Verklarende woordenlijst voor Excel

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

3D-OPMAAK

A

B

C

D

E

F

G

H

Ik

J

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

V

V

W

X

3D

Naar boven

3D-verwijzing

Een verwijzing naar een bereik dat meerdere werkbladen in een werkmap omvat.

wanden en basis in 3D-grafieken

De gebieden die om veel 3D-grafiektypen worden weergegeven en waaraan de grafiek zijn dimensie en grenzen ontleent. In het tekengebied worden twee wanden en een basis weergegeven.

A

Naar boven

activeren

Een grafiekblad of werkblad het actieve, of geselecteerde, blad maken. Het blad dat u activeert bepaalt welke menubalken en werkbalken worden weergegeven. Als u een blad wilt activeren, klikt u op de tab van dat blad in de werkmap.

actieve cel

De geselecteerde cel waarin gegevens worden ingevoerd wanneer u typt. Er is slechts één cel tegelijkertijd actief. De actieve cel wordt met een dikke rand gemarkeerd.

actief blad

Het blad in een werkmap dat u momenteel bewerkt. De naam op de tab van een actief blad wordt vetgedrukt weergegeven.

adres

Het pad naar een object, document, bestand, pagina of andere bestemming. Een adres kan een URL (webadres) of een UNC-pad (netwerkadres) zijn en verwijzen naar een bepaalde plaats in een bestand, zoals een bladwijzer in een Word-bestand of een celbereik in een Excel-werkblad.

andere opstartmap

Een extra opstartmap naast de map XLStart die de werkmappen en andere bestanden bevat die automatisch worden geopend wanneer u Excel start en de sjablonen die u wilt gebruiken voor het maken van nieuwe werkmappen.

andere opstartmap

Een extra opstartmap naast de map XLStart die de werkmappen en andere bestanden bevat die automatisch worden geopend wanneer u Excel start en de sjablonen die u wilt gebruiken voor het maken van nieuwe werkmappen.

argument

De waarden die bij een functie worden gebruikt om bewerkingen of berekeningen uit te voeren. Voor elke functie kunnen bepaalde typen argumenten worden gebruikt. Gangbare argumenten voor functies zijn getallen, tekst, celverwijzingen en namen.

array

Wordt gebruikt om enkelvoudige formules samen te stellen die meerdere resultaten opleveren of die worden toegepast op een groep argumenten die in rijen en kolommen zijn gerangschikt. Een matrixbereik heeft een gemeenschappelijke formule. Een matrixconstante bestaat uit een groep constanten die als argument worden gebruikt.

matrixformule

Een formule waarmee meerdere bewerkingen op een of meer waardesets worden uitgevoerd en die een of meerdere resultaten oplevert. Matrixformules worden tussen accolades { } geplaatst en uitgevoerd met CTRL+SHIFT+ENTER.

gekoppeld draaitabelrapport

Het rapport dat de brongegevens levert voor het draaigrafiekrapport. Het draaitabelrapport wordt automatisch gemaakt wanneer u een nieuw draaigrafiekrapport maakt. Als u de indeling van het ene rapport wijzigt, worden de wijzigingen ook in het andere rapport doorgevoerd.

AutoOpmaak

Een ingebouwde verzameling opmaakeigenschappen voor cellen, zoals tekengrootte, patronen en uitlijning, die u op een gegevensbereik kunt toepassen. Excel bepaalt de samenvattings- en detailniveaus in het geselecteerde bereik en past aan de hand daarvan de verschillende opmaakeigenschappen toe.

as

Een lijn die het tekengebied begrenst en een referentiekader vormt voor metingen. De Y-as loopt meestal verticaal en bevat gegevens. De x-as loopt meestal horizontaal en bevat categorieën.

B

Naar boven

basisadres

Het relatieve pad in Excel dat wordt gebruikt voor het bestemmingsadres wanneer u een hyperlink invoegt. Dit kan een internetadres (URL), een pad naar een map op uw vaste schijf of een pad naar een map in een netwerk zijn.

rand

Een decoratieve lijn die kan worden toegepast op cellen van het werkblad of objecten, zoals grafieken, afbeeldingen of tekstvakken. Randen onderscheiden, te benadrukken of items groeperen.

C

Naar boven

berekende kolom

In een Excel-tabel wordt een berekende kolom een formule die wordt aangepast voor elke rij. Deze automatisch uitgebreid extra rijen zodanig dat de formule onmiddellijk wordt uitgebreid tot de rijen.

berekend veld (database)

Een veld in de resultaatset van een query dat het resultaat van een expressie weergeeft in plaats van gegevens uit een database.

berekend veld (draaitabelrapport)

Een veld in een draaitabelrapport of draaigrafiekrapport waarin een door u gemaakte formule wordt gebruikt. Met berekende velden kunt u berekeningen uitvoeren voor de inhoud van andere velden in het draaitabelrapport of draaigrafiekrapport.

berekend item

Een item in een draaitabelveld of draaigrafiekveld waarin een door u gemaakte formule wordt gebruikt. Met berekende items kunt u berekeningen uitvoeren voor de inhoud van andere items in hetzelfde veld van het draaitabelrapport of draaigrafiekrapport.

categorieas

Een grafiekas die de categorie van elk gegevenspunt vertegenwoordigt. Hierbij worden willekeurige tekstwaarden weergegeven zoals Kwrt1, Kwrt2 en Kwrt3. Er kan geen schaalverdeling van numerieke waarden worden weergegeven.

categorieveld

Een veld dat wordt weergegeven in het categoriegebied van een draaigrafiekrapport. De items in een categorieveld worden weergegeven als labels op de categorieas.

cel

Een vak dat wordt gevormd door het snijpunt van een rij en kolom in een werkblad of een tabel, waarin u gegevens opgeven.

celverwijzing

De coördinatenset die een cel in een werkblad in beslag neemt. Zo is B3 de verwijzing naar de cel die zich op het snijpunt van kolom B en rij 3 bevindt.

certificeringsinstantie

Een commerciële organisatie, of een afdeling groep binnen een bedrijf, die met behulp van een programma als Microsoft Certificate Server digitale certificaten uitgeeft waarmee softwareontwikkelaars hun macro's kunnen voorzien van een digitale handtekening en gebruikers documenten kunnen ondertekenen.

wijzigingsoverzicht

Informatie die wordt bijgehouden over wijzigingen die in vorige sessies zijn aangebracht in een gedeelde werkmap. In het overzicht wordt bijgehouden wie welke wijziging heeft aangebracht, wanneer de wijziging is aangebracht en welke gegevens zijn gewijzigd.

