Privacysupplement voor Microsoft Lync 2010 Attendant

Laatst bijgewerkt: oktober 2010

Inhoud

Archivering

Service voor audiotests

Gesprekslogboeken

Logboekregistratie aan de clientzijde

Nummerweergave in het vergaderingsschema

Visitekaartje

Gespreksgeschiedenis

Aangepaste profielonderdelen

Alarmnummers (911)

Uitbellen naar vergaderingen

Outlook-invoegtoepassing voor onlinevergaderingen

Aanwezigheids- en contactgegevens

Privacymodus

Opname

Uniform archief met contactgegevens

Verbeterde spraakkwaliteit

Deze pagina is een aanvulling op de privacyverklaring voor Microsoft Lync-producten. Informatie over het verzamelen van gegevens en het gebruik van een Microsoft Lync-product of -service kunt u vinden in de privacyverklaring voor Microsoft Lync-producten en dit supplement.

Archivering

Functie van dit onderdeel: met Archivering kunt u chatgesprekken, vergaderingsactiviteiten en -inhoud en gebruikskenmerken archiveren, zoals aanmeldingen van gebruikers en de start van en deelname aan gesprekken.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: met Archivering worden de inhoud van chatgesprekken en informatie over uw chatgebruik opgeslagen op een server die de systeembeheerder configureert. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: de systeembeheerder kan deze gegevens gebruiken om het gebruik van Microsoft Lync 2010 Attendant in uw onderneming te beheren.

Keuze/controle: Archivering is standaard uitgeschakeld en moet door de systeembeheerder worden ingeschakeld. Bekijk het beleid voor gegevensgebruik en -controle in uw bedrijf als u wilt weten of archivering mag worden ingeschakeld.

Service voor audiotests

Functie van dit onderdeel: met de knop Gesprekskwaliteit controleren kunt u een testgesprek starten in Microsoft® Lync 2010 Attendant zodat u de gesprekskwaliteit kunt controleren. U kunt beluisteren hoe u zou klinken tijdens een echt gesprek. Wanneer u een testgesprek start, wordt u gevraagd om na een pieptoon een fragment in te spreken. Dit wordt opgenomen gedurende een vooraf vastgestelde periode (bijvoorbeeld vijf seconden) en vervolgens weer voor u afgespeeld. Als het netwerk niet optimaal is of het apparaat niet juist is ingesteld, kunt u dit detecteren in de afgespeelde opname.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: als u een testgesprek start, wordt u gevraagd om een fragment in te spreken. Dit wordt verwijderd nadat u het gesprek hebt beëindigd. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: het ingesproken fragment is voor eigen gebruik zodat u kunt controleren hoe u tijdens een echt gesprek klinkt en kunt vaststellen dat het apparaat juist is ingesteld en voorbereid op gesprekken. U kunt deze ingesproken opname beluisteren om te bepalen of u gereed bent om een echt gesprek te starten door te controleren of het apparaat juist werkt en audio goed wordt weergegeven.

Keuze/controle: als u geen gesproken fragment wilt opnemen, kunt u ervoor kiezen om geen testgesprek te starten. U kunt als volgt een testgesprek starten:

  1. Klik op de menubalk op het pictogram Audioapparaat.

  2. Klik op Gesprekskwaliteit controleren en volg de aanwijzingen.

Gesprekslogboeken

Functie van dit onderdeel: met Gesprekslogboeken kunt u een opname van uw gesprekken die zijn verwerkt door Attendant, opslaan in een Microsoft Outlook-map.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: gespreksgegevens, zoals begin- en eindtijd, duur en deelnemers, worden opgeslagen in de map Gespreksgeschiedenis in Microsoft Office Outlook. In gesprekslogboeken wordt geen inhoud van gesprekken opgeslagen. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: u kunt deze gegevens gebruiken om uw gespreksgeschiedenis te bekijken.

Keuze/controle: Gesprekslogboeken is standaard ingeschakeld. Als de systeembeheerder de mogelijkheid om gesprekslogboeken te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u instellingen als volgt wijzigen:

  1. Klik op het pictogram Menubalk en klik op Opties.

  2. Schakel op het tabblad Persoonlijk het selectievakje Mijn gesprekslogboeken opslaan in de map Gespreksgeschiedenis van Outlook in.

