Problemen met e-mailbezorging voor foutcode 5.1.10 in Office 365 oplossen

Problemen bij het verzenden en ontvangen van e‑mailberichten kunnen frustrerend zijn. Als u een rapport over niet-uitgevoerde bezorging, oftewel een niet-bezorgdbericht voor foutcode 550 5.1.10 krijgt, kan dit artikel u helpen het probleem op te lossen zodat het bericht wordt verzonden.

Symbool voor e-mailgebruiker

Ik heb dit niet-bezorgdbericht ontvangen. Help me dit op te lossen.

Symbool Beheerder

Ik ben een e‑mailbeheerder. Hoe kan ik dit oplossen?

Waarom krijg ik dit niet-bezorgdbericht?

U hebt dit niet-bezorgdbericht met foutcode 5.1.10 ontvangen vanwege een van twee mogelijke redenen:

  • Het e‑mailadres waarnaar u uw bericht hebt verzonden, bestaat niet of kan niet worden gevonden. Ga naar Ik heb dit niet-bezorgdbericht ontvangen. Help me dit op te lossen.

  • Iemand anders, meestal een spammer, heeft u geïmiteerd door een bericht met uw e‑mailadres in het vak Van te verzenden. Dit heet e-mailspoofing. Het e‑mailadres waarnaar het is verzonden, bestaat niet, en daar hebt u het niet-bezorgdbericht voor ontvangen. Dit soort niet-bezorgdbericht heet backscatter en kan worden genegeerd of verwijderd.

    Backscatter is op zichzelf onschadelijk, maar als u een heleboel backscatter krijgt, is uw computer of apparaat mogelijk geïnfecteerd met spam-malware. U kunt overwegen een anti-malwarescan uit te voeren. Als u daarnaast wilt voorkomen dat spammers zich voordoen als u of anderen in uw organisatie, kunt u uw e‑mailbeheerder vragen dit onderwerp te lezen: Set up SPF in Office 365 to help prevent spoofing (SPF in Office 365 instellen om spoofing te helpen voorkomen).

Ik heb dit niet-bezorgdbericht ontvangen. Help me dit op te lossen.

Controleer of het e‑mailadres van de ontvanger juist is en verzend uw bericht opnieuw. Als daarmee het probleem niet wordt opgelost, neemt u contact op met de ontvanger en vraagt u deze om zijn of haar doorstuurregels en instellingen te controleren.

Outlook gebruiken   

  1. Open het niet-bezorgdbericht dat u hebt ontvangen door erop te dubbelklikken.

  2. Kies op het tabblad Rapport de optie Opnieuw verzenden.

    Schermafbeelding van het tabblad Rapport van een niet-bezorgdbericht met de optie Opnieuw verzenden en met tekst in het tekstgedeelte van het e‑mailbericht waarin wordt vermeld dat het bericht niet kan worden bezorgd.

    Als het oorspronkelijke bericht dat u hebt verzonden, een bijlage had die groter is dan 10 MB, is de optie Opnieuw verzenden mogelijk niet beschikbaar of werkt deze niet. In plaats daarvan opent u het oorspronkelijke bericht in uw map Verzonden items en verzendt u het opnieuw. Zie Een e‑mailbericht opnieuw verzenden voor meer informatie.

  3. Selecteer in de nieuwe versie van het bericht het e‑mailadres van de ontvanger in het vak Aan en druk vervolgens op de toets Delete.

  4. Verwijder het adres van de ontvanger uit de lijst voor automatisch aanvullen om te voorkomen dat Outlook een verouderd e‑mailadres gebruikt. Als de lijst voor automatisch aanvullen niet wordt weergegeven wanneer u dit doet of het adres van de ontvanger niet wordt vermeld, slaat u deze stap over. Voer de volgende stappen uit:

    1. In het vak Aan begint u het e‑mailadres van de ontvanger te typen totdat dit wordt weergegeven in de vervolgkeuzelijst voor automatisch aanvullen, zoals hieronder wordt weergegeven.

    2. Schermafbeelding van de optie Opnieuw verzenden voor een e‑mailbericht. In het veld Opnieuw verzenden wordt met de functie voor automatisch aanvullen het e‑mailadres van de ontvanger aangeboden op basis van de eerste paar letters van de naam van de ontvanger die zijn getypt.
    3. Gebruik de toets Pijl-omlaag om de ontvanger te selecteren in de vervolgkeuzelijst voor automatisch aanvullen en druk vervolgens op de toets Delete of kiest u het pictogram voor verwijderen Pictogram Verwijderen rechts van het e‑mailadres.

