Veldcodes: veld Eq (vergelijking)

Opmerking:  We willen u graag zo snel mogelijk de meest recente Help-inhoud in uw eigen taal bieden. Deze pagina is automatisch vertaald en kan grammaticale fouten of onnauwkeurigheden bevatten. Wij hopen dat deze inhoud nuttig voor u is. Kunt u ons onder aan deze pagina laten weten of de informatie nuttig voor u was? Hier is het Engelstalige artikel ter referentie.

Het veld Eq genereert een wiskundige vergelijking. In de huidige versies van Word, wordt aangeraden een vergelijking invoegen (tabbladInvoegen ) gebruiken voor het maken van vergelijkingen. Het veld Eq is echter nuttig in sommige gevallen, bijvoorbeeld voor het beheren van lettertype opmaken van inlinevergelijkingen.

Syntaxis

Wanneer u het veld Eq in een document bekijkt, ziet de syntaxis er zo uit:

{EQ instructies }

Opmerking: Met een veldcode wordt aangegeven wat in het veld moet worden weergegeven. Veldresultaten worden in het document weergegeven nadat de veldcode is geëvalueerd. Druk op Alt+F9 om te schakelen tussen het weergeven van de veldcode en de veldcoderesultaten.

Instructies

De volgende instructies opgeven voor het maken van de vergelijking met de elementen tussen haakjes.

Notities: 

  • Als u wilt gebruiken een komma, een haakje openen of een backslash-teken in een vergelijking, worden voorafgegaan door het symbool met een backslash: \,\ (\.

  • Enkele instructies vragen om een lijst met elementen gescheiden door komma's of puntkomma's. Gebruik komma als scheidingsteken als het decimaalteken dat is voor uw systeem een periode is (opgegeven als onderdeel van de regionale instellingen van uw besturingssysteem). Als het decimaalteken dat is voor uw systeem een komma is, gebruikt u puntkomma's.

Matrix: \a()

Elementen van matrices in meerdere kolommen; elementen worden weergegeven in de volgorde van rijen. De volgende opties wijzigen met de instructie \a.

\al
Links binnen kolommen uitlijnen

\ac
Midden binnen kolommen uitlijnen.

\ar
Rechts binnen kolommen uitlijnen

\con
Matrices elementen in n kolommen (de standaardinstelling is 1).

\vsn
Hiermee voegt n punten van verticale afstand tussen regels.

\hsn
Hiermee voegt n punten van horizontale afstand tussen kolommen.

Voorbeeld

{EQ \a \al \co2 \vs3 \hs3(Axy,Bxy,A,B)} wordt het volgende weergegeven:

Haakjes: \b()

Vierkante haken één element in een grootte die geschikt zijn voor het element. De standaardhaakjes zijn haakjes.

Als het teken dat u opgeeft {, [, (), of <, Word gebruikt, de bijbehorende teken als het haakje sluiten. Als u een ander teken opgeeft, wordt in Word dat teken voor beide haakjes gebruikt.

De volgende opties wijzigen met de instructie \b.

\lc\c
Hiermee haalt u de vierkante haak openen met het teken c.

\rc\c
Hiermee haalt u het haakje sluiten met het teken c.

\bc\c
Hiermee haalt u beide haakjes met het teken dat is opgegeven voor c.

Voorbeeld

{EQ \b \bc\ {(\r(3,x))} wordt weergegeven:

Verplaats: \d()

Besturingselementen waar het volgende teken na het veld EQ is getekend. De volgende opties wijzigen met de instructie \d. Houd er rekening mee dat lege haakjes alleen de laatste optie in de instructies opvolgt.

\fon ()
Hiermee haalt u aan de rechterkant n wordt verwezen.

\BAn ()
Hiermee haalt u aan de linkerkant n wordt verwezen.

\li ()
De afstand tot het volgende teken onderstrepen.

Voorbeeld

{EQ \d \fo10 \li()} wordt het volgende weergegeven:

Breuk: \f(,)

Hiermee maakt u een breuk met de teller en noemer gecentreerd boven en onder lijn respectievelijk. Als uw systeem een komma als decimaalteken gebruikt, scheidt u de twee elementen met een puntkomma (;).

Voorbeeld

{EQ \f(2,RateChange)} wordt weergegeven:

afbeelding

Integraal: \i(,,)

Hiermee maakt u een integraal, met het opgegeven symbool of de standaardsymbool en de drie elementen. Het eerste element is de ondergrens, het tweede is de bovengrens en de derde is de integrant. De volgende opties wijzigen met de instructie \i.

\su
Het symbool wordt gewijzigd in een hoofdletter sigma en maakt u een som..

\pr
Het symbool wordt gewijzigd in een hoofdletter pi en maakt u een product.

\In
Hiermee maakt de inline-indeling met de limieten rechts van het eurosymbool in plaats van boven en onder weergegeven.

\fc\c
Hiermee vervangt een vaste hoogte-teken aangegeven door c voor het symbool.

\vc\c
Hiermee vervangt een variabele hoogte-teken aangegeven door c voor het symbool. Het symbool komt overeen met de hoogte van het derde element.

Voorbeeld

{EQ \i \su(1,5,3)} wordt weergegeven:

Lijst: \l()

Een willekeurig aantal elementen gebruikt voor het maken van een lijst met waarden, gescheiden door komma's of puntkomma's, zodat u verschillende elementen als één element opgeven kunt.

Voorbeeld

{EQ \l(A,B,C,D,E)} wordt weergegeven:

OVERSTRIKE: \o()

Elk volgend element boven aan de vorige taak geplaatst. Een willekeurig aantal elementen is toegestaan. Verschillende elementen te scheiden met komma's. Elk teken wordt afgedrukt binnen een tekenvak met onzichtbare. Opties voor uitlijnen de vakken boven op elkaar. De volgende opties wijzigen met de instructie \o.

\al
Aan de linkerkant.

\ac
Klik in het beheercentrum (de standaardinstelling).

\ar
Aan de rechterkant.

Radicale: \r(,)

Tekent een wortelteken met behulp van een of twee elementen.

Voorbeeld

{EQ \r(3,x)} wordt weergegeven:

Superscript of Subscript: \s()

Elementen geplaatst als superscript of subscript. Elke \s-instructie kunt beschikken over een of meer elementen; Scheid de elementen met komma's. Als u meer dan één element opgeeft, worden de elementen gestapeld en links uitgelijnd. De volgende opties plaats één elementen na de instructie \s.

\ain ()
Hiermee voegt ruimte boven een regel in een alinea met het aantal npunten.

\upn ()
Hiermee verplaatst u één element boven de aangrenzende tekst met het aantal npunten. De standaardinstelling is 2 punten.

\din ()
Hiermee voegt ruimte onder een regel in een alinea met het aantal npunten.

\don ()
Hiermee verplaatst u één element onder de aangrenzende tekst met het aantal npunten. De standaardinstelling is 2 punten.

Voorbeeld

{EQ \s\up8(UB)\s\do8(2)} wordt weergegeven:

Vak: \x()

Hiermee maakt u een rand voor een element. Als opties, tekent deze code in een vak rond het element. U kunt de volgende opties voor het wijzigen van de instructie \x combineren.

\to
Hiermee tekent u een rand boven het element.

\bo
Hiermee tekent u een rand onder het element

\le
Hiermee tekent u een rand aan de linkerkant van het element.

\ri
Hiermee tekent u een rand aan de rechterkant van het element.

Voorbeeld

{EQ \bo(5)} wordt weergegeven:

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagenten.

×