Office
Aanmelden

Tips voor het voorbereiden van uw publicatie voor een commerciële afdrukservice

Opmerking:  We willen u graag zo snel mogelijk de meest recente Help-inhoud in uw eigen taal bieden. Deze pagina is automatisch vertaald en kan grammaticale fouten of onnauwkeurigheden bevatten. Wij hopen dat deze inhoud nuttig voor u is. Kunt u ons onder aan deze pagina laten weten of de informatie nuttig voor u was? Hier is het Engelstalige artikel ter referentie.

Als u afdrukopties nodig hebt die u niet op uw desktopprinter vindt, kunt u uw publicatie bij een commerciële afdrukservice afleveren die uw werk kan reproduceren met een offsetdrukpers of een digitale printer van hoge kwaliteit.

Misschien wilt u een publicatie bijvoorbeeld in grotere hoeveelheden afdrukken, speciaal papier gebruiken (zoals vellum of karton) of uw publicatie laten inbinden, bijsnijden en afwerken.

Of u nu honderden of duizenden kopieën nodig hebt, een commerciële afdrukservice is vaak de goedkoopste en meest efficiënte manier om uw publicatie af te drukken.

Microsoft Office Publisher 2007 biedt vele functies die het voor een commerciële afdrukservice of kopieerbedrijven veel gemakkelijker maken om uw publicatie voor te bereiden op het drukproces. De volgende tips helpen u uw publicatie voor te bereiden voor afdruk door een commerciële afdrukservice of kopieerbedrijf.

In dit artikel

Tip 1: Bespreek uw project met uw commerciële printer

Tip 2: Gebruik altijd Office Publisher 2007 of Publisher 2003

Tip 3: Kies uw kleurenmodel vroeg

Tip 4: Controleer of uw publicatiepagina's in de juiste grootte

Tip 5: Toestaan voor aflopen

Tip 6: Vermijden synthetische lettertypen

Tip 7: Gebruik geen tintkleur voor tekst met kleine tekengrootte

Tip 8: Pas het formaat van digitale foto's en gescande afbeeldingen aan

Tip 9: Gekoppelde afbeeldingen gebruiken

Tip 10: De Wizard Inpakken en wegwezen gebruiken voor het voorbereiden van uw publicatiebestand

Tip 1: bespreek uw project met uw commerciële afdrukservice

Raadpleeg uw commerciële afdrukservice voor en tijdens het ontwerpproces om later tijd en geld te besparen. Voor u met uw project begint, beschrijft u uw project en doelstellingen en vraagt u naar de vereisten van de afdrukservice.

Bespreek de volgende zaken voordat u begint met het maken van de publicatie:

  • Vraag of de drukker Publisher-bestanden accepteert. Als u geen commerciële drukker kunt vinden die Publisher-bestanden accepteert, informeert u naar andere indelingen waarin u uw publicatie bij de drukker kunt afleveren. De meeste commerciële drukkers accepteren PostScript- of PDF-bestanden en geven instructies over de manier waarop u uw publicatie naar deze indelingen converteert.

  • Praat met de drukker over alles wat voor uw project van belang is, zoals aantal, kwaliteit, papiertype, papierformaat, aanbevolen kleurenmodel, binden, vouwen, snijden, kosten, maximale bestandsgrootte en deadlines. Informeer altijd of de drukker het benodigde materiaal in voorraad heeft.

  • Laat de drukker weten of uw publicatie gescande afbeeldingen bevat, en zo ja, of u deze zelf scant dan wel of u dit door een commerciële drukker of servicebureau laat doen?

  • Vraag of er eventueel taken aan het afdrukken voorafgaan, zoals taken met betrekking tot overlappingen en paginaplaatsing?

  • Vraag naar adviezen die u geld kunnen besparen.

Naar boven

Tip 2: gebruik altijd Office Publisher 2007 of Publisher 2003

De volgende tips werden speciaal geschreven voor Office Publisher 2007 en Microsoft Office Publisher 2003. Office Publisher 2007 biedt nieuwe en verbeterde functies die speciaal werden ontworpen voor gebruik door een professionele afdrukservice. Een professionele drukker heeft meer vertrouwen in een publicatie die in Office Publisher 2007 of Publisher 2003 werd gemaakt dan in een publicatie die in een eerdere versie van Publisher werd gemaakt.