  5. In het vak Aan gaat u verder met het typen van het volledige e‑mailadres van de ontvanger. Zorg dat u het adres juist spelt.

    Schermafbeelding van de optie Opnieuw verzenden voor een e‑mailbericht. In het veld Opnieuw verzenden wordt het adres van de ontvanger aangeboden door de functie voor automatisch aanvullen.
  6. Klik op Verzenden.

De webversie van Outlook gebruiken   

  1. Open het niet-bezorgdbericht dat u hebt ontvangen door het te selecteren.

  2. Kies in het leesvenster vlak onder de berichtkopgegevens Klik hier om dit bericht opnieuw te verzenden.

    Schermafbeelding van een deel van een niet-bezorgdbericht met de optie om het bericht opnieuw te verzenden.

    Als het oorspronkelijke bericht dat u hebt verzonden een bijlage had die groter is dan 10 MB, is de optie Hier klikken als u dit bericht opnieuw… niet beschikbaar. Verzend in dat geval het oorspronkelijke bericht opnieuw vanuit uw map Verzonden items.

  3. Op de regel Aan van de nieuwe versie van uw bericht, kiest u het pictogram voor verwijderen Pictogram Verwijderen rechts van het e‑mailadres om het adres van de ontvanger te verwijderen.

    Schermafbeelding van de regel Aan van een e‑mailbericht, met de optie om het e‑mailadres van de ontvanger te verwijderen.
  4. Verwijder het adres van de ontvanger uit de lijst voor automatisch aanvullen om te voorkomen dat Outlook een verouderd e‑mailadres gebruikt. Voer de volgende stappen uit:

    1. In het lege vak Aan begint u de naam of het e‑mailadres van de ontvanger te typen totdat dit wordt weergegeven in de vervolgkeuzelijst voor automatisch aanvullen.

      Schermafbeelding van de regel Aan van een e‑mailbericht, met de optie om het e‑mailadres van de ontvanger te verwijderen.  In het veld Aan wordt met de functie voor automatisch aanvullen het e‑mailadres van de ontvanger aangeboden gebaseerd op de eerste paar letters van de naam van de ontvanger die zijn getypt.
    2. Gebruik de toets Pijl-omlaag om de ontvanger te selecteren in de lijst voor automatisch aanvullen en druk vervolgens op de toets Delete. Of plaats de muisaanwijzer op de naam van de ontvanger en klik op het pictogram voor verwijderen Pictogram Verwijderen rechts van het e‑mailadres.

  5. Op de regel Aan gaat u verder met het typen van het volledige e‑mailadres van de ontvanger. Zorg dat u het adres juist spelt.

  6. Klik op Verzenden.

Neem op een andere manier contact op met de ontvanger (via de telefoon bijvoorbeeld) en vraag hem om te controleren of er doorstuurregels of instellingen zijn die uw bericht naar een e‑mailadres doorsturen dat niet bestaat of dat is beschadigd. Als de ontvanger doorsturen heeft ingesteld, moet deze het e‑mailadres wijzigen waarnaar berichten worden doorgestuurd, of moet hij of zij de regel of instelling voor doorsturen uitschakelen.

Office 365 ondersteunt meerdere manieren voor het automatisch doorsturen van berichten. Als de bedoelde ontvanger van uw bericht Office 365 gebruikt, vraagt u hem of haar de onderstaande secties Postvak IN-regels voor doorsturen bijwerken, uitschakelen of verwijderen en Doorsturen via account uitschakelen door te lezen. Als het probleem zich blijft voordoen nadat hij of zij deze stappen heeft uitgevoerd, vraagt u de ontvanger zijn of haar e‑mailbeheerder te verwijzen naar de sectie Ik ben een e-mailbeheerder. Hoe kan ik dit oplossen? hieronder.

Postvak IN-regels voor doorsturen bijwerken, uitschakelen of verwijderen   

  1. Meld u in Office 365 aan bij uw gebruikersaccount.

  2. Klik op het tandwielpictogram in de rechterbovenhoek om het deelvenster Instellingen weer te geven.

  3. Selecteer Uw app-instellingen > E‑mail.

    Schermafbeelding van het deelvenster Instellingen waarin de e‑mailoptie is gemarkeerd in de sectie Uw app-instellingen.
  4. Vanuit het navigatiedeelvenster Opties aan de linkerkant selecteert u E‑mail > Automatische verwerking > Postvak IN en opruimen.

