Shapes toevoegen en verbinden in Visio Online

Visio Online bevat verschillende shapes die in shape-sets zijn onderverdeeld. Elk diagram heeft enkele shape-sets als uitgangspunt. Maar u kunt ook shape-sets toevoegen aan het palet Shape, zodat u snel toegang hebt tot andere shapes die u weleens gebruikt. Als u bijvoorbeeld een informeel procesdiagram wilt maken, kunt u de set Shapes voor basisstroomdiagrammen toevoegen. Als u Snelle shapes gebruikt om een diagram te maken, kunt u shapes zo snel en probleemloos mogelijk toevoegen en met elkaar verbinden, zonder dat u steeds hoeft te schakelen tussen het palet Shapes en het diagram. U kunt ook twee typen verbindingen maken: punt-naar-punt en shape-naar-shape. En las verbindingslijnen elkaar kruisen, kunt u lijnsprongen toevoegen of verwijderen. U kunt zelfs het type van de lijn wijzigen in recht, hoekvormig of gebogen.

Hier zijn een aantal eenvoudige manieren om een diagram meteen op de goede plaats te krijgen.

Wat wilt u doen?   

Shapes beheren in het palet Shapes

Shapes toevoegen en verbinden met Snelle shapes

Shapes verbinden met verbindingspunten

De verbindingslijn in een ander type wijzigen

Verbindingslijnsprongen weergeven of verwijderen

Zie ook

Shapes beheren in het palet Shapes

Gebruik het palet Shapes om shape-sets toe te voegen, te bekijken of te verwijderen.

Shapes-palet

Een shape-set toevoegen

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Selecteer in het gebied met tabbladen de optie Shapes toevoegen Pictogram Toevoegen .

  3. Blader door de lijst met shape-sets om te zien wat er beschikbaar is.

    Lijst met shape-sets
  4. Selecteer Voorbeeld Pictogram Voorbeeld om de beschikbare shapes in een shape-set weer te geven.

  5. Selecteer Toevoegen als u de shape-set wilt toevoegen.

Een shape-set bekijken die al is toegevoegd

U hebt al een shape-set toegevoegd, maar deze is momenteel mogelijk niet zichtbaar.

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Selecteer het pictogram Shape-set in het gebied met tabbladen. Beweeg de muisaanwijzer boven het pictogram om de naam van de shape-set weer te geven.

    Pictogrammen van shape-sets

Een shape-set verwijderen

U kunt een shape-set verwijderen als u ruimte wilt vrijmaken op het palet Shapes. U kunt later altijd opnieuw een shape-set toevoegen.

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Klik in het gebied met shape-tabbladen met de rechtermuisknop op het pictogram va de shape-set en selecteer Verwijderen.

Naar boven

Shapes toevoegen en verbinden met Snelle shapes

Gebruik Snelle shapes om heel eenvoudig diagrammen te maken. Snelle shapes is voor elke verzameling shapes zodanig ontworpen dat u sneller kunt werken dankzij passende suggesties.

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Sleep een shape vanuit het deelvenster Shapes naar de pagina en laat de muisknop los.

    Een shape van het deelvenster Shape naar de pagina slepen
  3. Houd de aanwijzer boven de shape zodat de blauwe pijlen worden weergegeven.

    Cursor staat op een shape, blauwe pijlen worden weergegeven
  4. Plaats de aanwijzer op de blauwe pijl die wijst naar de positie waar u de nieuwe shape wilt plaatsen.

    Aanwijzer verplaatsen naar gewenste pijl
  5. Klik op de miniwerkbalk op een van de vier shapes.

    Als u de aanwijzer boven een pijl voor Automatisch verbinden houdt, wordt een werkbalk met shapes weergegeven die u kunt toevoegen.

    De nieuwe shape wordt aan het diagram toegevoegd en automatisch verbonden met de oorspronkelijke shape.

  6. Blijf shapes toevoegen door de aanwijzer boven de nieuwe shape te houden tot de miniwerkbalk verschijnt.

    Als u de zojuist toegevoegde shape aanwijst, worden pijlen voor Automatisch verbinden weergegeven voor het toevoegen van een andere shape.

Tip    Als de gewenste shape niet op de miniwerkbalk staat, sleept u de gewenste shape vanuit het venster Shapes en plaatst u deze op een blauwe pijl. De nieuwe shape wordt met de oorspronkelijke shape verbonden alsof u op de shape op de miniwerkbalk had geklikt.

Naar boven

Shapes verbinden met behulp van verbindingspunten

U gebruikt verbindingspunten tussen shapes om shapes aan elkaar te lijmen en ze bij elkaar te houden, zelfs wanneer een shape wordt verplaatst of gedraaid. U ziet de verbindingspunten wanneer u de muisaanwijzer over een shape beweegt.

Verbindingspunten zichtbaar maken

Tip: Gebruik de functie Zoomen zodat u beter de details kunt zien en er meer controle over hebt: zoom in (of druk op CTRL + +) en zoom uit (of druk op CTRL +-).