Wanneer u een oudere publicatie opent in Office Publisher 2007, wordt het uiterlijk van het oudere bestand zo veel mogelijk behouden. Maar publicaties die in oudere versies van Publisher werden gemaakt, zien er soms anders uit dan u verwacht wanneer u ze in Office Publisher 2007 opent.

Naar boven

Tip 3: kies in een vroeg stadium het te gebruiken kleurenmodel

Voordat u veel tijd gaat besteden aan het ontwerp van de publicatie, bepaalt u eerst of de publicatie in kleur moet worden afgedrukt. Als de publicatie uiteindelijk wordt afgedrukt op een digitale kleurenprinter van hoge kwaliteit, hoeft u zich geen zorgen te maken om kleur. Digitale kleurenprinters reproduceren miljoenen kleuren op een accurate manier. Als u uw publicatie met een offsetdrukpers wilt laten afdrukken, kunt u kiezen uit verschillende kleurenmodellen.

Een offsetdrukpers wordt bediend door een professionele drukker die de afdruktaak moet instellen en uitvoeren. Meestal moet de drukker voor elke inktkleur meer instellen, waardoor de kosten toenemen. Het aantal inktkleuren dat u nodig hebt, hangt af van het kleurenmodel dat u kiest.

U kunt bij het instellen van kleuren voor de publicatie kiezen uit de volgende kleurenmodellen:

  • Willekeurige kleur (RGB)

  • Eén kleur

  • Steunkleuren

  • CMYK-kleuren

  • CMYK-kleuren plus steunkleuren

Willekeurige kleur (RGB)

Als u met een digitale kleurenprinter werkt (zoals een desktopprinter waarmee u kleuren kunt afdrukken), kunt u het RGB-kleurenmodel (rood, groen, blauw) gebruiken. Als u een beperkt aantal exemplaren afdrukt, is dit het minst dure kleurenmodel. Van alle kleurenmodellen zijn RGB-kleuren echter het meest veranderlijk, zodat het moeilijk is om in verschillende afdruktaken dezelfde kleuren te krijgen.

Eén kleur

Als u één kleur gebruikt bij het afdrukken, wordt alles in de publicatie afgedrukt als een tint van één inktkleur, doorgaans zwart. Dit is de goedkoopste manier voor afdrukken met een offsetdrukpers, omdat slechts één inktkleur nodig is.

Steunkleuren

Als u bij het afdrukken gebruikmaakt van een steunkleur, wordt alles in uw publicatie afgedrukt als een tint van één inktkleur (doorgaans zwart) en een tint van één bijkomende kleur, de steunkleur, die meestal wordt gebruikt als accent. In Publisher worden PANTONE®-kleuren als steunkleuren gebruikt.

Dit kleurenmodel vereist minimaal twee inktkleuren en de kosten voor het afdrukken met een offsetdrukpers kunnen toenemen voor elke inktkleur die u toevoegt.

Opmerking: In sommige gevallen is het afdrukken van steunkleuren duurder dan het gebruik van CMYK-kleuren. Dat is meestal het geval voor taken op korte termijn.

CMYK-kleuren

Als u dit kleurenmodel gebruikt, wordt uw publicatie volledig in kleur afgedrukt door wisselende percentages te combineren van de inktkleuren cyaan, magenta, geel en zwart, wat in het Engels wordt afgekort als CMYK (Cyan, Magenta, Yellow, Key). Hoewel u deze vier inktkleuren tot bijna alle kleuren kunt combineren, zijn er toch enkele kleuren die u niet kunt krijgen. Het CMYK-kleurenmodel kan bijvoorbeeld geen metallic kleuren of zeer intense kleuren produceren.

Bij gebruik van dit kleurenmodel moet de drukker de pers instellen met vier inktkleuren. De kleuren moeten bovendien worden uitgelijnd, wat de nodige vaardigheid van de drukker vereist. Daardoor is afdrukken met CMYK-kleuren duurder dan afdrukken met steunkleuren.

