Opties voor Word (Geavanceerd)

Opmerking:  We willen u graag zo snel mogelijk de meest recente Help-inhoud in uw eigen taal bieden. Deze pagina is automatisch vertaald en kan grammaticale fouten of onnauwkeurigheden bevatten. Wij hopen dat deze inhoud nuttig voor u is. Kunt u ons onder aan deze pagina laten weten of de informatie nuttig voor u was? Hier is het Engelstalige artikel ter referentie.

Gebruik geavanceerde opties van Word om bewerkingstaken, documentweergave, afdrukvoorkeuren en nog veel meer aan te passen.

Als u geavanceerde Word-opties wilt kiezen, selecteert u Bestand > Opties en vervolgens aan de linkerkant Geavanceerd.

Opties voor bewerken

Hier kunt u opties instellen voor het selecteren, vervangen en opmaken van woorden en alinea's.

Word 2013 - opties voor bewerken

Knippen, kopiëren en plakken

Hier geeft u aan hoe u inhoud en opmaak wilt plakken in hetzelfde document of tussen andere documenten en apps.

Word 2013 - opties voor knippen, kopiëren en plakken

Grootte en kwaliteit van afbeelding

Hier kunt u instellingen voor de grootte en kwaliteit van afbeeldingen toepassen op een geopend document of op alle nieuwe documenten.

Word 2013 - opties voor grootte en kwaliteit van afbeelding

Diagram

Hier kunt u aangeven dat aangepaste opmaak en labels de gegevenspunten volgen, zelfs als de grafiek verandert.

Word 2013 - grafiekopties

Documentinhoud weergeven

Hier kiest u opties voor opmaak, tekst en afbeeldingen.

Word 2013 - opties van Documentinhoud weergeven

Weergeven

Kies een maateenheid, geef aan of u schuifbalken wilt weergeven en selecteer het aantal documenten dat u wilt opnemen in de lijst met recent geopende documenten.

Word 2013 - weergaveopties

Afdrukken

Hier kunt u het uiterlijk van de gedrukte versie van het document optimaliseren of het formaat van het printerpapier wijzigen.

Word 2013 - afdrukopties

Opslaan

Hier kunt u instellingen opgeven voor back-ups en het automatisch opslaan van wijzigingen in sjablonen.

Word 2013 - opties voor opslaan

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document

Gebruik dit gedeelte om ervoor te zorgen dat het uiterlijk van het document behouden blijft wanneer u het document deelt met iemand die een andere versie van Word gebruikt.

Word 2013 - opties voor behouden van kwaliteit

Algemeen

Hier kunt u onder andere opgeven waar wijzigingen in Word van bepaalde bestandstypen worden opgeslagen door Bestandslocaties te selecteren. Ook kunt u een optie inschakelen om documenten te openen in de conceptweergave.

Word 2013 - algemene opties

Indelingsopties voor:

Hier kunt u verschillende opties voor de indeling wijzigen, zoals de tekenafstand. Dit kunt u doen voor alleen het geopende document of voor alle nieuwe documenten.

Word 2013 - indelingsopties voor: keuzen

Als u geavanceerde Word-opties wilt kiezen, selecteert u Bestand > Opties en vervolgens aan de linkerkant Geavanceerd.

In dit artikel

Opties voor bewerken

Knippen, kopiëren en plakken

Grootte en kwaliteit van afbeelding

Documentinhoud weergeven

Weergeven

Afdrukken

Bij het afdrukken van dit document

Opslaan

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document

Algemeen

Compatibiliteit

Compatibiliteitsopties voor

Opties voor bewerken

Geselecteerde tekst overschrijven     Selecteer deze optie om de geselecteerde tekst te verwijderen wanneer u begint te typen. Als u dit selectievakje uitschakelt, wordt in Microsoft Office Word nieuwe tekst ingevoegd voor de geselecteerde tekst en wordt de geselecteerde tekst niet verwijderd.

Bij selecteren automatisch heel woord selecteren     Selecteer deze optie om hele woorden te selecteren wanneer u eerst een deel van een woord selecteert en vervolgens een deel van het volgende woord. Als u deze optie inschakelt, worden een woord en de daaropvolgende spatie geselecteerd wanneer u dubbelklikt op een woord.

Tekst slepen en neerzetten toestaan     Selecteer deze optie als u geselecteerde tekst wilt kunnen verplaatsen of kopiëren door deze te slepen. Als u tekst wilt verplaatsen, selecteert u de tekst en sleept u deze naar een nieuwe locatie. Als u tekst wilt kopiëren, selecteert u de tekst en houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u de selectie naar de nieuwe locatie sleept.

Ctrl+klikken gebruiken om de hyperlink volgen     Selecteer deze optie om de tekst van hyperlinks eenvoudiger te kunnen bewerken. Wanneer deze optie is ingeschakeld, moet u Ctrl ingedrukt houden terwijl u op de koppeling klikt om de koppeling te volgen. Als deze optie is uitgeschakeld, gaat u naar de bestemming van de koppeling wanneer u op de koppeling klikt. Hierdoor is het lastiger om de tekst van de koppeling te bewerken.

Automatisch tekenpapier maken bij het invoegen van AutoVormen     Selecteer deze optie om een tekenpapier te plaatsen rond tekenobjecten of tekeningen en geschreven tekst in inkt wanneer u deze in uw document invoegt. Met een tekenpapier kunt u tekenobjecten en afbeeldingen ordenen en verplaatsen als een eenheid.

Slimme alineaselectie gebruiken     Selecteer deze optie om de alineamarkering te selecteren wanneer u een hele alinea selecteert. Als u de alineamarkering opneemt bij het knippen en plakken van een alinea, blijft er geen lege alinea achter en wordt de opmaak automatisch meegenomen met de alinea.

Slimme cursor gebruiken     Selecteer deze optie om op te geven dat de cursor wordt verplaatst wanneer u omhoog of omlaag schuift. Wanneer u op de pijl-links, pijl-rechts, pijl-omhoog of pijl-omlaag drukt na het schuiven, reageert de cursor op de pagina die momenteel wordt weergegeven, niet op de oorspronkelijke positie.

Insert-toets gebruiken om de overschrijfmodus in of uit te schakelen     Selecteer deze optie als u de overschrijfmodus wilt in- of uitschakelen door op Insert te drukken.

  • Overschrijfmodus gebruiken     Selecteer deze optie om bestaande tekst te vervangen tijdens het typen, met één teken tegelijk. Als Insert-toets gebruiken om de overschrijfmodus in of uit te schakelen is ingeschakeld, kunt u deze optie in- of uitschakelen door op Insert te drukken.

Dubbele aanhalingstekens toevoegen voor nummering van Hebreeuws alfabet     Selecteer deze optie om dubbele aanhalingstekens (") toe te voegen aan nummering.

Deze optie is alleen beschikbaar als Hebreeuws is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Vragen om bijwerken van stijl     Selecteer deze optie als er een prompt moet worden weergegeven wanneer u tekst waarop een stijl is toegepast, rechtstreeks wijzigt en vervolgens de stijl opnieuw op de tekst toepast. Wanneer de prompt wordt weergegeven, kunt u de stijl bijwerken op basis van recente wijzigingen of de opmaak van de stijl opnieuw toepassen.

De stijl Standaard gebruiken voor lijsten met opsommingstekens of nummering     Selecteer deze optie om lijststijlen te baseren op de normale alineastijl in plaats van de alinealijststijl.

Opmaak bijhouden     Selecteer deze optie om de opmaak bij te houden tijdens het typen. Hierdoor kunt u gemakkelijk dezelfde opmaak ergens anders toepassen. Deze optie moet zijn ingeschakeld voordat u de opdracht Tekst met soortgelijke opmaak selecteren kunt gebruiken in het snelmenu dat wordt weergegeven als u met de rechtermuisknop op geselecteerde tekst klikt. Voor een lijst met de opmaak die u hebt gebruikt, klikt u op de opdracht Opties in het deelvenster Stijl en schakelt u de selectievakjes Opmaak voor alineaniveau, Tekenopmaak en Opmaak voor opsommingstekens en nummering in.

  • Inconsistente opmaak markeren     Selecteer deze optie om opmaak te markeren met een blauwe golvende lijn als deze lijkt op, maar niet precies is hetzelfde is als, andere opmaak in uw documenten. Als u deze optie wilt gebruiken, schakelt u het selectievakje Opmaak bijhouden ook in.

Stijl bijwerken en laten overeenkomen met selectie    Klik in de lijst op Vorige patroon van opsommingstekens en nummering behouden om alinea's met die stijl die niet zijn genummerd, ongenummerd te laten. Klik op Opsommingstekens of nummering toevoegen aan alle alinea's met deze stijl om alle alinea's met deze stijl te nummeren.

Klikken en typen inschakelen     Selecteer deze optie om tekst, afbeeldingen, tabellen of andere items in te voegen in een leeg gebied van een document door te dubbelklikken in het lege gebied. Met de functie Klikken en typen worden alinea’s automatisch ingevoegd en wordt de uitlijning toegepast die nodig is om het item te plaatsen op de positie waarop u hebt gedubbelklikt. Deze functie is alleen beschikbaar in de afdrukweergave en de webpaginaweergave.

  • Standaardalineastijl Selecteer de stijl die wordt toegepast op tekst wanneer u Klikken en typen gebruikt.

Suggesties van Automatisch aanvullen weergeven    Selecteer deze optie om volledige AutoTekst-fragmenten te zien wanneer u de eerste vier tekens van het fragment typt. Druk op Enter om het volledige AutoTekst-fragment toe te voegen aan uw document of u kunt gewoon blijven typen. Als u geen AutoTekst-suggesties wilt zien, schakelt u dit selectievakje uit.

Cursorverplaatsing     Deze optie bepaalt in welke richting de cursor wordt verplaatst wanneer u op de pijltoetsen op het toetsenbord drukt.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Logisch Selecteer deze optie om de cursor te verplaatsen op basis van de richting van de tekst. Als u bijvoorbeeld de pijltoetsen gebruikt om in dezelfde zin eerst door Arabische tekst te lopen en vervolgens door Engelse tekst, wordt de cursor van rechts naar links verplaatst binnen de Arabische tekst en vervolgens van het meest linkse teken in het Engelse woord naar rechts.

  • Visueel Selecteer deze optie om de cursor te verplaatsen naar het volgende visueel aangrenzende teken. Als u bijvoorbeeld de pijltoetsen gebruikt om in dezelfde zin eerst van rechts naar links door Arabische tekst te lopen en vervolgens door Engelse tekst, wordt de cursor van rechts naar links verplaatst, ongeacht de richting van de tekst.

