Velden voor tekstgegevens invoegen, maken of verwijderen

U voegt een tekstveld toe aan een tabel wanneer u kleinere hoeveelheden tekstgegevens wilt opslaan, zoals namen, adressen en telefoonnummers. In dit artikel wordt uitgelegd hoe u in Microsoft Office Access 2007 een tekstveld toevoegt aan en verwijdert uit nieuwe en bestaande databasetabellen.

In dit artikel

Tekstvelden

Een tekstveld toevoegen in de gegevensbladweergave

Een tekstveld toevoegen in de ontwerpweergave

Een tekstveld verwijderen

Eigenschappen van tekstvelden

Tekstvelden

Zoals u wellicht weet, worden in een Office Access 2007-database de gegevens opgeslagen in een of meer tabellen. U kunt deze gegevens weergeven in een gegevensblad (een raster dat lijkt op een Microsoft Office Excel 2007-werkblad), een gegevensinvoerformulier of een rapport, maar alle gegevens worden in een of meerdere tabellen in de database opgeslagen. Elke tabel bestaat op zijn beurt uit een set velden (kolommen) en elk veld is ingesteld op het accepteren van één specifiek gegevenstype. Als u bijvoorbeeld datums en tijden wilt opslaan, stelt u een veld in op het gegevenstype Datum/tijd en als u tekstgegevens wilt opslaan, bijvoorbeeld namen, adressen en telefoonnummers, stelt u een veld in op het gegevenstype Tekst. Als u grote hoeveelheden tekst wilt opslaan (meer dan 256 tekens) stelt u het veld in op het gegevenstype Memo.

Specificaties van tekstvelden

Tekstvelden in Office Access 2007 kunnen maximaal 256 alfanumerieke tekens bevatten. U kunt alle 256 tekens weergeven in het tabelveld en in een besturingselement op een formulier of rapport. In tegenstelling tot memovelden kunt u geen opmaak toepassen op de gegevens in een tekstveld. U kunt echter wel aangepaste notaties gebruiken en invoermaskers toepassen waarmee u kunt bepalen hoe de gebruikers de gegevens moeten invoeren.

Meer informatie over de opmaak van tekstgegevens kunt u vinden in het artikel Gegevens in tabellen, formulieren en rapporten opmaken. Meer informatie over invoermaskers kunt u vinden in het artikel Een invoermasker maken om waarden in een specifieke indeling in te voeren in een veld of een besturingselement.

Manieren om tekstvelden te maken

U kunt in Office Access 2007 op verschillende manieren een tekstveld toevoegen aan een nieuwe of bestaande tabel.

  • Gegevensbladweergave    U kunt in de gegevensbladweergave een veld van het type Tekst aan een nieuwe of bestaande tabel toevoegen door een nieuw veld toe te voegen en vervolgens tekst in een lege rij in het veld te typen of door maximaal 256 tekens aan tekst in een lege rij te plakken. U kunt ook het gegevenstype in een vervolgkeuzelijst selecteren en eigenschappen instellen zoals Is vereist, waardoor gebruikers gedwongen zijn een datum in het veld in te voeren, en Uniek, waardoor gebruikers een unieke waarde in het veld moeten invoeren.

  • Ontwerpweergave    U gebruikt de ontwerpweergave wanneer u een tekstveld wilt toevoegen en eigenschappen voor het veld wilt instellen die u niet kunt instellen in de gegevensbladweergave. Deze eigenschappen zijn onder andere invoermaskers en een standaardwaarde voor het veld. Zie het gedeelte Eigenschappen van tekstvelden aan het eind van dit artikel voor meer informatie over de veldeigenschappen die u kunt instellen in de ontwerpweergave.

Naar boven

Een tekstveld toevoegen in de gegevensbladweergave

In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u in de gegevensbladweergave een tekstveld toevoegt aan een nieuwe en een bestaande tabel. Zoals u wellicht weet, is een gegevensblad een raster dat erg veel lijkt op een Office Excel 2007-werkblad.

Een tekstveld toevoegen aan een bestaande tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op de tabel die u wilt wijzigen.

    De tabel wordt geopend in de gegevensbladweergave.