CMYK-kleuren plus steunkleuren

Dit is het duurste kleurenmodel voor het afdrukken, omdat de vier CMYK-kleuren worden gecombineerd met een of meer steunkleuren. Gebruik dit kleurenmodel alleen als u niet alleen volledig in kleur wilt afdrukken, maar ook zeer intense kleuren of metallic kleuren wilt reproduceren, wat met CMYK alleen niet mogelijk zou zijn.

Een kleurenmodel kiezen

Wanneer u in Microsoft Publisher een kleurenmodel kiest, geeft de kleurenkiezer alleen de kleuren van het gekozen kleurenmodel weer. Als u bijvoorbeeld het kleurenmodel Eén kleur instelt, kunt u alleen lijn-, opvul- en tekstkleuren kiezen die met die inktkleur kunnen worden gemaakt. Als u het kleurenmodel Steunkleuren instelt, kunt u alleen lijn-, opvul- en tekstkleuren kiezen die met de steunkleuren kunnen worden gemaakt.

Ga als volgt te werk als u het kleurenmodel voor de publicatie wilt kiezen:

  1. Wijs Opties voor commerciële afdrukservice aan in het menu Extra en klik op Kleuren afdrukken.

  2. Selecteer in het dialoogvenster Kleuren afdrukken onder Alle kleuren definiëren als het kleurenmodel dat u wilt gebruiken.

    Dialoogvenster Kleuren afdrukken

  3. Als u Steunkleuren of CMYK-kleuren plus steunkleuren kiest, kunt u de steunkleuren kiezen door op de knop Nieuwe inktkleur te klikken.

  4. Klik op OK.

Naar boven

Tip 4: zorg ervoor dat de pagina's van de publicatie het juiste formaat hebben

Voordat u een publicatie maakt, moet u het formaat van de afgedrukte publicatie bepalen. Raadpleeg uw commerciële afdrukservice.

Als u het gewenste formaat hebt bepaald, kunt u dit in het dialoogvenster Pagina-instelling instellen.

Controleer goed of u het juiste formaat hebt ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling. Het is namelijk moeilijk om het paginaformaat te wijzigen als u eenmaal met het ontwerp van de publicatie bent begonnen. Een commerciële afdrukservice kan uw publicatie bovendien ook moeilijk afdrukken op een ander formaat dan het paginaformaat dat u hebt ingesteld.

Houd er rekening mee dat paginaformaat en papierformaat twee verschillende dingen zijn als u bezig bent met de instellingen van de pagina en het afdrukken:

  • Paginaformaat heeft altijd betrekking op het formaat van de voltooide pagina, na het bijsnijden.

  • Papierformaat heeft altijd betrekking op het vel papier waarop u de publicatie afdrukt, voor het bijsnijden.

Als u afloop en printermarkeringen gebruikt of meerdere pagina's op een vel papier wilt afdrukken, moet het papierformaat groter zijn dan het paginaformaat.

Als u meerdere pagina's of exemplaren van een publicatie op één vel papier wilt afdrukken om een boekje te maken, kan dat heel eenvoudig in Publisher. Meerder pagina's afdrukken op één vel papier dat u kunt vouwen en bijsnijden om opeenvolgende pagina's te maken, wordt plaatsing genoemd.

Tip: Voor een optimaal resultaat met plaatsing, raadpleegt u uw commerciële afdrukservice voordat u uw publicatie ontwerpt. Voor de plaatsing van uw publicatie gebruikt uw commerciële drukker mogelijk een programma voor paginaplaatsing van een andere producent.

Stel het formaat van de pagina in op het uiteindelijke formaat van het item.

  • Visitekaartjes, indexkaarten en briefkaarten    Als u meerdere kleine items, zoals visitekaartjes, wilt afdrukken op een vel A4-papier, stelt u het paginaformaat van de publicatie in op het formaat van de kaartjes en niet op het formaat van het papier waarop ze worden afgedrukt. U kunt vervolgens in het dialoogvenster Pagina-instelling opgeven hoeveel exemplaren u per vel papier wilt afdrukken.