Visuele selectie van cursor     Deze optie geeft aan hoe tekst wordt geselecteerd wanneer u de selectie uitbreidt.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Blok Selecteer deze optie om bij het selecteren van boven naar beneden tekst terug te laten lopen naar de volgende regel, waarbij alle regels even breed worden gemaakt.

  • Doorlopend Selecteer deze optie om bij het selecteren van boven naar beneden tekst terug te laten lopen naar de volgende regel, waarbij de breedte van de laatste regel van het tekstblok varieert.

Volgorde controleren     Selecteer deze optie als u wilt controleren of een nieuw getypt teken in de juiste volgorde voorkomt om te worden gebruikt als een toonteken of diakritisch teken dat of klinker die boven, onder, voor of achter de medeklinker moeten worden geplaatst waarbij deze hoort.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal met een complex schrift is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Typen en vervangen Selecteer deze optie om het teken dat u eerder hebt getypt, te vervangen door het teken dat u net hebt getypt als de twee tekens niet beide kunnen worden gebruikt in dezelfde groep tekens.

Aziatische lettertypen ook voor Latijnse tekst     Selecteer deze optie om Latijnse tekens te wijzigen in het geselecteerde Aziatische lettertype wanneer u het Aziatische lettertype op geselecteerde tekst toepast. Schakel dit selectievakje uit als u wilt dat Latijnse tekens het Latijnse lettertype behouden wanneer u het Aziatische lettertype op de rest van het document toepast.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Automatisch een andere toetsenbordindeling kiezen op basis van omringende tekst     Selecteer deze optie als u de toetsenbordtaal en het lettertype wilt wijzigen op basis van de taal van de tekst waarin de cursor is geplaatst. Als u deze optie uitschakelt, wordt alleen het lettertype gewijzigd.

Opmerking: Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

IME-besturing actief     Selecteer deze optie om een Input Method Editor (IME) te starten. Schakel dit selectievakje uit om een IME te stoppen.

Opmerking: Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

IME-instellingen     Klik hierop om het dialoogvenster Eigenschappen voor IME-naam te openen. Gebruik dit dialoogvenster om de tekst, het toetsenbord, tekenconversie en andere opties in te stellen of te wijzigen voor de actieve IME.

Opmerking: Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

Naar boven

Knippen, kopiëren en plakken

Plakken binnen hetzelfde document     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud in het document plakt waarin u de inhoud ook hebt gekopieerd. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden (standaard)     Met deze optie blijven tekenstijlen en directe opmaak behouden die zijn toegepast op de gekopieerde tekst. Directe opmaak betreft eigenschappen zoals tekengrootte, cursief of andere opmaak die niet is opgenomen in de alineastijl.

  • Opmaak samenvoegen     Met deze optie wordt het grootste deel van de opmaak verwijderd die direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze is geplakt. De tekst neemt ook alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Plakken tussen documenten     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud plakt die is gekopieerd vanuit een ander document in Word. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden (standaard)     Met deze optie blijft de opmaak behouden die is toegepast op de gekopieerde tekst. Elke stijldefinitie die is gekoppeld aan de gekopieerde tekst, wordt gekopieerd naar het doeldocument.

  • Opmaak samenvoegen     Met deze optie wordt het grootste deel van de opmaak verwijderd die direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze is geplakt. De tekst neemt ook alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Plakken tussen documenten bij conflicterende stijldefinities     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud plakt die is gekopieerd vanuit een ander document in Word en de stijl die is toegewezen aan de gekopieerde tekst, anders is gedefinieerd in het document waarin de tekst wordt geplakt. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden     Met deze optie blijft het uiterlijk van de gekopieerde tekst behouden door de stijl Standaard toe te wijzen aan de geplakte tekst en directe opmaak toe te passen. Directe opmaak betreft eigenschappen zoals tekengrootte, cursief of andere opmaak, waarmee de stijldefinitie van de gekopieerde tekst wordt nagebootst.

  • Doelstijlen gebruiken (standaard)     Met deze optie blijft de naam van de stijl behouden die is gekoppeld aan de gekopieerde tekst, maar wordt de stijldefinitie gebruikt van het document waarin de tekst wordt geplakt. U kopieert bijvoorbeeld tekst met de stijl Kop 1 van het ene naar het andere document. In het ene document is Kop 1 gedefinieerd als Arial vet, 14 punten en in het document waarin u de tekst plakt, is Kop 1 gedefinieerd als Cambria vet, 16 punten. Als u de optie Doelstijlen gebruiken instelt, wordt voor de geplakte tekst de stijl Kop 1, Cambria vet, 16 punten gebruikt.

  • Opmaak samenvoegen     Met deze optie worden de stijldefinitie en het grootste deel van de opmaak verwijderd die direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijldefinitie van het document waarin de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Plakken vanuit andere programma's     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud plakt die is gekopieerd vanuit een ander programma. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden (standaard)     Met deze optie blijft de opmaak van de gekopieerde tekst behouden.

  • Opmaak samenvoegen     Met deze optie wordt het grootste deel van de opmaak verwijderd die direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze is geplakt. De tekst neemt ook alle directe opmaakkenmerken over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Afbeeldingen invoegen/plakken als     Met deze optie wordt weergegeven hoe afbeeldingen worden ingevoegd in uw document ten opzichte van de tekst. U kunt afbeeldingen inline met tekst invoegen, toestaan dat afbeeldingen worden verplaatst met tekst of tekst laten teruglopen rond, voor of achter een afbeelding. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • In tekstregel     Met deze optie wordt de afbeelding in een alinea ingevoegd alsof deze tekst is. Deze optie wordt standaard gebruikt. De afbeelding wordt verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert. Net zoals met tekst kunt u de afbeelding slepen om deze te verplaatsen.

  • Om kader     Met deze optie loopt de tekst rond alle zijden van een kader rondom de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Contour     Met deze optie wordt de tekst in een onregelmatige vorm rond de werkelijke afbeelding geplaatst. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Achter tekst     Met deze optie wordt de afbeelding op een eigen laag achter de tekst ingevoegd. Er is geen rand rond de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Voor tekst     Met deze optie wordt de afbeelding op een eigen laag voor de tekst ingevoegd. Er is geen rand rond de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Transparant     Met deze optie loopt de tekst rond de afbeelding, waarbij de ruimte wordt gevuld die ontstaat door een holle vorm, zoals een halve maan. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Boven en onder     Met deze optie loopt tekst niet door aan de zijkanten van de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

Opsommingstekens en nummering behouden wanneer u tekst plakt met de optie Alleen tekst behouden     Selecteer deze optie als u nummering en opsommingstekens wilt converteren naar tekstsymbolen.

Stuurcodes toevoegen in Knippen en Kopiëren    Selecteer deze optie om cursorverplaatsing van rechts naar links te behouden wanneer u tekst knipt of kopieert uit een Word-document en vervolgens als tekst zonder opmaak plakt (bijvoorbeeld in Kladblok).

Insert-toets gebruiken voor plakken     Selecteer deze optie om de inhoud van het Office Klembord in een document in te voegen met de Insert-toets.

Knoppen voor plakopties weergeven     Selecteer deze optie om de knop Plakopties weer te geven wanneer u inhoud plakt. Met de knop Plakopties kunt u de ingestelde opties in dit gedeelte van het dialoogvenster Opties voor Word overschrijven of wijzigen.

Slim knippen en plakken     Selecteer deze optie om de opmaak automatisch aan te passen tijdens het plakken van tekst. Als u dit selectievakje hebt ingeschakeld, kunt u op Instellingen klikken om extra opties voor plakken in te stellen.

  • Instellingen     Klik hierop om het dialoogvenster Instellingen te openen. In dit dialoogvenster kunt u het standaardgedrag bij het samenvoegen, knippen en plakken van tekst opgeven. U kunt standaardgedrag overschrijven met de knop Plakopties die wordt weergegeven wanneer u inhoud van het Klembord in uw document plakt. Deze knop is alleen beschikbaar wanneer de optie Slim knippen en plakken is ingeschakeld.

    • Gebruik standaardopties voor     Klik op een item in de lijst om vooraf een configuratie van opties te selecteren in het dialoogvenster. Als u uw eigen configuratie van opties wilt selecteren, klikt u in deze lijst op Aangepast.

    • Afstand tussen zinnen en woorden automatisch aanpassen     Selecteer deze optie om extra spaties te verwijderen wanneer u tekst verwijdert of de benodigde spaties toe te voegen wanneer u tekst van het Klembord plakt.

    • Afstand tussen alinea's aanpassen bij plakken     Selecteer deze optie om te voorkomen dat er lege alinea's worden gemaakt en om inconsistente afstand tussen alinea’s te voorkomen.

    • Tabelopmaak en -uitlijning aanpassen bij plakken     Selecteer deze optie om de opmaak en uitlijning van tabellen in te stellen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden afzonderlijke cellen geplakt als tekst, worden delen van een tabel geplakt als rijen in een bestaande tabel (in plaats van als een geneste tabel) en wordt de geplakte tabel aangepast aan de bestaande tabel wanneer u een tabel aan een bestaande tabel toevoegt.

    • Slim gedrag van stijl     Het selecteren van deze optie heeft geen effect. Als u het gedrag van stijlen bij het plakken van inhoud wilt aanpassen, gebruikt u de opties voor Plakken in de sectie Knippen, kopiëren en plakken van de opties bij Geavanceerd.

    • Opmaak samenvoegen bij plakken vanuit Microsoft PowerPoint     Selecteer deze optie om de resultaten in te stellen wanneer u inhoud plakt vanuit een PowerPoint-presentatie. Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt de opmaak van de omringende tekst of tabel toegepast op de geplakte tekst, wordt de meest recent gebruikte stijl voor opsommingstekens, getallen of lijsten toegepast op de geplakte lijst en blijft het uiterlijk van items, zoals tabellen, hyperlinks, afbeeldingen, OLE-objecten en vormen, gelijk aan de bron in PowerPoint.

    • Opmaak aanpassen bij plakken vanuit Microsoft Excel     Selecteer deze optie om de resultaten in te stellen wanneer u gegevens plakt vanuit Excel. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden geplakte gegevens in een tabel geplaatst en worden grafieken geplakt als afbeeldingen in plaats van als OLE-objecten.

    • Geplakte lijsten samenvoegen met omliggende lijsten     Selecteer deze optie om lijstitems zo op te maken dat deze overeenkomen met de omringende lijst wanneer u de items in een lijst plakt.