  4. Schuif zo nodig horizontaal naar het eerste lege veld. In Access wordt standaard Nieuw veld toevoegen weergegeven in de veldnamenrij van alle nieuwe velden.

  5. Dubbelklik op de veldnamenrij en typ een naam voor het nieuwe veld.

  6. Selecteer de eerste lege rij onder de veldnamenrij en typ een blok tekst of een combinatie van tekst en getallen. U kunt maximaal 256 tekens invoeren. Het gegevenstype Tekst wordt automatisch aan het veld toegewezen wanneer u tekst of een combinatie van tekst en getallen typt en niet meer dan 256 tekens invoert. Als u meer dan 256 tekens invoert, wordt het gegevenstype Memo toegewezen.

    -of-

    Plak een tekst van maximaal 256 tekens in de eerste rij.

  7. Sla uw wijzigingen op.

Een tekstveld toevoegen aan een nieuwe tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik op het tabblad Maken, in de groep Tabellen, op Tabel.

    Er wordt een nieuwe tabel geopend in de gegevensbladweergave. In deze afbeelding wordt een nieuwe tabel geïllustreerd:

    Een nieuwe, lege tabel in een nieuwe database

  4. Klik op Opslaan Knopafbeelding en voer in het dialoogvenster Opslaan als een naam voor de nieuwe tabel in.

  5. Dubbelklik op de veldnamenrij voor het eerste tabelveld (het veld waarin Nieuw veld toevoegen staat) en typ een naam voor het veld.

  6. Selecteer de eerste lege rij onder de veldnamenrij en typ een blok tekst of een combinatie van tekst en getallen. U kunt maximaal 256 tekens invoeren. Het gegevenstype Tekst wordt automatisch aan het veld toegewezen wanneer u tekst of een combinatie van tekst en getallen typt en niet meer dan 256 tekens invoert. Als u meer dan 256 tekens invoert, wordt het gegevenstype Memo toegewezen.

    -of-

    Plak een tekst van maximaal 256 tekens in de eerste rij.

    -of-

    Ga naar het tabblad Gegevensblad en selecteer in de groep Gegevenstype en -notatie in de lijst Gegevenstype de optie Tekst.

Naar boven

Een tekstveld toevoegen in de ontwerpweergave

U gebruikt de ontwerpweergave wanneer u een tekstveld wilt toevoegen aan een nieuwe of bestaande tabel en vervolgens veldeigenschappen wilt instellen of wijzigen die u niet kunt instellen of wijzigen in de gegevensbladweergave. U kunt bijvoorbeeld in de ontwerpweergave een invoermasker of een standaardwaarde opgeven. In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een tekstveld kunt toevoegen en eigenschappen voor het veld kunt instellen.

Een tekstveld toevoegen aan een bestaande tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en klik op Ontwerpweergave.

  4. Selecteer de eerste lege rij in de kolom Veldnaam en typ een naam voor het veld.

  5. Selecteer de aangrenzende cel in de kolom Gegevenstype en selecteer vervolgens Tekst in de lijst.

  6. Sla uw wijzigingen op.

Een tekstveld toevoegen aan een nieuwe tabel

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik op het tabblad Maken, in de groep Tabellen, op Tabel.

  4. Klik op Opslaan Knopafbeelding en voer in het dialoogvenster Opslaan als een naam voor de nieuwe tabel in.

  5. Klik met de rechtermuisknop op het documenttabblad voor de nieuwe tabel en klik op Ontwerpweergave.

  6. Selecteer de eerste lege rij in de kolom Veldnaam en typ een naam voor het veld.

  7. Selecteer de aangrenzende cel in de kolom Gegevenstype en selecteer vervolgens Tekst in de lijst.

  8. Sla uw wijzigingen op. Als u eigenschappen voor het veld wilt instellen, laat u de tabel open in de ontwerpweergave en gaat u verder met de volgende stappen.

Veldeigenschappen instellen of wijzigen

  1. Ga naar het tabblad Algemeen, onder in de ontwerpfunctie voor tabellen en zoek onder Veldeigenschappen de eigenschap die u wilt wijzigen.