    Hoe?

    1. Klik in uw publicatie op Pagina-instelling in het menu Bestand, stel het paginaformaat in en klik vervolgens op Geavanceerd.

    2. Klik in het dialoogvenster Aangepast paginaformaat onder Type indeling op Meerdere pagina's per vel of op een andere geschikte optie.

    3. Geef onder Opties de gewenste waarden op in de vakken Zijmarge, Bovenmarge, Horizontale tussenruimte en Verticale tussenruimte.

    4. Klik tweemaal op OK.

      Afhankelijk van het geselecteerde papierformaat en de marges die u hebt ingesteld, worden door Publisher zo veel mogelijk exemplaren van het item op de pagina geplaatst. Hoewel u in het publicatievenster slechts één exemplaar ziet, bevat de afgedrukte pagina meerdere exemplaren.

  • Gevouwen brochures    Als de publicatie een vel papier is dat een of meerdere keren wordt gevouwen, zoals een gevouwen brochure of wenskaart, moet de pagina even groot zijn als de voltooide grootte voordat u het papier vouwt. Plaats niet elke zijde van de brochure op een afzonderlijke pagina. Als de publicatie bijvoorbeeld een gevouwen brochure is die wordt afgedrukt op een vel papier met Letter-formaat, klikt u in het dialoogvenster Pagina-instelling op het paginaformaat Letter.

  • Boekjes    Als de publicatie een boekje met meerdere gevouwen pagina's is, zoals een catalogus of tijdschrift, moet de pagina even groot zijn als één pagina nadat het boekje is gevouwen. Als de publicatie bijvoorbeeld 14,85 cm x 21 cm is, kunt u deze pagina's naast elkaar afdrukken op beide zijden van een vel papier. De pagina's van het boekje worden automatisch door Publisher gerangschikt, zodat de paginanummers de juiste volgorde hebben wanneer u de bladen samenvoegt en vouwt.

    Een boekje in Publisher instellen

    1. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling.

    2. Klik in het rechter taakvenster op Geavanceerd.

    3. Klik in het dialoogvenster Aangepast paginaformaat onder Type indeling op Boekje. Voer onder Margehulplijnen de gewenste afmetingen in en klik tweemaal op OK.

    4. Klik op Printerinstellingin het menu Bestand en klik vervolgens op het tabblad Publicatie- en papierinstellingen.

    5. Selecteer Boekje, zijvouw onder Afdrukopties.

    6. Selecteer onder Papier een papierformaat waarbij twee pagina's naast elkaar passen. Klik onder Afdrukstand op Liggend.

    7. Klik op het tabblad Printereigenschappen.

    8. Klik op Naam van de printer om de printer te selecteren waarnaar u wilt afdrukken. Als u niet weet welk type printer of imagesetter de commerciële afdrukservice gebruikt, slaat u deze stap over. U kunt echter ook uw eigen printer selecteren en een proefdruk maken.

    9. Klik op OK.

      Uw commerciële drukker zal ervoor zorgen dat de printer- en papierinstellingen correct zijn voor het apparaat waarmee uw boekje wordt afgedrukt.

  • Complexe plaatsing    Bij sommige plaatsingen bevat een vel papier een groot aantal pagina's. Het vel wordt vervolgens enkele malen gevouwen en aan drie kanten gesneden om pagina's met hetzelfde paginanummer te krijgen. Deze plaatsing kan alleen worden uitgevoerd met een programma voor paginaplaatsing.

Naar boven

Tip 5: gebruik aflopen

Als de publicatie elementen bevat die op de rand van de pagina moeten worden afgedrukt, stelt u deze elementen in als aflopen. Bij een afloop loopt het element verder dan de pagina van de publicatie. De publicatie wordt afgedrukt op een papierformaat dat groter is dan de voltooide pagina en wordt vervolgens gesneden. Aflopen zijn nodig omdat de meeste afdrukapparaten, waaronder ook de offsetdrukpers, niet tot de rand van het papier kunnen afdrukken, en bij het bijsnijden van het papier kan een dunne, witte, onbedrukte rand overblijven.

