Navigeren of schuiven in een werkblad

Er zijn verschillende manieren om door een werkblad te schuiven. Zo kunt u bijvoorbeeld de pijltoetsen, de schuifbalken of de muis gebruiken om te navigeren tussen de cellen en om snel naar andere delen van het werkblad te gaan.

In Excel profiteert u van verhoogde schuifsnelheden, eenvoudige manieren om naar het einde van een bereik te schuiven en scherminfo met informatie over uw positie in het werkblad. U kunt ook met de muis door keuzelijsten en schuifbalken in dialoogvensters schuiven.

Navigeren met pijltoetsen

U kunt naar een andere cel op een werkblad gaan door op de gewenste cel te klikken of de pijltoetsen te gebruiken. Wanneer u de cursor op een cel plaatst, wordt dat de actieve cel.

Ga naar

Werkwijze

Begin of einde van een bereik

Druk op Ctrl+PIJLTOETS om naar het begin en einde van elk bereik in een kolom of rij te schuiven voordat u aan het einde van het werkblad stopt.

Druk op Ctrl+Shift+een pijltoets als u naar het begin en einde van elk bereik wilt schuiven en de bereiken wilt selecteren voordat u aan het einde van het werkblad stopt.

Eén rij omhoog of omlaag

Druk op SCROLL-LOCK en druk vervolgens op PIJL-0MHOOG of PIJL-OMLAAG om één rij omhoog of omlaag te schuiven.

Eén kolom naar links of rechts

Druk op SCROLL-LOCK en druk vervolgens op PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS om één kolom naar links of rechts te schuiven.

Eén venster omhoog of omlaag

Druk op PGUP of PGDN.

Eén venster naar links of rechts

Druk op SCROLL-LOCK en houd Ctrl ingedrukt terwijl u op PIJL-LINKS of PIJL-RECHTS drukt.

Over grote afstand

Druk op SCROLL-LOCK en houd tegelijkertijd Ctrl en een pijltoets ingedrukt om snel over grote gebieden van uw werkblad te navigeren.

Opmerking: Als Scroll-Lock is ingeschakeld, wordt Scroll-Lock weergegeven op de statusbalk in Excel. Wanneer u op een pijltoets drukt terwijl Scroll-Lock is ingeschakeld, schuift u één rij omhoog of omlaag of één kolom naar links of rechts. Als u de pijltoetsen wilt gebruiken om tussen cellen te schuiven, moet u Scroll-Lock uitschakelen. Druk hiervoor op de toets Scroll-Lock (ScrLK) op het toetsenbord. Als deze toets niet op het toetsenbord aanwezig is, kunt u Scroll-Lock uitschakelen met het schermtoetsenbord. U opent het schermtoetsenbord door op het Windows-bureaublad op de knop Start te klikken en Schermtoetsenbord te typen. Als u Scroll-Lock wilt uitschakelen, klikt u op de toets ScrLK en sluit u het schermtoetsenbord.

Navigeren met schuifbalken

Als u de schuifbalken niet ziet, kunt u deze als volgt weergeven:

  1. Klik op Bestand > Opties.

    Klik in Excel 2007 op de Microsoft Office-knop afbeelding Office-knop en klik vervolgens op Opties voor Excel.

  2. Klik op Geavanceerd, zorg ervoor dat onder Weergaveopties voor deze werkmap de selectievakjes Horizontale schuifbalk weergeven en Verticale schuifbalk weergeven zijn ingeschakeld en klik op OK.

In de volgende tabel worden verschillende manieren beschreven waarop u met de schuifbalken door een werkblad kunt bladeren.

U wilt

Werkwijze

Eén rij omhoog of omlaag

Klik op de schuifpijlen knopafbeelding of knopafbeelding op de verticale schuifbalk om in het werkblad één rij omhoog of omlaag te gaan.

Eén kolom naar links of rechts

Klik op de schuifpijlen knopafbeelding of Parameterexpressie op de horizontale schuifbalk om in het werkblad één kolom naar links of rechts te gaan.