vlakdiagram

De hele grafiek en alle bijbehorende elementen.

grafiekblad

Een blad in een werkmap dat alleen een grafiek bevat. Een grafiekblad is handig als u een grafiek of een draaigrafiekrapport gescheiden van de werkbladgegevens of het draaitabelrapport wilt weergeven.

kolomveld

Een veld in een draaitabelrapport waaraan de kolomstand is toegewezen. Items die aan een kolomveld zijn gekoppeld, worden als kolomlabels weergegeven.

kolomkop

Het gearceerde gebied boven elke kolom in het gegevensvenster dat de veldnaam bevat.

kolomkop

Het van letters of cijfers voorziene grijze gebied boven elke kolom. Klik op een kolomkop als u de hele kolom wilt selecteren. Sleep de lijn rechts van de kolomkop als u de kolombreedte wilt wijzigen.

vergelijkingscriteria

Een reeks zoekvoorwaarden die wordt gebruikt om gegevens te zoeken. Vergelijkingscriteria kunnen zijn een reeks tekens die u wilt zoeken, zoals "Noordenwind" of een expressie, zoals "> 300."

vergelijkingsoperator

Een teken dat in vergelijkingscriteria wordt gebruikt om twee waarden te vergelijken. De zes standaarden zijn = (gelijk aan), > (groter dan), < (kleiner dan), >= (groter dan of gelijk aan), <= (kleiner dan of gelijk aan) en <> (niet gelijk aan).

voorwaardelijke opmaak

Opmaak, zoals celarcering of een tekstkleur, die automatisch op cellen wordt toegepast als aan de opgegeven voorwaarde wordt voldaan.

samenvoegingstabel

De tabel met gecombineerde resultaten die in het doelgebied wordt weergegeven. In Excel wordt de samenvoegingstabel gemaakt door de geselecteerde samenvattingsfunctie toe te passen op de opgegeven waarden uit het brongebied.

constante

Een waarde die niet wordt berekend. Het getal 210 en de tekst 'Kwartaalopbrengst' zijn voorbeelden van constanten. Een expressie of een waarde die het resultaat is van een expressie is geen constante.

beperkingen

Beperkingen die aan een Oplosser-probleem worden opgelegd. U kunt beperkingen toepassen op aanpasbare cellen, de doelcel of andere cellen die direct of indirect gerelateerd zijn aan de doelcel.

gekopieerd gebied

De cellen die u kopieert wanneer u gegevens op een andere locatie plakt. Nadat u cellen hebt gekopieerd, wordt er een zwevende rand omheen geplaatst waaraan u ziet dat deze cellen zijn gekopieerd.

criterium

Voorwaarden die u opgeeft als u alleen bepaalde records wilt opnemen in de resultaatset van een query. Met het volgende criterium selecteert u bijvoorbeeld de records waarvoor in het veld Orderbedrag een waarde aanwezig is die hoger is dan 30.000: Orderbedrag > 30000.

criteriadeelvenster

Het gedeelte van het venster waarin de criteria worden weergegeven waarmee het aantal records in de resultaatset van de query wordt beperkt.

huidig gebied

Het blok met ingevulde cellen waartoe de geselecteerde cel of cellen behoren. Het gebied strekt zich in alle richtingen uit tot aan de eerste lege rij of kolom.

aangepaste berekening

Een methode voor het samenvatten van de waarden in het gegevensgebied van een draaitabelrapport, waarbij de waarden in andere cellen in het gegevensgebied worden gebruikt. Gebruik de lijst 'Gegevens weergeven als' in het dialoogvenster Draaitabelveld voor een gegevensveld als u aangepaste berekeningen wilt samenstellen.

D

Naar boven

gegevensformulier

Een dialoogvenster waarin één record tegelijk wordt weergegeven. U kunt een gegevensformulier gebruiken om records toe te voegen, te wijzigen, op te zoeken en te verwijderen.

gegevenslabel

Een label die aanvullende informatie verschaft over een gegevensmarkering. Met gegevensmarkeringen worden afzonderlijke gegevenspunten of waarden weergegeven die afkomstig zijn van een cel in een gegevensblad.

gegevensmarkering

Een staaf, vlak, punt, segment of ander grafieksymbool waarmee een afzonderlijk gegevenspunt of een afzonderlijke waarde uit een gegevensbladcel wordt weergegeven. Gerelateerde gegevensmarkeringen in een grafiek vormen een gegevensreeks.

gegevensvenster

Het gedeelte van het venster waarin de resultaatset van de query wordt weergegeven.

gegevenspunten

Afzonderlijke waarden die in een grafiek zijn uitgezet. Een groep gerelateerde gegevenspunten vormt een gegevensreeks. Gegevenspunten worden voorgesteld door staven, kolommen, lijnen, cirkelsegmenten, punten of andere vormen. Deze vormen worden gegevensmarkeringen genoemd.

gegevensgebied

Een celbereik dat gegevens bevat en door lege cellen of de rand van het gegevensblad wordt begrensd.

gegevensreeks

Verwante gegevenspunten uit gegevensbladrijen of -kolommen die zijn uitgezet in een grafiek. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of uniek patroon. U kunt een of meer gegevensreeksen in een grafiek weergeven. Cirkeldiagrammen bevatten slechts één gegevensreeks.

gegevensreeks

Verwante gegevenspunten die zijn uitgezet in een grafiek. Elke gegevensreeks in een grafiek heeft een unieke kleur of uniek patroon en wordt aangeduid in de legenda van de grafiek. U kunt een of meer gegevensreeksen in een grafiek weergeven. Cirkeldiagrammen bevatten slechts één gegevensreeks.

gegevensbron

Een opgeslagen set 'brongegevens' waarmee verbinding kan worden gemaakt met een database. Een gegevensbron bestaat meestal uit de naam en locatie van de databaseserver, de naam van het stuurprogramma dat gebruikt wordt om verbinding met de database te maken en informatie die de database nodig heeft wanneer u zich aanmeldt.

stuurprogramma voor gegevensbron

Een programmabestand dat wordt gebruikt om verbinding te maken met een bepaalde database. Voor elk databaseprogramma of databasebeheersysteem hebt u een ander stuurprogramma nodig.

gegevenstabel

Een celbereik waarin de resultaten worden weergegeven wanneer verschillende waarden in een of meer formules worden vervangen. Er zijn twee typen gegevenstabellen: gegevenstabellen met enkele invoer en gegevenstabellen met dubbele invoer.

gegevenstabel in grafieken

Een raster dat aan bepaalde grafieken kan worden toegevoegd en dat de numerieke gegevens bevat op basis waarvan de grafiek is gemaakt. De gegevenstabel is doorgaans gekoppeld aan de horizontale as van de grafiek en vervangt de maatstreeplabels op de horizontale as.

gegevensvalidatie

Een functie in Excel waarmee u beperkingen kunt definiëren voor de gegevens die in een cel kunnen of moeten worden ingevoerd, en op basis waarvan berichten kunnen worden weergegeven waarin gebruikers wordt gevraagd de invoer te corrigeren of waarin gebruikers attent worden gemaakt op onjuiste invoer.

database

Een verzameling gegevens die verband houdt met een bepaald onderwerp of doel. In een database wordt informatie over een bepaalde entiteit, zoals een werknemer of bestelling, ondergebracht in tabellen, records en velden.

