Uitgebreide geschiedenis, shape

In een statusdiagram vertegenwoordigt een geschiedenistoestandsindicator Deep History shape icon de subtoestand die het laatst is bezocht. Als een overgang naar de indicator wordt geactiveerd, komt een object weer in de toestand terecht waarin het zich het laatst bevond op hetzelfde niveau als de geschiedenisindicator.

Een sterretje (*) dat aan de 'H' is gekoppeld staat voor diepe geschiedenis. Wanneer een overgang naar een diepe-geschiedenisindicator wordt geactiveerd, zal een object een vorige toestand intreden op elk niveau binnen een complex gebied. Een gebied kan zowel een ondiepe- als diepe-geschiedenistoestandsindicator bevatten.

Een shape Uitgebreide geschiedenis een naam geven en andere eigenschapswaarden toevoegen

Open het dialoogvenster UML-eigenschappen van het element door te dubbelklikken op het pictogram dat het element in de statusdiagramboomstructuurweergave vertegenwoordigt, of door te dubbelklikken op de shape die het element in een diagram vertegenwoordigt.

Tip

Als u wilt opgeven welke eigenschapswaarden op een shape in een diagram worden weergegeven, klikt u met de rechtermuisknop op de shape en klikt u op Weergaveopties voor shape. Schakel in het dialoogvenster Weergaveopties voor UML-shape opties in of uit om eigenschapswaarden weer te geven of te verbergen.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×