    Geeft het gebied voor Regels voor Postvak IN en opruimen weer in de Opties voor e‑mail in Office 365. U kunt regels voor Postvak IN maken, bewerken en verwijderen voor het verwerken van uw e‑mails.
  5. Werk regels bij die er mogelijk voor zorgen dat het bericht van de afzender naar een niet-bestaand of beschadigd e‑mailadres wordt doorgestuurd, schakel ze uit of verwijder ze.

Doorsturen via account uitschakelen   

  1. Meld u aan bij uw Office 365-account, en selecteer uit dezelfde Opties die hierboven werden genoemd E‑mail > Accounts > Doorsturen.

    Schermafbeelding waarop de pagina met doorstuuropties te zien is, en waarop de optie Doorsturen stoppen is ingeschakeld.
  2. Selecteer Doorsturen stoppen en klik op Opslaan om doorsturen via het account uit te schakelen.

Ik ben een e‑mailbeheerder. Hoe kan ik dit oplossen?

Als de afzender die dit niet-bezorgdbericht heeft ontvangen het probleem niet kan oplossen met de bovenstaande stappen, kan het probleem worden veroorzaakt doordat het e‑mailsysteem bij de ontvanger niet correct is geconfigureerd. Als u de e‑mailbeheerder voor de ontvanger bent, probeer dan op een of meer van de volgende manieren het probleem op te lossen, en vraag de afzender vervolgens om het bericht opnieuw te verzenden:

Controleren of de ontvanger bestaat en of hieraan een actieve licentie is toegewezen:

  1. Kies in het Office 365-beheercentrum de optie Gebruikers om naar de pagina Actieve gebruikers te gaan.

  2. Typ een gedeelte van de naam van de ontvanger in het zoekveld Actieve gebruikers > Filters en druk vervolgens op Enter om naar de ontvanger te zoeken. Als de ontvanger niet bestaat, moet u voor deze gebruiker een nieuw postvak of contactpersoon maken. (Zie Gebruikers afzonderlijk of bulksgewijs toevoegen aan Office 365 - Help voor beheerders voor meer informatie). Als de ontvanger wel bestaat, controleert u of de gebruikersnaam van de ontvanger overeenkomt met het e‑mailadres dat de afzender heeft gebruikt.

    Schermafbeelding van een sectie van de pagina Actieve gebruikers met een zoekterm, 'laure', getypt in het zoekvak naast de optie Filters, die is ingesteld op Alle gebruikers. Hieronder worden de volledige weergavenaam en gebruikersnaam weergegeven.
  3. Als het postvak van de gebruiker wordt gehost in Office 365, klikt u op de record van de gebruiker om zijn gegevens te bekijken en controleert u of er een geldige licentie voor e‑mail is toegewezen (bijvoorbeeld een Office 365 Enterprise E5-licentie).

    Schermafbeelding van gegevens van de gebruiker met de naam Laure Claasen. Het gebied Productlicenties laat zien dat er geen producten zijn toegewezen aan de gebruiker en dat de optie voor bewerken beschikbaar is.
  4. Als het postvak van de gebruiker wordt gehost in Office 365, maar geen licentie is toegewezen, kiest u Bewerken en wijst u een licentie aan de gebruiker toe.

    Hier ziet u een Office 365 Enterprise E5-licentie met 12 beschikbare licenties.

Office 365 biedt gebruikers en e‑mailbeheerders de volgende functies voor het doorsturen van e‑mailberichten naar een ander e‑mailadres:

  • Doorsturen met behulp van regels voor Postvak IN (gebruiker)

  • Doorsturen via account (gebruiker en e‑mailbeheerder)

  • Doorsturen met behulp van regels voor de e‑mailstroom (e‑mailbeheerder)

Volg de onderstaande stappen voor het herstellen van niet-werkende regels of instellingen voor het doorsturen van e-mail.

Doorsturen met behulp van regels voor Postvak IN (gebruiker)   

De ontvanger kan een regel voor Postvak IN hebben ingesteld waarmee berichten worden doorgestuurd naar een e‑mailadres met problemen. Regels voor Postvak IN zijn alleen beschikbaar voor de gebruiker (of iemand met gemachtigdentoegang tot hun account). Zie Postvak IN-regels voor doorsturen bijwerken, uitschakelen of verwijderen als u wilt weten hoe de gebruiker, of een gemachtigde, een niet-werkende regel voor Postvak IN kan wijzigen of verwijderen.