DDE-conversatie

De interactie tussen twee toepassingen die communiceren en gegevens uitwisselen met behulp van speciale functies en programmacode, ook wel DDE (Dynamic Data Exchange) genoemd.

standaard-opstartwerkmap

De nieuwe, nog niet opgeslagen werkmap die wordt weergegeven wanneer u Excel start. De standaard-opstartwerkmap wordt alleen weergegeven als u geen andere werkmappen hebt opgeslagen in de map XLStart.

standaardwerkmapsjabloon

De sjabloon Map.xlt die u maakt als u de standaardopmaak van nieuwe werkmappen wilt wijzigen. Op basis van deze sjabloon wordt een lege werkmap gemaakt wanneer u Excel start of wanneer u een nieuwe werkmap maakt zonder een sjabloon op te geven.

standaardwerkbladsjabloon

De sjabloon Blad.xlt die u maakt als u de standaardopmaak van nieuwe werkbladen wilt wijzigen. Op basis van deze sjabloon wordt een leeg werkblad gemaakt wanneer u een nieuw werkblad toevoegt aan een werkmap.

afhankelijke cellen

Cellen die formules bevatten die verwijzen naar andere cellen. Als bijvoorbeeld cel D10 de formule =B5 bevat, is cel D10 een afhankelijke cel of doelcel van cel B5.

doelgebied

Het celbereik dat u selecteert als bestemming voor de samengevatte gegevens in een samenvoeging. Het doelgebied kan zich in hetzelfde werkblad als de brongegevens of in een ander werkblad bevinden. Een werkblad kan slechts één samenvoeging bevatten.

detailgegevens

Bij automatische subtotalen en werkbladoverzichten zijn dit de rijen of kolommen met subtotalen die in samenvattingsgegevens worden opgeteld. Detailgegevens bevinden zich doorgaans links van of boven de samenvattingsgegevens.

loodlijnen

Bij lijn- en vlakdiagrammen zijn dit de lijnen tussen een gegevenspunt en de categorieas (x). Loodlijnen zijn handig in vlakdiagrammen om aan te geven waar de ene gegevensmarkering eindigt en de volgende begint.

vervolgkeuzelijst

Een besturingselement in een menu, op een werkbalk of in een dialoogvenster waarmee een lijst met opties wordt weergegeven zodra u op het pijltje naast de keuzelijst klikt.

waardeveld

Een veld uit een bronlijst, tabel of database dat gegevens bevat die zijn samengevat in een draaitabelrapport of draaigrafiekrapport. Een waardeveld bevat gewoonlijk numerieke gegevens, zoals statistieken of verkoopcijfers.

waardegebied

Het gedeelte van een draaitabelrapport dat samenvattingsgegevens bevat. De waarden in elke cel van het waardegebied geven een samenvatting van gegevens uit de bronrecords of -rijen weer.

E

Naar boven

ingesloten grafiek

Een grafiek die is opgenomen in een werkblad en niet in een afzonderlijk grafiekblad. Ingesloten grafieken zijn handig wanneer u een grafiek of draaigrafiekrapport samen met de brongegevens of andere gegevens in een werkblad wilt weergeven of afdrukken.

foutbalken

Grafische balken die meestal in statistische of wetenschappelijke gegevens worden gebruikt en de mogelijke fout (of de mate van onzekerheid) uitdrukken ten aanzien van elke gegevensmarkering in een reeks.

Excel-invoegtoepassing

Een onderdeel dat op uw computer kan worden geïnstalleerd en extra opdrachten en functies voor Excel bevat. Deze invoegtoepassing is speciaal bedoeld voor Excel. Voor Excel of Office zijn ook andere invoegtoepassingen beschikbaar, de zogenaamde COM-invoegtoepassingen (Component Object Model).

Een andere pagina met oneven nummers toevoegen in Word

U kunt Excel-tabellen, voorheen Excel-lijsten genaamd, maken, opmaken en uitbreiden om de gegevens in uw werkblad in te delen.

expressie

Een combinatie van operatoren, veldnamen, functies, letterlijke waarden en constanten waarvan het resultaat één waarde is. Met expressies kunt u criteria opgeven (zoals Orderbedrag>10000) of bewerkingen uitvoeren op veldwaarden (zoals Prijs*Hoeveelheid).

externe gegevens

Gegevens die zijn opgeslagen in een database, zoals Access, dBASE of SQL Server, en die niet zijn gekoppeld aan Query of het programma van waarui u Query hebt gestart.

externe gegevens

Gegevens die buiten Excel zijn opgeslagen, bijvoorbeeld in een database die is gemaakt in Access, dBASE of SQL Server, of op een webserver.

externe gegevensreeks

Een reeks gegevens die in een werkblad is opgenomen, maar ergens buiten Excel is opgeslagen, bijvoorbeeld in een database of tekstbestand. In Excel kunt u deze gegevens op dezelfde manier opmaken of in berekeningen gebruiken als alle andere gegevens.

externe verwijzing

Een verwijzing naar een cel of een bereik op een blad in een andere Excel-werkmap, of een verwijzing naar een gedefinieerde naam in een andere werkmap.

