Veldcodes: het veld RD (documentverwijzing)

Opmerking:  We willen u graag zo snel mogelijk de meest recente Help-inhoud in uw eigen taal bieden. Deze pagina is automatisch vertaald en kan grammaticale fouten of onnauwkeurigheden bevatten. Wij hopen dat deze inhoud nuttig voor u is. Kunt u ons onder aan deze pagina laten weten of de informatie nuttig voor u was? Hier is het Engelstalige artikel ter referentie.

Het veld RD (Referenced Document) geeft een bestand om op te nemen wanneer u een inhoudsopgave, een lijst met bronvermeldingen of een index met het veld TOC, TOA of Index maakt. Begin paginanummers en reekswaarden moet u handmatig instellen in bestanden met de naam in de RD-velden voordat u het veld TOC, TOA of Index bijwerken. Het veld RD wordt niet een resultaat weergegeven in het document. U kunt een veld RD niet verbreken.

Het veld RD is opgemaakt als verborgen tekst. Klik op Weergeven/verbergen Alineamarkering Bijschrift 4 dit veld.

Opmerking over de beveiliging: Omdat de inhoud die is opgemaakt als verborgen tekst kan eenvoudig zichtbaar worden gemaakt, gebruik geen verborgen tekst met opmaak als u wilt beveiligen van vertrouwelijke informatie.

Opmerking: RD-velden waarmee wordt verwezen naar een reeks bestanden, moeten dezelfde volgorde hebben als de bestanden in het uiteindelijke document. De bestanden H1 en H2 hebben beide bijvoorbeeld een indexgegeven voor 'abrikoos' op de eerste pagina. Het eerste paginanummer in H1 is 1 en het eerste paginanummer in H2 is 100.

  • De volgorde {RD H2}{RD H1} resulteert in de indexquery 'abrikoos 100, 1'.

  • De volgorde {RD H1}{RD H2} resulteert in de indexquery 'abrikoos 1, 100'.

Syntaxis

Wanneer u het veld RD in een document bekijkt, ziet de syntaxis er als volgt uit:

{ RD "Bestandsnaam"}

Opmerking: Met een veldcode wordt aangegeven wat in het veld moet worden weergegeven. Veldresultaten worden in het document weergegeven nadat de veldcode is geëvalueerd. Druk op Alt+F9 om te schakelen tussen het weergeven van de veldcode en de veldcoderesultaten.

Instructies

"Bestandsnaam"

Dit is het bestand dat wordt opgenomen bij het genereren van een inhoudsopgave, bronvermelding of index. Als de locatie een lange bestandsnaam met spaties bevat, plaatst u de naam tussen aanhalingstekens. Vervang enkele backslashes door dubbele backslashes om het pad op te geven, bijvoorbeeld:

"C:\\Mijn documenten\\Handleiding.doc"

Schakelopties

\f

Hiermee wordt aangegeven dat het pad relatief is ten opzichte van het huidige document.

Voorbeeld

Wanneer de volgende velden in één document worden ingevoegd, wordt een inhoudsopgave gemaakt met vermeldingen van de drie documenten waarnaar wordt verwezen:

{ Inhoudsopgave }
{
RD C:\\Manual\\Chapters\\Chapter1.doc }
{
RD C:\\Manual\\Chapters\\Chapter2.doc }
{
RD C:\\Manual\\Chapters\\Chapter3.doc }

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagenten.

×