Doorsturen via account (gebruiker en e‑mailbeheerder)   

  1. Kies in het Office 365-beheercentrum de optie Gebruikers.

  2. Typ een gedeelte van de naam van de ontvanger in het zoekveld Actieve gebruikers > Filters en druk vervolgens op Enter om naar de ontvanger te zoeken. Klik op de record van de gebruiker om de details ervan weer te geven.

  3. Selecteer op de profielpagina van de gebruiker E‑mailinstellingen > E‑mail doorsturen > Bewerken.

    Schermafbeelding van de gebruikersprofielpagina van de gebruiker met de naam Laure Claasen met E‑mailbericht doorsturen ingesteld op Toegepast en een beschikbare optie voor bewerken.
  4. Schakel E‑mail doorsturen uit en selecteer Opslaan.

    Schermafbeelding van de gebruikersprofielpagina van de gebruiker met de naam Laure Claasen met E‑mailbericht doorsturen ingesteld op Toegepast en een beschikbare optie voor bewerken.

Doorsturen met behulp van regels voor de e‑mailstroom (e‑mailbeheerder)   

In tegenstelling tot regels voor Postvak IN die zijn gekoppeld aan het postvak van een gebruiker, zijn regels voor de e‑mailstroom instellingen op organisatieniveau die uitsluitend door e‑mailbeheerders kunnen worden gemaakt en bewerkt.

  1. Selecteer in het Office 365-beheercentrum Beheercentra > Exchange.

    Schermafbeelding van het Office 365-beheercentrum met de optie Beheercentrum uitgevouwen en met Exchange geselecteerd.
  2. Ga in het Exchange-beheercentrum naar e-mailstroom > regels.

  3. Let op regels voor omleiden waardoor het bericht van de afzender naar een ander adres kan worden doorgestuurd. Zie de voorbeelden hieronder.

    Schermafbeelding van de pagina Regels van het gebied E‑mailstroom in het Exchange-beheercentrum. Het selectievakje Aan is ingeschakeld voor de Regel om de mail van Laure Claasen om te leiden.
  4. Werk verdachte doorstuurregels bij, schakel ze uit of verwijder ze.

Let op : Topologieën en instellingen voor het routeren van berichten, in het bijzonder voor hybride configuraties, kunnen complex zijn. Zelfs als het probleem met een niet-bezorgdbericht wordt opgelost door het geaccepteerde domein te wijzigen, hoeft dat niet noodzakelijkerwijs de juiste oplossing te zijn voor uw situatie. In sommige gevallen kan het zelfs andere onverwachte problemen veroorzaken. Raadpleeg Geaccepteerde domeinen beheren in Exchange Online en ga verder, maar blijf oplettend.

Als u een hybride configuratie hebt ingesteld (sommige postvakken bevinden zich in de cloud en andere on-premises) en uw geaccepteerde domein is ingesteld op Gezaghebbend, zoekt Office 365 alleen in uw adreslijst in de cloud naar de ontvanger. Als de ontvanger zich on-premises bevindt en u de ontvanger nog niet hebt toegevoegd aan de adreslijst in de cloud (handmatig of via adreslijstsynchronisatie), mislukt de zoekactie en ontvangt de afzender mogelijk een niet-bezorgdbericht. Als het geaccepteerde domein is ingesteld op Interne doorgifte, controleert Office 365 eerst uw adreslijst in de cloud en als de geadresseerde daar niet wordt gevonden, wordt het bericht doorgestuurd naar uw on-premises e‑mailservers (ervan uitgaande dat u een vereiste connector voor de e‑mailstroom juist hebt ingesteld om dat te kunnen doen).

Waarschuwing : Wanneer een geaccepteerd domein is ingesteld op Interne doorgifte, moet u een bijbehorende Office 365-connector voor de e-mailstroom naar de on-premises omgeving instellen. Als u dat niet doet, wordt de e-mailstroom naar uw on-premises-postvakken verbroken.

Als u een hybride configuratie hebt en een Office 365-connector voor de e‑mailstroom hebt geconfigureerd voor het routeren van berichten naar uw on-premises omgeving, en u denkt dat Interne doorgifte de juiste instelling voor uw domein is, wijzigt u het geaccepteerde domein van Gezaghebbend in Interne doorgifte.