F

Naar boven

veld (database)

Een informatiecategorie, zoals de achternaam of het orderbedrag, die in een tabel is opgeslagen. Wanneer via Query een resultaatset in het gegevensvenster wordt weergegeven, wordt een veld als kolom voorgesteld.

veld (draaitabelrapport)

Met de term 'veld' wordt in een draaitabel- of draaigrafiekrapport een gegevenscategorie bedoeld die is afgeleid van een veld in de brongegevens. In draaitabelrapporten worden rij-, kolom-, pagina- en gegevensvelden gebruikt. In draaigrafiekrapporten worden reeks-, categorie-, pagina- en gegevensvelden gebruikt.

vulgreep

Het zwarte vierkantje in de rechterbenedenhoek van de selectie. Wanneer u de vulgreep aanwijst, verandert de aanwijzer in een zwart kruis.

filter

Alleen die rijen in een lijst weergeven die voldoen aan de voorwaarden die u hebt opgegeven. Met de opdracht AutoFilter kunt u rijen weergeven die overeenkomen met een of meer specifieke waarden, berekende waarden of voorwaarden.

lettertype

Een grafisch ontwerp toegepast op alle cijfers, symbolen en letters. Ook type of letterbeeld genoemd. Arial en Courier New zijn voorbeelden van lettertypen. Lettertypen komen doorgaans in verschillende grootten, zoals 10 punten en verschillende stijlen, zoals vet.

formule

Een opeenvolging van waarden, celverwijzingen, namen, functies of operatoren in een cel die samen een nieuwe waarde produceren. Een formule begint altijd met een gelijkteken (=).

formulebalk

Een balk boven aan het Excel-venster waarmee u waarden of formules in cellen of grafieken kunt invoeren of bewerken. Op deze balk wordt de constante waarde of de formule weergegeven die in de actieve cel is opgeslagen.

Formulepalet

Een hulpmiddel waarmee u formules kunt maken en bewerken, en waarin tevens informatie over functies en hun argumenten wordt verstrekt.

functie (Microsoft Query)

Een expressie die een berekende waarde als resultaat geeft. Bij het gebruik van Query wordt ervan uitgegaan dat de gegevensbron de functies Gem, Aantal, Max, Min en Som ondersteunt. Sommige gegevensbronnen ondersteunen niet al deze functies, andere gegevensbronnen ondersteunen aanvullende functies.

functie (Office Excel)

Een vooraf geschreven formule waarmee op basis van een of meer waarden een bewerking wordt uitgevoerd en die een of meer waarden als resultaat geeft. Gebruik functies om formules - met name formules waarmee lange of complexe berekeningen worden uitgevoerd - op een werkblad te vereenvoudigen en te verkorten.

G

Naar boven

doelzoeken

Een methode waarbij u een specifieke waarde voor een bepaalde cel kunt zoeken door de waarde van een andere cel aan te passen. Bij het doelzoeken in Excel wordt de waarde in de opgegeven cel gewijzigd totdat een formule die van deze cel afhankelijk is, het gewenste resultaat oplevert.

raster

Een reeks snijdende lijnen objecten worden uitgelijnd.

rasterlijnen in grafieken

Lijnen die u aan een grafiek kunt toevoegen waardoor het gemakkelijker wordt om gegevens te bekijken en te evalueren. Rasterlijnen lopen vanaf de maatstreepjes op een as over het hele tekengebied.

groep

In een overzicht of draaitabelrapport wordt een groep gevormd door een of meer aaneengesloten detailrijen of -kolommen die ondergeschikt zijn aan een samenvattingsrij of -kolom.

H

Naar boven

hoog/laaglijnen

In 2D-lijndiagrammen zijn dit de lijnen tussen de hoogste en de laagste waarde in elke categorie. Hoog/laaglijnen worden vaak gebruikt in hoog/laag/slot-diagrammen.

werkblad Overzicht

Een afzonderlijk werkblad waarop alle wijzigingen in een gedeelde werkmap worden bijgehouden, zoals wie de wijziging heeft aangebracht, wanneer en waar de wijziging is aangebracht, welke gegevens zijn verwijderd of vervangen, en hoe eventuele conflicten zijn opgelost.

I

Naar boven

id

Een veldnaam die in een expressie wordt gebruikt. Zo is Orderbedrag de id of aanduiding (veldnaam) van een veld dat orderbedragen bevat. In plaats van een id kunt u ook een expressie (bijvoorbeeld Prijs*Aantal) gebruiken.

impliciet snijpunt

Een verwijzing naar een celbereik in plaats van naar één cel, waarbij het bereik als één cel wordt berekend. Als cel C10 de formule =B5:B15*5 bevat, wordt de waarde in cel B10 vermenigvuldigd met 5 omdat de cellen B10 en C10 in dezelfde rij staan.

index

Een databasecomponent dat het zoeken naar gegevens versnelt. Als een tabel een index bevat, kunnen alle gegevens in de tabel worden teruggevonden door deze in de index op te zoeken.

inner join

Bij Query is dit de standaardjoin tussen twee tabellen waarmee alleen de records met overeenkomende waarden in de gekoppelde velden worden geselecteerd. De twee overeenkomende records uit elke tabel worden gecombineerd en als één record in de resultaatset weergegeven.

invoercel

De cel waarin elke invoerwaarde uit een gegevenstabel wordt vervangen. Elke cel in een werkblad kan als invoercel worden gebruikt. De invoercel hoeft geen onderdeel van de gegevenstabel te zijn, maar de formules in gegevenstabellen moeten wel naar de invoercel verwijzen.

Invoegrij

In een lijst is dit een speciale rij die het invoeren van gegevens vergemakkelijkt. De invoegrij wordt aangegeven met een sterretje.

Internet Explorer

Een webbrowser waarin HTML-bestanden worden geïnterpreteerd, als webpagina's worden opgemaakt en aan de gebruiker worden gepresenteerd. U kunt Internet Explorer downloaden van de Microsoft-website (http://www.microsoft.com).

item

Een subcategorie van een veld in een draaitabel- of draaigrafiekrapport. Het veld 'Maand' kan bijvoorbeeld de items 'januari' en 'februari' bevatten.

iteratie

Herhaalde berekening van een werkblad totdat aan een bepaalde numerieke voorwaarde is voldaan.

J

Naar boven

deelnemen

Een verbinding tussen meerdere tabellen waarbij overeenkomende records voor verwante velden worden gecombineerd en weergegeven als één record. Records die niet overeenkomen, worden al of niet in het resultaat opgenomen, afhankelijk van het type join.

joinlijn

Bij Query is dit een lijn die de velden tussen twee tabellen verbindt en de relatie tussen de gegevens aangeeft. Het type join geeft aan welke records zijn geselecteerd voor de resultaatset van de query.

joinlijn

Bij Query is dit een lijn die de velden tussen twee tabellen verbindt en de relatie tussen de gegevens aangeeft. Het type join geeft aan welke records zijn geselecteerd voor de resultaatset van de query.

justify

Horizontale afstand aanpast zodat de tekst gelijkmatig wordt uitgelijnd langs de linker- en de rechtermarge. U kunt een vloeiende rand uitvullen van tekst aan beide zijden worden gemaakt.