  3. Klik op OK.

Logboekregistratie aan de clientzijde

Functie van dit onderdeel: met Logboekregistratie aan de clientside kunt u gebruiksgegevens voor Attendant registreren in uw gebruikersprofiel op de computer. De gegevens kunnen worden gebruikt voor het oplossen van problemen die mogelijk optreden in Attendant.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: als u of de systeembeheerder Logboekregistratie aan de clientzijde inschakelt, kunnen bijvoorbeeld de volgende gegevens worden opgeslagen op de computer: onderwerp van de vergaderng, locatie, SIP-berichten (Session Initiation Protocol), antwoorden op Attendant-gesprekken, informatie over de afzender en ontvanger van elk Attendant-bericht, route die het bericht heeft gevolgd, lijst met contactpersonen, en aanwezigheidsgegevens. De inhoud van uw Attendant-gesprekken wordt niet opgeslagen. Er worden geen gegevens automatisch naar Microsoft verzonden, maar u kunt deze wel handmatig verzenden.

Gebruik van de gegevens: Logboekregistratie aan de clientzijde kan worden gebruikt om problemen met Attendant op te lossen.

Keuze/controle: Logboekregistratie aan de clientzijde is standaard uitgeschakeld en moet door de systeembeheerder worden ingeschakeld. Als de beheerder de mogelijkheid om logboekregistratie te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u uw instellingen als volgt wijzigen:

  1. Klik op het pictogram Menubalk en klik op Opties.

  2. Schakel op het tabblad Algemeen het selectievakje Logboekregistratie inschakelen in Attendant en Windows-logboekregistratie inschakelen voor Attendant in.

  3. Klik op OK.

Nummerweergave in het vergaderingsschema

Functie van dit onderdeel: de lijst met deelnemers (schema) is een lijst met alle deelnemers aan de vergadering.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: wanneer u inbelt naar een telefonische vergadering, wordt aan alle deelnemers weergegeven vanaf welk telefoonnummer u belt (nummerweergave). Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: personen in de vergadering kunnen deze gegevens gebruiken om onderscheid te maken tussen verschillende personen die per telefoon deelnemen aan de vergadering.

Keuze/controle: nummers worden standaard weergegeven en opgehaald bij de telefoonmaatschappij. U kunt ervoor kiezen om uw telefoonnummer niet te delen door nummerweergave tijdens gesprekken te blokkeren.

  • Neem contact op met de lokale telefoonmaatschappij als u nummerweergave permanent wilt blokkeren.

Als de functionaliteit beschikbaar is in uw regio, kunt u voorafgaand aan het telefoonnummer een speciale code kiezen om nummerweergave voor een gesprek te blokkeren. Neem contact op met de lokale telefoonmaatschappij voor aanwijzingen.

Visitekaartje

Functie van dit onderdeel: met het visitekaartje worden statische en dynamische gegevens over personen in uw onderneming verzameld en weergegeven in Attendant en voor contactpersonen in recente versies van Outlook. Vanaf het visitekaartje kunt u met één muisklik bewerkingen uitvoeren, zoals e-mail verzenden, bellen, chatten en vergaderingen plannen.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: de statische gegevens op het visitekaartje worden verzameld vanuit de adreslijst van het bedrijf (zoals Active Directory Domain Services) en worden met anderen gedeeld via Lync Server 2010. De dynamische gegevens die worden verzameld, zoals telefoonnummers en aanwezigheidsgegevens, kunnen door u worden ingevoerd en vervolgens met anderen worden gedeeld via Lync Server 2010. Aanwezigheidsgegevens van de agenda op het kaartje worden opgehaald vanaf Microsoft Exchange Server. Locatiegegevens op het visitekaartje worden opgehaald zoals wordt beschreven in het gedeelte Locatie. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: de gegevens van het visitekaartje worden weergegeven zodat u uw contactgegevens met anderen kunt delen.

