Pagina van de eigenschap opgeslagen Procedure (ADP)

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

(Alleen in Microsoft SQL Server 2000) Met de opties in dit venster kunt u het gedrag bepalen van de opgeslagen procedure met één instructie die u wilt samenstellen of wijzigen.

Procedure

De naam van de huidige opgeslagen procedure. Als u de procedure nog niet hebt opgeslagen, wordt de standaardnaam weergegeven. U kunt de naam in dit vak niet wijzigen. Als u een naam wilt toewijzen, kiest u Opslaan of Opslaan als in het menu Bestand.

Alle kolommen als uitvoer

Hiermee geeft u aan dat alle kolommen van alle momenteel weergegeven tabellen worden opgenomen in de uitvoer van de procedure. Als u deze optie kiest, geeft dat hetzelfde resultaat als wanneer u een sterretje (*) typt in plaats van afzonderlijke kolomnamen in het SQL-deelvenster.

DISTINCT-waarden

Hiermee geeft u aan dat u geen dubbele rijen wilt opnemen in de query van de uitvoer van de procedure. Deze optie is handig wanneer u slechts enkele kolommen in een tabel gebruikt en die kolommen mogelijk dubbele waarden bevatten, of wanneer bij het koppelen van meerdere tabellen dubbele rijen worden geproduceerd in de resultaatset. Als u deze optie kiest, geeft dat hetzelfde resultaat als wanneer u in het SQL-deelvenster het woord DISTINCT invoegt in de SELECT-instructie.

NOCOUNT inschakelen

Hiermee voorkomt u dat SQL Server in het queryresultaat een bericht opneemt met het aantal rijen dat wordt beïnvloed door de Transact SQL-instructie in de hoofdsectie van de opgeslagen procedure. Als u dit bericht wel wilt weergeven, schakelt u dit selectievakje uit.

GROUP BY-uitbreiding

Hiermee geeft u aan dat er extra opties beschikbaar zijn voor opgeslagen procedures die zijn gebaseerd op query's met statistische functies.

  • WITH CUBE

Hiermee geeft u aan dat de statistische query totaalwaarden moet produceren voor groepen die in de GROUP BY-component zijn opgegeven. De groepen worden gemaakt aan de hand van kruisverwijzingen naar kolommen die in de GROUP BY-component zijn opgegeven, waarna de statistische functie van de query wordt toegepast om totaalwaarden te produceren voor de extra super-cumulatieve totaalrijen. Met de multidimensionele optie WITH CUBE worden samenvattingen gemaakt van alle combinaties van statistische functies en kolommen in de query.

  • WITH ROLLUP

Hiermee geeft u aan dat de statistische query totaalwaarden moet produceren voor de groepen die in de GROUP BY-component zijn opgegeven. De optie WITH ROLLUP lijkt op de optie WITH CUBE, met dat verschil dat met de eerste slechts één type samenvatting wordt gemaakt voor elke combinatie van kolom en statistische functie.

  • ALL

Hiermee geeft u aan dat in de statistische query ook dubbele waarden worden opgenomen.

Eigenaar

De naam van de eigenaar van de procedure. De naam van de eigenaar correspondeert met een SQL Server-rol of een SQL Server-gebruiker. De vervolgkeuzelijst bevat alle gebruikers en rollen die in de database zijn gedefinieerd. Binnen de vervolgkeuzelijst hebben gebruikers en rollen verschillende pictogrammen. Op het pictogram dat een rol aangeeft worden twee gezichten weergegeven, terwijl op het pictogram dat een gebruiker aangeeft slechts één gezicht wordt weergegeven.

TOP

(Voor SQL Server 7.0 of hoger databases.) Hiermee geeft u dat de opgeslagen procedure een TOP-component, die alleen de eerste n rijen of de eerste n percentage van de rijen in de resultatenset geeft als resultaat. De standaardinstelling is dat de procedure geeft als de eerste 10 rijen in de resultatenset resultaat.

In dit vak kunt u het aantal rijen wijzigen dat moet worden opgehaald of een percentage opgeven.

  • PERCENT

(Voor SQL Server 7.0 of hoger databases.) Hiermee geeft u dat de procedure een TOP-component, waarmee alleen de eerste n procent van de rijen in de resultaatset bevat.

  • WITH TIES

(Voor SQL Server-databases van versie 7.0 of hoger) Hiermee geeft u aan dat de procedure een WITH TIES-component bevat. WITH TIES is handig als een procedure een ORDER BY-component bevat en een TOP-component die op een percentage is gebaseerd. Als deze optie is ingesteld en als het percentage wordt bereikt midden in een set rijen met identieke waarden in de ORDER BY-component, wordt de weergave zodanig uitgebreid dat dergelijke rijen allemaal worden opgenomen.

SQL-opmerking

Als u tekst in dit veld wilt invoeren, kunt u die rechtstreeks in het veld typen. U kunt een opmerking ook in het SQL-deelvenster typen. In dat geval moet u zelf de juiste scheidingstekens invoegen. Voorbeeld:

/* This is comment text entered in the SQL pane */
This is comment text entered directly in the SQL Comment field.

Beschrijving

(Alleen in SQL Server 2000)

Dit veld wijkt op twee punten af van het veld SQL-opmerking. Ten eerste worden de waarden van Beschrijving in SQL Server opgeslagen als uitgebreide eigenschappen. Ten tweede kunt u geen waarden in het veld Beschrijving invoeren vanuit het SQL-deelvenster.

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×