Office
Aanmelden

LOG, functie

Berekent de logaritme van een getal met het door u opgegeven grondtal.

Syntaxis

LOG(getal;grondtal)

getal     is het positieve reële getal waarvan u de logaritme wilt berekenen.

Grondtal     is het grondtal van de logaritme. Als grondtal wordt weggelaten, wordt aangenomen dat het de waarde 10 heeft.

Voorbeelden

Formule

Beschrijving (resultaat)

=LOG(10)

De logaritme van 10 (1)

=LOG(8;2)

De logaritme van 8 voor het grondtal 2 (3)

=LOG(86;2,7182818)

De logaritme van 86 voor het grondtal e (4,454347)

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×