Naar boven

Grootte en kwaliteit van afbeelding

Grootte en kwaliteit van afbeelding    Selecteer het document waarop u deze instellingen wilt toepassen. Klik in de lijst op de naam van een document dat al is geopend of klik op Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

Bewerkingsgegevens verwijderen    Selecteer deze optie om alleen de bewerkte afbeelding op te slaan. Gegevens uit de oorspronkelijke, ongewijzigde afbeelding zijn dan niet meer beschikbaar.

Afbeeldingen in bestand niet comprimeren    Selecteer deze optie om de volledige grootte van afbeeldingen te behouden. Hierdoor kan de bestandsgrootte van het document toenemen.

Standaarddoeluitvoer instellen op    Deze optie bepaalt de resolutie van gecomprimeerde afbeeldingen. Selecteer een waarde voor pixels per inch (ppi) in de lijst.

  • 220 ppi    Selecteer deze optie als u het document wilt gaan afdrukken.

  • 150 ppi    Selecteer deze optie voor documenten die alleen op het scherm worden gelezen.

  • 96 ppi    Selecteer deze optie voor documenten die u per e-mail wilt verzenden.

Naar boven

Documentinhoud weergeven

Achtergrondkleuren en -afbeeldingen weergeven in de afdrukweergave     Selecteer deze optie om achtergrondkleuren en -afbeeldingen weer te geven.

Tekstterugloop binnen het documentvenster weergeven     Selecteer deze optie om tekst te laten teruglopen in het documentvenster, zodat u het document beter kunt lezen op het scherm.

Aanduidingen voor afbeeldingen weergeven     Selecteer deze optie om een leeg vak weer te geven voor elke afbeelding in uw documenten. Met deze optie kunt u sneller bladeren door een document met een groot aantal afbeeldingen.

Tekeningen en tekstvakken op het scherm weergeven     Selecteer deze optie om objecten weer te geven die zijn gemaakt met de hulpmiddelen voor tekenen in de afdrukweergave of webpaginaweergave. Schakel dit selectievakje uit als u tekeningen wilt verbergen en de weergave van documenten met veel tekeningen wilt versnellen. Tekeningen worden wel gewoon afgedrukt als u dit selectievakje uitschakelt.

Tekstanimatie weergeven     Selecteer deze optie om tekstanimaties weer te geven op het scherm. Schakel het selectievakje uit als u wilt zien hoe de tekst eruitziet wanneer deze wordt afgedrukt.

Opmerking: Gebruik deze optie wanneer u tekst met animaties bekijkt in documenten die zijn gemaakt in een eerdere versie van Word dan Word 2007. In de huidige versie van Word kunt u geen tekst met animaties meer maken.

Stuurcodes weergeven     Selecteer deze optie om stuurcodes weer te geven voor tekst die van rechts naar links wordt gelezen.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Bladwijzers weergeven     Selecteer deze optie om bladwijzers weer te geven op het scherm. Als u een bladwijzer toewijst aan een item, wordt het item met de bladwijzer weergegeven tussen vierkante haken ([...]). Als u een bladwijzer toewijst aan een locatie, wordt de bladwijzer weergegeven als een I-balk. De haken en de I-balk worden niet weergegeven in afgedrukte documenten.

Tekstafbakeningen weergeven     Selecteer deze optie om stippellijnen weer te geven rond tekstmarges, kolommen en alinea's. De afbakeningen zijn alleen bedoeld voor opmaakdoeleinden en worden dus niet afgedrukt.

Bijsnijdmarkeringen     Selecteer deze optie om de hoeken van de marges weer te geven.

Veldcodes weergeven in plaats van de waarden     Selecteer deze optie om veldcodes weer te geven in uw documenten in plaats van veldresultaten. U ziet dan bijvoorbeeld { TIME @\"d MMMM yyyy" } in plaats van 4 februari 2008. Schakel dit selectievakje uit om veldresultaten weer te geven.

Ongeacht deze instelling, kunt u altijd schakelen tussen het weergeven van veldcodes en veldresultaten door op Alt+F9 te drukken.

Arcering veld     Deze optie bepaalt of en wanneer velden worden gearceerd. Selecteer in de lijst Altijd of Indien geselecteerd om velden te arceren. U kunt velden arceren om ze eenvoudiger te kunnen herkennen. De arcering wordt alleen weergegeven op het scherm, niet in het afgedrukte document.

Cijfer     Deze optie bepaalt hoe cijfers worden weergegeven in documenten. Selecteer een item in de lijst.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Arabische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Arabisch Selecteer deze optie om cijfers weer te geven in een getalnotatie voor mensen die Engels of een andere Europese taal spreken.

  • Hindi Selecteer deze optie om cijfers weer te geven in een getalnotatie voor mensen die Arabisch of Hindi spreken.

  • Context Selecteer deze optie om cijfers weer te geven op basis van de taal van de omringende tekst.

  • Systeem Selecteer deze optie om cijfers weer te geven op basis van de landinstellingen in het Configuratiescherm.

Maandnamen     Met deze optie wordt bepaald hoe Westerse (Gregoriaanse) maandnamen worden weergegeven in Arabische tekst. Selecteer een item in de lijst.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Arabische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Arabisch Selecteer deze optie om Arabische maandnamen te gebruiken.

  • Engels, getranscribeerd Selecteer deze optie om Westerse (Gregoriaanse) maandnamen te spellen volgens de Engelse uitspraak met behulp van Arabische tekst.

  • Frans, getranscribeerd Selecteer deze optie om Westerse (Gregoriaanse) maandnamen te spellen volgens de Franse uitspraak met behulp van Arabische tekst.

Diakritische tekens     Met deze optie worden diakritische tekens weergegeven in het document.

Deze optie is alleen beschikbaar als er voor het bewerken van tekst een taal is ingeschakeld waarin diakritische tekens worden gebruikt.

  • Deze kleur gebruiken voor diakritische tekens Selecteer deze optie om een kleur op te geven voor de weergave van alle diakritische tekens, ongeacht de kleur van de diakritische tekens in het oorspronkelijke document. Selecteer een kleur in de lijst.

Conceptlettertype gebruiken in de concept- en overzichtsweergave     Op computers met zeer beperkte bronnen selecteert u deze optie om documenten sneller weer te geven op het scherm.

  • Naam     Selecteer het lettertype dat u wilt gebruiken voor concepten van documenten. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer u het selectievakje Conceptlettertype gebruiken in de concept- en overzichtsweergave inschakelt.

  • Grootte     Selecteer de puntgrootte van het conceptlettertype. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer u het selectievakje Conceptlettertype gebruiken in de concept- en overzichtsweergave inschakelt.

Documentweergave     Met deze optie bepaalt u de tekstrichting voor nieuwe documenten.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Van rechts naar links Selecteer deze optie om documenten van rechts naar links in te delen. Alinea’s beginnen dan bijvoorbeeld aan de rechterkant van een document en de tekst loopt naar links.

  • Van links naar rechts Selecteer deze optie om documenten van links naar rechts in te delen. Alinea’s beginnen dan bijvoorbeeld aan de linkerkant van een document en de tekst loopt naar rechts.

Lettertype vervangen     Klik hierop om het dialoogvenster Lettertype vervangen te openen. Gebruik deze optie om te bepalen of in het actieve document lettertypen worden gebruikt die niet beschikbaar zijn op uw computer. Als dat het geval is, kunt u in het dialoogvenster een vervangend lettertype opgeven.

Naar boven

Weergeven

Dit aantal onlangs geopende documenten weergeven     Geef het aantal items op dat u wilt weergeven in de lijst Recente documenten. U kunt een waarde opgeven uit het bereik 1-50.

Opmerking: Alleen de eerste negen bestanden in de lijst kunnen worden geopend met een toegangstoets. U kunt deze documenten openen door op 1 tot en met 9 te drukken nadat u op Alt+F hebt gedrukt.

Afmetingen weergeven in eenheden van     Selecteer de maateenheid die u wilt gebruiken voor de horizontale liniaal en voor afmetingen die u in dialoogvensters opgeeft.

Breedte van deelvenster met opmaakgebied in de concept- en overzichtsweergave     Typ een positief decimaal getal, zoals 0,5, in het vak om het stijlgebied te openen. U ziet dan de namen van de stijlen die zijn toegepast op tekst. Typ 0 om het stijlgebied te sluiten.

Afmetingen in tekenbreedte weergeven     Selecteer deze optie om de tekenbreedte te gebruiken als basis voor het uitlijnen van tekst, zoals op de verticale en horizontale liniaal.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Pixels weergeven voor HTML-functies     Selecteer deze optie om pixels te gebruiken als de standaardmaateenheid in dialoogvensters die betrekking hebben op HTML-functies.

Alle vensters op de taakbalk weergeven     Selecteer deze optie om op de taakbalk van Windows een pictogram weer te geven voor elk geopend venster in een Microsoft Office-programma. Als u dit selectievakje uitschakelt, wordt op de taakbalk één pictogram weergegeven voor elk geopend programma.

Sneltoetsen weergeven in scherminfo     Selecteer deze optie om sneltoetsen weer te geven in scherminfo.

Horizontale schuifbalk weergeven     Selecteer deze optie om de horizontale schuifbalk onderaan het documentvenster weer te geven.

Verticale schuifbalk weergeven     Selecteer deze optie om de verticale schuifbalk aan de zijkant van het documentvenster weer te geven.

  • Linkerschuifbalk Selecteer deze optie om de verticale schuifbalk aan de linkerkant van het documentvenster weer te geven. Gebruik deze optie als u werkt met documenten waarin tekst voornamelijk van rechts naar links is geschreven.

    Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Verticale liniaal weergeven in de afdrukweergave     Selecteer deze optie om de verticale liniaal weer te gegeven aan de zijkant van het doucmentvenster. Schakel ook het selectievakje Liniaal in de groep Weergeven/verbergen in op het tabblad Beeld van het lint, een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  • Rechterliniaal weergeven in de afdrukweergave Selecteer deze optie om de verticale liniaal weer te gegeven aan de rechterkant van het documentvenster.

    Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Tekenpositionering voor indeling optimaliseren i.p.v. leesbaarheid     Selecteer deze optie om de tekenpositionering nauwkeurig weer te geven, zoals deze wordt weergegeven in het afgedrukte document wat betreft blokken tekst. De afstand tussen tekens kan vervormd zijn wanneer deze optie is ingeschakeld. Voor een optimale leesbaarheid op het scherm moet u deze optie uitschakelen.

