Sneltoetsen voor Microsoft Office Project 2007

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

De sneltoetsen in dit Help-onderwerp hebben betrekking op de Amerikaanse toetsenbordindeling. De toetsen in andere indelingen komen mogelijk niet exact overeen met de toetsen op een Amerikaans toetsenbord.

Er zijn sneltoetsen waarbij u twee of meer toetsen tegelijk moet indrukken. In de Help van Microsoft Office Project 2007 worden deze toetsen gescheiden door een plusteken (+) weergegeven. Er zijn ook sneltoetsen waarbij u één toets moet indrukken onmiddellijk gevolgd door een andere toets. Deze toetsen worden gescheiden door een komma (,) weergegeven.

Opmerking : Als u dit onderwerp wilt afdrukken, drukt u op TAB om Alles weergeven te selecteren, drukt u op ENTER en drukt u vervolgens op CTRL+P.

Online-Help

Gebruik het Help-venster

Het Help-venster biedt toegang tot de volledige inhoud van Office Help. In het Help-venster worden Help-onderwerpen en andere Help-inhoud weergegeven.

In het Help-venster

Actie

Drukt u op

Het Help-venster openen

F1

Het Help-venster sluiten

ALT+F4

Schakelen tussen het Help-venster en het actieve programma

ALT+TAB

Teruggaan naar de startpagina van programmanaam

Alt+Home

Het volgende item in het Help-venster selecteren.

Tab

Het vorige item in het Help-venster selecteren.

Shift+Tab

De actie voor het geselecteerde item uitvoeren.

Enter

In de sectie Bladeren in programmanaam Help van het Help-venster het volgende of vorige item selecteren

Tab of Shift+Tab

Het geselecteerde item uit- of samenvouwen in het gedeelte Bladeren in de Help van programmanaam van het Help-venster.

Enter

De volgende verborgen tekst of hyperlink selecteren, dan wel Alles weergeven of Alles verbergen bovenaan in het onderwerp selecteren.

Tab

De vorige verborgen tekst of hyperlink selecteren

Shift+Tab

De actie uitvoeren de selectie: Alles weergeven, Alles verbergen, verborgen tekst of hyperlink

Enter

Terugkeren naar het vorige Help-onderwerp (knop Vorige)

ALT+PIJL-LINKS of BACKSPACE

Verder gaan naar het volgende Help-onderwerp (knop Volgende)

ALT+PIJL-RECHTS

Binnen het huidige Help-onderwerp met kleine hoeveelheden respectievelijk omhoog of omlaag bladeren.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

Grotere afstanden omhoog of omlaag gaan binnen het momenteel weergegeven Help-onderwerp.

Page Up of Page Down

Aangeven of het Help-venster verbonden aan (naast elkaar) of apart van (niet naast elkaar) het actieve programma wordt weergegeven.

Alt+U

Een menu met opdrachten voor het Help-venster weergeven. Het Help-venster moet wel het actieve venster zijn (klik in het Help-venster).

Shift+F10

De laatste actie afbreken (knop Stoppen)

Esc

Het venster bijwerken (de knop Vernieuwen).

F5

Het huidige Help-onderwerp afdrukken

Opmerking : Als de cursor zich niet in het huidige Help-onderwerp bevindt, drukt u op F6 en vervolgens op CTRL+P.

Ctrl+P

De verbindingsstatus wijzigen

F6, PIJL-OMLAAG

Tekst typen in het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken

F6, PIJL-OMLAAG

Schakelen tussen verschillende gebieden in het Help-venster, bijvoorbeeld tussen de werkbalk, het vak Typ de woorden waarnaar u wilt zoeken en de lijst Zoeken.

F6

Respectievelijk het volgende of het vorige item selecteren in een inhoudsopgave in boomstructuurweergave.

PIJL-OMLAAG of PIJL-OMHOOG

In een inhoudsopgave in structuurweergave het geselecteerde item respectievelijk uitvouwen of samenvouwen.

PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

Basisbewerkingen in Microsoft Office

Vensters weergeven en gebruiken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar het volgende venster gaan

Alt+Tab

Naar het vorige venster gaan

Alt+Shift+Tab

Het actieve venster sluiten.