L

Naar boven

legenda

Een vak waarin de patronen of kleuren worden aangegeven die aan de gegevensreeksen of categorieën in een grafiek zijn toegekend.

legendasleutels

Symbolen in de legenda die de patronen en kleuren weergeven die aan de gegevensreeksen (of categorieën) in een grafiek zijn toegekend. Legendasleutels staan links van de legenda-elementen. Wanneer u een legendasleutel opmaakt, verandert ook de opmaak van de bijbehorende gegevensmarkering.

vergrendeld veld of vergrendelde record

De toestand van een record, veld of ander object in een database waarin het item in Query kan worden bekeken, maar niet gewijzigd (alleen-lezen).

M

Naar boven

toegewezen bereik

Een bereik in een XML-lijst dat is gekoppeld aan een element in een XML-toewijzing.

matrix

Een rechthoekige serie waarden die of een celbereik dat is gecombineerd met andere matrices of bereiken die meerdere sommen of producten opleveren. Excel bevat vooraf gedefinieerde matrixfuncties waarmee u de sommen of producten kunt berekenen.

samengevoegde cel

Eén cel die ontstaat wanneer meerdere geselecteerde cellen worden gecombineerd. De celverwijzing voor een samengevoegde cel is de cel in de linkerbovenhoek van het oorspronkelijk geselecteerde bereik.

Microsoft Excel-besturingselement

Een besturingselement dat eigen is aan Excel (geen ActiveX-besturingselement).

Help voor Microsoft Virtual Basic

Als u Help-informatie voor Visual Basic wilt weergeven in Excel, klikt u op het tabblad Ontwikkelaars, in de groep Code, op Visual Basic en klikt u vervolgens in het menu Help op Microsoft Visual Basic Help.

zwevend gemiddelde

Een opeenvolging van gemiddelden die zijn berekend op basis van de onderdelen van een gegevensreeks. In een grafiek worden met een zwevend gemiddelde schommelingen in de gegevens geëffend, zodat het patroon of de trend duidelijker zichtbaar wordt.

zwevende rand

Een bewegende rand die wordt weergegeven om een werkbladbereik dat is geknipt of gekopieerd. Druk op ESC als u een zwevende rand wilt annuleren.

categorielabels met meerdere niveaus

Categorielabels in een grafiek die op basis van de werkbladgegevens automatisch op meerdere lijnen in een hiërarchie worden weergegeven. De kop Product kan bijvoorbeeld worden weergegeven boven een rij met de koppen Tofu, Appels en Peren.

N

Naar boven

naam

Een woord of tekenreeks waarmee een cel, bereik, formule of constante waarde wordt aangeduid. Gebruik betekenisvolle namen, zoals Producten, als u verwijst naar doorzichtige bereiken, zoals Omzet!C20:C30.

Het vak Naam

Het vak links op de formulebalk dat de geselecteerde cel, het grafiekonderdeel of het tekenobject aanduidt. Als u een cel of celbereik een naam wilt geven, typt u een naam in het naamvak en drukt u op ENTER. Als u naar benoemde cel wilt gaan en deze wilt selecteren, klikt u in het naamvak op de naam van de cel.

niet-aaneengesloten selectie

Een selectie van meerdere cellen of bereiken die elkaar niet raken. Wanneer u niet-aaneengesloten selecties in een grafiek uitzet, moet u ervoor zorgen dat de gecombineerde selecties een rechthoekige vorm hebben.

niet-OLAP-brongegevens

Basisgegevens voor een draaitabelrapport of draaigrafiekrapport die uit een andere bron afkomstig zijn dan een OLAP-database (On-Line Analytical Processing). Niet-OLAP-brongegevens zijn bijvoorbeeld relationele databases, tabellen in Excel-werkbladen en tekstdatabases.

O

Naar boven

ObjectLink

Een OLE-gegevensindeling waarmee de kenmerken van een gekoppeld object worden beschreven, zoals de klasse, de documentnaam en de naam van het object. Elk gegevensitem wordt afgesloten met een Null-waarde.

offlinekubusbestand

Een bestand op de vaste schijf of een netwerkshare dat u maakt om OLAP-brongegevens op te slaan voor een draaitabel- of draaigrafiekrapport. Offlinekubusbestanden maken het mogelijk door te werken wanneer u niet bent verbonden met de OLAP-server.

OLAP

Een databasetechnologie die speciaal bedoeld is voor het maken van query's en rapporten in plaats van het verwerken van transacties. OLAP-gegevens zijn hiërarchisch geordend en worden opgeslagen in kubussen in plaats van in tabellen.

OLAP-provider

Een stuk software dat toegang biedt tot een bepaald type OLAP-database. Een gegevensbronstuurprogramma kan deel uit maken van deze software, evenals andere clientsoftware voor het maken van verbinding met de database.

operand

De items aan weerszijden van een operator in een formule. In Microsoft Excel kunnen operanden waarden, celverwijzingen, namen, labels en functies zijn.

operator

Een teken of symbool dat het type berekening aangeeft dat in een expressie moet worden uitgevoerd. Er zijn rekenkundige operatoren, vergelijkingsoperatoren, logische operatoren en verwijzingsoperatoren.

outer join

Bij Query is dit een join waarmee alle records uit een tabel worden geselecteerd, zelfs als er geen overeenkomende rijen in een andere tabel zijn. Records die wel overeenkomen worden gecombineerd en als één record weergegeven. Records die geen overeenkomende records in de andere tabel hebben, worden leeg weergegeven.

outer join

Een join waarmee alle records uit een tabel worden geselecteerd, zelfs als er geen overeenkomende rijen in een andere tabel zijn. Records die wel overeenkomen worden gecombineerd en als één record weergegeven. Records die geen overeenkomende records in de andere tabel hebben, worden leeg weergegeven.

overzicht

Werkbladgegevens waarvan de rijen of kolommen met detailgegevens zijn gegroepeerd zodat u samenvattingsrapporten kunt maken. Met een overzicht kunt u zowel een heel werkblad als een geselecteerd gedeelte daarvan samenvatten.

overzichtsgegevens

De gegevens in een werkbladoverzicht. Overzichtsgegevens bestaan uit de samenvattings- en detailrijen of de samenvattings- en detailkolommen van een overzicht.

overzichtsknoppen

Symbolen waarmee u de weergave van een overzicht in een werkblad kunt wijzigen. Met de overzichtsknoppen + (plusteken), - (minteken) en de cijfers 1, 2, 3 en 4 voor het overzichtsniveau, kunt u gedetailleerde gegevens weergeven of verbergen.

OwnerLink

Een OLE-gegevensindeling waarmee een ingesloten object wordt beschreven, zoals de klasse, documentnaam en de naam van het object. Elk gegevensdeel wordt afgesloten met een Null-waarde.

