een Access-project, dat maximaal 2^30 - 1 (1.073.741.823) tekens kan bevatten. Bij kolommen met het gegevenstype ntext wordt een aanwijzer van 16 bytes in de gegevensrij opgeslagen. De gegevens worden afzonderlijk opgeslagen.

Null

Een waarde die u kunt invoeren in een veld of gebruiken in expressies of query's om ontbrekende of onbekende gegevens aan te geven. In Visual Basic geeft het sleutelwoord Null de waarde Null aan. Sommige velden, zoals primaire-sleutelvelden, mogen geen Null-waarde bevatten.

Null-veld

Een veld dat een Null-waarde bevat. Een Null-veld is niet hetzelfde als een veld dat een tekenreeks met de lengte nul ("") bevat of een veld met de waarde 0.

Numeriek, gegevenstype

Een gegevenstype voor exacte numerieke gegevens in een Access-project, dat waarden kan bevatten tussen -10^38 - 1 en 10^38 - 1. U kunt de schaal (maximum totaal aantal cijfers) en de precisie (maximum aantal cijfers rechts van het decimaalteken) opgeven.

nvarchar(n), gegevenstype

Een gegevenstype met een variabele lengte in een Access-project, met maximaal 4.000 Unicode-tekens. Unicode-tekens gebruiken 2 bytes per teken en ondersteunen alle internationale tekens.


O

een-op-een-relatie

Een koppeling tussen twee tabellen waarin de primaire-sleutelwaarde van elke record in de primaire tabel overeenkomt met de waarde in een of meer overeenkomende velden van slechts één record in de gerelateerde tabel.

een-op-veel-relatie

Een koppeling tussen twee tabellen waarin de primaire-sleutelwaarde van elke record in de primaire tabel overeenkomt met de waarde in een of meer overeenkomende velden van meerdere records in de gerelateerde tabel.

eigenaar

Wanneer beveiliging wordt gebruikt, is dit het gebruikersaccount dat de controle heeft over een database of databaseobject. Standaard is het gebruikersaccount dat een database of databaseobject heeft gemaakt, de eigenaar.

groepsvak

Een kader dat selectievakjes, wisselknoppen en keuzerondjes kan bevatten op een formulier of rapport. U gebruikt een groepsvak om verschillende opties aan de gebruiker te presenteren waarvan er één kan worden geselecteerd.

keuzerondje

Een besturingselement dat meestal wordt gebruikt als onderdeel van een groepsvak waarin meerdere opties worden aangeboden op een formulier of rapport. De gebruiker kan slechts één optie selecteren.

Object, gegevenstype

Een fundamenteel gegevenstype dat een willekeurig object vertegenwoordigt dat kan worden herkend door Visual Basic. Hoewel u een willekeurige objectvariabele kunt declareren als het type Object, kunt u objectvariabelen het best declareren volgens het bijbehorende specifieke type.

Objectafhankelijkheden, venster

Hierin worden objecten weergegeven die afhankelijk zijn van het geselecteerde object en objecten waarvoor het geselecteerde object afhankelijkheden bevat.

objectbibliotheek

Een bestand dat definities van objecten en de bijbehorende methoden en eigenschappen bevat. Een bestand dat een objectbibliotheek bevat, heeft meestal de extensie .OLB.

objecttype

Een type object dat beschikbaar is in een programma via automatisering, bijvoorbeeld toepassing, bestand, bereik, en blad. Gebruik het Objectenoverzicht in de Visual Basic-editor of raadpleeg de documentatie van het programma voor een volledige lijst met beschikbare objecten.

objectvariabele

Een variabele die een verwijzing naar een object bevat.

ODBC-database

Een database met een bijbehorend ODBC-stuurprogramma (Open Database Connectivity) dat u kunt gebruiken voor het importeren en exporteren van gegevens en voor het tot stand brengen van koppelingen met gegevens .  

ODBCDirect

Een technologie waarmee u ODBC-gegevensbronnen rechtstreeks kunt benaderen met DAO-functies, zonder dat daarbij de Microsoft Jet Database Engine wordt ingeschakeld.

ODBC-gegevensbron

Gegevens en de informatie die benodigd is om toegang te verkrijgen tot de desbetreffende gegevens vanuit programma's en databases die het ODBC-protocol (Open Database Connectivity) ondersteunen.

OLE DB

Een database-architectuur op basis van componenten die efficiënte netwerk- en internettoegang biedt voor een groot aantal typen gegevensbronnen, waaronder relationele gegevens, e-mailbestanden, tekst zonder opmaak en spreadsheets.

OLE DB-provider

Een programma in de OLE DB-architectuur dat interne toegang biedt tot gegevens, in plaats van via ODBC- of IISAM-stuurprogramma's, welke externe methoden zijn om gegevens te benaderen.

OLE/DDE-koppeling

Een verbinding tussen een OLE-object en de bijbehorende OLE-server of tussen een DDE-brondocument (Dynamic Data Exchange) en een doeldocument.

OLE-container

Een toepassing die een gekoppeld of ingebed OLE-object uit een andere toepassing bevat. Als een OLE-object in een Access-database bijvoorbeeld een Microsoft Excel-werkblad bevat, is Access de OLE-containertoepassing.

