Tabel met operatoren

Een operator is een teken of symbool dat aangeeft welk type berekening er moet worden uitgevoerd in een expressie. Er zijn rekenkundige operatoren, vergelijkingsoperatoren, logische operatoren en verwijzingsoperatoren. Access ondersteunt een groot aantal operatoren, waaronder rekenkundige operatoren zoals +, -, vermenigvuldigen (*) en delen (/), maar ook vergelijkingsoperatoren om waarden te vergelijken, tekstoperatoren om tekst samen te voegen en logische operatoren om te bepalen of een waarde waar of onwaar is in de context. In dit artikel vindt u uitgebreide informatie over het gebruik van deze operators.

Opmerking: Vanaf Access 2010 ondersteunt de opbouwfunctie voor expressies IntelliSense, zodat u kunt zien welke argumenten er vereist zijn voor een expressie.

In dit artikel

Rekenkundige operatoren

Vergelijkingsoperatoren

Logische operatoren

Samenvoegingsoperatoren

Speciale operatoren

Rekenkundige operatoren

U gebruikt de rekenkundige operatoren om een waarde te berekenen aan de hand van twee of meer getallen of om het teken van een getal te wijzigen van positief in negatief of omgekeerd.

Operator

Doel

Voorbeeld

+

Twee getallen optellen.

[Subtotaal]+[Btw]

-

Het verschil tussen twee getallen vinden of de negatieve waarde van een getal aangeven.

[Prijs]-[Korting]

*

Twee getallen vermenigvuldigen.

[Hoeveelheid]*[Prijs]

/

Het eerste getal door het tweede getal delen.

[Totaal]/[AantalItems]

\

Beide getallen afronden op gehele getallen, het eerste getal door het tweede getal delen en vervolgens het resultaat afkappen tot een geheel getal.

[Geregistreerd]\[Kamers]

Mod

Het eerste getal door het tweede getal delen en vervolgens alleen het restgetal retourneren.

[Geregistreerd] Mod [Kamers]

^

Een getal tot de macht van een exponent verheffen.

Getal ^ Exponent

Naar boven

Vergelijkingsoperatoren

Gebruik de vergelijkingsoperatoren om waarden te vergelijken en een resultaat te retourneren dat bestaat uit Waar, Onwaar of Null.

Operator

Doel

Voorbeeld

<

Geeft als resultaat Waar als de eerste waarde kleiner is dan de tweede waarde.

waarde1 < waarde2

<=

Geeft als resultaat Waar als de eerste waarde kleiner is dan of gelijk is aan de tweede waarde.

waarde1 <= waarde2

>

Geeft als resultaat Waar als de eerste waarde groter is dan de tweede waarde.

waarde1 > waarde2

>=

Geeft als resultaat Waar als de eerste waarde groter is dan of gelijk is aan de tweede waarde.

waarde1 >= waarde2

=

Geeft als resultaat Waar als de eerste waarde gelijk is aan de tweede waarde.

waarde1 = waarde2

<>

Geeft als resultaat Waar als de eerste waarde niet gelijk is aan de tweede waarde.

waarde1 <> waarde2

Opmerking: Voor alle gevallen voorbeelden geldt dat het resultaat null is als de eerste waarde of de tweede waarde null (leeg) is. Aangezien null staat voor een onbekende waarde, is het resultaat van een vergelijking met een null-waarde ook onbekend.

Naar boven

Logische operatoren

U gebruikt de logische operatoren om twee Booleaanse waarden te combineren en het resultaat Waar, Onwaar of Null te retourneren. Logische operatoren worden ook wel Booleaanse operatoren genoemd.

Operator

Doel

Voorbeeld

And

Geeft als resultaat Waar als Expr1 en Expr2 waar zijn.

Expr1 And Expr2

Or

Geeft als resultaat waar als Expr1 of Expr2 waar is.

Expr1 Or Expr2

Eqv

Geeft als resultaat Waar als zowel Expr1 als Expr2 waar is, of als zowel Expr1 als Expr2 onwaar is.

Expr1 Eqv Expr2

Not

Geeft als resultaat waar als Expr niet waar is.

Not Expr

Xor

Geeft als resultaat Waar als Expr1 waar is of als Expr2 waar is, maar niet beide.

Expr1 Xor Expr2

Naar boven

Samenvoegingsoperatoren

U gebruikt de samenvoegingsoperatoren om twee tekstwaarden tot één te combineren.

Operator

Doel

Voorbeeld

&

Hiermee combineert u twee tekenreeksen tot één tekenreeks.

tekenreeks1 & tekenreeks2

+

Hiermee combineert u twee tekenreeksen tot één tekenreeks en worden null-waarden doorgegeven (als één waarde Null is, retourneert de volledige expressie Null).

tekenreeks1 + tekenreeks2

Naar boven

Special operatoren

De speciale operatoren gebruikt u om Waar of Onwaar te retourneren zoals wordt beschreven in de volgende tabel.

Operator

Doel

Voorbeeld

Is Null of Is niet Null

Hiermee bepaalt u of een waarde Null of niet Null is.

Veld1 Is niet Null

Like-patroon

Hiermee vergelijkt u tekenreeksen met behulp van de jokertekens ? en *.

Veld1 Like "instruct*"

Between val1 En val2

Hiermee bepaalt u of een numerieke waarde of datumwaarde in een bereik wordt gevonden.

Veld1 Between 1 En 10
- OF -
Veld1 Between #01-07-07# En #31-12-07#

In(val1,val2...)

Hiermee bepaalt u of een waarde wordt gevonden in een verzameling waarden.

Veld1 In ("rood","groen","blauw")
- OF -
Veld1 In (1,5,7,9)

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×