Hardwareversnelling uitschakelen voor afbeeldingen    Selecteer deze optie om de grafische kaart van de computer niet meer te gebruiken voor het weergeven van driedimensionale vormen, vormeffecten en teksteffecten.

Naar boven

Afdrukken

Conceptkwaliteit gebruiken     Selecteer deze optie om het document met minimale opmaak af te drukken, zodat het afdrukken mogelijk sneller gaat. Er zijn niet veel printers die ondersteuning bieden voor deze functie.

Afdrukken op de achtergrond     Selecteer deze optie om documenten op de achtergrond af te drukken, zodat u gewoon door kunt blijven werken tijdens het afdrukken. Deze optie vereist meer beschikbaar geheugen, zodat u tegelijkertijd kunt werken en afdrukken. Als u tijdens het afdrukken niet kunt verder werken aan het document, schakelt u deze optie uit.

Pagina's in omgekeerde volgorde afdrukken     Selecteer deze optie om pagina's in omgekeerde volgorde af te drukken, dus vanaf de laatste pagina in uw document. Gebruik deze optie niet voor het afdrukken van enveloppen.

XML-codes afdrukken     Selecteer deze optie om de XML-codes af te drukken voor de XML-elementen die worden toegepast op een XML-document. Er moet dan een schema aan het document zijn gekoppeld en u moet elementen toepassen die worden aangeboden in het gekoppelde schema. De codes worden weergegeven in het afgedrukte document.

Veldcodes in plaats van hun waarden afdrukken     Selecteer deze optie om veldcodes af te drukken in plaats van veldresultaten. U ziet dan bijvoorbeeld { TIME @\"d MMMM yyyy" } in plaats van 4 februari 2008.

Velden met bijgehouden wijzigingen bijwerken voordat u afdrukt    Selecteer deze optie om ervoor te zorgen dat alle velden die zijn ingevoegd terwijl de functie Wijzigingen bijhouden was ingeschakeld, worden afgedrukt met de gewijzigde tekst.

Voorzijde van vel bedrukken ten behoeve van dubbelzijdig afdrukken     Selecteer deze optie om de voorzijde van elk vel te bedrukken als er wordt afgedrukt op een printer die niet dubbelzijdig kan afdrukken. De pagina's worden in omgekeerde volgorde afgedrukt, zodat u de stapel alleen hoeft om te draaien om de pagina's vervolgens in de juiste volgorde op de achterzijde te bedrukken.

Achterzijde van vel bedrukken ten behoeve van dubbelzijdig afdrukken     Selecteer deze optie om de achterzijde van elk vel te bedrukken als er wordt afgedrukt op een printer die niet dubbelzijdig kan afdrukken. De pagina's worden in oplopende volgorde afgedrukt, zodat ze overeenkomen met een stapel pagina's die eerder in omgekeerde volgorde op de voorkant is afgedrukt.

Inhoud aanpassen voor papierformaat A4 of 8,5 x 11"     Selecteer deze optie om documenten die zijn ontworpen voor papier van 8,5 bij 11 inch automatisch passend te maken voor A4-papier en documenten die zijn ontworpen voor A4-papier passend te maken voor papier van 8,5 bij 11 inch. Deze optie wordt alleen gebruikt als het A4-papier of papier van 8,5 bij 11 inch in de printer niet overeenkomt met het papierformaat dat is ingesteld op het tabblad Pagina-indeling van Word. Deze optie heeft alleen gevolgen voor afdrukken, niet voor de opmaak.

Standaardpapierlade     Hier ziet u de printerlade die standaard wordt gebruikt. Als u de instellingen van uw printer wilt overnemen, selecteert u Printerinstellingen gebruiken. Als u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, selecteert u deze in de lijst. De waarden in de lijst worden bepaald door de configuratie van uw printer.

Naar boven

Bij het afdrukken van dit document

Bij het afdrukken van dit document     Selecteer het document waarop u deze afdrukinstellingen wilt toepassen. Selecteer in de lijst de naam van een document dat al is geopend of selecteer Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

PostScript over tekst heen afdrukken     Selecteer deze optie om PostScript-code af te drukken wanneer een document PRINT-velden bevat.

Alleen de gegevens van een formulier afdrukken     Selecteer deze optie om alleen de gegevens af te drukken die zijn ingevoerd in een onlineformulier, dus niet het formulier zelf.

Naar boven

Opslaan

Vragen voor het opslaan van Normal.dot     Selecteer deze optie om bij het afsluiten van Word een bericht weer te geven met de vraag of u eventuele wijzigingen in de standaardsjabloon wilt opslaan. Aangezien wijzigingen in de standaardsjabloon van invloed zijn op alle nieuwe documenten die u maakt, is het raadzaam om te worden gewaarschuwd wanneer de sjabloon is gewijzigd. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden wijzigingen automatisch opgeslagen zonder dat er een bericht wordt weergegeven.

Altijd back-up maken     Selecteer deze optie om telkens wanneer u een document opslaat ook een back-up te maken. Elke back-up vervangt de vorige back-up. U herkent een back-up aan de tekst 'Back-up van' vóór de bestandsnaam en de bestandsnaamextensie .wbk. De back-ups worden opgeslagen in dezelfde map als het originele document.

Extern opgeslagen bestanden kopiëren naar uw computer en het externe bestand bijwerken tijdens het opslaan     Selecteer deze optie om tijdelijk ook een lokale kopie op te slaan van een bestand dat u opslaat in een netwerk of op een verwisselbaar station. Als u de lokale kopie opslaat, worden wijzigingen opgeslagen in de oorspronkelijke kopie. Als het oorspronkelijke bestand niet beschikbaar is, wordt u gevraagd om het bestand op te slaan op een andere locatie om gegevensverlies te voorkomen.

Opslaan op achtergrond toestaan     Selecteer deze optie om uw document op te slaan terwijl u werkt. U ziet een voortgangsbalk op de statusbalk wanneer het document op de achtergrond wordt opgeslagen.

Naar boven

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document     Selecteer het document waarop u deze instellingen wilt toepassen. Selecteer in de lijst de naam van een document dat al is geopend of selecteer Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

Formuliergegevens opslaan als tekstbestand met scheidingstekens     Selecteer deze optie om de gegevens die worden ingevoerd in een onlineformulier op te slaan als één, door tabs gescheiden tekstbestand met de indeling Tekst zonder opmaak. U kunt de inhoud van het bestand vervolgens importeren in een database.

Taalkundige gegevens insluiten     Selecteer deze optie om taalkundige gegevens op te slaan, zoals spraak en handgeschreven tekst.

Naar boven

Algemeen

Feedback met geluid     Selecteer deze optie om geluiden toevoegen aan bepaalde acties of gebeurtenissen in Word en andere programma's in 2007 Microsoft Office-systeem. U kunt bijvoorbeeld instellen dat er een geluid wordt afgespeeld wanneer een proces is voltooid. Als u het geluid wilt wijzigen dat is gekoppeld aan een gebeurtenis, opent u de map voor geluiden en audioapparaten in het Configuratiescherm. Voor het afspelen van de meeste geluiden is een geluidskaart in uw computer vereist.

Feedback met animatie     Selecteer deze optie om bewegingen van de aanwijzer in Word en andere Office-programma's van animatie te voorzien. Met deze optie kunt u ook cursors met animatie gebruiken voor bewerkingen zoals afdrukken, opslaan, automatische opmaak en zoeken en vervangen.

Conversie van bestandsindeling bevestigen bij openen     Selecteer deze optie om het conversieprogramma te kiezen dat in Word wordt gebruikt om bestanden te openen die in een ander programma zijn gemaakt. Schakel dit selectievakje uit als er automatisch een conversieprogramma moet worden geselecteerd.

Automatische koppelingen bijwerken bij openen     Selecteer deze optie om automatisch inhoud bij te werken die is gekoppeld aan andere bestanden wanneer u een document opent.

Openen van documenten in de conceptweergave toestaan     Selecteer deze optie om een document te kunnen openen in de conceptweergave.

Opmerking: Als u een document standaard wilt openen in de conceptweergave, moet u deze optie inschakelen en vervolgens op het tabblad Weergave in de groep Documentweergaven op Concept klikken. Wijzig het document en sla het document vervolgens op.

Achtergrondpaginering inschakelen     Selecteer deze optie om documenten automatisch te pagineren terwijl u werkt. Deze optie is alleen beschikbaar in de concept- en overzichtsweergaven. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden paginanummers pas bijgewerkt (als deze worden weergegeven op de statusbalk) wanneer u overschakelt naar de afdrukweergave.

Fouten in gebruikersinterface van invoegtoepassingen weergeven     Selecteer deze optie om foutberichten weer te geven van programma's waarmee de gebruikersinterface wordt aangepast. Deze optie is vooral handig voor ontwikkelaars van softwareoplossingen omdat hiermee informatie beschikbaar komt voor het opsporen van fouten in aanpassingen van de gebruikersinterface.

Door de klant ingediende Office.com-inhoud weergeven    Selecteer deze optie om sjablonen en afbeeldingen te zien die zijn gemaakt door klanten, naast de inhoud die in Microsoft Office wordt aangeboden.

Postadres     Typ het adres dat u wilt gebruiken als het standaardretouradres voor enveloppen en brieven.

Bestandslocaties     Klik hierop als u de standaardlocatie wilt zien voor de opslag van documenten, sjablonen en andere items die u maakt en gebruikt in Word. Klik in het dialoogvenster Bestandslocaties op het item dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op Wijzigen om een nieuwe standaardlocatie in te stellen.

De standaardlocaties voor sjablonen en de map Opstarten worden behandeld als vertrouwde locaties. Als u de locatie van deze mappen wijzigt, moet de nieuwe map zich ook op een veilige locatie bevinden.

Webopties     Klik hierop om het dialoogvenster Webopties te openen. Gebruik dit dialoogvenster om opties in te stellen voor het maken van webpagina's met Word.

Naar boven

Compatibiliteit

Documenten in Engelse Word 6.0/95     Met deze optie bepaalt u de voorkeuren voor het converteren van tekst. Eerdere versies van Word werden soms gebruikt in combinatie met programma's van derden om in Engelstalige versies van Microsoft Windows ondersteuning te bieden voor Chinees of Koreaans. Als het gebruik van deze invoegtoepassingen tot gevolg heeft dat de tekst niet goed wordt weergegeven in een document dat u probeert te openen, kunt u het document met deze opties converteren om de tekst wel goed weer te geven. Als u het bestand zonder problemen hebt geopend, moet u niet vergeten om deze optie opnieuw in te stellen op Normaal openen. Als u dat niet doet, worden correct opgeslagen bestanden mogelijk niet goed geopend.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Bevatten Aziatische tekst Selecteer deze optie als u weet dat het document Oost-Aziatische tekst bevat, zodat de tekst juist wordt weergegeven.