U maakt een afloop in Publisher door het gewenste element te vergroten zodat het minstens 3 mm buiten de rand van de pagina valt.

Publicatie met aflopen

Als het element een AutoVorm is die u in Publisher hebt gemaakt, kunt u de vorm gemakkelijk uitrekken. Als het element echter een afbeelding is, moet u rekening houden met de verhoudingen en voorkomen dat bij het snijden van de pagina een belangrijk deel van de afbeelding verloren gaat.

Naar boven

Tip 6: gebruik geen synthetische lettertypen

Lettertypen worden doorgaans ontworpen met diverse variaties. Het lettertype Times New Roman heeft bijvoorbeeld vier variaties:

  • Times New Roman

  • Times New Roman Bold

  • Times New Roman Italic

  • Times New Roman Bold Italic

Het gebruik van de variaties is eenvoudig omdat Microsoft Windows automatisch de juiste variatie toepast wanneer u tekst vet of cursief maakt in Publisher. Als u bijvoorbeeld tekst met het lettertype Times New Roman selecteert en vervolgens op Vet klikt op de werkbalk Opmaak, wordt het lettertype door Windows vervangen door de variatie Times New Roman Bold.

Veel lettertypen hebben echter geen afzonderlijke variaties voor vet en cursief. Als u deze lettertypen vet of cursief maakt, wordt in Windows een synthetische versie van dat lettertype gemaakt. Voor het lettertype Comic Sans MS is bijvoorbeeld geen versie voor cursief beschikbaar. Wanneer u tekst in Comic Sans MS cursief maakt, worden de tekens in Windows schuin weergegeven.

Synthetische lettertypen kunnen met de meeste desktopprinters zonder problemen worden afgedrukt. Dit is echter niet het geval voor professionele afdrukapparatuur, zoals imagesetters. Gebruik daarom geen synthetische lettertypen in een publicatie die u naar een commerciële afdrukservice stuurt.

De afzonderlijke lettertypen controleren die u wilt afdrukken

Om te kunnen controleren op de aanwezigheid van synthetische lettertypen moet u weten welke lettertypen u gebruikt en welke variaties beschikbaar zijn als afzonderlijke lettertypen. Ga als volgt te werk om te bekijken welke lettertypen in de publicatie zijn gebruikt:

  • Wijs Opties voor commerciële afdrukservice aan in het menu Extra en klik vervolgens op Lettertypen.

    In het dialoogvenster Lettertypen worden alle lettertypen getoond die in uw publicatie worden gebruikt.

Ga als volgt te werk als u wilt weten welke variaties beschikbaar zijn als afzonderlijke lettertypen:

  1. Klik in het menu Start op Uitvoeren.

  2. Typ lettertypenin het dialoogvenster uitvoeren in het vak openen en klik vervolgens op OK.

    Het venster Fonts wordt geopend waarin een lijst wordt weergegeven van alle lettertypen en variaties die op uw computer zijn geïnstalleerd.

  3. Controleer of de optie Variaties (vet, cursief, enzovoort) verbergen in het menu Beeld is uitgeschakeld en klik vervolgens op Details.

  4. Controleer of er voor de lettertypen die in de publicatie zijn gebruikt, afzonderlijke lettertypen beschikbaar zijn voor de opmaak die u wilt gebruiken.

Als voor een lettertype slechts één variatie wordt weergegeven, zijn er geen versies voor vet en/of cursief beschikbaar. Dit zijn meestal decoratieve lettertypen die niet zijn ontworpen voor gebruik in andere variaties.

Naar boven

Tip 7: gebruik geen tintkleur voor tekst met een kleine tekengrootte

Als u gekleurde tekst in een kleine tekengrootte gebruikt, kies dan voor effen steunkleuren of voor kleuren die uit een combinatie van effen CMYK-kleuren bestaan. Vermijd het gebruik van tinten.