OLE-object

Een object dat het OLE-protocol ondersteunt voor het koppelen en insluiten van objecten. Een OLE-object van een OLE-server, bijvoorbeeld een Windows Paint-afbeelding of een Excel-spreadsheet, kan zijn gekoppeld aan of zijn ingesloten in een veld, formulier of rapport.

OLE-object, gegevenstype

Een veldgegevenstype dat u gebruikt voor objecten die in andere toepassingen zijn gemaakt en die kunnen zijn gekoppeld of ingesloten (ingevoegd) in een Access-database.

OLE-server

Een toepassing of DLL waarmee een gekoppeld of ingesloten OLE-object wordt doorgegeven aan een ander programma. Als een OLE-object in een Access-database bijvoorbeeld een Excel-werkblad bevat, is Excel de OLE-server.

opbouwfunctie voor ODBC-verbindingsreeksen

Een Access-hulpprogramma dat u kunt gebruiken om verbinding te maken met een SQL-database wanneer u een pass through-query maakt. Als u de query opslaat, wordt de verbindingsreeks opgeslagen met de query.

outer join

Een join waarin elke overeenkomende record uit twee tabellen wordt gecombineerd in één record in de queryresultaten en waarbij uit minimaal één tabel alle records worden gecombineerd, zelfs als de waarden in het gecombineerde veld niet overeenkomen met de waarden in de andere tabel.


P

draaigrafiekweergave

Een weergave met een grafische analyse van gegevens in een gegevensblad of formulier. U kunt verschillende detailniveaus weergeven of de indeling opgeven door velden en items te verslepen of door items weer te geven en te verbergen in de vervolgkeuzelijsten voor de velden.

draaitabelformulier

Een interactieve tabel waarin grote hoeveelheden gegevens worden samengevat via indelings- en berekeningsmethoden die u kiest. U kunt de rij- en kolomkoppen draaien om de gegevens op verschillende manieren te bekijken, net als bij een Excel-draaitabelrapport.

draaitabellijst

Een Microsoft Office Web Component waarmee gegevens op een webpagina interactief kunnen worden geanalyseerd. Gegevens die in een rij- en kolomindeling worden weergegeven, kunnen zodanig worden verplaatst, gefilterd, gesorteerd en berekend dat ze betekenisvol zijn voor de doelgroep.

draaitabelweergave

Een weergave waarin gegevens in een gegevensblad of formulier worden samengevat en geanalyseerd. U kunt verschillende detailniveaus gebruiken of gegevens organiseren door de velden en items te verslepen of door items weer te geven en te verbergen in de vervolgkeuzelijsten voor de velden.

eigenschappenvenster

Een venster voor het bekijken of wijzigen van de eigenschappen van verschillende objecten, zoals tabellen, query's, velden, formulieren, rapporten, Data Access-pagina's en besturingselementen.

gedeeltelijke replica

Een database die een subset bevat van de records in een volledige replica. Bij een gedeeltelijke replica kunt u filters instellen en relaties aangeven die bepalen welke subset van de records in de volledige replica aanwezig moet zijn in de database.

machtigingen

Een set kenmerken die aangeven wat voor type toegang een gebruiker heeft tot gegevens of objecten in een database.

modulegebonden procedure

De procedure Sub of Function wordt als modulegebonden gedeclareerd door het sleutelwoord Private te gebruiken in een Declare-instructie. Modulegebonden procedures zijn alleen beschikbaar voor gebruik door andere procedures binnen dezelfde module.

openbare variabele

Een variabele die u declareert met het sleutelwoord Public in de declaratiesectie van een VBA-module (Visual Basic for Applications). Een openbare variabele kan worden gedeeld door alle procedures in elke module in een database.

pagina (gegevensopslag)

Een gedeelte van het databasebestand waarin recordgegevens worden opgeslagen. Afhankelijk van de grootte van de records kan een pagina (van 4 KB groot) meerdere records bevatten.

paginakoptekst

Bevat een titel, kolomkoppen, datums of paginanummers en wordt boven aan elke pagina weergegeven in een formulier of rapport. In een formulier wordt de paginakoptekst alleen weergegeven wanneer u het formulier afdrukt.

paginavoettekst

Bevat paginasamenvattingen, datums of paginanummers en wordt onder aan elke pagina weergegeven in een formulier of rapport. In een formulier wordt de paginavoettekst alleen weergegeven wanneer u het formulier afdrukt.

parameterquery

Een query waarin een gebruiker interactief een of meer criteriawaarden opgeeft. Een parameterquery is geen afzonderlijk type query, maar het is een flexibeler type query.

Pass Through-query

Een SQL-query die u gebruikt om opdrachten rechtstreeks naar een ODBC-databaseserver te sturen. Als u Pass Through-query's gebruikt, werkt u rechtstreeks met de tabellen op de server en worden de gegevens niet verwerkt via de Microsoft Jet Database Engine.

permanent object

Een object dat is opgeslagen in de database, bijvoorbeeld een databasetabel of QueryDef-object. Recordset-objecten van het type dynaset of momentopname worden niet als permanente objecten beschouwd, omdat ze in het geheugen worden gemaakt op het moment dat ze nodig zijn.

persoonlijke id

Een hoofdlettergevoelige alfanumerieke tekenreeks met een lengte van 4 tot 20 tekens die in Access in combinatie met de accountnaam wordt gebruikt om een gebruiker of een groep te identificeren in een Access-werkgroep.