  • Normaal openen Selecteer deze optie nadat het bestand is geopend om de tekst juist weer te geven.

  • Autodetectie van Aziatische tekst Selecteer deze optie als u niet zeker weet of het document Oost-Aziatische tekst bevat. Er wordt dan geprobeerd om de Oost-Aziatische tekst automatisch te bepalen en correct weer te geven.

Naar boven

Compatibiliteitsopties voor

Compatibiliteitsopties voor     Selecteer het document waarop u deze instellingen wilt toepassen. Selecteer in de lijst de naam van een document dat al is geopend of selecteer Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

Document indelen alsof het is gemaakt in     Selecteer het tekstverwerkingsprogramma dat naar verwachting zal worden gebruikt om het document te openen. De instellingen in de lijst Opties voor indeling veranderen afhankelijk van het tekstverwerkingsprogramma dat u selecteert. U kunt uw eigen configuratie van instellingen opgeven door Aangepast te selecteren.

Opties voor indeling     Hier ziet u de opties voor het opmaken van het document. Schakel de selectievakjes in van de opties die u wilt gebruiken.

Naar boven

Als u geavanceerde Word-opties wilt kiezen, klikt u op de Microsoft Office-knop Opdracht Opname stoppen in de groep Code op het tabblad Ontwikkelaars > Opties voor Word en selecteert u aan de linkerkant Geavanceerd.

In dit artikel

Opties voor bewerken

Knippen, kopiëren en plakken

Documentinhoud weergeven

Weergeven

Afdrukken

Bij het afdrukken van dit document

Opslaan

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document

Algemeen

Compatibiliteit

Compatibiliteitsopties voor

Opties voor bewerken

Geselecteerde tekst overschrijven     Selecteer deze optie om de geselecteerde tekst te verwijderen wanneer u begint te typen. Als u dit selectievakje uitschakelt, wordt in Microsoft Office Word nieuwe tekst ingevoegd voor de geselecteerde tekst en wordt de geselecteerde tekst niet verwijderd.

Bij selecteren automatisch heel woord selecteren     Selecteer deze optie om hele woorden te selecteren wanneer u eerst een deel van een woord selecteert en vervolgens een deel van het volgende woord. Als u deze optie inschakelt, worden een woord en de daaropvolgende spatie geselecteerd wanneer u dubbelklikt op een woord.

Tekst slepen en neerzetten toestaan     Selecteer deze optie als u geselecteerde tekst wilt kunnen verplaatsen of kopiëren door deze te slepen. Als u tekst wilt verplaatsen, selecteert u de tekst en sleept u deze naar een nieuwe locatie. Als u tekst wilt kopiëren, selecteert u de tekst en houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u de selectie naar de nieuwe locatie sleept.

Ctrl+klikken gebruiken om de hyperlink volgen     Selecteer deze optie om de tekst van hyperlinks eenvoudiger te kunnen bewerken. Wanneer deze optie is ingeschakeld, moet u Ctrl ingedrukt houden terwijl u op de koppeling klikt om de koppeling te volgen. Als deze optie is uitgeschakeld, gaat u naar de bestemming van de koppeling wanneer u op de koppeling klikt. Hierdoor is het lastiger om de tekst van de koppeling te bewerken.

Automatisch tekenpapier maken bij het invoegen van AutoVormen     Selecteer deze optie om een tekenpapier te plaatsen rond tekenobjecten of tekeningen en geschreven tekst in inkt wanneer u deze in uw document invoegt. Met een tekenpapier kunt u tekenobjecten en afbeeldingen ordenen en verplaatsen als een eenheid.

Slimme alineaselectie gebruiken     Selecteer deze optie om de alineamarkering te selecteren wanneer u een hele alinea selecteert. Als u de alineamarkering opneemt bij het knippen en plakken van een alinea, blijft er geen lege alinea achter en wordt de opmaak automatisch meegenomen met de alinea.

Slimme cursor gebruiken     Selecteer deze optie om op te geven dat de cursor wordt verplaatst wanneer u omhoog of omlaag schuift. Wanneer u op de pijl-links, pijl-rechts, pijl-omhoog of pijl-omlaag drukt na het schuiven, reageert de cursor op de pagina die momenteel wordt weergegeven, niet op de oorspronkelijke positie.

Insert-toets gebruiken om de overschrijfmodus in of uit te schakelen     Selecteer deze optie als u de overschrijfmodus wilt in- of uitschakelen door op Insert te drukken.

  • Overschrijfmodus gebruiken     Selecteer deze optie om bestaande tekst te vervangen tijdens het typen, met één teken tegelijk. Als Insert-toets gebruiken om de overschrijfmodus in of uit te schakelen is ingeschakeld, kunt u deze optie in- of uitschakelen door op Insert te drukken.

Dubbele aanhalingstekens toevoegen voor nummering van Hebreeuws alfabet     Selecteer deze optie om dubbele aanhalingstekens (") toe te voegen aan nummering.

Deze optie is alleen beschikbaar als Hebreeuws is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Vragen om bijwerken van stijl     Selecteer deze optie als er een prompt moet worden weergegeven wanneer u tekst waarop een stijl is toegepast, rechtstreeks wijzigt en vervolgens de stijl opnieuw op de tekst toepast. Wanneer de prompt wordt weergegeven, kunt u de stijl bijwerken op basis van recente wijzigingen of de opmaak van de stijl opnieuw toepassen.

De stijl Standaard gebruiken voor lijsten met opsommingstekens of nummering     Selecteer deze optie om lijststijlen te baseren op de normale alineastijl in plaats van de alinealijststijl.

Opmaak bijhouden     Selecteer deze optie om de opmaak bij te houden tijdens het typen. Hierdoor kunt u gemakkelijk dezelfde opmaak ergens anders toepassen. Deze optie moet zijn ingeschakeld voordat u de opdracht Tekst met soortgelijke opmaak selecteren kunt gebruiken in het snelmenu dat wordt weergegeven als u met de rechtermuisknop op geselecteerde tekst klikt. Voor een lijst met de opmaak die u hebt gebruikt, klikt u op de opdracht Opties in het deelvenster Stijl en schakelt u de selectievakjes Opmaak voor alineaniveau, Tekenopmaak en Opmaak voor opsommingstekens en nummering in.

  • Inconsistente opmaak markeren     Selecteer deze optie om opmaak te markeren met een blauwe golvende lijn als deze lijkt op, maar niet precies is hetzelfde is als, andere opmaak in uw documenten. Als u deze optie wilt gebruiken, schakelt u het selectievakje Opmaak bijhouden ook in.

Klikken en typen inschakelen     Selecteer deze optie om tekst, afbeeldingen, tabellen of andere items in te voegen in een leeg gebied van een document door te dubbelklikken in het lege gebied. Met de functie Klikken en typen worden alinea’s automatisch ingevoegd en wordt de uitlijning toegepast die nodig is om het item te plaatsen op de positie waarop u hebt gedubbelklikt. Deze functie is alleen beschikbaar in de afdrukweergave en de webpaginaweergave.

  • Standaardalineastijl Selecteer de stijl die wordt toegepast op tekst wanneer u Klikken en typen gebruikt.

Cursorverplaatsing     Deze optie bepaalt in welke richting de cursor wordt verplaatst wanneer u op de pijltoetsen op het toetsenbord drukt.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Logisch Selecteer deze optie om de cursor te verplaatsen op basis van de richting van de tekst. Als u bijvoorbeeld de pijltoetsen gebruikt om in dezelfde zin eerst door Arabische tekst te lopen en vervolgens door Engelse tekst, wordt de cursor van rechts naar links verplaatst binnen de Arabische tekst en vervolgens van het meest linkse teken in het Engelse woord naar rechts.

  • Visueel Selecteer deze optie om de cursor te verplaatsen naar het volgende visueel aangrenzende teken. Als u bijvoorbeeld de pijltoetsen gebruikt om in dezelfde zin eerst van rechts naar links door Arabische tekst te lopen en vervolgens door Engelse tekst, wordt de cursor van rechts naar links verplaatst, ongeacht de richting van de tekst.

Visuele selectie van cursor     Deze optie geeft aan hoe tekst wordt geselecteerd wanneer u de selectie uitbreidt.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Blok Selecteer deze optie om bij het selecteren van boven naar beneden tekst terug te laten lopen naar de volgende regel, waarbij alle regels even breed worden gemaakt.

  • Doorlopend Selecteer deze optie om bij het selecteren van boven naar beneden tekst terug te laten lopen naar de volgende regel, waarbij de breedte van de laatste regel van het tekstblok varieert.

Volgorde controleren     Selecteer deze optie als u wilt controleren of een nieuw getypt teken in de juiste volgorde voorkomt om te worden gebruikt als een toonteken of diakritisch teken dat of klinker die boven, onder, voor of achter de medeklinker moeten worden geplaatst waarbij deze hoort.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal met een complex schrift is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Typen en vervangen Selecteer deze optie om het teken dat u eerder hebt getypt, te vervangen door het teken dat u net hebt getypt als de twee tekens niet beide kunnen worden gebruikt in dezelfde groep tekens.

Aziatische lettertypen ook voor Latijnse tekst     Selecteer deze optie om Latijnse tekens te wijzigen in het geselecteerde Aziatische lettertype wanneer u het Aziatische lettertype op geselecteerde tekst toepast. Schakel dit selectievakje uit als u wilt dat Latijnse tekens het Latijnse lettertype behouden wanneer u het Aziatische lettertype op de rest van het document toepast.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Automatisch een andere toetsenbordindeling kiezen op basis van omringende tekst     Selecteer deze optie als u de toetsenbordtaal en het lettertype wilt wijzigen op basis van de taal van de tekst waarin de cursor is geplaatst. Als u deze optie uitschakelt, wordt alleen het lettertype gewijzigd.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

Oude IME-modus gebruiken om modus Overschrijven in te schakelen     Selecteer deze optie om toe te staan dat bestaande tekens worden vervangen door de tekens die u typt (overschrijven) terwijl u een Input Method Editor (IME) gebruikt op een computer waarop het besturingssysteem Microsoft Windows XP wordt uitgevoerd. Als Word is geïnstalleerd op een computer waarop Windows Vista wordt uitgevoerd, wordt deze optie niet weergegeven omdat de overschrijfmodus automatisch wordt ondersteund.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

IME-besturing actief     Selecteer deze optie om een Input Method Editor (IME) te starten. Schakel dit selectievakje uit om een IME te stoppen.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

IME TrueInline     Selecteer deze optie om een interface voor natuurlijke taal te gebruiken op een computer waarop IME is ingeschakeld.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

IME-instellingen     Klik hierop om het dialoogvenster Eigenschappen voor IME-naam te openen. Gebruik dit dialoogvenster om de tekst, het toetsenbord, tekenconversie en andere opties in te stellen of te wijzigen voor de actieve IME.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst en er een Input Method Editor voor het typen van Oost-Aziatische tekens is geïnstalleerd.