Tintkleuren worden door Publisher afgedrukt als een percentage van een effen inktkleur. In close-up ziet u dat de kleur uit kleine puntjes bestaat. Een groentint van 50 procent wordt bijvoorbeeld afgedrukt als een raster van 50 procent van de effen inktkleur groen.

Vergrote versie van tekst met een effen kleur en een tintkleur

Als tekst met een tintkleur een kleine tekengrootte heeft, kan het zijn dat de puntjes niet volstaan om de vorm van de letters te definiëren. Daardoor is de tekst wazig of gespikkeld en moeilijk te lezen. Als u een tint van een CMYK-kleur gebruikt (met meerdere inktkleuren), kan het zijn dat de inktkleuren niet perfect zijn uitgelijnd, wat mogelijk een wazige rand aan de tekst toevoegt.

Als u tekst met een kleine tekengrootte kleur wilt geven, moet u een kleur gebruiken die als effen kleur wordt afgedrukt en niet als tintkleur. Hieronder ziet u enkele mogelijke kleuren:

  • Zwart

  • Wit

  • Cyaan

  • Magenta

  • Geel

  • Rood (100 procent magenta, 100 procent geel)

  • Groen (100 procent cyaan, 100 procent geel)

  • Blauw (100 procent cyaan, 100 procent rood)

  • Tint van 100 procent van een steunkleur

Opmerking: Voor tekst met een grotere tekengrootte (18 punten of meer) zijn tintkleuren geen probleem. Bespreek met uw commerciële drukker welke lettertypen u in een tintkleur wilt afdrukken.

Naar boven

Tip 8: pas het formaat van digitale foto's en gescande afbeeldingen aan

Afbeeldingen die door een grafisch programma, een scanprogramma of een digitale camera zijn gemaakt, bestaan uit een raster met vierkantjes in verschillende kleuren, de zogenaamde pixels. Hoe meer pixels een afbeelding bevat, hoe gedetailleerder deze is.

De resolutie van een afbeelding wordt uitgedrukt in het aantal pixels per inch (ppi). Elke afbeelding heeft een eindig aantal pixels. Als u een afbeelding vergroot, wordt de resolutie lager (minder pixels per inch). Als u een afbeelding verkleint, wordt de resolutie hoger (meer pixels per inch).

Als de resolutie van een afbeelding te laag is, wordt de afbeelding meer in blokjes afgedrukt. Als de resolutie van een afbeelding te hoog is, wordt het publicatiebestand onnodig groot en duurt het langer om de publicatie te openen, te bewerken en af te drukken. Een afbeelding met meer dan 1000 ppi wordt mogelijk helemaal niet afgedrukt.

Als de resolutie van de afbeelding hoger is dan de maximale resolutie van de printer (bijvoorbeeld een afbeelding van 800 ppi op een printer van 300 ppi), duurt het langer voordat de printer de afbeeldingsgegevens heeft verwerkt, zonder dat op de afdruk meer details worden weergegeven. Probeer daarom de resolutie van de afbeelding af te stemmen op die van de printer.

Kleurenafbeeldingen die u door een commerciële afdrukservice laat afdrukken, moeten tussen 200 en 300 ppi zijn. Uw afbeeldingen mogen een hogere resolutie hebben (tot 800 ppi) maar geen lagere.

Opmerking: De resolutie van een afbeelding wordt soms ook uitgedrukt in dots per inch (dpi) in plaats van ppi. Deze termen zijn onderling verwisselbaar.

Effectieve resolutie

Of u een afbeelding nu groter of kleiner maakt in uw publicatie, de hoeveelheid gegevens in deze afbeelding blijft dezelfde. Als u meer details in de afbeelding wilt zien wanneer u deze vergroot, moet u vanaf het begin een afbeelding met een hogere effectieve resolutie kiezen.

Elke afbeelding in de publicatie heeft een effectieve resolutie waarbij rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke resolutie van de afbeelding en het effect van schaling in Publisher. Een afbeelding met een oorspronkelijke resolutie van 300 ppi die is geschaald naar 200 procent groter, heeft een effectieve resolutie van 150 ppi.