Keuze/controle:

U beschikt over de volgende beheeropties:

Privacyrelaties: u kunt ervoor kiezen om specifieke contactpersonen op te nemen in verschillende privacyrelaties (Familie en vrienden, Werkgroep, Collega's, Externe contactpersnen en Geblokkeerde contactpersonen). Hiermee wordt geregeld welke gegevensfragmenten worden gedeeld met welke contactpersonen. U kunt privacyrelaties als volgt instellen:

  1. Klik met de rechtermuisknop op een contactpersoon.

  2. Klik op Privacyrelatie wijzigen.

  3. Klik op de gewenste optie voor de manier waarop u de gegevens wilt delen.

Agendagegevens: u kunt de machtigingen voor het weergeven van aanwezigheidsgegevens beheren vanuit de Outlook-opties.

Gespreksgeschiedenis

Functie van dit onderdeel: in Attendant wordt de gespreksgeschiedenis van een gebruiker opgehaald uit Exchange Server en weergegeven in Outlook.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: als u logboekregistratie voor de gespreksgeschiedenis hebt ingeschakeld, worden de inhoud van chatgesprekken en statistieken van mondelinge gesprekken (zoals datum, tijd, duur en bellergegevens) opgeslagen in uw Exchange-account. Als logboekregistratie voor de gespreksgeschiedenis in Attendant is uitgeschakeld door u of via een beleid dat is gedefinieerd door de systeembeheerder, worden deze items niet verzameld of weergegeven. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: deze gegevens worden weergegeven in Outlook zodat gebruikers hun eerdere gesprekken kunnen weergeven en voortzetten. Ook wordt een gespreksoverzicht weergegeven in het hoofdmenu van Attendant.

Keuze/controle: u kunt logboekregistratie voor chatgesprekken en/of oproepen uitschakelen. U kunt deze instellingen als volgt wijzigen:

  1. Klik op het pictogram Menubalk en klik op Opties.

  2. Schakel op het tabblad Persoonlijk het selectievakje Mijn chatgesprekken opslaan in map Gespreksgeschiedenis van Outlook in.

  3. Klik op OK.

Als u Gespreksgeschiedenis inschakelt, kunt u het beste mensen met wie u communiceert laten weten dat chatgesprekken worden opgeslagen.

Aangepaste profielonderdelen

Functies van deze onderdelen: met de volgende aangepaste profielonderdelen kunt u uw gebruik van Attendant aanpassen:

  • Met Laatste zoekopdracht wordt de meest recente zoekopdracht in Attendant opgeslagen zodat u naderhand sneller toegang tot deze gegevens hebt.

  • Met Recente gesprekken wordt een lijst weergegeven met gesprekken die onlangs door Attendant is verwerkt, zodat u naderhand sneller toegang tot deze gegevens hebt.

  • Met Vaak gebelde nummers worden de gekozen nummers opgeslagen zodat u naderhand sneller toegang tot deze gegevens hebt.

  • Met Categorieën en aantekeningen voor contactpersonen worden notities en aangepaste categorietoewijzingen voor contactpersonen weergegeven zodat u eenvoudiger kunt bepalen hoe belangrijk een contactpersoon is wanneer u een doorverbonden gesprek ontvangt.

  • In Gesprekssjablonen worden veelgebruikte talen van uw chatgesprekken opgeslagen in sjablonen zodat u nieuwe chatgesprekken sneller kunt starten door een van deze sjablonen te selecteren.

  • In Vergaderingssjablonen worden veelgebruikte configuratie-instellingen van uw vergaderingen opgeslagen in sjablonen zodat u nieuwe vergaderingen sneller kunt starten door een van deze sjablonen te selecteren.

  • Met Configuratie van tegelweergave kunt u wijzigen hoe visitekaartjes worden weergegeven.

  • Met Volgorde van distributiegroepen kunt u wijzigen in welke volgorde distributiegroepen worden weergegeven.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: met aangepaste profielonderdelen worden gebruiksgegevens, aanwezigheidsgegevens en sjablonen van Attendant opgeslagen in uw Windows-gebruikersprofiel op de computer. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: u kunt gegevens van aangepaste profielonderdelen gebruiken om uw gebruik van Attendant aan te passen. Als u één Windows-gebruikersaccount deelt met andere Attendant-gebruikers, delen u en de overige gebruikers gemeenschappelijke instellingen voor aangepaste profielonderdelen. Als u andere Attendant-accounts hebt, zijn de gegevens gescheiden en kunnen deze niet worden bekeken door een persoon met hetzelfde Windows-account.