CTRL+W of CTRL+F4

Het formaat van het actieve venster herstellen nadat u dit hebt gemaximaliseerd.

Ctrl+F5

Vanuit een taakvenster met de klok mee naar een ander taakvenster in het programmavenster gaan. U moet mogelijk meerdere malen op F6 drukken.

Opmerking : Als u het gewenste taakvenster niet met F6 kunt weergeven, kunt u ook op ALT drukken om de menubalk of het lint, dat deel uitmaakt van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface, te activeren en vervolgens met CTRL+TAB naar het taakvenster navigeren. 

F6

Vanuit het ene deelvenster (linksom draaiend) naar het andere deelvenster in het programmavenster gaan.

SHIFT+F6

Naar het volgende venster gaan als meer dan één venster is geopend

Ctrl+F6

Naar het vorige venster gaan

Ctrl+Shift+F6

De opdracht Verplaatsen (in het menu Besturingselement voor het venster) uitvoeren als een documentvenster niet is gemaximaliseerd. Druk op de pijltoetsen om het venster te verplaatsen. Als u gereed bent, drukt u op Esc.

Ctrl+F7

De opdracht Formaat (in het menu Besturingselement voor het venster) uitvoeren als een documentvenster niet is gemaximaliseerd. Druk op de pijltoetsen om het formaat van het venster te wijzigen. Als u gereed bent, drukt u op Esc.

Ctrl+F8

Een venster tot pictogram minimaliseren (werkt alleen bij bepaalde Microsoft Office-programma's)

Ctrl+F9

Een geselecteerd venster maximaliseren of het vorige formaat ervan herstellen

Ctrl+F10

Een afbeelding van het scherm naar het Klembord kopiëren.

PRINT SCREEN

Een afbeelding van het geselecteerde venster naar het Klembord kopiëren.

ALT+PRINT SCREEN

Lettertype of lettergrootte wijzigen

Actie

Drukt u op

Lettertype wijzigen.

Ctrl+Shift+F

Tekengrootte wijzigen.

Ctrl+Shift+P

De tekengrootte van de geselecteerde tekst vergroten.

Ctrl+Shift+>

De tekengrootte van de geselecteerde tekst verkleinen.

CTRL+SHIFT+<

In tekst of cellen bewegen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Eén teken naar links gaan

PIJL-LINKS

Eén teken naar rechts verplaatsen.

PIJL-RECHTS

De invoegpositie één regel omhoog verplaatsen.

PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één regel omlaag verplaatsen.

PIJL-OMLAAG

Eén woord naar links gaan

CTRL+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

Naar het einde van een regel gaan.

End

Naar het begin van een regel gaan.

Home

De invoegpositie één alinea omhoog verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMHOOG

De invoegpositie één alinea omlaag verplaatsen.

CTRL+PIJL-OMLAAG

Naar het einde van een tekstvak gaan

Ctrl+End

Naar het begin van een tekstvak gaan

Ctrl+Home

De laatste opdracht Zoeken herhalen.

Shift+F4

Navigeren en werken in tabellen

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar de volgende cel gaan

Tab

Naar de vorige cel gaan

Shift+Tab

Naar de volgende rij gaan

PIJL-OMLAAG

Naar de vorige rij gaan

PIJL-OMHOOG

Een tab invoegen in een cel.

Ctrl+Tab

Een nieuwe alinea beginnen

Enter

Onderaan in de tabel een nieuwe rij toevoegen.

TAB aan het einde van de laatste rij

Taakvensters weergeven en gebruiken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Vanuit een deelvenster in het programmavenster naar een ander taakvenster gaan (het kan nodig zijn om meerdere malen op F6 te drukken).

Opmerking : Als na het drukken op F6 niet het gewenste taakvenster wordt weergegeven, kunt u op ALT drukken om de menubalk te selecteren en vervolgens op CTRL+TAB drukken om naar het taakvenster te gaan.

F6

Wanneer een menu of werkbalk actief is, naar een taakvenster gaan (het kan nodig zijn om meerdere malen op CTRL+TAB te drukken).

CTRL+TAB

De volgende of de vorige optie in het taakvenster selecteren als dit taakvenster actief is.

TAB of SHIFT+TAB

Alle opdrachten in het menu van het taakvenster weergeven.