pessimistisch

Een type vergrendeling waarbij de pagina met een of meer records, inclusief de record die wordt bewerkt, niet beschikbaar is voor andere gebruikers terwijl u de methode Edit gebruikt. De pagina is pas weer beschikbaar wanneer u de methode Update gebruikt.

pi

Een wiskundige constante die staat voor ongeveer 3,1415926535897932.

plusaanwijzer

Het teken dat verschijnt wanneer u de aanwijzer naar de linkerrand van een veld in een gegevensblad beweegt. Wanneer het plusteken verschijnt, kunt u erop klikken om het volledige veld te selecteren.

pop-upformulier

Een formulier dat op de voorgrond van andere vensters wordt weergegeven. Een pop-upformulier kan modaal of zonder modus zijn.

primaire sleutel

Een of meer velden (kolommen) waarvan de waarden een unieke aanduiding vormen van records in een tabel. Voor een primaire sleutel zijn Null-waarden niet toegestaan. Bovendien moet een primaire sleutel altijd een unieke index hebben. Een primaire sleutel wordt gebruikt om een tabel te koppelen aan refererende sleutels in andere tabellen.

primaire tabel

De 'één-kant' van twee verwante tabellen in een een-op-veel-relatie. Een primaire tabel moet een primaire sleutel hebben en elke record moet uniek zijn.

procedure

Een reeks declaraties en instructies in een module die als een eenheid worden uitgevoerd. In een VBA-module (Visual Basic for Applications) behoren zowel Sub- als Function-procedures tot de procedures.

procedureniveau

Hiermee worden variabelen of constanten beschreven die zijn gedeclareerd in een procedure. Variabelen en constanten die in een procedure zijn gedeclareerd, zijn alleen beschikbaar voor de desbetreffende procedure.

project

Alle codemodules in een database, waaronder standaardmodules en klassemodules. Standaard heeft het project dezelfde naam als de database.

pseudo-index

Een dynamische kruisverwijzing van een of meer tabelgegevensvelden (kolommen) waardoor een ODBC-tabel (servertabel) zonder een unieke index kan worden bewerkt.

publicatie

In een Access-project kan een publicatie een of meer gepubliceerde tabellen of opgeslagen procedure-artikelen bevatten uit een gebruikersdatabase. Elke gebruikersdatabase kan een of meer publicaties bevatten. Een artikel is een groep gegevens die als een eenheid wordt gerepliceerd.

publiceren

Een database opslaan naar een server voor documentbeheer, zoals een server waarop Windows SharePoint Services wordt uitgevoerd.

variabele op procedureniveau

Een variabele die in een procedure is gedeclareerd. Variabelen op procedureniveau zijn altijd specifiek voor de procedure waarin deze zijn gedeclareerd.


Q

query

Een vraag over de gegevens die in de tabellen zijn opgeslagen, of een aanvraag om een actie op de gegevens uit te voeren. Een query kan gegevens uit meerdere tabellen samenbrengen die vervolgens fungeren als gegevensbron voor een formulier of rapport.

QueryDef

Een opgeslagen definitie van een query in een Access-database of een tijdelijke definitie van een query in een ODBCDirect-werkruimte.

queryvenster

Een venster waarin u met query's werkt in de ontwerpweergave, de gegevensbladweergave, de SQL-weergave of het afdrukvoorbeeld.


R

database waarnaar wordt verwezen

De Access-database waarnaar de gebruiker een verwijzing heeft gemaakt vanuit de huidige database. De gebruiker kan een verwijzing maken naar een database en vervolgens procedures aanroepen binnen standaardmodules in die database.

gereserveerd woord

Een woord dat deel uitmaakt van een taal, zoals Visual Basic. Gereserveerde woorden zijn onder andere de namen van instructies, vooraf gedefinieerde functies en gegevenstypen, methoden, operatoren en objecten.

query opnieuw uitvoeren

Een query waarop het actieve formulier of gegevensblad is gebaseerd, opnieuw uitvoeren, zodat wijzigingen in de records worden weergegeven, nieuw toegevoegde records worden weergegeven en verwijderde records uit de weergave worden verwijderd.

rapport

Een Access-databaseobject waarmee gegevens worden afgedrukt volgens een door u opgegeven indeling en opmaak. Voorbeelden van rapporten zijn verkoopoverzichten, telefoonlijsten en adresetiketten.

Rapport, objecttabblad

Een objecttabblad waarin u werkt met rapporten in de ontwerpweergave, de indelingsweergave of het afdrukvoorbeeld.

rapportkiezer

Het vak waarin de linialen bij elkaar komen in de linkerbovenhoek van een rapport in de ontwerpweergave. Gebruik dit vak om bewerkingen op rapportniveau uit te voeren, zoals het selecteren van het rapport.

rapportkoptekst

Een sectie aan het begin van een rapport waarin informatie, zoals een titel, datum of rapportintroductie, wordt geplaatst.

rapportmodule

Een module die VBA-code (Visual Basic for Applications) bevat voor alle gebeurtenisprocedures die worden getriggerd door gebeurtenissen die optreden op een specifiek rapport of de bijbehorende besturingselementen.

rapportmomentopname

Een bestand (met de extensie SNP) dat een getrouwe kopie bevat van elke pagina van een Access-rapport. De tweedimensionale indeling, afbeeldingen en andere in het rapport ingesloten objecten blijven hierbij behouden.