Keuze/controle: aangepaste profielonderdelen zijn standaard ingeschakeld en kunnen niet worden uitgeschakeld. U kunt zich het beste bij Attendant aanmelden via een uniek Windows-account als u wilt voorkomen dat andere gebruikers uw gebruiksgegevens, voorkeuren en sjablonen van Attendant te zien krijgen.

U kunt de opgeslagen zoekgeschiedenis en informatie over de lijst Vaak gebelde nummers verwijderen. U kunt deze items als volgt verwijderen:

  1. Klik op het pictogram Menubalk en klik op Opties.

  2. Ga op het tabblad Persoonlijk naar de instelling Mijn zoekgeschiedenis en de nummers in de lijst Vaak gebelde nummers verwijderen.

  3. Klik op Verwijderen.

  4. Klik op OK.

Alarmnummers (911)

Functie van dit onderdeel: wanneer het onderdeel Alarmnummers beschikbaar is gemaakt door de systeembeheerder, kan vanuit Attendant een locatie worden doorgegeven aan hulpverleners wanneer een alarmnummer wordt gekozen (zoals 911 in de Verenigde Staten). De systeembeheerder kan alarmnummers beperken tot uw werklocatie, dus vraag bij de systeembeheerder na in hoeverre de functionaliteit voor alarmnummers beschikbaar is. Indien dit onderdeel is ingeschakeld, worden aan hulpverleners de gegevens doorgegeven die de systeembeheerder heeft toegewezen aan uw locatie (bijvoorbeeld uw kantoornummer) en ingevoerd in de locatiedatabase. Als u hulpdiensten via Attendant belt met een draadloze internetverbinding terwijl u zich nog altijd op uw werklocatie bevindt, worden de locatiegegevens bij benadering doorgegeven aan hulpverleners. Deze gegevens hebben namelijk betrekking op de locatie van het betreffende draadloze eindpunt waarmee de computer communiceert. De locatiegegevens van dat draadloze eindpunt worden echter handmatig ingevoerd door de systeembeheerder, waardoor mogelijk niet gegevens van uw feitelijke locatie zijn doorgegeven aan de hulpverleners. Dit onderdeel werkt pas volledig als uw onderneming een routeringsservice heeft ingehuurd die door gecertificeerde oplossingsproviders wordt verstrekt en alleen in de Verenigde Staten beschikbaar is.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: de locatiegegevens in Attendant worden vastgesteld op basis van de gegevens die autoamtisch worden ingevuld vanaf de LIS-server (Location Information Server). Deze gegevens worden opgeslagen in het geheugen van de computer, dus wanneer een alarmnummer wordt ingevoerd, worden deze locatiegegevens verzonden met het gesprek. Zodoende kan dit worden gerouteerd naar de juiste hulpdienst, waarbij uw locatie bij benadering wordt verstrekt. Bij noodoproepen bevat de CDR (Call Detail Record) uw locatiegegevens. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: de locatie wordt gebruikt voor het routeren van de oproep naar de juiste hulpdienst en voor het sturen van hulpverleners. Deze gegevens kunnen ook ter kennisgeving worden verzonden naar de beveiligingsdienst met de locatie en terugbelgegevens van de beller.

Keuze/controle:

Dit onderdeel is standaard uitgeschakeld en moet door de systeembeheerder worden ingeschakeld. Vraag bij de systeembeheerder na of dit onderdeel beschikbaar is. U kunt niet zelf bepalen of een locatie automatisch wordt opgehaald of aan hulpdiensten wordt doorgegeven zodra een alarmnummer wordt gebeld.