Met verhoogde snelheid door een werkblad schuiven

Houd tijdens het schuiven de muisknop onder in het scherm gedurende meer dan tien seconden ingedrukt om de schuifsnelheid te verhogen.

U verlaagt de schuifsnelheid door de muis in de tegenovergestelde richting te bewegen.

Eén venster omhoog of omlaag

Klik boven of onder het schuifblok knopafbeelding op de verticale schuifbalk.

Eén venster naar links of rechts

Klik links of rechts van het schuifblok knopafbeelding op de horizontale schuifbalk.

Over grote afstand

Houd Shift ingedrukt terwijl u het schuifblok knopafbeelding sleept.

Notities: 

  • Wanneer u met de schuifblokken door een werkblad navigeert, worden de rijnummers of de kolomletters (of getallen als het verwijzingstype R1K1 is opgegeven voor het werkblad) in de vorm van scherminfo weergegeven, zodat u weet waar u zich bevindt in het werkblad.

  • De grootte van het schuifblok is een indicatie van de grootte van het gedeelte van het gegevensblad dat in het venster zichtbaar is in verhouding tot het gehele gegevensblad. De positie van het schuifblok geeft de positie van het zichtbare gebied in het werkblad aan.

  • U kunt het venster snel splitsen en gelijktijdig in twee of vier deelvensters schuiven. Wijs de splitsbalk splitsvak op de verticale of de horizontale schuifbalk aan. Wanneer de aanwijzer verandert in een pijl met twee punten horizontale pijl met twee punten , sleept u de splitsbalk naar de positie in het werkblad waar u het venster wilt splitsen. Dubbelklik op de splitsbalk om deze te verwijderen.

Schuiven en in- of uitzoomen met de muis

Sommige muizen en andere aanwijsapparaten, zoals Microsoft IntelliMouse, beschikken over ingebouwde schuif- en zoommogelijkheden waarmee u kunt schuiven en in- en uitzoomen op uw werkblad of grafiekblad. U kunt ook met de muis door dialoogvensters met keuzelijsten en schuifbalken schuiven. Raadpleeg de documentatie bij uw aanwijsapparaat voor meer informatie.

Handeling

Actie

Een paar rijen omhoog of omlaag schuiven

Draai het muiswiel vooruit of achteruit.

Met verhoogde snelheid door een werkblad schuiven

Houd tijdens het schuiven de muisknop onder in het scherm gedurende meer dan tien seconden ingedrukt om de schuifsnelheid te verhogen.

U verlaagt de schuifsnelheid door de muis in de tegenovergestelde richting te bewegen.

Door een werkblad pannen

Houd het muiswiel ingedrukt en sleep de aanwijzer in de gewenste schuifrichting van het beginpunt knopvlak af. Als u sneller wilt schuiven, sleept u de aanwijzer verder van het beginpunt af. Als u langzamer wilt schuiven, sleept u de aanwijzer dichter naar het beginpunt toe.

Automatisch door een werkblad pannen

Klik op het muiswiel en verplaats de muis in de richting waarin u door het werkblad wilt schuiven. Als u sneller wilt schuiven, sleept u de aanwijzer verder van het beginpunt af. Als u langzamer wilt schuiven, sleept u de aanwijzer dichter naar het beginpunt toe. Klik op een van de muisknoppen om het automatisch schuiven uit te schakelen.

In- of uitzoomen

Houd Ctrl ingedrukt en draai het IntelliMouse-muiswiel vooruit of achteruit. Het zoompercentage wordt weergegeven op de statusbalk.

Details weergeven in overzichten

Wijs een cel met overzichtsgegevens aan. Houd vervolgens Shift ingedrukt en draai het muiswiel vooruit.

Details in overzichten verbergen

Wijs een cel aan waarin zich detailgegevens bevinden. Houd vervolgens Shift ingedrukt en draai het muiswiel achteruit.

Meer hulp nodig?

U kunt altijd uw vraag stellen aan een expert in de Excel Tech Community, ondersteuning vragen in de Answer-community of een nieuwe functie of verbetering voorstellen in Excel User Voice.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×