Opties voor 3D-kaarten-scènes opgeven

Gebruik tijdopties om te bepalen hoelang een rondleidingsscène duurt en de duur tussen scènes in te stellen. Gebruik effecten om een scène te markeren met cirkelvormige bewegingen, draaiingen, pannen of in-/uitzoomen.

De duur van de overgang tussen scènes wijzigen

Een overgang is de tijdsduur tussen twee scènes. Daarom moet een rondleiding uit minimaal twee scènes bestaan als u een overgang wilt opnemen.

(Hierdoor heeft de eerste scène in een rondleiding geen overgang. Deze wordt direct gestart.)

  1. Selecteer de volgende scène in de rondleiding.

    (Selecteer bijvoorbeeld de tweede scène als u de tijd tussen de eerste en tweede scène wilt instellen.)

  2. Klik op Start > Opties voor scènes.

  3. Selecteer onder Effecten in het vak Overgangsduur (sec) het gewenste aantal seconden tussen de scènes op.

    Besturingselement voor overgangsduur

Opmerking: 

  • De eerste scène in een rondleiding heeft geen overgang. Deze wordt direct gestart.

  • Standaard is een overgang tussen scènes drie seconden.

  • Bij een overgang van nul seconden wordt de volgende scène direct gestart.

  • Een overgang legt altijd de hele afstand tussen twee scènes af.

    Wanneer een scène bijvoorbeeld overgaat van Oost-Azië naar Europa, draait de wereldbol mee tijdens de overgang. De wereldbol kan omhoog of omlaag draaien, afhankelijk van de positie van elke scène ten opzichte van de evenaar.

  • Tijdens een overgang blijven tekstvakken, aantekeningen en de laatste staat van de gegevens uit de vorige scène behouden, totdat de nieuwe scène wordt gestart.

  • Overgangen zijn zo ontworpen dat deze zo min mogelijk draaien tussen scènes.

Opgeven hoelang een scène duurt

Met de duurwaarde van een scène wordt bepaald hoe lang de scène duurt en hoe snel de geografische gegevens worden weergegeven en bijgewerkt op de kaart.

  1. Selecteer de scène waarmee u wilt werken.

  2. Klik op Start > Opties voor scènes.

  3. Geef in het vak Duur van scène (sec) het aantal seconden op dat de scène moet duren.

    Geef desgewenst een naam op voor de scène in het vak Naam van scène.

    Besturingselement voor Scèneduur

Het effect opgeven dat u wilt toepassen

Gebruik effecten om een scène te markeren met cirkelvormige bewegingen, draaiingen, pannen of in-/uitzoomen.

  1. Selecteer de scène waarmee u wilt werken.

  2. Klik op Start > Opties voor scènes.

  3. Kies het gewenste effect in het vak Effect en pas de schuifregelaar Snelheid van effect aan om de snelheid en of afstand van het effect te bepalen.

    Selectievak voor effecten

Opmerking: 

  • De effecten Cirkel en Figuur 8 bewegen met een herhalende, cirkelvormige beweging.

  • De effecten Dolly en Wereldbol draaien bewegen met de klok mee in een rechte lijn.

  • Met het effect Inzoomen wordt ingezoomd op de scène, waarbij de wereldbol gedurende de hele scène steeds groter wordt totdat de uiteindelijke positie van de scène is bereikt.

  • Met het effect Overvliegen beweegt de wereldbol, afhankelijk van de positie van de scène, omlaag (noordelijk halfrond) of omhoog (zuidelijk halfrond).

  • Alle effecten worden weergegeven gedurende de hele duur van een scène.

  • Met de schuifregelaar Snelheid van effect kunt u de snelheid van de wereldbol of het aantal cirkelvormige bewegingen in de scène instellen.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×