Als een locatie echter niet automatisch wordt verkregen, wordt u op de hoogte gesteld dat u contact moet opnemen met de systeembeheerder om de locatie juist te configureren. U kunt de huidige locatiegegevens als volgt bevestigen:

  1. Klik op het pictogram Menubalk en klik op Opties.

  2. Ga op het tabblad Persoonlijk naar de groep Locatie en bekijk uw locatie.

  3. Klik op OK.

Uitbellen naar vergaderingen

Functie van dit onderdeel: met dit onderdeel kunnen Attendant-gebruikers die aanwezig zijn in een vergadering, een PSTN-nummer toevoegen aan een bestaande audio-/videovergadering.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: wanneer de oproep wordt ontvangen door de PSTN-gebruiker die wordt uitgenodigd voor de audio-/videovergadering, wordt het nummer van de organisator van de audio-/videovergadering weergegeven (en niet noodzakelijkerwijs het nummer van de partij die de gebruiker toevoegt aan de vergadering). Zodra de PSTN-gebruiker de oproep beantwoordt, neemt hij of zij direct deel aan de vergadering.

Gebruik van de gegevens:

Het nummer van de organisator wordt weergegeven aan de PSTN-gebruiker die wordt uitgenodigd voor de vergadering.

Keuze/controle:

Dit onderdeel kan niet worden beheerd door u of de systeembeheerder. Voordat u een PSTN-gebruiker toevoegt, kunt u zo mogelijk deze gebruiker per chatbericht of e-mail vragen of deze wil deelnemen aan de audio-/videovergadering zodat de gebruiker weet wat er gebeurt. De PSTN-gebruiker kan ervoor kiezen om de oproep niet te accepteren.

Outlook-invoegtoepassing voor onlinevergaderingen

Functie van dit onderdeel: dit is een Outlook-invoegtoepassing die met Attendant wordt geïnstalleerd en waarmee gebruikers onlinevergaderingen kunnen plannen en aanpassen.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens:

  • Naam van organisator

  • Naam van deelnemer(s)

  • Naam van presentator(en)

  • Lijst met e-mailadressen

  • Onderwerp van vergadering en andere vergaderingsgegevens (zoals begin-/eindtijd, vergaderings-id, wachtwoordcode en informatie over automatische vergaderingsassistent/provider van audiovergaderingen voor de gebruiker)

  • Alle proxyadressen voor Microsoft Exchange (X400-X500-adressen, Exchange UM-adressen (Unified Messaging) en URI's voor SIP en telefoon//Exchange UM-spraakberichten)

  • Locatiegegevens voor vergadering

Gebruik van de gegevens: de gegevens worden alleen gebruikt voor het plannen van een vergadering en de betreffende logboekregistratie, zoals beschreven in het gedeelte Logboekregistratie aan de clientzijde. Voor planning worden de gegevens in het geheugen verwerkt en in het lokale register van de computer opgeslagen zodat ze snel kunnen worden geopend.

Opmerking:  De gegevens worden gedeeld met Microsoft Lync 2010 Managed API en Lync Server.

Keuze/controle: de logboekregistratie van persoonlijke gegevens is standaard uitgeschakeld. Met behulp van de systeembeheerder kunt u het register bijwerken zodat geavanceerde logboekregistratie op de computer is ingeschakeld.

Aanwezigheids- en contactgegevens

Functie van dit onderdeel: via dit onderdeel hebt u toegang tot gegevens die zijn gepubliceerd over andere gebruikers (zowel binnen als buiten uw organisatie), terwijl andere gebruikers toegang hebben tot gegevens die over u zijn gepubliceerd, zoals status, functie, telefoonnummer, locatie en opmerkingen. De systeembeheerder kan ook integratie met Outlook en Exchange configureren zodat voor u afwezigheidsberichten en andere statusgegevens worden weergegeven (bijvoorbeeld wanneer u een vergadering hebt gepland in de Outlook-agenda).

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: u gebruikt uw aanmeldingsadres en een wachtwoord om verbinding te maken met Lync Server. U en uw beheerder kunnen aanwezigheids- en contactgegevens publiceren die zijn gekoppeld aan uw aanmeldingsgegevens. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: andere gebruikers en programma's van Microsoft Lync 2010 en Attendant hebben toegang tot uw aanwezigheids- en contactgegevens om uw gepubliceerde status en gegevens te bepalen zodat ze beter met u kunnen communiceren.