Overzicht van verbindingstypen

Er zijn twee typen verbindingen:

  • Puntverbinding    Wordt ook wel statische lijm genoemd, dit is een verbinding tussen punten. Gebruik een puntverbinding als de locatie van het verbindingspunt hetzelfde moet blijven, zoals in een gedetailleerde plattegrond waar de locatie van de stopcontacten, telefoonaansluitingen en netwerkpoorten belangrijk is.

  • Dynamische verbinding    Ook wel dynamische lijm genoemd, dit is een verbinding tussen shapes. Wanneer een shape wordt verplaatst of gedraaid, wordt de verbinding aangepast waarbij het kortste pad wordt gebruikt. Hierdoor kunnen shapes en diagrammen sneller worden bijgewerkt.

U kunt zowel puntverbindingen als dynamische verbindingen hebben tussen twee shapes. In een diagram van pc’s/routers is het specifieke verbindingspunt op de router-shape bijvoorbeeld van belang en gebruikt u daarvoor een puntverbinding, maar het specifieke verbindingspunt op de pc-shape maakt niet uit en wordt dus een dynamische verbinding.

In het volgende diagram heeft shape A een puntverbinding met shape C. Wanneer C wordt verplaatst, blijft de verbindingslijn van A verbonden met hetzelfde punt op C. Shape B daarentegen heeft een dynamische verbinding met C. De verbindingslijn van B wordt verplaatst naar het dichtstbijgelegen verbindingspunt op C.

A heeft een puntverbinding met C, maar B heeft een dynamische verbinding met C.

Een puntverbinding maken

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Verplaats de aanwijzer over een shape totdat de verbindingspunten worden weergegeven.

    Verbindingspunten zichtbaar maken
  3. Verplaats de aanwijzer naar een verbindingspunt op die shape totdat de aanwijzer wordt omsloten door een groene rechthoek en de aanwijzer in een kruis Dradenkruis (of precisieselectie) verandert.

    Verbindingspunt ingesloten in groene rechthoek en de aanwijzer verandert in een dradenkruis
  4. Sleep de aanwijzer naar een doelshape tot alle verbindingspunten worden weergegeven en beweeg de aanwijzer vervolgens naar een specifiek verbindingspunt totdat deze wordt omsloten door een groen vak en de scherminfo Lijmen aan verbindingspunt wordt weergegeven.

    Doelshape met knopinfo: Lijmen aan verbindingspunt
  5. Laat de aanwijzer los om de puntverbinding tot stand te brengen.

Een dynamische verbinding maken

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Verplaats de aanwijzer over een shape totdat de automatische verbindingspunten (de vier driehoekjes) worden weergegeven.

    De automatische verbindingen van een shape weergeven
  3. Verplaats de aanwijzer naar een automatisch verbindingspunt totdat deze in een kruis Dradenkruis (of precisieselectie) verandert.

    Isoleert het punt voor automatisch verbinden op de shape
  4. Sleep de aanwijzer naar de doelshape totdat alle verbindingspunten van de shape worden weergegeven.

    Sleep de verbindingslijn naar de doelshape
  5. Pas de positie van de aanwijzer aan totdat de doelshape is omsloten door een groene rand en de scherminfo Lijmen aan vorm wordt weergegeven.

    Met behulp van een dynamische verbinding maken met de doelshape
  6. Laat de aanwijzer los om de dynamische verbinding te maken.

Naar boven

De verbindingslijn in een ander type wijzigen

Standaard bestaat een verbindingslijn uit een ononderbroken lijn met een pijl die naar de verbonden shape wijst. Als u een thema hebt toegepast, kan de lijn er anders uitzien. U kunt het type verbindingslijn wijzigen.

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Selecteer de verbindingslijn.

  3. Ga naar het lint en selecteer het tabblad Start. Selecteer de knop Type verbindingslijn en selecteer Recht, Hoekvormig of Gebogen.

    Typen verbindingslijnen

Naar boven

Lijnsprongen van verbindingen weergeven of verwijderen

Tijdens het bewerken van een diagram of als u meer vormen hebt toegevoegd, moet Visio Online mogelijk lijnsprongen maken wanneer meerdere verbindingslijnen elkaar kruisen. U kunt deze lijnsprongen weergeven of verwijderen.

  1. Open het diagram om het te bewerken. Zie Diagrammen bekijken, maken en bewerken in Visio Online voor meer informatie.

  2. Ga op het lint naar Start en selecteer vervolgens Type verbindingslijn Pictogram type verbindingslijn .

  3. Als u sprongen op gekruiste lijnen wilt weergeven, selecteert u Lijnsprongen weergeven.

    Lijnsprongen weergeven
  4. Als u sprongen op gekruiste lijnen wilt verwijderen, selecteert u Lijnsprongen verwijderen.

    Lijnsprongen verwijderen

Naar boven

Zie ook

Help bij Visio Online

Shapes selecteren, kopiëren en verplaatsen in Visio Online

De grootte, de rotatie en de volgorde van een shape wijzigen

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×