Pagina van de eigenschap Indexen/sleutels (ADP)

Belangrijk : Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

Dit eigenschappenvenster bevat een set eigenschappen voor de indexen, primaire sleutels en unieke beperkingen die zijn gekoppeld aan de tabellen in uw databasediagram of in de ontwerpfunctie voor tabellen. Indexen en beperkingen worden niet grafisch weergegeven in databasediagrammen.

Tabelnaam

De naam van de tabel in de ontwerpfunctie voor tabellen of de geselecteerde tabel in het databasediagram. Als er meerdere tabellen in het databasediagram zijn geselecteerd, is alleen de naam van de eerste tabel zichtbaar.

Geselecteerde index

De naam van de eerste index van de tabel in de ontwerpfunctie voor tabellen of de geselecteerde tabel in het databasediagram. Als er meerdere tabellen in het databasediagram zijn geselecteerd, is alleen de naam van de eerste index voor de eerste tabel zichtbaar. Vouw de vervolgkeuzelijst uit als u de eigenschappen van een andere index wilt weergeven.

Type

Het objecttype van de index of de sleutel van de geselecteerde tabel: index, primaire sleutel of unieke beperking.

Nieuw

Kies deze knop als u een nieuwe index, sleutel of unieke beperking wilt maken voor de geselecteerde databasetabel.

Verwijderen

Kies deze knop als u de geselecteerde index, sleutel of beperking uit de tabel wilt verwijderen.

Opmerking : Als u probeert een primaire sleutel te verwijderen die deel uitmaakt van relaties, wordt een bericht weergegeven waarin u wordt gevraagd of u ook alle relaties wilt verwijderen. U kunt een primaire sleutel niet verwijderen zonder eerst de relaties te verwijderen waarvan de sleutel deel uitmaakt.

Indexnaam

Ziet u de naam van de geselecteerde index. U kunt de naam van de index gewijzigd door een nieuwe naam typen in dit vak.

Kolomnaam/Volgorde

(Alleen in Microsoft SQL Server 2000) Hier ziet u de namen van de kolommen die deel uitmaken van de index, primaire sleutel of unieke beperking samen met informatie over de wijze waarop de waarden van elke kolom binnen het item worden gesorteerd (oplopend of aflopend). U kunt kolomnamen in deze lijst toevoegen, wijzigen of verwijderen. Ook kunt u de instelling oplopend/aflopend voor elke kolom wijzigen.

Indexbestandsgroep

Selecteer de naam van de bestandsgroep waarin u de geselecteerde index wilt opslaan. U moet ten minste één door de gebruiker gedefinieerde bestandsgroep hebben. Anders is deze instelling niet ingeschakeld. Deze instelling is alleen beschikbaar in databases van SQL Server versie 7.0 of hoger. Als u een databaseobject maakt en hiervoor geen bestandsgroep opgeeft, wordt dit object in SQL Server toegewezen aan de standaardbestandsgroep. Aanvankelijk is de standaardbestandsgroep de primaire bestandsgroep.

Raadpleeg de documentatie van SQL Server voor meer informatie over het maken en gebruiken van bestandsgroepen.

UNIQUE maken

Selecteer deze optie als u een unieke beperking of index wilt maken voor de geselecteerde databasetabel. Klik op de knop Beperking of Index om op te geven of u een beperking of index wilt maken.

  • Dubbele sleutel negeren     Als u een unieke index maakt, kunt u deze optie om te bepalen hoe SQL Server reageert wanneer een rij waarvan sleutelwaarde gelijk is aan een bestaande sleutelwaarde wordt ingevoegd tijdens een bulkbewerking invoegen instellen. Als u ervoor negeren dubbele sleutel, SQL Server wordt een waarschuwingsbericht weergegeven kiest, de aanstootgevende binnenkomende rij negeren en probeert in te voegen van de resterende rijen van de bulksgewijs invoegen bewerking. Als u geen dubbele sleutel negeren kiest, wordt de SQL Server een foutbericht weergegeven en de terugdraaien van de hele bulkbewerking invoegen.

Opvulfactor

Ziet u de factor opvulling die aangeeft hoe volledige per pagina kan worden. Als een factor opvulling niet is opgegeven, wordt van de database standaard opvulling factor wordt gebruikt.

Invulindex

Als u een opvulfactor hebt opgegeven van meer dan nul procent en u de optie hebt ingeschakeld waarmee een unieke index wordt gemaakt, kunt u ervoor zorgen dat in SQL Server hetzelfde percentage wordt gebruikt voor de ruimte die achter elk intern knooppunt moet worden vrijgelaten. In SQL Server wordt standaard een indexgrootte van twee rijen ingesteld.

CLUSTERED maken

Selecteer deze optie als u een geclusterde index voor de geselecteerde databasetabel wilt maken.

Statistieken niet automatisch herberekenen

Selecteer deze optie als u wilt dat eerder gemaakte statistieken worden gebruikt in SQL Server. Deze optie is alleen beschikbaar in databases van SQL Server 7.0 en hoger en kan de prestaties van query's verminderen. Het opbouwen van indexen verloopt echter wel sneller.

Raadpleeg de documentatie bij SQL Server voor meer informatie over deze optie.

Validatietekst

(Alleen in SQL Server 2000) De tekst van het bericht dat wordt weergegeven op het systeem van de gebruiker telkens wanneer deze een rij invoegt die de index, sleutel of beperking schendt.

Voor SQL Server 6.5 zijn de volgende opties beschikbaar.

Opties voor het sorteren van gegevens

Hiermee geeft u aan hoe de gegevens in de index worden gerangschikt wanneer records aan de index worden toegevoegd.

  • Gegevens sorteren     Standaard. Organiseert gegevens in oplopende volgorde.

  • Gegevens die al zijn gesorteerd     De volgorde van bestaande gegevens accepteert.

  • Herorganiseren gesorteerde gegevens     Worden de gegevens in oplopende volgorde gereorganiseerd. Selecteer deze optie, bijvoorbeeld wanneer de tabel fragmenten wordt verspreid of om niet-gegroepeerde indexen opnieuw te maken.

Opties voor dubbele rijen

Hiermee geeft u aan hoe in de index moet worden omgegaan met dubbele rijen.

  • Dubbele rijen niet toestaan     Standaard. Hiermee voorkomt dat de index wordt opgeslagen als dubbele rijen bestaat. Als u dubbele rijen bestaat, wordt een foutbericht weergegeven.

  • Dubbele rijen negeren     Hiermee verwijdert u dubbele rijen uit de index, zoals deze wordt gemaakt.

  • Dubbele rijen toestaan     Hiermee maakt u de index, hoewel dubbele rijen bestaan.

Opmerking : Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×