Het geaccepteerde domein wijzigen van Gezaghebbend in Interne doorgifte   

  1. Kies in het Exchange-beheercentrum de optie E‑mailstroom > Geaccepteerde domeinen en selecteer het domein van de ontvanger.

    Schermafbeelding van de pagina Geaccepteerde domeinen van het Exchange-beheercentrum. Er wordt informatie over de naam, het geaccepteerde domein en het domeintype weergegeven.
  2. Dubbelklik op de domeinnaam.

  3. Stel in het dialoogvenster Geaccepteerd domein het domein in op Interne doorgifte en selecteer vervolgens Opslaan.

    Schermafbeelding van het dialoogvenster Geaccepteerd domein met de optie Interne doorgifte ingeschakeld voor het opgegeven geaccepteerde domein.

Als u een hybride configuratie hebt en de ontvanger zich on-premises bevindt, is het on-premises e‑mailadres van de ontvanger mogelijk niet correct gesynchroniseerd met Office 365. Voer de volgende stappen uit als u handmatig adreslijsten wilt synchroniseren:

  1. Meld u aan bij de server waarop de hulpprogramma's voor adreslijstsynchronisatie on-premises worden uitgevoerd.

  2. Start een Windows PowerShell-sessie.

  3. Ga naar C:\Program Files\Microsoft Online Directory Sync.

  4. Voer de opdracht DirSyncConfigShell.psc1 uit om Directory Synchronization Configuration Shell te starten.

  5. Voer de opdracht Start-OnlineCoexistenceSync uit.

Wanneer synchronisatie is voltooid, herhaalt u de stappen in Controleer of de ontvanger bestaat en of er een actieve licentie aan is toegewezen om te controleren of het adres van de ontvanger aanwezig is in Office 365.

Als u een aangepast domein (zoals contoso.com in plaats van contoso.onmicrosoft.com) hebt, is het mogelijk dat de MX-record van uw domein niet juist is geconfigureerd.

  1. Ga in het Office 365-beheercentrum naar Instellingen > Domeinen en selecteer vervolgens het domein van de ontvanger.

    Schermafbeelding van het Office 365-beheercentrum met de optie Domeinen geselecteerd. Domeinnamen worden weergegeven op de pagina, samen met de opties voor het toevoegen of kopen van een domein.
  2. Selecteer in het pop-outvenster Vereiste DNS-instellingen de optie DNS controleren.

    Schermafbeelding van de pagina Vereiste DNS-instellingen met de focus op de knop DNS controleren.
  3. Controleer of er slechts één MX-record is geconfigureerd voor het domein van de ontvanger. Microsoft biedt geen ondersteuning voor het gebruik van meer dan één MX-record voor een domein dat is ingeschreven in Office 365.

  4. Als Office 365 vaststelt dat er problemen zijn met uw instellingen voor Exchange Online DNS-records, moet u de aanbevolen stappen volgen om deze te herstellen. U wordt mogelijk gevraagd om de wijzigingen direct aan te brengen in het Office 365-beheercentrum. Anders moet u de MX-record via de portal van uw DNS-hostprovider bijwerken. Zie DNS-records maken voor Office 365 bij een DNS-hostingprovider voor meer informatie.

    Opmerking : Voor de meeste scenario's geldt dat uw MX-record van uw domein moet verwijzen naar de Office 365FQDN (Fully Qualified Domain Name): <uw domein>.mail.protection.outlook.com. Updates van een DNS-record worden meestal binnen een paar uur op het hele internet doorgevoerd, maar dit kan tot 72 uur duren.

Voor meer informatie

Rapporten over niet-uitgevoerde bezorging e-mailen in Office 365

Backscatter messages and EOP(Backscatter-berichten en EOP)

Configure email forwarding for a mailbox(Doorsturen van e‑mail voor een postvak configureren)

Synchronizing your directory with Office 365 is easy(Uw adreslijst synchroniseren met Office 365 is eenvoudig)

DNS-records maken bij een DNS-hostingprovider voor Office 365

Set up SPF in Office 365 to help prevent spoofing (SPF in Office 365 instellen om spoofing te helpen voorkomen)

Nog steeds hulp nodig bij een niet-bezorgdbericht 5.1.10?

Hulp krijgen van de Office 365-communityforums Beheerders: Aanmelden en een serviceaanvraag maken Beheerders: Ondersteuning bellen
Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×