CTRL+PIJL-OMLAAG

Navigeren door de beschikbare keuzen in het geselecteerde submenu, of navigeren door de opties in een groep in een dialoogvenster.

PIJL-OMHOOG of PIJL-OMLAAG

Het geselecteerde menu openen of de aan de geselecteerde knop toegewezen actie uitvoeren.

SPATIEBALK of ENTER

Een snelmenu openen of een vervolgkeuzemenu openen voor het geselecteerde item in de galerie.

SHIFT+F10

Respectievelijk de eerste of de laatste opdracht in het zichtbare menu of submenu selecteren.

HOME of END

Omhoog of omlaag schuiven in de geselecteerde galerielijst.

PAGE UP of PAGE DOWN

Naar het bovenste of het onderste item in de geselecteerde galerielijst gaan.

CTRL+HOME of CTRL+END

Het taakvenster Onderzoek openen.

ALT+klikken

Infolabels weergeven en gebruiken

Actie

Drukt u op

Het menu of bericht voor een infolabel weergeven. Als er meer dan een infolabel aanwezig is, naar het volgende infolabel overschakelen en het bijbehorende menu of bericht weergeven.

ALT+SHIFT+F10

Het volgende item selecteren in het menu van een infolabel.

PIJL-OMLAAG

Het vorige item selecteren in het menu van een infolabel.

PIJL-OMHOOG

De actie voor het geselecteerde item in het menu van een infolabel uitvoeren.

ENTER

Het menu of bericht van het infolabel sluiten.

Esc

Tips

  • U kunt instellen dat er een geluid wordt afgespeeld als er een infolabel wordt weergegeven. U kunt alleen geluiden afspelen als u een geluidskaart hebt. Bovendien moet Microsoft Office Sounds op de computer zijn geïnstalleerd.

  • Als u internettoegang hebt, kunt u Microsoft Office Sounds downloaden van de website Microsoft Office Online.

Werkbalken, menu's en taakvensters verplaatsen en het formaat ervan wijzigen

  1. Druk op ALT om de menubalk te selecteren.

  2. Druk herhaaldelijk op CTRL+TAB om de gewenste werkbalk of het gewenste taakvenster te selecteren.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit:

    Het formaat van een werkbalk wijzigen

    1. Druk op de werkbalk op CTRL+SPATIEBALK om het menu Werkbalkopties weer te geven.

    2. Klik op de opdracht Formaat en druk vervolgens op ENTER.

    3. Druk op de pijltoetsen om het formaat van de werkbalk te wijzigen. Druk op CTRL+ een pijltoets om het formaat van de werkbalk met één pixel tegelijk te wijzigen.

    Een werkbalk verplaatsen

    1. Druk op de werkbalk op CTRL+SPATIEBALK om het menu Werkbalkopties weer te geven.

    2. Klik op de opdracht Verplaatsen en druk vervolgens op ENTER.

    3. Bepaal de positie van de werkbalk met de pijltoetsen. Druk op CTRL+ een pijltoets om de werkbalk met één pixel tegelijk te verplaatsen. Als u de werkbalk wilt loskoppelen, drukt u herhaaldelijk op de PIJL-OMLAAG. Als u de werkbalk verticaal links of rechts in een dok wilt plaatsen, drukt u op de PIJL-LINKS of de PIJL-RECHTS als de werkbalk geheel links of rechts staat.

    Het formaat van een taakvenster wijzigen

    1. Druk in het taakvenster op CTRL+SPATIEBALK om een menu met aanvullende opdrachten weer te geven.

    2. Druk op de toets PIJL-OMLAAG om de opdracht Formaat te selecteren en druk vervolgens op ENTER.

    3. Druk op de pijltoetsen om het formaat van het taakvenster te wijzigen. Druk op CTRL+ een pijltoets om het formaat van het taakvenster met één pixel tegelijk te wijzigen.

    Een taakvenster verplaatsen

    1. Druk in het taakvenster op CTRL+SPATIEBALK om een menu met aanvullende opdrachten weer te geven.

    2. Druk op de toets PIJL-OMLAAG om de opdracht Verplaatsen te selecteren en druk vervolgens op ENTER.

    3. Bepaal de positie van het taakvenster met de pijltoetsen. Druk op CTRL+ een pijltoets om het taakvenster met één pixel tegelijk te verplaatsen.

