Sneltoetsen voor Microsoft Visio 2010

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

De in dit Help-onderwerp beschreven sneltoetsen verwijzen naar de Amerikaanse toetsenbordindeling. Bij andere indelingen komen de toetsen mogelijk niet precies overeen met de toetsen op een Amerikaans toetsenbord.

Als u dit onderwerp wilt afdrukken, drukt u op TAB om Alles weergeven te selecteren, drukt u op ENTER en drukt u vervolgens op CTRL+P.

Online-Help

Sneltoetsen voor het gebruik van het Help-venster

Het Help-venster biedt toegang tot de volledige inhoud van Office Help. In het Help-venster worden Help-onderwerpen en andere Help-inhoud weergegeven.

In het Help-venster

Actie

Drukt u op

Het Help-venster openen

F1

Het Help-venster sluiten

ALT+F4

Schakelen tussen het Help-venster en het actieve programma

ALT+TAB

Teruggaan naar de introductiepagina van Microsoft Visio 2010

Alt+Home

Het volgende item in het Help-venster selecteren.

Tab

Het vorige item in het Help-venster selecteren.

Shift+Tab

De actie voor het geselecteerde item uitvoeren.

Enter

De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, dan wel Alles weergeven of Alles verbergen bovenaan in het onderwerp selecteren.

Tab

De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren

Shift+Tab

De actie uitvoeren de selectie: Alles weergeven, Alles verbergen, verborgen tekst of hyperlink

Enter

Terugkeren naar het vorige Help-onderwerp (knop Vorige)

ALT+PIJL-LINKS

Naar het volgende Help-onderwerp gaan (knop Volgende).

ALT+PIJL-RECHTS

Binnen het huidige Help-onderwerp met kleine hoeveelheden respectievelijk omhoog of omlaag bladeren.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

Grotere afstanden omhoog of omlaag gaan binnen het momenteel weergegeven Help-onderwerp.

PAGE UP of PAGE DOWN

Een menu met opdrachten voor het Help-venster weergeven. Het Help-venster moet wel het actieve venster zijn (klik in het Help-venster).

Shift+F10

De laatste actie afbreken (knop Stoppen)

Esc

Het venster vernieuwen (knop Vernieuwen)

F5

Schakelen tussen gebieden in het Help-venster; bijvoorbeeld schakelen tussen de werkbalk, de adresbalk en de lijst Zoeken.

F6

Respectievelijk het volgende of het vorige item selecteren in een inhoudsopgave in boomstructuurweergave.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

Het geselecteerde onderwerp uitvouwen of samenvouwen in de structuurweergave van een inhoudsopgave.

PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Vensters weergeven en gebruiken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het volgende venster gaan

Alt+Tab

Naar het vorige venster gaan

Alt+Shift+Tab

Het actieve venster sluiten.

ALT+F4

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander venster in het programmavenster (met de klok mee). Mogelijk moet u meermalen op F6 drukken.

Opmerking : Als door het drukken op F6 het gewenste taakvenster niet wordt weergegeven, drukt u op ALT om de focus naar het lint te verplaatsen.

F6

Een geselecteerd venster maximaliseren.

CTRL+F10

Het formaat van het programmavenster van Visio herstellen nadat u het hebt gemaximaliseerd.

CTRL+F5

Een afbeelding van het scherm naar het Klembord kopiëren.

PRINT SCREEN

Een afbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren.

ALT+PRINT SCREEN

Voor een venster met een pictogram in de titelbalk (bijvoorbeeld een shapevenster) het snelmenu van dat venster weergeven.

ALT+SPATIEBALK

Het dialoogvenster Pagina openen.

SHIFT+F4

Het dialoogvenster Pagina's opnieuw schikken openen.

CTRL+ALT+P

De focus tussen tekeningen verplaatsen.

CTRL+TAB of CTRL+F6

De focus tussen geopende tekeningen in omgekeerde volgorde verplaatsen.

CTRL+SHIFT+TAB of CTRL+SHIFT+F6

De focus tussen de pagina's in een tekening verplaatsen, inclusief eventuele aantekeningen-overlays.