Naar boven

Knippen, kopiëren en plakken

Plakken binnen hetzelfde document     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud in het document plakt waarin u de inhoud ook hebt gekopieerd. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden (standaard)     Met deze optie blijven tekenstijlen en directe opmaak behouden die zijn toegepast op de gekopieerde tekst. Directe opmaak betreft eigenschappen zoals tekengrootte, cursief of andere opmaak die niet is opgenomen in de alineastijl.

  • Aanpassen aan doelopmaak      Met deze optie wordt het grootste deel van de opmaak verwijderd dat direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze is geplakt. De tekst neemt ook alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Plakken tussen documenten     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud plakt die is gekopieerd vanuit een ander document in Word. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden (standaard)     Met deze optie blijft de opmaak behouden die is toegepast op de gekopieerde tekst. Elke stijldefinitie die is gekoppeld aan de gekopieerde tekst, wordt gekopieerd naar het doeldocument.

  • Aanpassen aan doelopmaak     Met deze optie wordt het grootste deel van de opmaak verwijderd dat direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze is geplakt. De tekst neemt ook alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Plakken tussen documenten bij conflicterende stijldefinities     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud plakt die is gekopieerd vanuit een ander document in Word en de stijl die is toegewezen aan de gekopieerde tekst, anders is gedefinieerd in het document waarin de tekst wordt geplakt. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden     Met deze optie blijft het uiterlijk van de gekopieerde tekst behouden door de stijl Standaard toe te wijzen aan de geplakte tekst en directe opmaak toe te passen. Directe opmaak betreft eigenschappen zoals tekengrootte, cursief of andere opmaak, waarmee de stijldefinitie van de gekopieerde tekst wordt nagebootst.

  • Doelstijlen gebruiken (standaard)     Met deze optie blijft de naam van de stijl behouden die is gekoppeld aan de gekopieerde tekst, maar wordt de stijldefinitie gebruikt van het document waarin de tekst wordt geplakt. U kopieert bijvoorbeeld tekst met de stijl Kop 1 van het ene naar het andere document. In het ene document is Kop 1 gedefinieerd als Arial vet, 14 punten en in het document waarin u de tekst plakt, is Kop 1 gedefinieerd als Cambria vet, 16 punten. Als u de optie Doelstijlen gebruiken instelt, wordt voor de geplakte tekst de stijl Kop 1, Cambria vet, 16 punten gebruikt.

  • Aanpassen aan doelopmaak     Met deze optie worden de stijldefinitie en het grootste deel van de opmaak verwijderd dat direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijldefinitie van het document waarin de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Plakken vanuit andere programma's     Met deze optie wordt het standaardgedrag weergegeven dat optreedt wanneer u inhoud plakt die is gekopieerd vanuit een ander programma. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • Opmaak van bron behouden (standaard)     Met deze optie blijft de opmaak van de gekopieerde tekst behouden.

  • Aanpassen aan doelopmaak     Met deze optie wordt het grootste deel van de opmaak verwijderd dat direct op de gekopieerde tekst is toegepast, maar blijft opmaak behouden die wordt beschouwd als nadruk, zoals vet en cursief, wanneer deze is toegepast op slechts een deel van de selectie. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze is geplakt. De tekst neemt ook alle directe opmaakkenmerken over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt.

  • Alleen tekst behouden     Met deze optie worden alle opmaak en niet-tekstuele elementen, zoals afbeeldingen en tabellen, verwijderd. De tekst krijgt de stijlkenmerken van de alinea waarin deze wordt geplakt en neemt alle directe opmaak of tekenstijleigenschappen over van de tekst meteen voor de cursor wanneer de tekst wordt geplakt. Grafische elementen worden genegeerd en tabellen worden geconverteerd naar een reeks alinea's.

Afbeeldingen invoegen/plakken als     Met deze optie wordt weergegeven hoe afbeeldingen worden ingevoegd in uw document ten opzichte van de tekst. U kunt afbeeldingen inline met tekst invoegen, toestaan dat afbeeldingen worden verplaatst met tekst of tekst laten teruglopen rond, voor of achter een afbeelding. Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst:

  • In tekstregel     Met deze optie wordt de afbeelding in een alinea ingevoegd alsof deze tekst is. Deze optie wordt standaard gebruikt. De afbeelding wordt verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert. Net zoals met tekst kunt u de afbeelding slepen om deze te verplaatsen.

  • Om kader     Met deze optie loopt de tekst rond alle zijden van een kader rondom de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Contour     Met deze optie wordt de tekst in een onregelmatige vorm rond de werkelijke afbeelding geplaatst. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Achter tekst     Met deze optie wordt de afbeelding op een eigen laag achter de tekst ingevoegd. Er is geen rand rond de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Voor tekst     Met deze optie wordt de afbeelding op een eigen laag voor de tekst ingevoegd. Er is geen rand rond de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Transparant     Met deze optie loopt de tekst rond de afbeelding, waarbij de ruimte wordt gevuld die ontstaat door een holle vorm, zoals een halve maan. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

  • Boven en onder     Met deze optie loopt tekst niet door aan de zijkanten van de afbeelding. De afbeelding wordt niet verplaatst wanneer u tekst toevoegt of verwijdert, maar u kunt de afbeelding wel slepen om deze te verplaatsen.

Opsommingstekens en nummering behouden wanneer u tekst plakt met de optie Alleen tekst behouden     Selecteer deze optie als u nummering en opsommingstekens wilt converteren naar tekstsymbolen.

Insert-toets gebruiken voor plakken     Selecteer deze optie om de inhoud van het Office Klembord in een document in te voegen met de Insert-toets.

Knoppen voor plakopties weergeven     Selecteer deze optie om de knop Plakopties weer te geven wanneer u inhoud plakt. Met de knop Plakopties kunt u de ingestelde opties in deze sectie van het dialoogvenster Opties voor Word overschrijven of wijzigen.

Slim knippen en plakken     Selecteer deze optie om de opmaak automatisch aan te passen tijdens het plakken van tekst. Als u dit selectievakje hebt ingeschakeld, kunt u op Instellingen klikken om extra opties voor plakken in te stellen.

  • Instellingen     Klik hierop om het dialoogvenster Instellingen te openen. In dit dialoogvenster kunt u het standaardgedrag bij het samenvoegen, knippen en plakken van tekst opgeven. U kunt standaardgedrag overschrijven met de knop Plakopties die wordt weergegeven wanneer u inhoud van het Klembord in uw document plakt. Deze knop is alleen beschikbaar wanneer de optie Slim knippen en plakken is ingeschakeld.

    • Gebruik standaardopties voor     Klik op een item in de lijst om vooraf een configuratie van opties te selecteren in het dialoogvenster. Als u uw eigen configuratie van opties wilt selecteren, klikt u in deze lijst op Aangepast.

    • Afstand tussen zinnen en woorden automatisch aanpassen     Selecteer deze optie om extra spaties te verwijderen wanneer u tekst verwijdert of de benodigde spaties toe te voegen wanneer u tekst van het Klembord plakt.

    • Afstand tussen alinea's aanpassen bij plakken     Selecteer deze optie om te voorkomen dat er lege alinea's worden gemaakt en om inconsistente afstand tussen alinea’s te voorkomen.

    • Tabelopmaak en -uitlijning aanpassen bij plakken     Selecteer deze optie om de opmaak en uitlijning van tabellen in te stellen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden afzonderlijke cellen geplakt als tekst, worden delen van een tabel geplakt als rijen in een bestaande tabel (in plaats van als een geneste tabel) en wordt de geplakte tabel aangepast aan de bestaande tabel wanneer u een tabel aan een bestaande tabel toevoegt.

    • Slim gedrag van stijl     Het selecteren van deze optie heeft geen effect. Als u het gedrag van stijlen bij het plakken van inhoud wilt aanpassen, gebruikt u de opties voor Plakken in de sectie Knippen, kopiëren en plakken van de opties bij Geavanceerd.

    • Opmaak samenvoegen bij plakken vanuit Microsoft Office PowerPoint     Selecteer deze optie om de resultaten in te stellen wanneer u inhoud plakt vanuit een PowerPoint-presentatie. Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt de opmaak van de omringende tekst of tabel toegepast op de geplakte tekst, wordt de meest recent gebruikte stijl voor opsommingstekens, getallen of lijsten toegepast op de geplakte lijst en blijft het uiterlijk van items, zoals tabellen, hyperlinks, afbeeldingen, OLE-objecten en vormen, gelijk aan de bron in PowerPoint.

    • Opmaak aanpassen bij plakken vanuit Microsoft Office Excel     Selecteer deze optie om de resultaten in te stellen wanneer u gegevens plakt vanuit Excel. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden geplakte gegevens in een tabel geplaatst en worden grafieken geplakt als afbeeldingen in plaats van als OLE-objecten.

    • Geplakte lijsten samenvoegen met omliggende lijsten     Selecteer deze optie om lijstitems zo op te maken dat deze overeenkomen met de omringende lijst wanneer u de items in een lijst plakt.

Naar boven

Documentinhoud weergeven

Achtergrondkleuren en -afbeeldingen weergeven in de afdrukweergave     Selecteer deze optie om achtergrondkleuren en -afbeeldingen weer te geven.

Tekstterugloop binnen het documentvenster weergeven     Selecteer deze optie om tekst te laten teruglopen in het documentvenster, zodat u het document beter kunt lezen op het scherm.

Aanduidingen voor afbeeldingen weergeven     Selecteer deze optie om een leeg vak weer te geven voor elke afbeelding in uw documenten. Met deze optie kunt u sneller bladeren door een document met een groot aantal afbeeldingen.

