Relaties (eigenschappenvenster)

Dit eigenschappenvenster bevat een reeks eigenschappen voor de relaties tussen de tabellen in uw database.

Tabelnaam

De naam van de tabel in de ontwerpfunctie voor tabellen of de geselecteerde tabel in het databasediagram. Als er meerdere tabellen in het databasediagram zijn geselecteerd, is alleen de naam van de eerste tabel zichtbaar.

Geselecteerde relatie

De naam van de geselecteerde relatie in het databasediagram. Als er meerdere relaties in het databasediagram zijn geselecteerd, is alleen de naam van de eerste relatie zichtbaar. Vouw de lijst uit als u de eigenschappen van een andere relatie wilt bekijken of wijzigen.

Vóór elk item in de vervolgkeuzelijst staat een pictogram. Het pictogram in de vorm van een sleutel geeft aan dat de tabel deel uitmaakt van de relatie als de tabel waarnaar wordt verwezen. Het pictogram in de vorm van een oneindigheidsteken geeft aan dat de tabel deel uitmaakt aan de relatie als de tabel waarin wordt verwezen. (Dit is de tabel met de refererende-sleutelbeperking van de relatie.)

Nieuw

Kies deze knop als u een nieuwe relatie wilt maken voor de geselecteerde databasetabel. Zie Relaties tussen tabellen maken voor meer informatie.

Verwijderen

Kies deze knop als u de geselecteerde relatie uit de databasetabel wilt verwijderen. Zie Relaties verwijderen voor meer informatie.

Naam van relatie

De naam van de geselecteerde relatie. U kunt de naam van de relatie wijzigen door in dit vak een nieuwe naam te typen . Zie Namen van relaties wijzigen voor meer informatie.

Tabel met primaire sleutel

De naam van de primaire-sleuteltabel in de relatie, gevolgd door de kolommen waaruit de primaire sleutel is samengesteld. Zie Namen van primaire sleutels wijzigen voor informatie over het wijzigen van de primaire sleutel.

Tabel met refererende sleutel

De naam van de refererende-sleuteltabel in de relatie, gevolgd door de kolommen waaruit de refererende sleutel is samengesteld. Zie Refererende sleutels wijzigen voor informatie over het wijzigen van de refererende sleutel.

Bestaande gegevens controleren bij maken

Hiermee past u de beperking toe op gegevens die al voorkomen in de database wanneer de relatie wordt toegevoegd aan de refererende-sleuteltabel.

Relatie voor replicatie afdwingen

Hiermee past u de beperking toe wanneer de refererende-sleuteltabel naar een andere database wordt gekopieerd.

Relatie voor INSERT en UPDATE afdwingen

Hiermee past u de beperking toe op gegevens die worden ingevoegd in, verwijderd uit of bijgewerkt in de refererende-sleuteltabel. Hiermee voorkomt u ook dat een rij in de primaire-sleuteltabel wordt verwijderd wanneer een overeenkomstige rij voorkomt in de refererende-sleuteltabel.

  • Gerelateerde velden trapsgewijs bijwerken

(Alleen in Microsoft SQL Server 2000) Hiermee zorgt u ervoor dat in de database refererende-sleutelwaarden van deze relatie automatisch worden bijgewerkt telkens wanneer de primaire-sleutelwaarde wordt bijgewerkt.

  • Gerelateerde velden trapsgewijs verwijderen

(Alleen in Microsoft SQL Server 2000) Hiermee zorgt u ervoor dat in de database de rijen van de refererende-sleuteltabel automatisch worden verwijderd telkens wanneer de rij van de primaire-sleuteltabel waarnaar wordt verwezen, wordt verwijderd.

Validatietekst

(Alleen in SQL Server 2000) De tekst van het bericht dat wordt weergegeven op het systeem van de gebruiker telkens wanneer deze een rij invoegt die de refererende-sleutelbeperking schendt.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×