CTRL+PAGE DOWN

De focus tussen de pagina's in een tekening in omgekeerde volgorde verplaatsen.

CTRL+PAGE UP

De volgende of vorige optie in een taakvenster selecteren als een taakvenster actief is.

Tab of Shift+Tab

Lettertype of lettergrootte wijzigen

Actie

Druk op

De tekengrootte van de geselecteerde tekst vergroten.

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte van de geselecteerde tekst verkleinen.

CTRL+SHIFT+<

In tekst of cellen bewegen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Eén teken naar links gaan

PIJL-LINKS

Eén teken naar rechts verplaatsen.

PIJL-RECHTS

De invoegpositie één regel omhoog verplaatsen.

PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één regel omlaag verplaatsen.

PIJL-OMLAAG

Eén woord naar links gaan

CTRL+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

Naar het einde van een regel gaan.

End

Naar het begin van een regel gaan.

Home

De invoegpositie één alinea omhoog verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één alinea omlaag verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMLAAG

Naar het einde van een tekstvak gaan

Ctrl+End

Naar het begin van een tekstvak gaan

Ctrl+Home

Taakvensters weergeven en gebruiken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar een taakvenster gaan vanuit een ander venster in het programmavenster. (Mogelijk moet u meermalen op F6 drukken.)

Opmerking : Als door het drukken op F6 het gewenste taakvenster niet wordt weergegeven, drukt u op ALT om de focus naar het lint te verplaatsen en vervolgens op F6 om naar het taakvenster te gaan.

F6

De volgende of vorige optie in een taakvenster selecteren als een taakvenster actief is.

TAB of SHIFT+TAB

Navigeren door de beschikbare keuzen in het geselecteerde submenu, of navigeren door de opties in een groep in een dialoogvenster.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

Het geselecteerde menu openen of de aan de geselecteerde knop toegewezen actie uitvoeren.

SPATIEBALK of ENTER

Een snelmenu openen

SHIFT+F10

Respectievelijk de eerste of de laatste opdracht in het zichtbare menu of submenu selecteren.

HOME of END

Taakvensters laten zweven of verankeren

  1. Druk meermalen op F6 om het gewenste taakvenster te selecteren.

  2. Druk op ALT+SPATIEBALK om het menu voor dit taakvenster te openen.

  3. Klik op PIJL-OMLAAG om de opdracht Venster zwevend maken te selecteren en druk vervolgens op ENTER.

Dialoogvensters gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar de volgende optie of optiegroep gaan.

Tab

Naar de vorige optie of optiegroep gaan.

Shift+Tab

Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan

Ctrl+Tab

Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan

Ctrl+Shift+Tab

Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of groep met opties.

Pijltoetsen

De actie uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop. Het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen.

SPATIEBALK

De lijst openen, als deze gesloten is, en naar de desbetreffende optie in de lijst gaan.

Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst

Een optie selecteren; een selectievakje in- of uitschakelen

Alt+de onderstreepte letter in een optie

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen

ALT+PIJL-OMLAAG

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten; een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten

Esc

De actie uitvoeren die is toegewezen aan een standaardknop in een dialoogvenster.

ENTER

Invoervakken binnen dialoogvensters gebruiken

Een invoervak is een leeg vak waarin u gegevens typt of plakt, bijvoorbeeld uw gebruikersnaam of het pad van een map.

Actie

Drukt u op

Naar het begin van de invoer gaan

Home

Naar het einde van de invoer gaan

End

Eén teken naar links of rechts gaan

PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

Eén woord naar links gaan

CTRL+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

Een teken naar links selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-LINKS

Een teken naar rechts selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-RECHTS

Een woord naar links selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

Een woord naar rechts selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het begin van de invoer

Shift+Home

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het einde van de invoer

Shift+End

De dialoogvensters Openen en Opslaan als gebruiken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar de volgende optie of optiegroep gaan.

Tab

Naar de vorige optie of optiegroep gaan.

SHIFT+TAB

Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of groep met opties.

Pijltoetsen

De actie uitvoeren die aan de geselecteerde knop is toegewezen.

ENTER, SPATIEBALK

Naar de lijst Opslaan als gaan in het dialoogvenster Opslaan als.