rapportvoettekst

Een rapportsectie waarin informatie wordt geplaatst die gewoonlijk onder aan de pagina wordt weergegeven, zoals paginanummers, datums en totalen.

real, gegevenstype

Een niet-exact numeriek gegevenstype in een Access-project, met zeven decimalen. Het kan positieve waarden bevatten tussen 1,18E - 38 en 3,40E + 38, negatieve waarden tussen -1,18E - 38 en -3,40E + 38, of nul.

recordbron

De onderliggende gegevensbron voor een formulier, rapport of Data Access-pagina. In een Access-database kan dit een tabel, query of SQL-instructie zijn. In een Access-project kan dit een tabel, weergave, SQL-instructie of opgeslagen procedure zijn.

recordkiezer

Een klein vak of een kleine balk links van een record waarop u kunt klikken om de volledige record te selecteren in de gegevensbladweergave en formulierweergave.

Recordnavigatie, besturingselement

Een besturingselement dat op een Data Access-pagina wordt gebruikt om een recordnavigatiewerkbalk weer te geven. Op een gegroepeerde pagina kunt u een navigatiewerkbalk aan elk groepsniveau toevoegen. U kunt het besturingselement Recordnavigatie aanpassen door de bijbehorende eigenschappen te wijzigen.

recordnummervak

Een klein vak waarin het huidige recordnummer wordt weergegeven in de linkerbenedenhoek in de gegevensbladweergave en de formulierweergave. Als u naar een specifieke record wilt gaan, typt u het desbetreffende recordnummer in het vak en drukt u op Enter.

recordset

De verzamelnaam die wordt gebruikt voor Recordset-objecten van het type Tabel, Dynaset en Momentopname. Deze objecten zijn verzamelingen records die de regels voor objecten volgen.

referentiële integriteit

Regels waaraan u zich houdt om de gedefinieerde relaties tussen tabellen te behouden wanneer u records toevoegt, bijwerkt of verwijdert.

relatie

Een koppeling tussen gemeenschappelijke velden (kolommen) in twee tabellen. Een relatie kan een een-op-een-, een een-op-veel- of een veel-op-een-relatie zijn.

Relaties, objecttabblad

Een objecttabblad waarop u relaties tussen tabellen en query's kunt bekijken, maken en wijzigen.

relatieve plaatsing of inlineplaatsing

Hiermee plaatst u het element in de normale HTML-volgorde van het document, maar ten opzichte van de voorafgaande inhoud.

Repaint

Het scherm bijwerken. Met de methode Repaint worden eventuele wachtende schermbijwerkingen voor een opgegeven formulier voltooid.

replica

Een kopie van een database die deel uitmaakt van een replicaset en kan worden gesynchroniseerd met andere replica's in de set. Wijzigingen in de gegevens in een gerepliceerde tabel in één replica worden verzonden naar en toegepast op de andere replica's.

replicaset

Het ontwerpmodel en alle replica's met hetzelfde database-ontwerp en dezelfde unieke replicaset-id.

replicatie

Het proces waarbij een database wordt gekopieerd zodat er gegevens kunnen worden uitgewisseld tussen twee of meer kopieën of gerepliceerde objecten. Deze uitwisseling van gegevens wordt synchronisatie genoemd.

right outer join

Een outer join waarbij alle records aan de rechterkant van de RIGHT JOIN-bewerking in de SQL-instructie van de query worden toegevoegd aan de resultaten van de query, zelfs als het gekoppelde veld in de tabel aan de linkerkant geen overeenkomende waarden bevat.

rijgebied

Het gedeelte van een draaitabelweergave dat rijvelden bevat.

rijkiezer

Een klein vak of een balk waarmee, als erop geklikt wordt, een volledige rij wordt geselecteerd in de tabel- of macro-ontwerpweergave, of wanneer u records sorteert en groepeert in de rapportontwerpweergave.

rijveld

Een veld in het rijgebied van de draaitabelweergave. Items in rijvelden worden aan de linkerkant van de weergave weergegeven. De binnenste rijvelden bevinden zich het dichtst bij het detailgebied. De buitenste rijvelden worden links van de binnenste rijvelden weergegeven.

terugdraaiactie

Het proces waarbij een transactie in behandeling wordt beëindigd of geannuleerd zonder dat de wijzigingen worden opgeslagen.

topologie van replicaset

De volgorde waarin wijzigingen worden doorgegeven van replica naar replica. De topologie bepaalt hoe snel wijzigingen die in een andere replica zijn aangebracht, in uw replica worden doorgevoerd.

vernieuwen

In een Access-database geeft u met deze opdracht de records in een formulier of gegevensblad opnieuw weer om de wijzigingen te bekijken die andere gebruikers hebben aangebracht. In een Access-project voert u met deze opdracht een query opnieuw uit waarop het actieve formulier of gegevensblad is gebaseerd, zodat de wijzigingen in records worden getoond.

verwijzende database

De huidige Access-database van waaruit de gebruiker een verwijzing heeft gemaakt naar een andere Access-database. De gebruiker kan een verwijzing maken naar een database en vervolgens procedures aanroepen binnen standaardmodules in die database.