Ga als volgt te werk als u de effectieve resolutie van een afbeelding in de publicatie wilt achterhalen:

  1. Klik op Afbeeldingenbeheer in het menu Extra.

  2. Klik in het taakvenster Afbeeldingenbeheer onder Afbeelding selecteren op de pijl naast de afbeelding en klik vervolgens op Details.

  3. In het venster Details wordt in het veld Effectieve resolutie de resolutie in dpi (dots per inch) weergegeven.

Afbeeldingen met een hoge resolutie reduceren

Als u slechts enkele afbeeldingen met een te hoge resolutie hebt, kunt u deze misschien nog zonder problemen afdrukken. Als u meerdere afbeeldingen met een hoge resolutie hebt, wordt uw publicatie efficiënter afgedrukt als u de resolutie verlaagt.

Belangrijk: Raadpleeg uw commerciële afdrukservice over de gewenste resolutie voor u de resolutie van een afbeelding verlaagt.

In Publisher kunt u de resolutie van één, meerdere of alle afbeeldingen verlagen door compressie.

  1. Selecteer in Publisher een of meer afbeeldingen waarvan u de resolutie wilt verlagen, klik met de rechtermuisknop op een van deze afbeeldingen en klik vervolgens op Afbeelding opmaken.

  2. Klik op het tabblad Afbeelding in het dialoogvenster Afbeelding opmaken.

  3. Klik op Comprimeren.

  4. Klik in het dialoogvenster Afbeeldingen comprimeren onder Doeluitvoer op Commercieel afdrukken.

  5. Kies onder Compressie-instellingen nu toepassen voor compressie van alle afbeeldingen in de publicatie of alleen de geselecteerde afbeeldingen en klik vervolgens op OK.

  6. Wanneer u wordt gevraagd of u afbeeldingsoptimalisatie wilt toepassen, klikt u op Ja.

    De hoge resolutie van de oorspronkelijke afbeelding of afbeeldingen wordt vervangen door 300 ppi.

Naar boven

Tip 9: gebruik gekoppelde afbeeldingen

Wanneer u afbeeldingen in uw publicatie invoegt, kunt u deze in de publicatie insluiten of een koppeling naar de afbeeldingsbestanden maken. Als u afbeeldingen in uw publicatie invoegt in de vorm van koppelingen, beperkt u de grootte van de publicatie en kan de drukker elke afbeelding apart bewerken of de kleuren voor alle afbeeldingen tegelijk instellen.

Als u gekoppelde afbeeldingen invoegt, moet u de afbeeldingsbestanden samen met uw publicatie bij uw commerciële afdrukservice afleveren. Als u uw publicatie met de wizard Inpakken en wegwezen voorbereidt voor commercieel afdrukken, worden de gekoppelde afbeeldingen in het ingepakte bestand opgenomen.

Vooral als u EPS-afbeeldingen (Encapsulated PostScript) gebruikt, is het belangrijk dat u een publicatie met gekoppelde afbeeldingen levert, omdat u een afbeelding in Publisher niet in EPS-indeling kunt opslaan. De EPS-afbeelding is alleen beschikbaar voor uw commerciële drukker als u deze in de vorm van een afzonderlijk gekoppeld bestand levert.

Ga als volgt te werk om een afbeelding in te voegen als een koppeling:

  1. Wijs in het menu Invoegen de optie Afbeelding aan en klik op Uit bestand.

  2. Zoek in het dialoogvenster Afbeelding invoegen naar de gewenste afbeelding en klik erop.

  3. Klik op de pijl naast Invoegen en kies Koppelen aan bestand.

Naar boven

Tip 10: gebruik de wizard Inpakken en wegwezen om het publicatiebestand voor te bereiden

De wizard Inpakken en wegwezen verpakt een publicatie en de gekoppelde bestanden in één gecomprimeerd bestand dat u bij een commerciële afdrukservice kunt afleveren. Als u de wizard Inpakken en wegwezen gebruikt, gebeurt in Publisher het volgende:

  • Er wordt een kopie van het bestand opgeslagen en de TrueType-lettertypen waarvoor dit wordt toegestaan, worden ingesloten.