ALT+T

Naar het vak Bestandsnaam gaan.

ALT+N

Naar de lijst Bestandstype gaan in het dialoogvenster Openen.

ALT+T

Een geselecteerd bestand openen in het dialoogvenster Openen.

ALT+O

Het huidige bestand opslaan in het dialoogvenster Opslaan.

ALT+S

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen

ALT+PIJL-OMLAAG

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten; een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten

ESC

De bestandenlijst bijwerken.

F5

Een snelmenu voor een geselecteerd item, zoals een map of bestand, weergeven.

SHIFT+F10

Tekst

Tekst bewerken

Actie

Druk op

Naar het volgende of vorige teken in een tekstregel gaan.

PIJL-RECHTS of PIJL-LINKS

Naar de volgende of vorige tekstregel gaan.

PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG

Naar het volgende of vorige woord in een tekstregel gaan.

CTRL+PIJL-RECHTS of CTRL+PIJL-LINKS

Naar de volgende of vorige alinea gaan.

CTRL+PIJL-OMLAAG of CTRL+PIJL-OMHOOG

Alle tekst in een tekstblok selecteren.

CTRL+A

Het volgende of vorige teken selecteren.

SHIFT+PIJL-RECHTS of SHIFT+PIJL-LINKS

Het volgende of vorige woord selecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS of CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

De volgende of vorige regel selecteren.

SHIFT+PIJL-OMLAAG of SHIFT+PIJL-OMHOOG

De volgende of vorige alinea selecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-OMLAAG of CTRL+SHIFT+PIJL-OMHOOG

Het vorige woord verwijderen.

CTRL+BACKSPACE

De geselecteerde tekst vervangen door de veldhoogte. Als er geen tekst is geselecteerd, wordt alle tekst door de veldhoogte voor de geselecteerde shape vervangen.

Ctrl+Shift+H

Tekstopmaak

Dit wilt u doen

Drukt u op

Vet ( Knopafbeelding ) in- of uitschakelen

Ctrl+B

Cursief ( Knopafbeelding ) in- of uitschakelen

Ctrl+I

Onderstrepen ( Knopafbeelding ) in- of uitschakelen

Ctrl+U

Dubbel onderstrepen in- of uitschakelen.

CTRL+SHIFT+D

Hoofdletters in- of uitschakelen.

CTRL+SHIFT+A

Klein kapitaal in- of uitschakelen.

Ctrl+Shift+K

Subscript ( Knopafbeelding ) in- of uitschakelen

Ctrl+=

Superscript ( Knopafbeelding ) in- of uitschakelen

Ctrl+Shift+=

De tekengrootte van de geselecteerde tekst vergroten.

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte van de geselecteerde tekst verkleinen.

Ctrl+Shift+<

Tekst uitlijnen

Actie

Druk op

Tekst links uitlijnen.

CTRL+SHIFT+L

Tekst horizontaal centreren.

CTRL+SHIFT+C

Tekst rechts uitlijnen.

CTRL+SHIFT+R

Tekst horizontaal uitvullen.

CTRL+SHIFT+J

Tekst boven verticaal uitlijnen

CTRL+SHIFT+T

Tekst verticaal centreren.

CTRL+SHIFT+M

Tekst onder verticaal uitlijnen

CTRL+SHIFT+V

In- en uitzoomen en navigatie.

Navigeren op het lint

  1. Druk op ALT.

    De toetstips worden weergegeven bij elke functie die beschikbaar is in de huidige weergave.

    Het lint in Visio 2010 met toetstips

  2. Druk op de letter die in de toetstip wordt weergegeven bij de gewenste functie.

  3. Afhankelijk van de letter waarop u drukt, kan het zijn dat er extra toetstips verschijnen. Als bijvoorbeeld het tabblad Start actief is en u drukt op I, wordt het tabblad Invoegen weergegeven, samen met de toetstips voor de groepen op dit tabblad.

  4. Ga door met het drukken op letters totdat u op de letter van de gewenste opdracht of het gewenste besturingselement drukt. In sommige gevallen moet u eerst op de letter drukken van de groep waartoe de opdracht behoort. Als bijvoorbeeld het tabblad Start actief is en u op ALT+H, F, S drukt, krijgt de keuzelijst Tekengrootte in de groep Lettertype de focus.