P

Naar boven

pagina-einde

Hiermee wordt een werkblad voor het afdrukken verdeeld in meerdere pagina's. Excel voegt automatisch pagina-einden in op basis van het papierformaat, de marge-instellingen, de schaalopties en de positie van pagina-einden die u handmatig hebt ingevoegd.

Pagina-eindevoorbeeld

Een weergave van het werkblad waarin de afdrukgebieden en de positie van de pagina-einden worden weergegeven. Het afdrukgebied wordt aangegeven met wit, de automatische pagina-einden met onderbroken lijnen en de handmatige pagina-einden met ononderbroken lijnen.

parameter

In Excel kunt u door het toevoegen, wijzigen of verwijderen van parameters aangeven welke cellen kunnen worden bewerkt in de werkbladgegevens die kunnen worden weergegeven in Excel Services. Wanneer u de werkmap opslaat, worden de wijzigingen automatisch bijgewerkt op de server.

parameterquery

Een type query waarbij tijdens de uitvoering om de waarden (criteria) wordt gevraagd die bij het selecteren van de records voor de resultaatset moeten worden gebruikt. Met dezelfde parameterquery kunt u dan ook verschillende resultaatsets ophalen.

wachtwoord

Een manier om uw werkblad of werkmap te beveiligen. Wanneer u een werkblad of onderdelen van een werkmap met een wachtwoord beveiligt, moet u dat wachtwoord natuurlijk onthouden. Zonder het wachtwoord kunt u de beveiliging van de werkmap of het werkblad niet opheffen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden. Deze bestaan uit een combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en speciale tekens. Bij zwakke wachtwoorden ontbreekt deze combinatie van elementen. Een voorbeeld van een sterk wachtwoord: Y6dh!et5. Een voorbeeld van een zwak wachtwoord: Huis27. Gebruik een sterk wachtwoord dat u kunt onthouden, zodat u het niet hoeft op te schrijven.

plakgebied

Het doelgebied voor gegevens die met behulp van het Office Klembord zijn geknipt of gekopieerd.

draaigebied

Het gebied in een werkblad waarnaar u draaitabel- of draaigrafiekvelden sleept als u de opmaak van het rapport wilt wijzigen. In een nieuw rapport wordt de omtrek van het draaigebied op het werkblad aangegeven met een blauwe streepjeslijn.

categorieveld in draaigrafiek

Een veld in een draaigrafiekrapport waaraan een categorierichting is toegewezen. In een grafiek worden categorieën doorgaans weergegeven langs de horizontale as of de x-as.

draaigrafiekrapport

Een interactief diagram voor een grafische analyse van gegevens, net als een draaitabelrapport. U kunt de weergave van gegevens wijzigen, verschillende detailniveaus gebruiken of de gegevens naar wens indelen door velden te slepen, of door de items in de velden te verbergen en zichtbaar te maken.

serieveld in draaigrafiek

Een veld in een draaigrafiekrapport waaraan een reeksrichting is toegewezen. In een grafiek worden de reeksen aangegeven in de legenda.

draaitabelgegevens

In een draaitabelrapport zijn dit de samengevatte gegevens die zijn berekend op basis van de gegevensvelden in een bronlijst of -tabel.

eindtotalen in draaitabel

Totaalwaarden voor alle cellen in een rij of kolom van een draaitabelrapport. Waarden in een eindtotaalrij of -kolom worden berekend met de samenvattingsfunctie die ook in het gegevensgebied van het draaitabelrapport wordt gebruikt.

draaitabellijst

Een Microsoft Office Web Component waarmee u een structuur kunt maken die lijkt op die van een draaitabelrapport in Excel. Gebruikers kunnen de draaitabellijst weergeven in een webbrowser en de opmaak ervan wijzigen, op dezelfde manier als een Excel-draaitabelrapport.

draaitabelrapport

Een interactief Excel-kruistabelrapport waarin gegevens uit diverse bronnen, inclusief externe, worden samengevoegd en geanalyseerd.

draaitabelrapport

Een interactief Excel-kruistabelrapport waarin gegevens uit diverse bronnen, inclusief externe, worden samengevoegd en geanalyseerd.

subtotaal in draaitabel

Een rij of kolom waarin met behulp van een samenvattingsfunctie het totaal van de detailitems in een draaitabelveld wordt weergegeven.

tekengebied

In een 2D-grafiek is dit het gebied dat wordt begrensd door de assen en dat alle gegevensreeksen bevat. In een 3D-grafiek is dit het gebied dat wordt begrensd door de assen en dat de gegevensreeksen, categorienamen, maatstreeplabels en astitels bevat.

punt

Een maateenheid die 1/72e deel van een inch bedraagt (0,35 mm).

broncellen

Cellen waarnaar wordt verwezen in formules in andere cellen. Als cel D10 bijvoorbeeld de formule =B5 bevat, is cel B5 een broncel van cel D10.

primaire sleutel

Een of meer velden die een unieke aanduiding vormen van elke record in een tabel. Zoals een sofinummer een persoon identificeert, identificeert een primaire sleutel een record.

afdrukbereik

Een of meer celbereiken die u instelt als afdrukbereik als u niet het hele werkblad wilt afdrukken. Als een werkblad een afdrukbereik bevat, wordt alleen het afdrukbereik afgedrukt.

afdruktitels

Rij- of kolomlabels die aan de boven- of linkerkant op elke pagina van een werkblad worden afgedrukt.

eigenschapsvelden

Niet-afhankelijke kenmerken van de items in een OLAP-kubus. Als in de serverkubus bijvoorbeeld eigenschappen voor grootte en bevolkingsdichtheid van Plaats-items zijn opgeslagen, kan in een draaitabelrapport de grootte en bevolkingsdichtheid van elke plaats worden weergegeven.

beveiligen

Instellingen voor een werkblad of werkmap opgeven waarmee u voorkomt dat gebruikers het opgegeven werkblad of de opgegeven werkmapelementen kunnen bekijken of benaderen.

rapportfilter

Een veld dat wordt gebruikt voor het filteren van een subset van gegevens in een draaitabel of draaigrafiek rapporteren in één pagina voor verdere lay-out en analyse. U kunt een overzicht van alle items worden weergegeven in een rapportfilter, of één item per keer, waarin de gegevens voor alle andere items worden uitgefilterd worden weergegeven.