Tekeningen en tekstvakken op het scherm weergeven     Selecteer deze optie om objecten weer te geven die zijn gemaakt met de hulpmiddelen voor tekenen in de afdrukweergave of webpaginaweergave. Schakel dit selectievakje uit als u tekeningen wilt verbergen en de weergave van documenten met veel tekeningen wilt versnellen. Tekeningen worden wel gewoon afgedrukt als u dit selectievakje uitschakelt.

Tekstanimatie weergeven     Selecteer deze optie om tekstanimaties weer te geven op het scherm. Schakel het selectievakje uit als u wilt zien hoe de tekst eruitziet wanneer deze wordt afgedrukt.

Gebruik deze optie wanneer u tekst met animaties bekijkt in documenten die zijn gemaakt in een eerdere versie van Word dan Word 2007. In de huidige versie van Word kunt u geen tekst met animaties meer maken.

Stuurcodes weergeven     Selecteer deze optie om stuurcodes weer te geven voor tekst die van rechts naar links wordt gelezen.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Bladwijzers weergeven     Selecteer deze optie om bladwijzers weer te geven op het scherm. Als u een bladwijzer toewijst aan een item, wordt het item met de bladwijzer weergegeven tussen vierkante haken ([...]). Als u een bladwijzer toewijst aan een locatie, wordt de bladwijzer weergegeven als een I-balk. De haken en de I-balk worden niet weergegeven in afgedrukte documenten.

Infolabels weergeven     Selecteer deze optie om een paarse stippellijn weer te geven onder tekst die wordt herkend als een infolabel.

Tekstafbakeningen weergeven     Selecteer deze optie om stippellijnen weer te geven rond tekstmarges, kolommen en alinea's. De afbakeningen zijn alleen bedoeld voor opmaakdoeleinden en worden dus niet afgedrukt.

Bijsnijdmarkeringen     Selecteer deze optie om de hoeken van de marges weer te geven.

Veldcodes weergeven in plaats van de waarden     Selecteer deze optie om veldcodes weer te geven in uw documenten in plaats van veldresultaten. U ziet dan bijvoorbeeld { TIME @\"d MMMM yyyy" } in plaats van 4 februari 2008. Schakel dit selectievakje uit om veldresultaten weer te geven.

Ongeacht deze instelling, kunt u altijd schakelen tussen het weergeven van veldcodes en veldresultaten door op Alt+F9 te drukken.

Arcering veld     Deze optie bepaalt of en wanneer velden worden gearceerd. Selecteer in de lijst Altijd of Indien geselecteerd om velden te arceren. U kunt velden arceren om ze eenvoudiger te kunnen herkennen. De arcering wordt alleen weergegeven op het scherm, niet in het afgedrukte document.

Cijfer     Deze optie bepaalt hoe cijfers worden weergegeven in documenten. Selecteer een item in de lijst.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Arabische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Arabisch Selecteer deze optie om cijfers weer te geven in een getalnotatie voor mensen die Engels of een andere Europese taal spreken.

  • Hindi Selecteer deze optie om cijfers weer te geven in een getalnotatie voor mensen die Arabisch of Hindi spreken.

  • Context Selecteer deze optie om cijfers weer te geven op basis van de taal van de omringende tekst.

  • Systeem Selecteer deze optie om cijfers weer te geven op basis van de landinstellingen in het Configuratiescherm.

Maandnamen     Met deze optie wordt bepaald hoe Westerse (Gregoriaanse) maandnamen worden weergegeven in Arabische tekst. Selecteer een item in de lijst.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Arabische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Arabisch Selecteer deze optie om Arabische maandnamen te gebruiken.

  • Engels, getranscribeerd Selecteer deze optie om Westerse (Gregoriaanse) maandnamen te spellen volgens de Engelse uitspraak met behulp van Arabische tekst.

  • Frans, getranscribeerd Selecteer deze optie om Westerse (Gregoriaanse) maandnamen te spellen volgens de Franse uitspraak met behulp van Arabische tekst.

Diakritische tekens     Met deze optie worden diakritische tekens weergegeven in het document.

Deze optie is alleen beschikbaar als er voor het bewerken van tekst een taal is ingeschakeld waarin diakritische tekens worden gebruikt.

  • Deze kleur gebruiken voor diakritische tekens Selecteer deze optie om een kleur op te geven voor de weergave van alle diakritische tekens, ongeacht de kleur van de diakritische tekens in het oorspronkelijke document. Selecteer een kleur in de lijst.

Conceptlettertype gebruiken in de concept- en overzichtsweergave     Op computers met zeer beperkte bronnen selecteert u deze optie om documenten sneller weer te geven op het scherm.

  • Naam     Selecteer het lettertype dat u wilt gebruiken voor concepten van documenten. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer u het selectievakje Conceptlettertype gebruiken in de concept- en overzichtsweergave inschakelt.

  • Grootte     Selecteer de puntgrootte van het conceptlettertype. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer u het selectievakje Conceptlettertype gebruiken in de concept- en overzichtsweergave inschakelt.

Documentweergave     Met deze optie bepaalt u de tekstrichting voor nieuwe documenten.

Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Van rechts naar links Selecteer deze optie om documenten van rechts naar links in te delen. Alinea’s beginnen dan bijvoorbeeld aan de rechterkant van een document en de tekst loopt naar links.

  • Van links naar rechts Selecteer deze optie om documenten van links naar rechts in te delen. Alinea’s beginnen dan bijvoorbeeld aan de linkerkant van een document en de tekst loopt naar rechts.

Lettertype vervangen     Klik hierop om het dialoogvenster Lettertype vervangen te openen. Gebruik deze optie om te bepalen of in het actieve document lettertypen worden gebruikt die niet beschikbaar zijn op uw computer. Als dat het geval is, kunt u in het dialoogvenster een vervangend lettertype opgeven.

Naar boven

Weergeven

Dit aantal onlangs geopende documenten weergeven     Geef het aantal items op dat u wilt weergeven in de lijst Recente documenten. U kunt een waarde opgeven uit het bereik 1-50.

Alleen de eerste negen bestanden in de lijst kunnen worden geopend met een toegangstoets. U kunt deze documenten openen door op 1 tot en met 9 te drukken nadat u op Alt+F hebt gedrukt.

Afmetingen weergeven in eenheden van     Selecteer de maateenheid die u wilt gebruiken voor de horizontale liniaal en voor afmetingen die u in dialoogvensters opgeeft.

Breedte van deelvenster met opmaakgebied in de concept- en overzichtsweergave     Typ een positief decimaal getal, zoals 0,5, in het vak om het stijlgebied te openen. U ziet dan de namen van de stijlen die zijn toegepast op tekst. Typ 0 om het stijlgebied te sluiten.

Afmetingen in tekenbreedte weergeven     Selecteer deze optie om de tekenbreedte te gebruiken als basis voor het uitlijnen van tekst, zoals op de verticale en horizontale liniaal.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Pixels weergeven voor HTML-functies     Selecteer deze optie om pixels te gebruiken als de standaardmaateenheid in dialoogvensters die betrekking hebben op HTML-functies.

Alle vensters op de taakbalk weergeven     Selecteer deze optie om op de taakbalk van Windows een pictogram weer te geven voor elk geopend venster in een Microsoft Office-programma. Als u dit selectievakje uitschakelt, wordt op de taakbalk één pictogram weergegeven voor elk geopend programma.

Sneltoetsen weergeven in scherminfo     Selecteer deze optie om sneltoetsen weer te geven in scherminfo.

Horizontale schuifbalk weergeven     Selecteer deze optie om de horizontale schuifbalk onderaan het documentvenster weer te geven.

Verticale schuifbalk weergeven     Selecteer deze optie om de verticale schuifbalk aan de zijkant van het documentvenster weer te geven.

  • Linkerschuifbalk Selecteer deze optie om de verticale schuifbalk aan de linkerkant van het documentvenster weer te geven. Gebruik deze optie als u werkt met documenten waarin tekst voornamelijk van rechts naar links is geschreven.

    Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Verticale liniaal weergeven in de afdrukweergave     Selecteer deze optie om de verticale liniaal weer te gegeven aan de zijkant van het doucmentvenster. Schakel ook het selectievakje Liniaal in de groep Weergeven/verbergen in op het tabblad Beeld van het lint, een onderdeel van de Microsoft Office Fluent-gebruikersinterface.

  • Rechterliniaal weergeven in de afdrukweergave Selecteer deze optie om de verticale liniaal weer te gegeven aan de rechterkant van het documentvenster.

    Deze optie is alleen beschikbaar als een taal van rechts naar links is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

Tekenpositionering voor indeling optimaliseren i.p.v. leesbaarheid     Selecteer deze optie om de tekenpositionering nauwkeurig weer te geven, zoals deze wordt weergegeven in het afgedrukte document wat betreft blokken tekst. De afstand tussen tekens kan vervormd zijn wanneer deze optie is ingeschakeld. Voor een optimale leesbaarheid op het scherm moet u deze optie uitschakelen.

Naar boven

Afdrukken

Conceptkwaliteit gebruiken     Selecteer deze optie om het document met minimale opmaak af te drukken, zodat het afdrukken mogelijk sneller gaat. Er zijn niet veel printers die ondersteuning bieden voor deze functie.

Afdrukken op de achtergrond     Selecteer deze optie om documenten op de achtergrond af te drukken, zodat u gewoon door kunt blijven werken tijdens het afdrukken. Deze optie vereist meer beschikbaar geheugen, zodat u tegelijkertijd kunt werken en afdrukken. Als u tijdens het afdrukken niet kunt verder werken aan het document, schakelt u deze optie uit.

Pagina's in omgekeerde volgorde afdrukken     Selecteer deze optie om pagina's in omgekeerde volgorde af te drukken, dus vanaf de laatste pagina in uw document. Gebruik deze optie niet voor het afdrukken van enveloppen.

XML-codes afdrukken     Selecteer deze optie om de XML-codes af te drukken voor de XML-elementen die worden toegepast op een XML-document. Er moet dan een schema aan het document zijn gekoppeld en u moet elementen toepassen die worden aangeboden in het gekoppelde schema. De codes worden weergegeven in het afgedrukte document.

Veldcodes in plaats van hun waarden afdrukken     Selecteer deze optie om veldcodes af te drukken in plaats van veldresultaten. U ziet dan bijvoorbeeld { TIME @\"d MMMM yyyy" } in plaats van 4 februari 2008.

Voorzijde van vel bedrukken ten behoeve van dubbelzijdig afdrukken     Selecteer deze optie om de voorzijde van elk vel te bedrukken als er wordt afgedrukt op een printer die niet dubbelzijdig kan afdrukken. De pagina's worden in omgekeerde volgorde afgedrukt, zodat u de stapel alleen hoeft om te draaien om de pagina's vervolgens in de juiste volgorde op de achterzijde te bedrukken.