Keuze/controle: u kunt kiezen welke gegevens over u worden gepubliceerd. De systeembeheerder kan ook namens u gepubliceerde gegevens configureren. Als de systeembeheerder de mogelijkheid om uw gepubliceerde gegevens te beheren niet heeft uitgeschakeld, kunt u instellingen op elk gewenst moment wijzigen door als volgt te werk te gaan:

  1. Klik op het pictogram Menubalk en klik op Opties.

  2. Bekijk op het tabblad Telefoons de gegevens over telefoonnummers die de systeembeheerder heeft gepubliceerd. U kunt ook meer nummers invoeren en bepalen wat andere gebruikers te zien krijgen.

  3. Klik op OK.

Ga als volgt te werk als u uw aanmeldingsgegevens wilt wijzigen:

  1. Meld u eerst af als u bent aangemeld bij Attendant.

  2. Voer in het aanmeldingsscherm uw aanmeldingsadres in. Vervolgens kunt u via de koppeling Instellingen wijzigen handmatig de naam van de server invoeren waarmee u verbinding wilt maken.

  3. Klik op Aanmelden.

U kunt ook privacyrelaties instellen om aan te geven welk aanwezigheidsniveau en welke aanwezigheidsgegevens iedere gebruiker kan weergeven. Ga hiervoor als volgt te werk:

  1. Klik met de rechtermuisknop op een contactpersoon.

  2. Klik op Privacyrelatie wijzigen.

  3. Selecteer het juiste toegangsniveau voor de gebruiker.

Privacymodus

Functie van dit onderdeel: Privacymodus is een instelling waarmee u uw aanwezigheidsgegevens (zoals Beschikbaar, Bezet en Niet storen) alleen deelt met personen in de lijst met contactpersonen.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: als de privacymodus is ingeschakeld, kan in Attendant een modus worden ingesteld waarin u gebruikersinstellingen kunt aanpassen zodat uw aanwezigheidsgegevens alleen worden gedeeld met personen in de lijst met contactpersonen. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: met de instelling van deze modus wordt bepaald hoe aanwezigheidsgegevens worden gedeeld.

Keuze/controle: als de standaardmodus op de server is ingeschakeld via de beheerdersinstellingen, kunt u deze niet wijzigen in de privacymodus.

Opname

Functie van dit onderdeel:

Met dit onderdeel kunnen organisatoren en/of presentatoren alle aspecten van een Lync 2010-sessie opnemen, zoals wie zich aanmeldt bij de vergadering, audio, video en inhoud als chatgesprekken, gedeelde programma's, Microsoft PowerPoint-presentaties, hand-outs en whiteboards. Wanneer de organisator of een andere presentator de opname onderbreekt of stopt, is dit niet van invloed op andere lopende opnamen.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens:

Als presentatoren ervoor kiezen om een opname te maken, wordt deze op hun computer opgeslagen. Aanvullende videobestanden die op basis van de opname worden gegenereerd, worden standaard opgeslagen op de lokale computer van de presentator, maar kunnen ook op een andere computer worden opgeslagen, indien opgegeven door de presentator die de opname maakt. Wanneer gebruikers inhoud uploaden naar een vergadering, wordt toestemming verleend om deze inhoud toe te voegen aan opnamen die deze en andere gebruikers maken.

Als er in de publicatiefase storingen optreden gedurende een opname, is het mogelijk dat gegevens die tijdens een onderbroken opname zijn vastgelegd, onbedoeld worden toegevoegd aan de opname. Als een deel van de publicatiefase mislukt (zie Opnamebeheer voor een waarschuwingsstatus), kunnen opnamen beter niet worden gedistribueerd naar anderen, zelfs niet als ze op een of andere manier kunnen worden afgespeeld.

Gebruik van de gegevens:

De opname kan worden afgespeeld door iedereen met toegang tot de locatie waar de opname is opgeslagen.

Keuze/controle:

De opnamemogelijkheid is standaard uitgeschakeld en moet door de systeembeheerder worden ingeschakeld. Als dit onderdeel is ingeschakeld, kan iedere presentator van de vergadering een opname starten. Wanneer een presentator een opname start, worden deelnemers met compatibele clients en apparaten hiervan op de hoogte gesteld. Gebruikers die deelnemen aan een opgenomen sessie vanaf een van de volgende incompatibele clients of apparaten, worden opgenomen, maar ontvangen geen bericht over de opname.