S

abonnement

De database die tabellen en gegevens ontvangt die worden gerepliceerd uit een publicatiedatabase in een Access-project.

abonneren

Hierbij komt u overeen dat u een publicatie wilt ontvangen in een Access-database of een Access-project. Een abonneedatabase is geabonneerd op gerepliceerde gegevens uit een publicatiedatabase.

beveiligde werkgroep

Een Access-werkgroep waarbij gebruikers zich aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord en waarin de toegang tot databaseobjecten is beperkt via machtigingen die aan specifieke gebruikersaccounts en -groepen zijn verleend.

door de server gegenereerde HTML

Een ASP- (Active Server Pages) of een IDC/HTX-bestand dat wordt uitgevoerd uit een tabel, query of formulier, dat is gekoppeld aan een ODBC-gegevensbron en wordt verwerkt door de Internet Information Server om dynamisch alleen-lezen HMTL-bestanden te maken.

door de server gegenereerde HTML: Active Server Pages

momentopname

Een statisch beeld van een gegevensset, zoals de records die worden afgebeeld als het resultaat van een query. Recordset-objecten van het type momentopname kunnen worden gemaakt aan de hand van een basistabel, een query of een andere recordset.

opgeslagen procedure

Een vooraf gecompileerde verzameling SQL-instructies en optionele instructies voor datatransportbesturing die onder een bepaalde naam wordt opgeslagen en als eenheid wordt verwerkt. De verzameling wordt opgeslagen in een SQL-database en kan vanuit een toepassing worden aangeroepen en uitgevoerd.

reekspunt

Een afzonderlijke gegevenswaarde die in een grafiek is uitgezet en die wordt aangeduid door een kolom, balk, lijn, cirkel, ring of een andere gegevensmarkering.

reeksveld

Een veld dat in het reeksgebied van een grafiek wordt weergegeven en dat reeksitems bevat. Een reeks is een groep gerelateerde gegevenspunten.

scheidingsteken

Een teken waarmee teksteenheden of getallen van elkaar worden gescheiden.

sectie

Een gedeelte van een formulier of rapport, zoals een koptekst, voettekst of detailsectie.

sectiekiezer

Het vak aan de linkerzijde van een sectiebalk wanneer een object is geopend in de ontwerpweergave. Gebruik dit vak om bewerkingen op sectieniveau uit te voeren, zoals het selecteren van de sectie.

sectiekop

De horizontale balk boven een formulier- of rapportsectie in de ontwerpweergave. Op de sectiebalk worden het type en de naam van de sectie weergegeven. Via deze balk hebt u toegang tot het eigenschappenvenster van de sectie.

seed

Een beginwaarde voor het genereren van pseudo-willekeurige getallen. In de instructie Randomize wordt bijvoorbeeld een seed-getal gemaakt dat door de functie Rnd wordt gebruikt om unieke reeksen met pseudo-willekeurige getallen te maken.

selectiekader

De rechthoek die wordt gevormd door de momenteel geselecteerde rijen (records) en kolommen (velden) binnen de gegevensbladweergave.

selectiequery

Een query waarmee een vraag wordt gesteld over de gegevens die in uw tabellen zijn opgeslagen en waarmee een resultatenset wordt geretourneerd in de vorm van een gegevensblad zonder dat de gegevens worden gewijzigd.

self-join

Een join waarbij een tabel met zichzelf wordt gecombineerd. Records uit de tabel worden alleen gecombineerd met andere records uit dezelfde tabel wanneer de gekoppelde velden overeenkomende waarden bevatten.

serverformulierfilter

Een techniek waarbij een versie van het huidige formulier of het huidige gegevensblad wordt gebruikt met lege velden waarin u de waarden kunt opgeven die de gefilterde records moeten bevatten. De gegevens worden door de server gefilterd voordat ze uit de database worden opgehaald.

sessie

Een aantal opeenvolgende bewerkingen die via de Access-database-engine worden uitgevoerd. De sessie wordt geopend wanneer een gebruiker zich aanmeldt en afgesloten wanneer de gebruiker zich afmeldt. Alle bewerkingen tijdens een sessie vormen één transactiebereik waarop de aanmeldmachtigingen van de gebruiker van toepassing zijn.

smalldatetime, gegevenstype

Een gegevenstype voor de datum en tijd in een Access-project dat minder nauwkeurig is dan het gegevenstype 'datetime'. De datumwaarden liggen tussen 1 januari 1900 en 6 juni 2079, met een nauwkeurigheid van één minuut.

smallint, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project van 2 bytes (16 bits) waarin gehele getallen worden opgeslagen in het bereik tussen -2^15 (-32.768) en 2^15 - 1 (32.767).

smallmoney, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project waarin geldwaarden worden opgeslagen tussen -214.748,3648 en 214.748,3647, met een nauwkeurigheid van een tienduizendste deel van een geldeenheid. Wanneer smallmoney-waarden worden weergegeven, worden ze afgerond op twee decimalen.

Snapshot Viewer

Een programma waarmee u een momentopname, bijvoorbeeld van een rapport, kunt bekijken, afdrukken of versturen. Snapshot Viewer bestaat uit een zelfstandig uitvoerbaar programma, een besturingselement voor Snapshot Viewer (Snapview.ocx) en andere gerelateerde bestanden.