  4. Als u gereed bent met verplaatsen of het wijzigen van het formaat, drukt u op ESC.

Dialoogvensters gebruiken

Als u dit wilt doen

Drukt u op

Naar de volgende optie of optiegroep gaan.

Tab

Naar de vorige optie of optiegroep gaan.

Shift+Tab

Naar het volgende tabblad in een dialoogvenster gaan

Ctrl+Tab

Naar het vorige tabblad in een dialoogvenster gaan

Ctrl+Shift+Tab

Naar de vorige of volgende optie in een geopende vervolgkeuzelijst of groep met opties.

Pijltoetsen

De actie uitvoeren die is toegewezen aan de geselecteerde knop. Het geselecteerde selectievakje in- of uitschakelen.

SPATIEBALK

De lijst openen, als deze gesloten is, en naar de desbetreffende optie in de lijst gaan.

Eerste letter van een optie in een vervolgkeuzelijst

Een optie selecteren; een selectievakje in- of uitschakelen

Alt+de onderstreepte letter in een optie

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst openen

ALT+PIJL-OMLAAG

Een geselecteerde vervolgkeuzelijst sluiten; een opdracht annuleren en een dialoogvenster sluiten

Esc

De actie uitvoeren die is toegewezen aan een standaardknop in een dialoogvenster.

ENTER

Invoervakken binnen dialoogvensters gebruiken

Een invoervak is een leeg vak waarin u gegevens typt of plakt, bijvoorbeeld uw gebruikersnaam of het pad naar een map.

Actie

Drukt u op

Naar het begin van de invoer gaan

Home

Naar het einde van de invoer gaan

End

De invoegpositie respectievelijk één teken naar links of één teken naar rechts verplaatsen.

PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS

Eén woord naar links gaan

CTRL+PIJL-LINKS

Eén woord naar rechts verplaatsen.

CTRL+PIJL-RECHTS

Een teken naar links selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-LINKS

Een teken naar rechts selecteren of deselecteren.

SHIFT+PIJL-RECHTS

Een woord naar links selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS

Een woord naar rechts selecteren of deselecteren.

CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het begin van de invoer

Shift+Home

Selecteren vanaf de invoegpositie tot aan het einde van de invoer

Shift+End

De dialoogvensters Openen en Opslaan als gebruiken

Dit wilt u doen

Drukt u op

Naar de vorige map gaan. ( Knopafbeelding )

Alt+1

De knop Eén niveau omhoog gaan Knopafbeelding : de map één niveau boven de geopende map openen.

Alt+2

Zoeken op het Web knop Knopafbeelding : het dialoogvenster te sluiten en open uw webpagina zoeken.

Alt+3

Knop Verwijderen Knopafbeelding : de geselecteerde map of het geselecteerde bestand verwijderen

Alt+3

Knop Nieuwe map maken Knopafbeelding : een nieuwe map maken.

Alt+4

Knop Weergaven Knopafbeelding : tussen beschikbare mapweergaven schakelen.

ALT+5

Knop Extra: Het menu Extra weergeven.

Alt+L

Een snelmenu weergeven voor een geselecteerd item, zoals een map of bestand.

Shift+F10

Schakelen tussen opties of gebieden in het dialoogvenster.

TAB

De lijst Zoeken in openen

F4 of ALT+I

De bestandenlijst bijwerken.

F5

Microsoft Office Project

Gebruik de weergave Netwerkdiagram

Actie

Druk op

Naar een ander netwerkdiagramvak gaan.

Pijltoetsen

Netwerkdiagramvakken aan de selectie toevoegen.

Shift+pijltoetsen

Een netwerkdiagramvak verplaatsen.

Opmerking : Het handmatig aanpassen van de positie moet eerst worden ingesteld. Klik op Indeling in het menu Opmaak en klik op Handmatig plaatsen van vakken toestaan.

Ctrl+pijltoetsen

Naar het bovenste netwerkdiagramvak in de weergave of het project gaan.

Ctrl+Home of Shift+Ctrl+Home

Naar het onderste netwerkdiagramvak in het project gaan.

Ctrl+End of Shift+Ctrl+End

Naar het meest linkse netwerkdiagramvak in het project gaan.