Incompatibele clients zijn onder andere:

  • Microsoft Office Communicator 2007 R2

  • Microsoft Office Communicator 2007

  • Microsoft Office Communicator Web Access (versie 2007 R2)

  • Microsoft Office Communicator Web Access (versie 2007)

  • Microsoft Office Communications Server 2007 R2 Attendant

Incompatibele apparaten zijn onder andere:

  • Microsoft Office Communicator 2007 R2 Phone Edition

  • Microsoft Office Communicator 2007 Phone Edition

Uniform archief met contactgegevens

Functie van dit onderdeel: Uniform archief met contactgegevens bestaat uit drie hoofdfuncties:

  • Zoekopdrachten samenvoegen: deze functie voegt uw algemene adreslijst samen met uw persoonlijke Outlook-contactpersonen zodat tijdens een zoekopdracht voor deze contactpersoon de zoekresultaten slechts één vermelding bevatten.

  • Contactpersonen samenvoegen: met deze functie worden contactgegevens van Outlook-items en vermeldingen in de algemene adreslijst samengevoegd door e-mailadressen en/of aanmeldings-id's af te stemmen. Zodra een overeenkomst is vastgesteld, worden gegevens van drie gegevensbronnen (Outlook, Active Directory en aanwezigheidsgegevens) in Lync samengevoegd. Deze samengevoegde gegevens worden weergegeven in verschillende onderdelen van de gebruikersinterface, zoals zoekresultaten, uw contactpersonen en een visitekaartje.

  • Outlook-contactpersonen maken voor Lync 2010-contactpersonen (synchronisatie van contactpersonen): in Lync worden Outlook-contactpersonen gemaakt voor alle contactpersonen van de gebruiker in de standaardmap met contactpersonen als de gebruiker Exchange Server 2010 of een postvak van een latere versie heeft. Doordat elke Outlook-contactpersoon is gekoppeld aan een Lync-contactpersoon, hebt u toegang tot contactgegevens in Lync vanuit Outlook, vanuit Outlook Web Access en vanaf mobiele apparaten waarop contactpersonen worden gesynchroniseerd met Exchange.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: met Attendant worden contactgegevens uit aanwezigheidsgegevens, Active Directory en Outlook samengevoegd. Deze informatie wordt intern door Attendant van uw onderneming gebruikt. Wanneer Outlook-contactpersonen worden gemaakt, worden contactgegevens uit aanwezigheidsgegevens, Active Directory en Outlook geschreven naar Exchange. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: contactgegevens uit aanwezigheidgegevens, Active Directory en Outlook worden in de gebruikersinterface van Attendant weergegeven (zoals lijst met contactpersonen, visitekaartje en zoekresultaten). Deze gegevens kunnen ook naar Exchange worden geschreven door contactpersonen te synchroniseren (het derde item in de voorgaande lijst).

Keuze/controle:

Synchronisatie-instellingen worden beheerd door beleid dat wordt ingesteld door de systeembeheerder.

Verbeterde spraakkwaliteit

Functie van dit onderdeel: Attendant verstrekt meldingen waarmee u de gesprekskwaliteit kunt verbeteren wanneer tijdens het gesprek problemen met een apparaat, netwerk of computer worden gedetecteerd.

Verzamelde, verwerkte of verzonden gegevens: als door een apparaatinstelling het geluid tijdens een gesprek verslechtert (bijvoorbeeld echo of ruis), laat Attendant u en ook andere gespreksdeelnemers weten dat de gesprekskwaliteit minder goed is vanwege uw apparaatinstelling. Aan anderen wordt alleen een bericht weergegeven dat u een apparaat gebruikt waarmee de geluidskwaliteit afneemt. Ze weten niet welk apparaat u gebruikt. Er worden geen gegevens naar Microsoft verzonden.

Gebruik van de gegevens: op basis van de gegevens die naar andere gespreksdeelnemers worden verzonden, kunnen ze de gesprekskwaliteit verbeteren. Presentatoren kunnen bijvoorbeeld uw lijn dempen als u alleen luistert naar het gesprek.

Keuze/controle: in Attendant kunt u meldingen over de gesprekskwaliteit niet uitschakelen.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×