  2. Selecteer het veld naast de naam van de eigenschap. Afhankelijk van de gekozen eigenschap kunt u gegevens invoeren (bijvoorbeeld standaardtekst of een invoermasker), de opbouwfunctie voor expressies starten door op Builder button te klikken, of een optie in een lijst selecteren.

    Als u meer informatie wilt lezen over het gebruik van elke veldeigenschap, selecteert u de gewenste eigenschap en drukt u op F1.

Naar boven

Een tekstveld verwijderen

U kunt zowel in de gegevensbladweergave als in de ontwerpweergave een tekstveld uit een tabel verwijderen. Houd er echter rekening mee dat de eventueel aanwezige gegevens in het betreffende tekstveld bij verwijdering definitief verloren gaan. U kunt de verwijdering namelijk niet ongedaan maken. Het is daarom raadzaam een back-up te maken van uw database voordat u tabelvelden of andere databasecomponenten verwijdert.

Een tekstveld verwijderen in de gegevensbladweergave

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Dubbelklik in het navigatiedeelvenster op de tabel die u wilt wijzigen.

    De tabel wordt geopend in de gegevensbladweergave.

  4. Zoek het tekstveld op, klik met de rechtermuisknop op de veldnamenrij (de naam) en klik vervolgens op Kolom verwijderen.

Een tekstveld verwijderen in de ontwerpweergave

  1. Klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik op Openen.

  2. Selecteer en open de database in het dialoogvenster Openen.

  3. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Ontwerpweergave.

    De tabel wordt geopend in de ontwerpweergave.

  4. Klik op de rijkiezer (het lege vierkantje) naast het tekstveld en druk op DEL.

    -of-

    Klik met de rechtermuisknop op de rijkiezer en klik op Rijen verwijderen.

  5. Klik op Ja om de verwijdering te bevestigen.

Naar boven

Eigenschappen van tekstvelden

Wanneer u de ontwerpweergave gebruikt om een tekstveld aan een tabel toe te voegen, kunt u een aantal eigenschappen van het veld instellen en wijzigen. Deze tabel bevat een overzicht van de eigenschappen van het tekstveld en en een beschrijving van elke eigenschap, inclusief de gevolgen van het instellen of wijzigen van een eigenschap.

Eigenschap

Gebruik

Veldlengte

Hiermee bepaalt u de lengte van uw tekstvelden. Geldige waarden zijn tussen 0 en 255. Als u deze eigenschap leeg laat, accepteert het veld 256 tekens.

Notatie

U kunt aangepaste opmaaktekens opgeven om een notatie te definiëren. Notaties die hier zijn gedefinieerd, worden weergegeven in gegevensbladen, formulieren en rapporten.

Zie het artikel Gegevens in tabellen, formulieren en rapporten opmaken voor meer informatie over aangepaste notaties.

Invoermasker

U kunt een invoermasker definiëren als u wilt bepalen hoe de gebruikers gegevens moeten invoeren in het veld.

Meer informatie over het gebruik van invoermaskers kunt u vinden in het artikel Een invoermasker maken om waarden in een specifieke indeling in te voeren in een veld of een besturingselement.

Bijschrift

Hiermee geeft u de naam van uw tekstveld op. De eigenschap accepteert maximaal 2.048 tekens. Als u geen bijschrift opgeeft, wordt de standaardveldnaam toegepast.

Standaardwaarde

Hiermee geeft u de waarde op die automatisch wordt weergegeven in een veld wanneer u een nieuwe record maakt. In een adressentabel kunt u bijvoorbeeld de standaardwaarde voor het veld Woonplaats instellen op een bepaalde plaats. Wanneer een gebruiker een record aan de tabel toevoegt, kan deze besluiten om deze waarde te accepteren of een andere woonplaats te typen. De maximale lengte is 255 tekens.

Validatieregel

Hiermee geeft u de vereisten op voor gegevens die worden ingevoerd in een gehele record, een afzonderlijk veld of een besturingselement. Wanneer gebruikers gegevens invoeren die de regel overtreden, kunt u met behulp van de eigenschap Validatietekst het resulterende foutbericht opgeven. De maximale lengte is 2.048 tekens.