Home of Shift+Home

Naar het meest rechtse netwerkdiagramvak in het project gaan.

End of Shift+End

Eén vensterhoogte omhoog gaan.

Page Up of Shift+Page Up

Eén vensterhoogte omlaag gaan.

Page Down of Shift+Page Down

Eén vensterbreedte naar links gaan.

Ctrl+Page Up of Shift+Ctrl+Page Up

Eén vensterbreedte naar rechts gaan.

Ctrl+Page Down of Shift+Ctrl+Page Down

Het volgende veld in het netwerkdiagramvak selecteren.

ENTER

Het vorige veld in het netwerkdiagramvak selecteren.

Shift+Enter

In weergaven en vensters navigeren

Actie

Druk op

Het menu Besturingselement activeren.

ALT+SPATIEBALK

De invoerbalk activeren om tekst in een veld te bewerken.

F2

De menubalk activeren.

F10 of Alt

Het menu Besturingselement van het project activeren.

Alt+AFBREEKSTREEPJE

De splitsbalk activeren.

Shift+F6

Het programmavenster sluiten.

Alt+F4

Alle gefilterde taken of alle gefilterde resources weergeven.

F3

Het dialoogvenster Kolomdefinitie weergeven.

ALT+F3

Een nieuw venster openen.

Shift+F11

Een selectie tot één veld beperken.

SHIFT+BACKSPACE

De sorteervolgorde terugzetten op Id.

Shift+F3

Een tekenobject selecteren.

F6

Taakgegevens weergeven.

Shift+F2

Resourcegegevens weergeven.

Shift+F2

Toewijzingsgegevens weergeven.

Shift+F2

De modus Toevoegen aan selectie in- of uitschakelen.

Shift+F8

Automatisch berekenen in- of uitschakelen.

Ctrl+F9

De modus Selectie uitbreiden in- of uitschakelen.

F8

Naar links, rechts, omhoog of omlaag gaan om verschillende pagina's in het venster Afdrukvoorbeeld weer te geven.

Alt+pijltoetsen

Een projectoverzicht maken

Actie

Druk op

Subtaken verbergen

Alt+Shift+AFBREEKSTREEPJE of Alt+Shift+NUM-MINTEKEN (minteken op het numerieke toetsenblok)

De geselecteerde taak laten inspringen.

Alt+Shift+PIJL-RECHTS

Subtaken weergeven.

Alt+Shift+ = of Alt+Shift+NUM-PLUSTEKEN (plusteken op het numerieke toetsenblok)

Alle taken weergeven.

Alt+Shift+NUM-STERRETJE (sterretje op het numerieke toetsenblok)

De inspringing van de geselecteerde taak verkleinen.

Alt+Shift+PIJL-LINKS

Selecteren en bewerken in een dialoogvenster

Actie

Druk op

Velden onder aan een formulier doorlopen.

Pijltoetsen

Naar tabellen onder aan een formulier gaan.

Alt+1 (links) of Alt+2 (rechts)

Naar de volgende taak of resource gaan.

ENTER

Naar de vorige taak of resource gaan.

Shift+Enter

Selecteren en bewerken in een bladweergave

Bewerken in een weergave

Actie

Druk op

Invoer annuleren.

Esc

Het geselecteerde veld wissen of terugzetten.

Ctrl+Del

De geselecteerde gegevens kopiëren.

Ctrl+C

De geselecteerde gegevens knippen.

Ctrl+X

De geselecteerde gegevens verwijderen.

DELETE of CTRL+MINTEKEN (op het numerieke toetsenblok)

Omlaag doorvoeren.

Ctrl+D

Het dialoogvenster Zoeken weergeven.

Ctrl+F of Shift+F5

Doorgaan naar het volgende item van de zoekresultaten in het dialoogvenster Zoeken.

Shift+F4

De opdracht Ga naar gebruiken (menu Bewerken).

F5

Taken koppelen.

Ctrl+F2

De kopieerde of geknipte gegevens plakken.

Ctrl+V

De selectie tot één veld beperken.

Shift+Backspace

De laatste actie ongedaan maken.

Ctrl+Z

Taken ontkoppelen.

Ctrl+Shift+F2

Verplaatsen in een weergave

Actie

Druk op

Naar het begin van een project (tijdschaal) gaan.

