Rapporten maken

Rapporten wijzigen en afdrukken

Uw browser biedt geen ondersteuning voor video. Installeer Microsoft Silverlight, Adobe Flash Player of Internet Explorer 9.

Ook als een rapport alle gewenste gegevens bevat, kan het zijn dat uw huisstijl niet goed tot uitdrukking komt. U kunt daarom het uiterlijk van het rapport wijzigen en een logo toevoegen voordat u het gaat afdrukken en delen.

Tip: Als u het ontwerp of de opmaak van een rapport wilt wijzigen, is het handig om de Indelingsweergave te gebruiken. Ga hiervoor naar het tabblad Start en kies Weergave > Indelingsweergave.

  • Als u de grootte van een veld wilt wijzigen, selecteert u het veld en sleept u de randen.

    Schermfragment van rapport met verkoopcijfers voor 2016

  • Als u een veld wilt verplaatsen, selecteert u het veld en sleept u het naar de nieuwe locatie. Als u meerdere velden wilt verplaatsen, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u de velden selecteert die u wilt verplaatsen en sleept u deze vervolgens naar de nieuwe locatie.

  • Als u een visueel thema wilt toevoegen aan alle rapporten en formulieren in uw database, gaat u naar het tabblad Ontwerp en selecteert u Thema's. Plaats de aanwijzer op een thema om te kijken hoe dit eruitziet. Als u alle kleuren en lettertypen wilt wijzigen, selecteert u een thema.

  • Als u de tekenstijl voor een veld wilt wijzigen, selecteert u het veld dat u wilt wijzigen. Selecteer vervolgens op het tabblad Opmaak een lettertype, tekengrootte, tekstkleur en uitlijning.

  • Als u een achtergrondafbeelding wilt toevoegen aan een rapport, gaat u naar het tabblad Opmaak en selecteert u Achtergrondafbeelding > Bladeren. Ga vervolgens naar de map met de afbeelding, selecteer de afbeelding en selecteer Openen.

Opmerking: Wijzigingen aan het ontwerp worden niet automatisch opgeslagen in Access. Het is dus belangrijk dat u de wijzigingen opslaat. Dit kan via de knop Opslaan op de werkbalk Snelle toegang.

Gegevens markeren met een regel voor voorwaardelijke opmaak

  1. Selecteer de velden met gegevens die u wilt markeren.
    Als u meerdere items wilt selecteren, houdt u Ctrl ingedrukt en selecteert u de velden of besturingselementen.

  2. Selecteer Opmaak > Voorwaardelijke opmaak.

  3. Selecteer Nieuwe regel en selecteer een regeltype.

  4. Typ bij De regelbeschrijving bewerken het bereik van de veldwaarden die u wilt markeren.

    Schermafbeelding van de gebruikersinterface van de functie Nieuwe opmaakregel

  5. Selecteer op de werkbalk Opmaak de tekenstijl en achtergrondkleur die u wilt gebruiken voor de gemarkeerde gegevens.

  6. Selecteer OK om de regel toe te passen op uw rapport.

Een logo toevoegen

  1. Selecteer Logo op het tabblad Ontwerp.

  2. Als u de afbeelding wilt toevoegen van aan het begin van het rapport, gaat u naar de map met de afbeelding, selecteert u de afbeelding en selecteert u Openen.

    • Als u het formaat van het logo wilt wijzigen, selecteert u een greep en sleept u deze totdat het logo de gewenste grootte heeft.

    • Als u het logo wilt verplaatsen, selecteert u het logo en sleept totdat het logo op de gewenste plaats wordt weergegeven.

Een rapport bekijken en afdrukken

  1. Selecteer Bestand > Afdrukken > Afdrukvoorbeeld.

    • Gebruik de pijlen bij Pagina om door het rapport te bladeren.

    • Als u een groter of kleiner voorbeeld wilt zien, gebruikt u de zoomknoppen.

  2. Als u de marges wilt wijzigen, selecteert u Marges en selecteert u vervolgens de gewenste voorinstelling voor de marges.

  3. Als u tevreden bent met het uiterlijk van het rapport, selecteert u Afdrukken en geeft u vervolgens de afdrukopties op. Kies zo nodig een andere printer en selecteer het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken.

  4. Selecteer OK om het rapport af te drukken.

Wilt u meer zien?

Inleiding tot rapporten in Access

Training voor Excel

Training voor Outlook

Stel dat u een eenvoudig databaserapport hebt gemaakt.

Hierin worden uw gegevens zo'n beetje naar behoren weergegeven.

Maar u wilt deze weergave iets verfijnen en het rapport vervolgens afdrukken om met anderen te delen.

Om met wat eenvoudige wijzigingen te beginnen, selecteert u de pijl onder Weergave en vervolgens Indelingsweergave.

U kunt ontwerp- of indelingswijzigingen in zowel de Ontwerpweergave als in de Indelingsweergave doorvoeren, maar u zult waarschijnlijk merken dat het wijzigen van de grootte van besturingselementen eenvoudiger is in de Indelingsweergave omdat u daarin de gegevens kunt zien.

Als u de grootte van een besturingselement wilt wijzigen, selecteert u het en sleept u vervolgens de rand ervan tot naar de gewenste grootte.