Snapshot Viewer, besturingselement

Een ActiveX-besturingselement (Snapview.ocx) waarmee u een momentopnamerapport kunt bekijken vanuit Microsoft Internet Explorer 3.0 of hoger of vanuit een willekeurige andere toepassing waarin ActiveX-besturingselementen worden ondersteund, zoals Access of Microsoft Visual Basic.

sql variant, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project waarin waarden van verschillende gegevenstypen worden opgeslagen, behalve de gegevenstypen text, ntext, image, timestamp en sql_variant. Het gegevenstype wordt gebruikt in een kolom, parameter, variabele of de retourwaarde van een door de gebruiker gedefinieerde functie.

SQL-database

Een database die is gebaseerd op SQL (Structured Query Language).

SQL-specifieke query

Een query die bestaat uit een SQL-instructie. Subquery's en pass through-query's, samenvoeg- en definitiequery's zijn SQL-specifieke query's.

SQL-tekenreeks/instructie

Een expressie waarin een SQL-opdracht wordt gedefinieerd, zoals SELECT, UPDATE of DELETE, en die componenten bevat zoals WHERE en ORDER BY. SQL-tekenreeksen/-instructies worden meestal gebruikt in query's en in statistische functies.

SQL-weergave

Een objecttabblad waarop de SQL-instructie voor de huidige query wordt weergegeven of dat wordt gebruikt om een SQL-specifieke query (samenvoeg-, pass through- of definitiequery) te maken. Wanneer u een query maakt in de ontwerpweergave, wordt het SQL-equivalent door Access in de SQL-weergave weergegeven.

standaarddeviatie

Een parameter die aangeeft hoe de resultaten van een kansfunctie variëren rond het gemiddelde van de functie en die gelijk is aan de vierkantswortel van het punt waar de deviatie van het gemiddelde wordt gekwadrateerd.

standaardmodule

Een VBA-module (Visual Basic for Applications) waarin u Sub- en Function-procedures kunt opnemen die u ter beschikking wilt stellen aan andere procedures in uw database.

subformulier

Een formulier dat is opgenomen in een ander formulier of een rapport.

subformulier/subrapport, besturingselement

Een besturingselement waarmee een subformulier in een formulier wordt weergegeven of een subrapport in een rapport.

subgegevensblad

Een gegevensblad dat is genest in een ander gegevensblad en dat gegevens bevat die zijn gerelateerd aan of zijn gekoppeld aan het eerste gegevensblad.

Sub-procedure

Een VBA-procedure (Visual Basic for Applications ) waarmee een bewerking wordt uitgevoerd. Anders dan de Function-procedure, geeft een Sub-procedure geen waarde als resultaat. Een Sub-procedure begint met een Sub-instructie en eindigt met een End Sub-instructie.

subquery

Een SQL SELECT-instructie in een selectie- of actiequery.

subrapport

Een rapport in een rapport.

synchronisatie

Het proces waarbij twee leden van een replicaset worden bijgewerkt doordat alle bijgewerkte records en objecten van elk lid worden uitgewisseld. Twee leden van een replicaset zijn gesynchroniseerd als de wijzigingen die in elk lid zijn aangebracht, zijn doorgevoerd in het andere lid.

sysname, gegevenstype

Een door het systeem geleverd, door de gebruiker gedefinieerd gegevenstype in een Access-project dat wordt gebruikt voor tabelkolommen, variabelen en opgeslagen procedureparameters waarin objectnamen worden opgeslagen.

systeemobject

Databaseobjecten die worden gedefinieerd door het systeem, zoals de tabel MSysIndexes, of door de gebruiker. U kunt een systeemobject maken door USys op te nemen als de eerste vier letters in de objectnaam.

tekenreeksafsluiting

Teksttekens die een in een tekenreeks ingesloten tekenreeks markeren. Enkele aanhalingstekens (') en dubbele aanhalingstekens (") zijn scheidingstekens voor tekenreeksen.


T

knopinfo

Korte beschrijvingen van de namen van opdrachten en knoppen op het lint. Knopinfo wordt weergegeven als de muisaanwijzer zich op deze opdrachten en knoppen bevindt.

tabbesturingselement

Een besturingselement waarmee u één formulier of dialoogvenster kunt maken dat meerdere pagina's bevat, elk met een tab en met een aantal soortgelijke besturingselementen, zoals tekstvakken of keuzerondjes. Wanneer een gebruiker op een tab klikt, wordt de desbetreffende pagina actief.

tabel

Een databaseobject waarin gegevens in records (rijen) en velden (kolommen) worden opgeslagen. De gegevens betreffen gewoonlijk categorieën, zoals werknemers of orders.

tabel, gegevenstype

Een speciaal gegevenstype in een Access-project dat wordt gebruikt om een resultatenset op te slaan in een lokale variabele of een retourwaarde van een door de gebruiker gedefinieerde functie om later te worden verwerkt. Het tabelgegevenstype kan worden gebruikt in plaats van een tijdelijke tabel die in de tempdb-database is opgeslagen.

Tabel, objecttabblad

Een objecttabblad in een Access-database waarin u met tabellen werkt in de ontwerpweergave of de gegevensbladweergave.

tabeleigenschappen

De kenmerken van een tabel in een Access-database die de weergave of het gedrag van de gehele tabel bepalen. Tabeleigenschappen worden in de tabelontwerpweergave ingesteld, evenals veldeigenschappen.

tekst, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project met een variabele lengte waarin maximaal 2^31 - 1 (2.147.483.647) tekens kunnen worden opgeslagen. De standaardlengte is 16.