    Opmerking : Als u de huidige handeling wilt annuleren en de toetstips wilt verbergen, drukt u op ALT.

In-/uitzoomen

Actie

Druk op

Inzoomen

ALT+F6

Uitzoomen

ALT+SHIFT+F6

Passend in venster

Ctrl+Shift+W

Navigeren in volledige schermweergave

Gebruik deze sneltoetsen om tussen Visio en een ander programma of pagina te schakelen als u in de volledige schermweergave bent.

Actie

Druk op

Naar weergave op volledig scherm

F5

Weergave op volledig scherm sluiten

ESC

De volgende pagina in de tekening openen.

PAGE DOWN

Teruggaan naar de vorige pagina in de tekening.

PAGE UP

Navigeren in een webpaginatekening

Actie

Druk op

De focus verplaatsen tussen het linkerframe, de tekening en de shapes op de tekening die shapegegevens, hyperlinks en de adresbalk bevatten.

TAB

De hyperlink voor de shape of de hyperlink op de tekening die de focus heeft, activeren.

ENTER

Taken die specifiek zijn voor Visio

Tekstopmaak

Dit wilt u doen

Druk op

Het tabblad Start openen op het lint

ALT+H

Het tabblad Lettertype openen in het dialoogvenster Tekst.

F11

Het tabblad Alinea openen in het dialoogvenster Tekst.

SHIFT+F11

Het tabblad Tabs openen in het dialoogvenster Tekst.

CTRL+F11

Het dialoogvenster Opvulling openen voor de geselecteerde shape.

F3

Het dialoogvenster Lijn openen.

Shift+F3

De Magneet en lijm-functies gebruiken

Actie

Druk op

Het tabblad Algemeen openen in het dialoogvenster Magneet en lijm.

ALT+F9

Het selectievakje Magneet op het tabblad Algemeen in het dialoogvenster Magneet en lijm in- of uitschakelen; lijnt shapes uit op items die zijn geselecteerd in het gedeelte Uitlijnen op van het dialoogvenster.

S

Het selectievakje Lijm op het tabblad Algemeen in het dialoogvenster Magneet en lijm in- of uitschakelen; lijmt shapes aan items die zijn geselecteerd in het gedeelte Lijmen op van het dialoogvenster (menu Extra, Magneet en lijm).

G

Shapes groeperen, draaien en spiegelen

Actie

Druk op

De geselecteerde shapes groeperen.

CTRL+G of CTRL+SHIFT+G

De groepering van shapes in de geselecteerde groep ongedaan maken.

CTRL+SHIFT+U

De geselecteerde shape naar de voorgrond brengen.

CTRL+SHIFT+F

De geselecteerde shape naar de achtergrond brengen.

CTRL+SHIFT+B

De geselecteerde shape naar links draaien.

CTRL+L

De geselecteerde shape naar rechts draaien.

CTRL+R

De geselecteerde shape horizontaal spiegelen.

CTRL+H

De geselecteerde shape verticaal spiegelen.

CTRL+J

Het dialoogvenster Shapes uitlijnen openen voor de geselecteerde shape.

F8

Tekenvensters weergeven

Actie

Druk op

De geopende tekenvensters naast elkaar weergeven.

SHIFT+F7

De geopende tekenvensters onder elkaar weergeven.

CTRL+SHIFT+F7

De vensters zodanig weergeven dat de titelbalken van alle vensters zichtbaar zijn.

ALT+F7 of CTRL+ALT+F7

Werkbalken die specifiek zijn voor Visio

Hulpmiddelen selecteren

Actie

Drukt u op

Het hulpmiddel Opmaak kopiëren/plakken ( Knopafbeelding ) in- of uitschakelen

Ctrl+Shift+P

Het hulpmiddel Aanwijzer ( Knop Aanwijzer ) selecteren

Ctrl+1

Het hulpmiddel Verbindingslijn ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+3

Het hulpmiddel Verbindingspunt selecteren.