U ziet dat, wanneer u een label van een besturingselement wijzigt, de andere labels daarmee ook worden gewijzigd.

Als u een besturingselement en de bijbehorende labels wilt verplaatsen, selecteert u deze en sleept u ze naar de nieuwe locatie.

Als u het contextmenu wilt openen om meer opmaakopties voor rapporten te bekijken, selecteert u een besturingselement en drukt u op Shift + F10, of klikt u met de rechtermuisknop op het besturingselement.

U kunt dit menu onder andere gebruiken om de indeling te wijzigen, de groepeer- of sorteervolgorde te wijzigen en het eigenschappenvenster te openen.

Selecteer Eigenschappen om meer rapportopties te bekijken.

Het eigenschappenvenster bevat veel opties die u in het rapport kunt aanpassen.

U kunt ook de uitlijning van tekst in een besturingselement wijzigen.

Omdat Access ontwerpwijzigingen niet automatisch opslaat, selecteert u Opslaan op de werkbalk Snelle toegang.

Een goede manier om gegevens in een rapport te markeren, is door middel van een regel voor voorwaardelijke opmaak.

Stel, u wilt de orders markeren die van januari tot en met maart 2015 zijn verzonden.

Met het rapport in de indelingsweergave selecteert u de besturingselementen die u wilt markeren.

Als u meerdere besturingselementen wilt selecteren, houdt u de toets Ctrl ingedrukt en klikt u op de gewenste besturingselementen.

Selecteer Opmaak en vervolgens Voorwaardelijke opmaak.

Selecteer Nieuwe regel in het dialoogvenster.

Behoud het regeltype Waarden controleren in de huidige record of een expressie gebruiken.

Met het andere regeltype worden waarden met elkaar vergeleken via gegevensbalken.

Typ het bereik van de waarden die u wilt markeren.

Geef daaronder de notatie voor de waarden op.

Laten we de waarden opmaken als vetgedrukte tekst met een achtergrondkleur.

Hier ziet u hoe de waarden eruitzien in de voorwaardelijke opmaak. Selecteer OK.

De regel wordt toegepast op het rapport.

Als u het rapport nog aantrekkelijker en leesbaarder wilt maken, past u de kleur en het lettertype aan.

Met het rapport in de indelingsweergave selecteert u Ontwerp en vervolgens de pijl onder Thema's.

Wijs een thema aan om te bekijken hoe dit eruitziet in het rapport.

Wanneer u een thema hebt gevonden dat u geschikt vindt, selecteert u het. Het wordt toegepast op het rapport.

Als u alleen de kleuren wilt wijzigen, selecteert u Kleuren en vervolgens het gewenste schema.

Als u alleen het lettertype wilt wijzigen, selecteert u Lettertypen en selecteert u vervolgens het gewenste lettertype.

Voor nog meer professionele flair kunt u het logo van uw organisatie of een andere afbeelding als koptekst aan uw rapport toevoegen.

Met het rapport in de indelingsweergave selecteert u Ontwerp en vervolgens Logo.

Ga naar het afbeeldingsbestand en selecteer OK.

Het logo wordt toegevoegd aan de koptekst van het rapport.

Wijzig indien nodig de afmetingen van het logo.

Verplaats het logo naar de gewenste positie in de koptekst.

U zou ook een achtergrondafbeelding kunnen toevoegen aan het rapport, bijvoorbeeld een watermerk van uw logo of een foto van uw bekendste product.

Als u het rapport hebt gemaakt met de wizard Rapport of het hulpprogramma Rapport, wordt de actuele datum en het paginanummer weergegeven in de kop- of voettekst.

Maar als u het rapport met het hulpprogramma Rapportontwerp of Leeg rapport hebt gemaakt, wordt er geen kop- of voettekst gedefinieerd.

Als u paginanummers wilt toevoegen of wijzigen, selecteert u Ontwerp en vervolgens Paginanummers.

Geef de opmaak, positie en uitlijning van het paginanummer op.

Als u de datum aan de kop- of voettekst wilt toevoegen, wilt wijzigen of wilt verwijderen, selecteert u Datum en Tijd.

Geef op of u de datum of tijd wilt opnemen. Als u dit wilt, kiest u de opmaak.

Wanneer u op het punt staat uw rapport af te drukken, controleert u eerst of het er goed uitziet.

Selecteer achtereenvolgens Bestand, Afdrukken en Afdrukvoorbeeld.

Pas het rapport zo nodig aan met behulp van de opdrachten op het tabblad Afdrukvoorbeeld.

Zoom in of uit om het rapport beter te bekijken, of wijzig de marges of de afdrukstand.

Wanneer u tevreden bent over hoe het rapport eruitziet, klikt u op het tabblad Afdrukvoorbeeld en selecteert u Afdrukken.

Specificeer opties in het dialoogvenster Afdrukken, zoals de te gebruiken printer en het aantal exemplaren. Selecteer OK.

Het rapport wordt met uw verfijningen afgedrukt.

U hebt nu een overzichtelijk en professioneel uitziend rapport dat gemakkelijk te begrijpen is voor anderen.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×