Q

Naar boven

query

In Query of Access is dit een middel om de records te vinden die aan een bepaald criterium voldoen dat u opgeeft voor de gegevens die in een database zijn opgeslagen.

querykanaal

Een querykanaal wordt gebruikt in een DDE-conversatie tussen de doeltoepassing en een bepaalde query (bijvoorbeeld Query1) in Query. Open eerst het queryvenster met een systeemkanaal als u een querykanaal wilt gebruiken.

queryontwerp

Alle elementen in het queryvenster, zoals tabellen, criteria, sorteervolgorde, enzovoort. In het ontwerp wordt ook aangegeven of Automatische query is ingeschakeld en of de brongegevens kunnen worden bewerkt.

R

Naar boven

bereik

Twee of meer cellen op een werkblad. De cellen in een bereik kunnen aaneengesloten of niet-aaneengesloten zijn.

alleen-lezen

Een instelling waarmee een bestand kan worden gelezen en gekopieerd, maar niet gewijzigd en opgeslagen.

record

Een verzameling gegevens over een bepaalde persoon, plaats, gebeurtenis of zaak. Wanneer via Query een resultaatset in het gegevensvenster wordt weergegeven, wordt een record als rij voorgesteld.

vernieuwen (extern gegevensbereik)

Het bijwerken van de gegevens uit een externe gegevensbron. Telkens wanneer u gegevens vernieuwt, ziet u de meest recente versie van de gegevens in de database, waaronder eventuele wijzigingen die in de gegevens zijn aangebracht.

vernieuwen (draaitabelrapport)

Het bijwerken van de inhoud van een draaitabelrapport of draaigrafiekrapport om de wijzigingen in de onderliggende brongegevens weer te geven. Als het rapport op externe gegevens is gebaseerd, wordt de onderliggende query uitgevoerd om nieuwe of gewijzigde gegevens op te halen.

regressie-analyse

Een vorm van statistische analyse waarmee voorspellingen kunnen worden gemaakt. Via regressie-analyse kunt u de relatie tussen variabelen analyseren zodat een gegeven variabele kan worden voorspeld aan de hand van een of meer andere variabelen.

relatieve verwijzing

In een formule is dit een celadres waarin wordt verwezen naar cellen op basis van hun positie ten opzichte van de cel die de formule bevat. Als u de formule kopieert, wordt de verwijzing automatisch aangepast. Voor een relatieve verwijzing wordt de verwijzingsstijl A1 gebruikt.

externe verwijzing

Een verwijzing naar gegevens die zijn opgeslagen in een document dat in een ander programma is gemaakt.

rapportsjabloon

Een Excel-sjabloon (.xlt) die een of meer query's of draaitabelrapporten bevat die op externe gegevens zijn gebaseerd. Als u een rapportsjabloon opslaat, wordt de querydefinitie in de sjabloon opgeslagen, maar niet het resultaat van de query.

resultaatset

De verzameling records die het resultaat is van een query. U kunt de resultaatset van een query in Query bekijken of voor verdere analyse in een Excel-werkblad opvragen.

rijkop

Het van nummers voorziene grijze gebied links van elke rij. Klik op een rijkop als u de hele rij wilt selecteren. Sleep de lijn onder de rijkop als u de rijhoogte wilt wijzigen.

rijlabel

Een veld in een draaitabelrapport waaraan de rijstand is toegewezen.

R-kwadraatswaarde

Een getal tussen 0 en 1 dat aangeeft hoe dicht de geschatte waarden voor de trendlijn de eigenlijke gegevens benaderen. Hoe dichter de waarde van R-kwadraat bij 1 ligt, hoe betrouwbaarder de trendlijn is. De R-kwadraatswaarde wordt ook wel determinatiecoëfficiënt genoemd.

S

Naar boven

scenario

Een benoemde set invoerwaarden die u in een werkbladmodel kunt vervangen.

Scroll Lock

Als Scroll Lock is ingeschakeld en u de pijltoetsen gebruikt, verschuift u het actieve blad in plaats van een andere cel actief te maken. Druk op Scroll Lock als u deze functie wilt in- of uitschakelen.

sectie

Een combinatie van een werkblad, weergave en scenario die u kiest wanneer u een rapport maakt. Een rapport kan uit meerdere secties bestaan.

selecteren

Een cel of celbereik in een werkblad markeren. De geselecteerde cellen worden beïnvloed door de daarop volgende opdracht of actie.

Knop Alles selecteren

Het grijze rechthoekje in de linkerbovenhoek van een gegevensblad waar de rij- en kolomkoppen bij elkaar komen. Klik op deze knop als u alle cellen in een gegevensblad wilt selecteren.

reeksas

Een grafiekas die de dieptedimensie vertegenwoordigt in een ware driedimensionale grafiek. De reeksnamen worden weergegeven als willekeurige tekstwaarden. Er kan geen schaalverdeling van numerieke waarden worden weergegeven.

reeksveld

Een veld dat wordt weergegeven in het reeksgebied van een draaigrafiekrapport. De reeksvelditems staan in de legenda en bevatten de namen van de afzonderlijke gegevensreeksen.

reekslijnen

In tweedimensionale gestapelde staaf- en kolomgrafieken zijn dit de lijnen die de gegevensmarkeringen in elke gegevensreeks met elkaar verbinden en het verschil in afmeting tussen de reeksen benadrukken.

gedeelde werkmap

Een werkmap die zo is ingesteld dat meerdere gebruikers in een netwerkomgeving gegevens tegelijkertijd kunnen bekijken en bewerken. Iedere gebruiker die de werkmap opslaat, ziet de wijzigingen van anderen.

enkelvoudige cel

Een cel die is gekoppeld aan een niet-herhalend element in een XML-toewijzing.

sorteervolgorde

Een manier om gegevens te rangschikken op basis van hun waarde of gegevenstype. U kunt alfabetisch, numeriek of op datum sorteren. Voor een sorteervolgorde wordt een oplopende volgorde (1 tot 9, A tot Z) of een aflopende volgorde (9 tot 1, Z tot A) gehanteerd.

brongebieden

De celbereiken die u in het opgegeven doelgebied samenvoegt. Brongebieden kunnen zich bevinden in een willekeurig werkblad in een werkmap, in andere geopende of gesloten werkmappen, of in Lotus 1-2-3-werkbladen.

brongegevens

De gegevens in de lijst of tabel waarmee een draaitabel- of draaigrafiekrapport is gemaakt. Brongegevens kunnen afkomstig zijn uit een Excel-tabel of -bereik, een externe database of kubus, of een ander draaitabelrapport.