Achterzijde van vel bedrukken ten behoeve van dubbelzijdig afdrukken     Selecteer deze optie om de achterzijde van elk vel te bedrukken als er wordt afgedrukt op een printer die niet dubbelzijdig kan afdrukken. De pagina's worden in oplopende volgorde afgedrukt, zodat ze overeenkomen met een stapel pagina's die eerder in omgekeerde volgorde op de voorkant is afgedrukt.

Inhoud aanpassen voor papierformaat A4 of 8,5 x 11"     Selecteer deze optie om documenten die zijn ontworpen voor papier van 8,5 bij 11 inch automatisch passend te maken voor A4-papier en documenten die zijn ontworpen voor A4-papier passend te maken voor papier van 8,5 bij 11 inch. Deze optie wordt alleen gebruikt als het A4-papier of papier van 8,5 bij 11 inch in de printer niet overeenkomt met het papierformaat dat is ingesteld op het tabblad Pagina-indeling van Word. Deze optie heeft alleen gevolgen voor afdrukken, niet voor de opmaak.

Standaardpapierlade     Hier ziet u de printerlade die standaard wordt gebruikt. Als u de instellingen van uw printer wilt overnemen, selecteert u Printerinstellingen gebruiken. Als u een bepaalde papierlade wilt gebruiken, selecteert u deze in de lijst. De waarden in de lijst worden bepaald door de configuratie van uw printer.

Naar boven

Bij het afdrukken van dit document

Bij het afdrukken van dit document     Selecteer het document waarop u deze afdrukinstellingen wilt toepassen. Selecteer in de lijst de naam van een document dat al is geopend of selecteer Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

PostScript over tekst heen afdrukken     Selecteer deze optie om PostScript-code af te drukken wanneer een document PRINT-velden bevat.

Alleen de gegevens van een formulier afdrukken     Selecteer deze optie om alleen de gegevens af te drukken die zijn ingevoerd in een onlineformulier, dus niet het formulier zelf.

Naar boven

Opslaan

Vragen voor het opslaan van Normal.dot     Selecteer deze optie om bij het afsluiten van Word een bericht weer te geven met de vraag of u eventuele wijzigingen in de standaardsjabloon wilt opslaan. Aangezien wijzigingen in de standaardsjabloon van invloed zijn op alle nieuwe documenten die u maakt, is het raadzaam om te worden gewaarschuwd wanneer de sjabloon is gewijzigd. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden wijzigingen automatisch opgeslagen zonder dat er een bericht wordt weergegeven.

Altijd back-up maken     Selecteer deze optie om telkens wanneer u een document opslaat ook een back-up te maken. Elke back-up vervangt de vorige back-up. U herkent een back-up aan de tekst 'Back-up van' vóór de bestandsnaam en de bestandsnaamextensie .wbk. De back-ups worden opgeslagen in dezelfde map als het originele document.

Extern opgeslagen bestanden kopiëren naar uw computer en het externe bestand bijwerken tijdens het opslaan     Selecteer deze optie om tijdelijk ook een lokale kopie op te slaan van een bestand dat u opslaat in een netwerk of op een verwisselbaar station. Als u de lokale kopie opslaat, worden wijzigingen opgeslagen in de oorspronkelijke kopie. Als het oorspronkelijke bestand niet beschikbaar is, wordt u gevraagd om het bestand op te slaan op een andere locatie om gegevensverlies te voorkomen.

Opslaan op achtergrond toestaan     Selecteer deze optie om uw document op te slaan terwijl u werkt. U ziet een voortgangsbalk op de statusbalk wanneer het document op de achtergrond wordt opgeslagen.

Naar boven

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document

Kwaliteit behouden bij het delen van dit document     Selecteer het document waarop u deze instellingen wilt toepassen. Selecteer in de lijst de naam van een document dat al is geopend of selecteer Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

Infolabels opslaan als XML-eigenschappen in webpagina's     Selecteer deze optie om alle infolabels in een document op te slaan als XML (Extensible Markup Language) binnen een HTML-bestand (Hypertext Markup Language).

Formuliergegevens opslaan als tekstbestand met scheidingstekens     Selecteer deze optie om de gegevens die worden ingevoerd in een onlineformulier op te slaan als één, door tabs gescheiden tekstbestand met de indeling Tekst zonder opmaak. U kunt de inhoud van het bestand vervolgens importeren in een database.

Taalkundige gegevens insluiten     Selecteer deze optie om taalkundige gegevens op te slaan, zoals spraak en handgeschreven tekst.

Infolabels insluiten     Selecteer deze optie om infolabels op te slaan als onderdeel van het document.

Naar boven

Algemeen

Feedback met geluid     Selecteer deze optie om geluiden toevoegen aan bepaalde acties of gebeurtenissen in Word en andere programma's in 2007 Microsoft Office-systeem. U kunt bijvoorbeeld instellen dat er een geluid wordt afgespeeld wanneer een proces is voltooid. Als u het geluid wilt wijzigen dat is gekoppeld aan een gebeurtenis, opent u de map voor geluiden en audioapparaten in het Configuratiescherm. Voor het afspelen van de meeste geluiden is een geluidskaart in uw computer vereist.

Feedback met animatie     Selecteer deze optie om bewegingen van de aanwijzer in Word en andere Office-programma's van animatie te voorzien. Met deze optie kunt u ook cursors met animatie gebruiken voor bewerkingen zoals afdrukken, opslaan, automatische opmaak en zoeken en vervangen.

Conversie van bestandsindeling bevestigen bij openen     Selecteer deze optie om het conversieprogramma te kiezen dat in Word wordt gebruikt om bestanden te openen die in een ander programma zijn gemaakt. Schakel dit selectievakje uit als er automatisch een conversieprogramma moet worden geselecteerd.

Automatische koppelingen bijwerken bij openen     Selecteer deze optie om automatisch inhoud bij te werken die is gekoppeld aan andere bestanden wanneer u een document opent.

Openen van documenten in de conceptweergave toestaan     Selecteer deze optie om een document te kunnen openen in de conceptweergave.

Als u een document standaard wilt openen in de conceptweergave, moet u deze optie inschakelen en vervolgens op het tabblad Weergave in de groep Documentweergaven op Concept klikken. Wijzig het document en sla het document vervolgens op.

Webpagina's op achtergrond openen toestaan     Selecteer deze optie om documenten op webpagina's op de achtergrond te openen terwijl u werkt. U ziet een voortgangsbalk op de statusbalk wanneer de pagina op de achtergrond wordt geopend in Word.

Achtergrondpaginering inschakelen     Selecteer deze optie om documenten automatisch te pagineren terwijl u werkt. Deze optie is alleen beschikbaar in de concept- en overzichtsweergaven. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden paginanummers pas bijgewerkt (als deze worden weergegeven op de statusbalk) wanneer u overschakelt naar de afdrukweergave.

Fouten in gebruikersinterface van invoegtoepassingen weergeven     Selecteer deze optie om foutberichten weer te geven van programma's waarmee de gebruikersinterface wordt aangepast. Deze optie is vooral handig voor ontwikkelaars van softwareoplossingen omdat hiermee informatie beschikbaar komt voor het opsporen van fouten in aanpassingen van de gebruikersinterface.

Postadres     Typ het adres dat u wilt gebruiken als het standaardretouradres voor enveloppen en brieven.

Bestandslocaties     Klik hierop als u de standaardlocatie wilt zien voor de opslag van documenten, sjablonen en andere items die u maakt en gebruikt in Word. Klik in het dialoogvenster Bestandslocaties op het item dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op Wijzigen om een nieuwe standaardlocatie in te stellen.

De standaardlocaties voor sjablonen en de map Opstarten worden behandeld als vertrouwde locaties. Als u de locatie van deze mappen wijzigt, moet de nieuwe map zich ook op een veilige locatie bevinden.

Webopties     Klik hierop om het dialoogvenster Webopties te openen. Gebruik dit dialoogvenster om opties in te stellen voor het maken van webpagina's met Word.

Serviceopties     Klik hierop om het dialoogvenster Serviceopties te openen. Gebruik dit dialoogvenster om opties in te stellen voor gedeelde werkruimten.

Naar boven

Compatibiliteit

Documenten in Engelse Word 6.0/95     Met deze optie bepaalt u de voorkeuren voor het converteren van tekst. Eerdere versies van Word werden soms gebruikt in combinatie met programma's van derden om in Engelstalige versies van Microsoft Windows ondersteuning te bieden voor Chinees of Koreaans. Als het gebruik van deze invoegtoepassingen tot gevolg heeft dat de tekst niet goed wordt weergegeven in een document dat u probeert te openen, kunt u het document met deze opties converteren om de tekst wel goed weer te geven. Als u het bestand zonder problemen hebt geopend, moet u niet vergeten om deze optie opnieuw in te stellen op Normaal openen. Als u dat niet doet, worden correct opgeslagen bestanden mogelijk niet goed geopend.

Deze optie is alleen beschikbaar als een Oost-Aziatische taal is ingeschakeld voor het bewerken van tekst.

  • Bevatten Aziatische tekst Selecteer deze optie als u weet dat het document Oost-Aziatische tekst bevat, zodat de tekst juist wordt weergegeven.

  • Normaal openen Selecteer deze optie nadat het bestand is geopend om de tekst juist weer te geven.

  • Autodetectie van Aziatische tekst Selecteer deze optie als u niet zeker weet of het document Oost-Aziatische tekst bevat. Er wordt dan geprobeerd om de Oost-Aziatische tekst automatisch te bepalen en correct weer te geven.

Naar boven

Compatibiliteitsopties voor

Compatibiliteitsopties voor     Selecteer het document waarop u deze instellingen wilt toepassen. Selecteer in de lijst de naam van een document dat al is geopend of selecteer Alle nieuwe documenten om de instelling toe te passen op alle documenten die u gaat maken.

Document indelen alsof het is gemaakt in     Selecteer het tekstverwerkingsprogramma dat naar verwachting zal worden gebruikt om het document te openen. De instellingen in de lijst Opties voor indeling veranderen afhankelijk van het tekstverwerkingsprogramma dat u selecteert. U kunt uw eigen configuratie van instellingen opgeven door Aangepast te selecteren.

Opties voor indeling     Hier ziet u de opties voor het opmaken van het document. Schakel de selectievakjes in van de opties die u wilt gebruiken.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×