Tekst, gegevenstype

Een veldgegevenstype in een Access-database. Tekstvelden kunnen maximaal 255 tekens bevatten of het aantal tekens dat is vastgelegd in de eigenschap Veldlengte, afhankelijk van de vraag welke van deze twee waarden de laagste is.

tekstvak

Een besturingselement, ook wel invoervak genoemd, dat in een formulier of rapport wordt gebruikt voor weergave of invoer van tekst. Aan een tekstvak kan een label zijn gekoppeld.

timestamp, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project dat automatisch wordt bijgewerkt telkens wanneer er een rij wordt ingevoegd of bijgewerkt. Waarden in timestamp-kolommen zijn geen datetime-gegevens, maar gegevens van het type binary(8) of varbinary(8), die de volgorde van wijzigingen aangeven.

tinyint, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project van 1 byte (8 bits) waarin gehele getallen worden opgeslagen tussen 0 en 255.

topologie

De volgorde waarin wijzigingen worden doorgegeven van replica naar replica. Topologie speelt een belangrijke rol omdat de topologie bepaalt hoe snel wijzigingen in een replica worden doorgevoerd in uw replica.

totaalrij

Een rij in een gegevensblad waarin uw keuze van samenvattingsgegevens voor elk veld wordt weergegeven op basis van het type gegevens in het veld.

totaalveld

Een veld waarin gegevens uit de onderliggende recordbron worden samengevat. In een totaalveld kan een samenvattingsfunctie worden gebruikt, zoals Sum of Count, of een expressie voor het berekenen van totaalwaarden.

totalenquery

Een query waarmee totaalwaarden worden berekend, zoals het gemiddelde of een som, voor waarden in verschillende velden uit een of meer tabellen. Een totalenquery is geen afzonderlijk soort query, maar het is een flexibeler type selectiequery.

transactie

Een reeks wijzigingen die in de datum en het schema van een database worden aangebracht. Als elementen van de transactie mislukken, mislukt de hele transactie en worden gegevens 'teruggedraaid'.

trigger

Een speciale vorm van een opgeslagen procedure die automatisch wordt uitgevoerd wanneer gegevens in een opgegeven tabel worden gewijzigd. Triggers worden vaak gemaakt om referentiële integriteit of consistentie af te dwingen tussen logisch gerelateerde gegevens in verschillende tabellen.

werkset

Een set hulpprogramma's die beschikbaar is in de ontwerpweergave voor het toevoegen van besturingselementen aan een formulier of rapport.

wisselknop

Een besturingselement dat functioneert als aan/uit-knop in een formulier of rapport. Een wisselknop kan tekst of een afbeelding bevatten en kan zelfstandig of als onderdeel van een groepsvak worden gebruikt.


U

beveiliging op gebruikersniveau

Wanneer u beveiliging op gebruikersniveau gebruikt in een Access-database, kan een databasebeheerder of de eigenaar van een object specifieke machtigingen aan afzonderlijke gebruikers toekennen voor toegang tot tabellen, query's, formulieren, rapporten en macro's.

bijwerkbare momentopname

Een soort recordset die efficiënt werkt in een client/server-omgeving doordat gegevens op de client in een cachegeheugen worden geplaatst. De benodigde interactie met de server voor het ophalen en bijwerken van gegevens is daarom minimaal.

bijwerken

Een wijziging van gegevens in een record accepteren. De wijzigingen worden in de database opgeslagen wanneer u naar een andere record gaat in een formulier of een gegevensblad of wanneer u de record expliciet opslaat.

bijwerkquery

Een actiequery (SQL-instructie) waarmee u een set records wijzigt op basis van criteria (zoekcriteria) die u opgeeft.

Door de gebruiker gedefinieerd gegevenstype

Een definitie van het type gegevens dat een kolom kan bevatten in een Microsoft SQL Server-database. Het gegevenstype wordt door de gebruiker gedefinieerd met bestaande systeemgegevenstypen. Regels en standaardinstellingen kunnen alleen afhankelijk zijn van door de gebruiker gedefinieerde gegevenstypen.

door de gebruiker gedefinieerd object

Een aangepast object dat in een klassemodule van een formulier of rapport is gedefinieerd. In een klassemodule kunt u eigenschappen en methoden maken voor een nieuw object, een nieuw exemplaar van het object maken en het object bewerken met deze eigenschappen en methoden.

door de gebruiker gedefinieerd type

Een willekeurig gegevenstype in VBA (Visual Basic for Applications) dat is gedefinieerd met de instructie Type. Door de gebruiker gedefinieerde gegevenstypen kunnen een of meer elementen van een willekeurig gegevenstype bevatten. Matrices van door de gebruiker gedefinieerde gegevenstypen en andere gegevenstypen kunt u maken met de instructie Dim.

door de gebruiker gedefinieerde collectie

Een collectie die u maakt door objecten toe te voegen aan een Collection-object. Items in een collectie die wordt gedefinieerd door het Collection-object, worden geïndexeerd, te beginnen met 1.

door gebruiker gedefinieerde functie

Een query waarvoor invoerparameters worden opgegeven en die een opgeslagen procedure als resultaat geeft. Typen: scalair (meerdere instructies, geeft één waarde als resultaat), inline (één instructie, een tabelwaarde die kan worden bijgewerkt) en tabel (meerdere instructies, tabelwaarde).