Meer informatie over het maken van validatieregels kunt u vinden in het artikel Validatieregels maken voor het valideren van gegevens in velden.

Validatietekst

Hiermee geeft u de tekst op voor het foutbericht dat wordt weergegeven wanneer de gebruiker een validatieregel overtreedt. Maximale lengte: 255 tekens.

Meer informatie over het maken van validatieregels kunt u vinden in het artikel Validatieregels maken voor het valideren van gegevens in velden.

Vereist

Wanneer deze eigenschap is ingesteld op Ja moet u een waarde typen in het veld of in eventuele besturingselementen die afhankelijk van het veld zijn. Null-waarden zijn niet toegestaan.

Lengte nul toestaan

Als deze eigenschap is ingesteld op Ja, mag u tekenreeksen met de lengte nul invoeren in een veld. Een tekenreeks met een lengte nul bevat geen tekens. U gebruikt zo'n tekenreeks om aan te geven dat u weet dat er geen waarde voor een veld bestaat. U voert een tekenreeks met de lengte nul in door twee dubbele aanhalingstekens te typen zonder spatie ertussen ("").

Geïndexeerd

U gebruikt een index om query's, sorteerbewerkingen en groepeerbewerkingen sneller te kunnen uitvoeren op grote hoeveelheden gegevens. U kunt een index tevens gebruiken om te voorkomen dat gebruikers dubbele waarden invoeren. Mogelijke opties zijn:

  • Nee      Hiermee wordt indexering uitgeschakeld (standaard).

  • Ja (duplicaten OK)     Hiermee wordt het veld geïndexeerd en worden dubbele waarden toegelaten. Bijvoorbeeld voor identieke voor- en achternamen.

  • Ja (geen duplicaten)     Hiermee wordt het veld geïndexeerd en worden dubbele waarden niet toegelaten.

Unicode-compressie

In Access wordt Unicode gebruikt voor het weergeven van gegevens in tekst-, memo- en hyperlinkvelden. Unicode gebruikt twee bytes per teken in plaats van één byte en vereist daarom meer opslagruimte.

Om dit effect te neutraliseren en zodoende optimale prestaties te waarborgen, is de standaardwaarde van deze eigenschap voor een tekst-, memo- of hyperlinkveld ingesteld op Ja. Het instellen van deze eigenschap op Ja heeft tot gevolg dat elk teken waarvan de eerste byte 0 is, automatisch wordt gecomprimeerd wanneer het wordt opgeslagen en gedecomprimeerd wanneer het wordt opgehaald.

IME-modus

Hiermee geeft u een Input Method Editor op. Dit is een hulpprogramma voor het gebruik van Engelse versies van Access voor bestanden die gemaakt zijn in Japanse of Koreaanse versies van Access. De standaardwaarde is Geen besturing. Druk op F1 voor meer informatie over het gebruik van deze eigenschap.

IME-zinmodus

Hiermee wordt het type gegevens opgegeven dat u kunt invoeren met een Input Method Editor. Druk op F1 voor meer informatie over het gebruik van deze eigenschap.

Infolabels

U geeft een of meer infolabels op voor het veld en eventuele besturingselementen die afhankelijk zijn van het veld. Infolabels zijn componenten waarmee de verschillende typen gegevens in een veld kunnen worden herkend en waarmee u acties kunt uitvoeren op basis van dat type gegevens. In een E-mailadres-veld kan met een infolabel bijvoorbeeld een nieuw e-mailbericht worden gemaakt of het adres aan een lijst met contactpersonen worden toegevoegd.

Klik op Builder button om een lijst met beschikbare infolabels weer te geven.

Tekstuitlijning

Hiermee geeft u de uitlijning voor gegevens in een veld van het type Tekst op. Dit zijn de opties:

  • Algemeen     Alle tekst wordt links uitgelijnd.

  • Links     Alle tekst wordt links uitgelijnd.

  • Centreren     Alle tekst wordt gecentreerd.

  • Rechts     Alle tekst wordt rechts uitgelijnd.

  • Verdelen     Alle tekst wordt gelijkmatig uitgevuld langs beide zijden van het veld of tekstvak.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×