Shapes in een diagram: automatisch uitlijnen, automatisch tussenruimte bepalen en opnieuw indelen

Visio heeft verschillende hulpmiddelen waarmee u shapes en verbindingslijnen overzichtelijk en gelijkmatig kunt indelen. Wanneer u diagrammen maakt, gebruikt u mogelijk verschillende hulpmiddelen op verschillende momenten. Met sommige hulpmiddelen kunt u kleine aanpassingen maken in de positie van shapes, met andere kunt u de indeling van complete diagrammen herzien. De hulpmiddelen zijn gerangschikt in de volgende vier gebieden:

  • Knop Automatisch uitlijnen en ruimte bepalen

    Gebruik Automatisch uitlijnen en ruimte bepalen als u tevreden bent met de indeling van uw diagram, maar de overzichtelijkheid wilt verbeteren en verbindingslijnen recht wilt trekken zonder al teveel te verplaatsen.

  • Positieopdrachten

    Gebruik de opdrachten onder de knop Positie als u alleen de uitlijning van of alleen de ruimte tussen de geselecteerde shapes wilt verbeteren, of als u uw diagram wilt roteren of omkeren.

  • Galerie Pagina opnieuw indelen

    Gebruik de galerie Pagina opnieuw indelen als u een nieuwe indeling van uw diagram wilt uitproberen, waarbij de oorspronkelijke positie van de shapes niet hoeft te worden behouden.

  • Sjabloonspecifieke indelingsopdrachten

    Sommige diagramsjablonen hebben hun eigen indelingsopdrachten die specifiek voor dat diagramtype zijn ontworpen, zoals de sjablonen Organigram en Brainstormdiagram.

Knop Automatisch uitlijnen en ruimte bepalen

De knop Automatisch uitlijnen en ruimte bepalen bevindt zich op het tabblad Start in de groep Schikken. Dit hulpmiddel is ontworpen om uw shapes zo dicht mogelijk bij hun huidige positie te plaatsen, maar uitgelijnd met elkaar en gelijkmatig verdeeld.

  1. Selecteer de shapes die u wilt uitlijnen en waarvoor u de tussenruimte wilt wijzigen, of klik buiten het diagram zodat er niets is geselecteerd. Als er niets is geselecteerd, heeft de optie effect op alle shapes.

  2. Klik op Automatisch uitlijnen en ruimte bepalen.

Naar boven

Positieopdrachten

De knop Positie bevindt zich op het tabblad Start in de groep Schikken. Klik op de pijl om opdrachten weer te geven voor het uitlijnen van geselecteerde shapes en het bepalen van de tussenruimte en de richting van de shapes.

Shapes uitlijnen

Met de opdrachten in deze sectie worden shapes uitgelijnd zonder dat de ruimte tussen de shapes wordt gewijzigd. U kunt de aanwijzer boven een opdracht houden om een voorbeeld te zien van het effect voordat u de wijziging daadwerkelijk uitvoert.

Automatisch uitlijnen gebruiken

  1. Selecteer de shapes die u wilt uitlijnen.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie.

  3. Klik op Automatisch uitlijnen.

Een uitlijningsrichting opgeven

  1. Selecteer de shape waarmee u de andere shapes wilt uitlijnen, en selecteer vervolgens de andere shapes door op Shift te drukken en op de shapes te klikken.

    De primaire shape is omgeven door een dikke, magenta gekleurde lijn.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie.

  3. Klik op de gewenste uitlijningsoptie.

Met de specifieke opdrachten van Uitlijnen worden de geselecteerde shapes uitgelijnd met de primaire shape. De opdracht Automatisch uitlijnen voert echter geen uitlijning uit met primaire shapes.

De ruimte tussen shapes bepalen

Met de opdrachten in deze sectie wordt de afstand tussen shapes gelijkgetrokken zonder dat de uitlijning wordt gewijzigd. U kunt de aanwijzer boven een opdracht houden om een voorbeeld van het effect weer te geven voordat u de wijziging daadwerkelijk uitvoert.