Alt+Home

Naar het einde van een project (tijdschaal) gaan.

Alt+End

De tijdschaal naar links verplaatsen.

ALT+PIJL-LINKS

De tijdschaal naar rechts verplaatsen.

ALT+PIJL-RECHTS

Naar het eerste veld in een rij gaan.

Home of Ctrl+PIJL LINKS

Naar de eerste rij gaan.

CTRL+PIJL-OMHOOG

Naar het eerste veld van de eerste rij gaan.

Ctrl+Home

Naar het laatste veld in een rij gaan.

End of Ctrl+PIJL-RECHTS

Naar het laatste veld van de laatste rij gaan.

Ctrl+End

Naar de laatste rij gaan.

CTRL+PIJL-OMLAAG

Verplaatsen in het zijvenster

Actie

Druk op

De focus verplaatsen tussen het zijvenster en de weergave rechts.

Ctrl+Tab of Ctrl+Shift+Tab

Verschillende besturingselementen selecteren in het zijvenster als het zijvenster actief is.

Tab

Selectievakjes en optieknoppen in- of uitschakelen als het zijvenster actief is.

SPATIEBALK

De projectrichtlijn bijwerken.

CTRL+R

Selecteren in een weergave

Actie

Druk op

De selectie één pagina naar beneden uitbreiden

Shift+Page Down

De selectie één pagina naar boven uitbreiden

Shift+Page Up

Selectie een rij omlaag uitbreiden.

SHIFT+PIJL-OMLAAG

Selectie een rij omhoog uitbreiden.

Shift+PIJL-OMHOOG

Selectie uitbreiden tot het eerste veld in een rij.

Shift+Home

Selectie uitbreiden tot het laatste veld in een rij.

Shift+End

De selectie uitbreiden naar het begin van de gegevens.

Ctrl+Shift+Home

De selectie uitbreiden naar het einde van de gegevens.

Ctrl+Shift+End

De selectie uitbreiden naar de eerste rij.

Ctrl+Shift+PIJL-OMHOOG

De selectie uitbreiden naar de laatste rij.

Ctrl+Shift+PIJL-OMLAAG

De selectie uitbreiden naar het eerste veld van de eerste rij.

Ctrl+Shift+Home

Selectie uitbreiden tot het laatste veld van de laatste rij.

Ctrl+Shift+End

Alle rijen en kolommen selecteren.

CTRL+SHIFT+SPATIEBALK

Een kolom selecteren.

CTRL+SPATIEBALK

Een rij selecteren.

SHIFT+SPATIEBALK

De invoegpositie één veld naar beneden verplaatsen binnen een selectie.

ENTER

De invoegpositie één veld naar boven verplaatsen binnen een selectie.

SHIFT+ENTER

De invoegpositie één veld naar rechts verplaatsen binnen een selectie.

Tab

De invoegpositie één veld naar links verplaatsen binnen een selectie.

Shift+Tab

Selecteren en bewerken in de invoerbalk

Actie

Druk op

Invoer accepteren.

ENTER

Invoer annuleren.

Esc

Het teken links verwijderen.

Backspace

Eén teken naar rechts verwijderen.

Delete

Eén woord naar rechts verwijderen.

Ctrl+Del

De selectie uitbreiden naar het einde van de tekst.

Shift+End

De selectie uitbreiden naar het begin van de tekst.

Shift+Home

De modus Overschrijven in- of uitschakelen.

Insert

Een tijdschaal gebruiken

Actie

Druk op

De tijdschaal één pagina naar links verplaatsen.

Alt+Page Up

De tijdschaal één pagina naar rechts verplaatsen.

Alt+Page Down

De tijdschaal naar het begin van het project verplaatsen.

Alt+Home

De tijdschaal naar het einde van het project verplaatsen.

Alt+End

De tijdschaal naar links schuiven.

ALT+PIJL-LINKS

De tijdschaal naar rechts schuiven.

Alt+PIJL-LINKS

Kleinere eenheden weergeven.

Ctrl+NUM-SLASH (schuine streep op het numerieke toetsenblok)

Grotere eenheden weergeven.

Ctrl+NUM-STERRETJE (sterretje op het numerieke toetsenblok)

Naar boven

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×