SQL

Een taal die wordt gebruikt voor het ophalen, bijwerken en beheren van gegevens. Wanneer u met Query een query maakt, wordt SQL gebruikt voor het maken van de bijbehorende SQL SELECT-instructie. Als u bekend bent met SQL, kunt u de SQL SELECT-instructie bekijken en wijzigen.

standaardlettertype

Het standaardlettertype voor tekst in werkbladen. Het standaardlettertype bepaalt het lettertype voor het opmaakprofiel Standaard.

samenvattingsgegevens

Bij automatische subtotalen en werkbladoverzichten zijn dit alle rijen of kolommen waarin detailgegevens worden samengevat. Samenvattingsgegevens staan doorgaans naast en onder de detailgegevens.

samenvattingsfunctie

Een type berekening dat u gebruikt bij het combineren van brongegevens in een draaitabelrapport of een samenvattingstabel, of bij het invoegen van automatische subtotalen in een lijst of database. Voorbeelden van samenvattingsfuncties zijn Som, Aantal en Gem.

systeemkanaal

Een systeemkanaal wordt gebruikt bij een DDE-conversatie tussen toepassingen om informatie over het systeem te verkrijgen, zoals de huidige verbindingen, de geopende query's en de status van de doeltoepassing.

T

Naar boven

tabelvenster

Het gedeelte van het queryvenster waarin de tabellen van een query worden weergegeven. Elke tabel bevat de velden waaruit u gegevens kunt ophalen.

sjabloon

Een werkmap die u maakt en gebruikt als basis voor andere, soortgelijke werkmappen. U kunt sjablonen maken voor werkmappen en werkbladen. De standaardsjabloon voor werkmappen is Map.xlt en de standaardsjabloon voor werkbladen is Blad.xlt.

tekstvak

Een rechthoekig object in een werkblad of grafiek waarin u tekst kunt invoeren.

maatstreepjes en maatstreeplabels

Maatstreepjes zijn maatlijntjes met een bepaalde tussenruimte, te vergelijken met de streepjes op een liniaal, die dwars op een as worden weergegeven. Maatstreeplabels geven de categorieën, waarden of reeksen in de grafiek aan.

titels in grafieken

Beschrijvende tekst die automatisch wordt uitgelijnd met een as of wordt gecentreerd boven een grafiek.

totaalrij

Een speciale rij in een Excel-tabel waarop diverse statistische functies worden weergegeven die handig zijn wanneer u met numerieke gegevens werkt.

totalen

Een van de vijf berekeningstypen die in Query zijn gedefinieerd: Som, Gem, Aantal, Minimum en Maximum.

controlepijlen

Pijlen die de relatie tussen de actieve cel en gerelateerde cellen aangeven. Controlepijlen zijn blauw wanneer ze uitgaan van een cel die gegevens voor een andere cel bevat. Als een cel een foutwaarde bevat, zoals #DEEL/0!, zijn de controlepijlen rood.

trendlijn

Een grafische weergave van trends in gegevensreeksen, zoals een opgaande lijn die gedurende enkele maanden een stijgende omzet aangeeft. Trendlijnen worden gebruikt voor analyse van voorspellingen (ook wel regressie-analyse genoemd).

trendlijnlabel

Optionele tekst voor een trendlijn, met de regressievergelijking, de R-kwadraatswaarde of beide. U kunt een trendlijnlabel opmaken en verplaatsen, maar het formaat ervan kunt u niet wijzigen.

U

Naar boven

omhoog/omlaag-balken

In lijndiagrammen met meerdere gegevensreeksen zijn dit balken die het verschil aangeven tussen de gegevenspunten in de eerste en de laatste reeks.

V

Naar boven

waarde

De tekst, datum, getal of logische expressie die een voorwaarde die een veld moet voldoen voor het doorzoeken of filteren. Het veld Auteur met de voorwaarde < b > is gelijk aan < /b > moet bijvoorbeeld een waarde, zoals < b > Jan < /b >, moet zijn voltooid.

waardeas

Een grafiekas waarop een schaal van numerieke waarden wordt weergegeven.

hoekpunten

Wanneer u punten in een vorm bewerkt, verschijnen de hoekpunten als zwarte, vierkante, versleepbare punten aan de uiteinden en op de snijpunten van lijnen of krommen in bepaalde vormen, zoals vrije vormen, krabbels en krommen.

hoekpunten

Hoekpunten die als zwarte, vierkante, versleepbare punten verschijnen aan de uiteinden en op de snijpunten van lijnen of krommen in bepaalde vormen, zoals vrije vormen, krabbels en krommen.

weergave

Een set weergave- en afdrukinstellingen waaraan u een naam kunt geven en die u op een werkmap kunt toepassen. U kunt meerdere weergaven van dezelfde werkmap maken zonder afzonderlijke exemplaren van de werkmap op te slaan.

W

Naar boven

webquery

Een query waarmee u gegevens kunt ophalen van uw intranet of van internet.

wat-als-analyse

Het proces waarbij de waarden in cellen worden gewijzigd om te zien hoe deze gewijzigde waarden van invloed zijn op het resultaat van formules in het werkblad. Een voorbeeld van een what-if-analyse ('wat als'-analyse of scenarioanalyse) is het wijzigen van de rentevoet in een afbetalingstabel om de hoogte van de betalingen te bepalen.

werkmap

Een bestand van de spreadsheet programma dat u in Excel maakt. Een werkmap bevat werkbladen van rijen en kolommen waarin u kunt invoeren en gegevens berekenen.

werkblad

Het primaire document in Microsoft Excel dat u gebruikt om gegevens te bewerken en op te slaan. Een werkblad wordt ook wel een spreadsheet genoemd. Een werkblad bestaat uit cellen die zijn geordend in kolommen en rijen, en wordt altijd opgeslagen in een werkmap.

werkruimtebestand

Een bestand waarin weergave-informatie over de geopende werkmappen wordt opgeslagen, zodat u uw werk later met hetzelfde vensterformaat, afdrukgebied, schermvergroting en weergave-instellingen kunt hervatten. Een werkruimtebestand bevat niet de werkmappen zelf.

World Wide Web

Een systeem waarmee u kunt navigeren over internet of door een verzameling werkmappen en andere Office-documenten die aan elkaar zijn gekoppeld via hyperlinks en die zijn opgeslagen op een netwerkshare, het intranet van een bedrijf of internet. Wanneer u een webbrowser gebruikt, wordt het web weergegeven als een verzameling teksten, afbeeldingen, geluiden en digitale films.

Tekstterugloop

In tekst, naar het einde van een regel tekst automatisch op dat u een marge of het object en doorgaan met de tekst op een nieuwe regel.

X

Naar boven

XML

Extensible Markup Language (XML): Een verkorte formulier van standaard SGML Generalized Markup Language () waarmee ontwikkelaars aangepaste codes die flexibiliteit aanbieden bij het ordenen en te presenteren informatie kunnen maken.

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×