  • Er wordt een gecomprimeerd archiefbestand gemaakt met daarin de publicatie en alle gekoppelde afbeeldingen.

  • Er wordt een PDF-bestand gemaakt, dat desgewenst door uw drukker kan worden gebruikt.

    Opmerking: Opslaan als een PDF- of XPS-bestand vanuit een 2007 Microsoft Office-systeem-programma kan alleen nadat u een invoegtoepassing hebt geïnstalleerd. Zie Ondersteuning inschakelen voor andere bestandsindelingen, zoals PDF en XPS voor meer informatie.

  • Het ingepakte bestand wordt naar het gewenste station gekopieerd.

Gebruik van de wizard Inpakken en wegwezen

  1. Wijs de optie Inpakken en wegwezen aan in het menu Bestand en klik vervolgens op Naar een commerciële afdrukservice.

  2. Selecteer in het taakvenster Naar een commerciële afdrukservice de gewenste optie in de lijst Hoe wordt deze publicatie afgedrukt?:

    Selecteer Commerciële drukkerij als u gebruikmaakt van een offsetdrukkerij.

    Selecteer Afdrukken met hoge kwaliteit als u gebruikmaakt van een hoogwaardige kopieerwinkel.

    Als u de PDF-instellingen wilt aanpassen aan de instellingen van de doelprinter, klikt u op Overige en kiest u de gewenste instellingen.

  3. Klik op Afdrukopties.

  4. Maak in het dialoogvenster Afdrukopties de nodige wijzigingen, waaronder de printermarkeringen, en klik vervolgens op OK.

    Vraag uw afdrukservice of u Printermarkeringen moet selecteren.

  5. Los onder Selecteer een item dat moet worden hersteld de eventuele problemen op die in Publisher zijn vastgesteld.

  6. Als u een PDF-bestand wilt maken, schakelt u onder Exporteren het selectievakje Een PDF maken in.

    U kunt uw publicatie opslaan als een ZIP-bestand, als een PDF-bestand of beide. Standaard zijn beide opties ingeschakeld. Als u niet zeker bent aan welke optie uw commerciële afdrukservice de voorkeur geeft, laat u beide opties ingeschakeld.

  7. Klik op Opslaan.

  8. Kies in de wizard Inpakken en wegwezen de locatie waarnaar u het bestand wilt exporteren en klik vervolgens op Volgende.

    Als u meerdere publicaties inpakt, slaat u elke ingepakte publicatie in een afzonderlijke map op. Anders worden bestaande ingepakte publicaties namelijk overschreven door de wizard.

    U kunt het bestand opslaan op verwisselbare media, een vaste schijf, een extern station of een netwerkstation.

    Bestanden opslaan op verwisselbare media

    Als u uw publicatie op een schijf naar de commerciële afdrukservice brengt, klikt u op het juiste station (meestal D of E voor verwisselbare media zoals een beschrijfbare cd of USB-sleutel).

    Bestanden opslaan op een harde schijf, een extern station of een netwerk

    Als u de bestanden wilt opslaan op een extern station, een netwerk of de vaste schijf van de computer, klikt u op Bladeren. Vervolgens kiest u het gewenste station en de map en klikt u op OK.

    U kunt het bestand later uploaden als uw commerciële afdrukservice over een website beschikt waarop u bestanden kunt verzenden.

  9. Schakel het selectievakje Vierkleurenproefafdruk in of uit en klik vervolgens op OK.

    Het selectievakje Vierkleurenproefafdruk is standaard altijd ingeschakeld. Gebruik de vierkleurendrukproef om eventuele fouten in de gedrukte versie van uw publicatie te vinden voor u het bestand naar een commerciële afdrukservice verzendt. Als uw commerciële afdrukservice fouten in het bestand moet verbeteren, stijgen de kosten voor het afdrukken meestal.

    Opmerking: Als u wijzigingen aanbrengt in uw publicatie nadat u de bestanden hebt ingepakt, moet u de wizard Inpakken en wegwezen opnieuw uitvoeren, zodat uw wijzigingen worden opgenomen in de publicatie die u bij uw commerciële afdrukservice aflevert.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×