Ctrl+Shift+1

Het hulpmiddel Tekst ( Knop Tekst ) selecteren

Ctrl+2

Het hulpmiddel Tekstvak ( Knopafbeelding ) selecteren.

Ctrl+Shift+4

Tekenhulpmiddelen selecteren

Actie

Drukt u op

Het hulpmiddel Rechthoek ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+8

Het hulpmiddel Ellips ( Knopafbeelding ) selecteren

CTRL+9

Het hulpmiddel Lijn ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+6

Het hulpmiddel Boog ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+7

Het hulpmiddel Vrije vorm ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+5

Het hulpmiddel Potlood ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+4

Een afbeelding bijsnijden

Actie

Drukt u op

Het hulpmiddel Bijsnijden ( Knopafbeelding ) selecteren

Ctrl+Shift+2

Visio-shapes en stencils

Naar een andere shape gaan op een tekenpagina

Actie

Druk op

Van de ene shape naar de andere gaan op de tekenpagina. Een rechthoek met een gestippelde omtrek geeft aan dat de shape de focus heeft.

Opmerking : U kunt niet naar shapes gaan die zijn beschermd en niet kunnen worden geselecteerd of naar shapes op een vergrendelde laag.

TAB

Van de ene shape naar de andere gaan op de tekenpagina in omgekeerde volgorde.

SHIFT+TAB

Een shape selecteren die de focus heeft.

Opmerking : Als u meerdere shapes wilt selecteren, drukt u op de TAB-toets om de focus te geven aan de eerste shape die u wilt selecteren. Vervolgens drukt u op ENTER. Houd SHIFT ingedrukt terwijl u op de TAB-toets drukt om de focus naar een andere shape te verplaatsen. Als de gestippelde rechthoek die de focus aangeeft, rond de gewenste shape wordt weergegeven, drukt u op ENTER om deze shape aan de selectie toe te voegen. Herhaal deze handeling voor elke shape die u wilt selecteren.

ENTER

De selectie of de focus van een shape verwijderen.

ESC

Tussen de modus voor tekstbewerking en de modus voor shapeselectie op een geselecteerde shape schakelen.

F2

Een geselecteerde shape verschuiven.

Pijltoetsen

Een geselecteerde shape met 1 pixel tegelijk verschuiven.

Opmerking : SCROLL-LOCK moet zijn uitgeschakeld.

SHIFT+pijltoetsen

Werken met modelshapes in een stencil

Actie

Druk op

Van de ene modelshape naar de andere in een stencil gaan.

Pijltoetsen

Naar de eerste modelshape in een rij van een stencil gaan.

HOME

Naar de laatste modelshape in een rij van een stencil gaan.

END

Naar de eerste modelshape in een kolom van een stencil gaan.

PAGE UP

Naar de laatste modelshape in een kolom van een stencil gaan.

PAGE DOWN

De geselecteerde modelshapes naar het Klembord kopiëren.

CTRL+C

De inhoud van het Klembord naar een nieuw stencil kopiëren.

Opmerking : Het nieuwe stencil moet voor bewerking eerst worden geopend.

CTRL+V

Alle modelshapes in een stencil selecteren.

Opmerking : Als u meerdere modelshapes wilt selecteren, drukt u op de pijltoetsen om de focus te geven aan de eerste gewenste modelshape. Houd SHIFT ingedrukt terwijl u op de pijltoetsen drukt om de focus naar een andere modelshape te verplaatsen. Als de gestippelde rechthoek die de focus aangeeft, rond de gewenste modelshape wordt weergegeven, drukt u op ENTER om deze modelshape aan de selectie toe te voegen. Herhaal deze handeling voor elke modelshape die u wilt selecteren.

CTRL+A

De selectie van een modelshape met focus inschakelen of opheffen.

SHIFT+ENTER

De selectie van modelshapes in een stencil opheffen.

ESC

De geselecteerde modelshapes in de tekening invoegen.

Ctrl+Enter

Werken met stencils in de bewerkingsmodus

Actie

Druk op

De geselecteerde modelshape verwijderen.

DELETE

De geselecteerde modelshape van het aangepaste stencil knippen en op het Klembord plaatsen.

CTRL+X

De naam van de geselecteerde modelshape wijzigen.

F2

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×