Gebruikers, groep

Het groepsaccount dat alle gebruikersaccounts bevat. In Access worden gebruikersaccounts automatisch toegevoegd aan de groep Gebruikers op het moment dat u de gebruikersaccounts maakt.

gebruikersaccount

Een account dat wordt geïdentificeerd door een gebruikersnaam en een persoonlijke id (PID) dat is gemaakt om de machtigingen van gebruikers te beheren voor toegang tot databaseobjecten in een Access-werkgroep.

kader voor niet-afhankelijk object

Een besturingselement dat u op een formulier of rapport plaatst en dat een niet-afhankelijk object bevat. Een niet-afhankelijk object is een object, zoals een afbeelding, waarvan de waarde niet wordt afgeleid van gegevens die in een tabel zijn opgeslagen.

niet-afhankelijk besturingselement

Een besturingselement dat niet is gekoppeld aan een veld in een onderliggende tabel, query of SQL-instructie. Een niet-afhankelijk besturingselement wordt vaak gebruikt om informatieve tekst of decoratieve afbeeldingen weer te geven.

niet-afhankelijk formulier of rapport

Een formulier of rapport dat niet is gekoppeld aan een recordbron, zoals een tabel, query of SQL-instructie. (De eigenschap RecordSource van het formulier of rapport is leeg.)

samenvoegquery

Een query waarbij de operator UNION wordt gebruikt om de resultaten van twee of meer selectiequery's te combineren.

unieke index

Een index die wordt gedefinieerd door de eigenschap Indexed van een veld in te stellen op Ja (geen duplicaten). Bij een unieke index zijn geen dubbele items toegestaan in het geïndexeerde veld. Als u een veld instelt als de primaire sleutel,definieert u het veld automatisch als uniek.

uniqueidentifier, gegevenstype

Een GUID (Globally Unique Identifier) van 16 bytes in een Access-project.


V

validatie

Het proces waarbij wordt gecontroleerd of ingevoerde gegevens voldoen aan bepaalde voorwaarden of beperkingen.

validatieregel

Een eigenschap waarmee geldige invoerwaarden worden gedefinieerd voor een veld of record in een tabel of voor een besturingselement in een formulier. Wanneer de regel wordt geschonden, wordt in Access het bericht weergegeven dat is opgegeven in de eigenschap ValidationText.

VarBinary, gegevenstype

Een gegevenstype in een Access-project met een variabele lengte en met maximaal 8000 bytes binaire gegevens.

varchar

Een gegevenstype met een variabele lengte in een Access-project, met maximaal 8000 ANSI-tekens.

variantexpressie

Een expressie die numerieke gegevens, tekenreeksen, datums en de speciale waarden Empty en Null kan opleveren.

variantie

Het kwadraat van de standaarddeviatie. Het is een meting van de hoeveelheid waarmee alle waarden in een groep variëren ten opzichte van de gemiddelde waarde van de groep.

weergave

Een query die een virtuele tabel is die is gebaseerd op een SQL SELECT-instructie in een Access-project. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een weergave slechts 3 van 10 beschikbare kolommen bevat bij een koppeling van twee tabellen, zodat de toegang tot bepaalde gegevens wordt beperkt.

zichtbaarheid

Een eigenschap van een replica die aangeeft met welke leden van de replicaset de replica kan worden gesynchroniseerd en welke regels voor conflictoplossing van toepassing zijn. Op replica's zijn drie typen zichtbaarheid van toepassing: globaal, lokaal en anoniem.


W

jokertekens

U kunt deze tekens gebruiken in query's en expressies om alle records, bestandsnamen of andere items op te nemen die beginnen met specifieke tekens of die voldoen aan een bepaald patroon.

WHERE-component

Het gedeelte van een SQL-instructie waarin wordt aangegeven welke records moeten worden opgehaald.


X

XML-element

Informatie die wordt begrensd door een begin- en eindcode in een XML-document (Extended Markup Language). Een voorbeeld is <Achternaam>Bruin</Achternaam>.

XML-entiteiten

Combinaties van tekens en symbolen die andere tekens vervangen wanneer een XML-document wordt geparseerd. Gewoonlijk zijn dit tekens die een andere betekenis hebben in XML. &lt; vervangt bijvoorbeeld het symbool <, dat ook het openingshaakje is voor een code.

XML-kenmerk

Informatie over een code die aan de code wordt toegevoegd, zoals <hoeveelheid="2"eenheden="kopjes">bloem</ingrediënt>. In dit voorbeeld zijn hoeveelheid en eenheden kenmerken.


Y

ja/nee, gegevenstype

Een veldgegevenstype dat u gebruikt voor velden die slechts een van twee waarden mogen bevatten, zoals Ja of Nee en Waar of Onwaar. Velden van dit type mogen geen Null-waarden bevatten.


Z

tekenreeks met lengte nul

Een tekenreeks zonder tekens. U kunt een tekenreeks met de lengte nul gebruiken om aan te geven dat u weet dat een veld geen waarde heeft. U voert een tekenreeks met de lengte nul in door twee dubbele aanhalingstekens te typen zonder spatie ertussen ("").

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×