Automatisch spatiëren gebruiken

  1. Selecteer de shapes waarvoor u de tussenruimte wilt wijzigen, of klik buiten het diagram zodat er niets is geselecteerd. Als er niets is geselecteerd, heeft de wijziging effect op alle shapes.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie.

  3. Klik op Automatische ruimte bepalen om alle geselecteerde shapes zo te verplaatsen, dat ze zich op de opgegeven afstand van nabijgelegen shapes bevinden.

    Als u de afstand wilt wijzigen, klikt u op Afstandsopties en stelt u de afstand in.

De spreidingsopties gebruiken

De afstandsopdrachten uit eerdere versies van Visio zijn nog steeds beschikbaar, zodat u over nog meer afstandssopties beschikt.

  1. Selecteer drie of meer shapes door Shift of Ctrl ingedrukt te houden terwijl u op shapes klikt. De opdrachten voor de spreiding van shapes is uitgeschakeld als u niet drie of meer shapes selecteert.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie en wijs Ruimte tussen shapes bepalen aan.

  3. Kies een spreidingsoptie. Klik op Meer distributieopties om het dialoogvenster Shapes spreiden te openen.

    • Voor verticale spreiding worden de grenzen gedefinieerd door de bovenste en onderste shapes in de selectie.

    • Voor horizontale spreiding worden de grenzen gedefinieerd door de shapes helemaal links en rechts in de selectie.

    • Als u hulplijnen wilt toevoegen en er shapes op wilt lijmen, schakelt u het selectievakje Hulplijnen maken en shapes hierop lijmen in. Als u deze optie kiest, kunt u een hulplijn aan de buitenrand verplaatsen om alle shapes opnieuw te spreiden.

Shapes van pagina-einden verplaatsen

Als u een diagram wilt afdrukken, is het raadzaam te zorgen dat shapes niet worden opgesplitst door pagina-einden.

  1. Selecteer shapes die u van de pagina-einden wilt verplaatsen, of klik buiten het diagram zodat er niets is geselecteerd. Als er niets is geselecteerd, heeft de wijziging effect op alle shapes.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie.

  3. Wijs Ruimte tussen shapes bepalen aan en klik vervolgens op Niet op pagina-einden plaatsen.

U kunt ook Automatische uitlijning en Automatische ruimtebepaling zo instellen dat er met deze opdrachten geen shapes op pagina-einden kunnen worden geplaatst.

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Schikken op Positie.

  2. Wijs Ruimte tussen shapes bepalen aan en controleer of Pagina-einden voorkomen is geselecteerd. Zo niet, dan klikt u hierop om de optie te selecteren.

Shapes richten

Met de opdrachten in het submenu Shapes roteren kunt u een geselecteerde shape roteren of omkeren.

  • Selecteer een shape en klik op de toepasselijke opdracht.

Als er meer dan één shape is geselecteerd, worden deze met deze opdrachten geroteerd of omgekeerd terwijl hun relatieve positie ten opzichte van elkaar behouden blijft, alsof de pagina is omgekeerd.

Daarentegen wordt de richting van het diagram met de opdrachten in het submenu Diagram roteren geroteerd of omgekeerd, maar blijft de richting van de shapes hetzelfde.

Naar boven

Galerie Pagina opnieuw indelen

Pagina opnieuw indelen bevindt zich op het tabblad Ontwerp in de groep Indeling. Als u een eenvoudig diagram hebt en niet zeker weet hoe u het het beste kunt rangschikken, selecteert u de shapes die u opnieuw wilt schikken of klikt u buiten het diagram om een eventuele selectie op te heffen (in dit geval heeft de volgende bewerking invloed op alle shapes). Houd vervolgens de muisaanwijzer boven de verschillende ontwerpen in de galerie om te zien wat het resultaat zal zijn. U kunt een voorbeeld bekijken voordat u een indeling kiest door erop te klikken.

Naar boven

Sjabloonspecifieke indelingsopdrachten

Als de sjabloon die u voor een diagram gebruikt, een tabblad voor dat specifieke diagramtype heeft, zoals de sjablonen Organigram en Brainstormdiagram, controleert u of er een indelingsopdracht voor dat diagram aanwezig is. In dat geval kunt u proberen of deze opdracht het gewenste resultaat levert.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×