Kolommen in gegevensbladen toevoegen of verwijderen

In Microsoft Office Access 2007 kunt u op verschillende manieren kolommen aan een gegevensblad toevoegen of daaruit verwijderen. Het is nu mogelijk om de gegevensbladweergave te gebruiken om kolommen toe te voegen of te verwijderen en de gegevenstypen voor die kolommen in te stellen. Daarnaast kunt u velden toevoegen vanuit een taakvenster, of de tabel openen die aan het gegevensblad ten grondslag ligt en een veld toevoegen in de ontwerpweergave. In dit onderwerp wordt het gebruik van alle genoemde methoden uitgelegd.

Opmerking: Dit onderwerp bevat uitleg bij enkele taken die u in een gegevensblad kunt uitvoeren. Niet alle taken komen echter aan bod.

Zie Een leeg gegevensblad openen voor meer informatie over het maken en gebruiken van gegevensbladen.

Wat wilt u doen?

Kolommen in gegevensbladen

Een kolom toevoegen in de gegevensbladweergave

Een kolom verwijderen in de gegevensbladweergave

Een kolom toevoegen in de ontwerpweergave

Een kolom verwijderen in de ontwerpweergave

Toewijzing van gegevenstypen tijdens het invoeren van gegevens

Gegevenstypen instellen die niet automatisch worden toegewezen in de gegevensbladweergave

Tekst met opmaak inschakelen voor een memoveld

Een kolom converteren naar een opzoekveld

Kolommen in gegevensbladen

Een gegevensblad is een visuele voorstelling van de informatie in een databasetabel of de resultaten van een query. Een kolom in een gegevensblad komt overeen met een veld in een databasetabel. Wanneer u een kolom toevoegt aan of verwijdert uit een gegevensblad, wordt meteen ook het overeenkomende veld in de tabel toegevoegd of verwijderd. Als dat veld gegevens bevat, worden die gegevens ook verwijderd.

Nieuwe functies voor het werken met kolommen

In Office Access 2007 verloopt het toevoegen of verwijderen van een tabelveld sneller en eenvoudiger omdat u deze taken nu kunt uitvoeren in de gegevensbladweergave. Alle tabellen in de gegevensbladweergave bevatten nu standaard een lege kolom met de naam Nieuw veld toevoegen. Als u een kolom wilt toevoegen, typt u gegevens in de eerste lege cel onder de betreffende kolomkop. U kunt ook gegevens in de lege kolom plakken. De ontwerpweergave hoeft niet meer te worden gebruikt voor het toevoegen of verwijderen van kolommen (maar het kan wel).

Bovendien hoeft u de veelgebruikte gegevenstypen niet meer in te stellen voor de nieuwe kolom. De velden in een databasetabel moeten standaard bepaalde typen gegevens bevatten, zoals tekst, datums en tijden, getallen, enzovoort. Meestal stelt u de gegevenstypen in bij het ontwerpen van de tabellen voor een database. In Access worden nu echter de meeste gegevenstypen automatisch toegewezen wanneer u voor het eerst gegevens in een nieuwe kolom invoert. Als u bijvoorbeeld een naam in het eerste veld van een nieuwe tabel typt, wordt het gegevenstype van dat veld ingesteld op Tekst. Als u een datum plakt, wordt voor het veld het gegevenstype Datum/tijd ingesteld, enzovoort. Als u een combinatie van gegevens plakt, zoals postcodes uit verschillende landen/regio's, wordt het gegevenstype geselecteerd waarin de informatie het beste behouden blijft, meestal het gegevenstype Tekst. Zie de sectie Toewijzing van gegevenstypen tijdens het invoeren van gegevens verderop in dit artikel voor meer informatie over dit onderwerp.

Opmerking: U kunt de gegevensbladweergave niet gebruiken voor het instellen van alle beschikbare gegevenstypen. Houd er tevens rekening mee dat relationele databases aan een reeks ontwerpregels moeten voldoen.

Zie Een leeg gegevensblad openen voor meer informatie over het gebruik van de gegevensbladweergave en het instellen van gegevenstypen. Als u niet bekend bent met ontwerpregels voor relationele databases kunt u meer informatie vinden in Beginselen van databaseontwerp.

In de volgende gedeelten wordt stap voor stap uitgelegd hoe u kolommen in gegevensbladen kunt toevoegen en verwijderen in de gegevensbladweergave en de ontwerpweergave.

Naar boven

Een kolom toevoegen in de gegevensbladweergave

In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u de gegevensbladweergave kunt gebruiken om een kolom aan een gegevensblad toe te voegen, een kolom een naam te geven en gegevens in te voeren. Door het volgen van deze stappen wordt er een veld toegevoegd en gewijzigd in de tabel die ten grondslag ligt aan uw gegevensblad.

  1. Zoek in het navigatiedeelvenster de tabel op waaraan u het veld wilt toevoegen en dubbelklik op deze tabel.

    De tabel wordt geopend in de gegevensbladweergave.

  2. Schuif naar de rechter- of linkerzijde van het gegevensblad (volgens de land- en taalinstellingen van Windows) en ga naar de lege kolom.

    De woorden Nieuw veld toevoegen worden standaard weergegeven in de kolomkop van de lege kolom. In de volgende afbeelding ziet u een lege kolom.

    Een nieuw veld in een gegevensblad

  3. Dubbelklik op de kolomkop en typ een naam voor het nieuwe veld.

    -of-

    Klik met de rechtermuisknop op de kolomkop en klik op Kolomnaam wijzigen in het snelmenu. Typ vervolgens een naam voor het veld.

  4. Typ enkele gegevens in de eerste lege rij onder de kop.

    -of-

    Plak een of meer gegevenselementen in het veld, te beginnen met de eerste lege cel.

    Sla uw wijzigingen op.

    In Access wordt aan de hand van het soort gegevens dat u invoert een gegevenstype voor het veld ingesteld. Als u bijvoorbeeld een naam typt, wordt het gegevenstype ingesteld op Tekst.

    Zie de sectie Toewijzing van gegevenstypen tijdens het invoeren van gegevens verderop in dit artikel voor meer informatie over het instellen van gegevenstypen in Access. Zie de sectie Gegevenstypen instellen die niet automatisch worden toegewezen in de gegevensbladweergave, eveneens verderop in dit artikel, voor informatie over het handmatig instellen van gegevenstypen.

Naar boven

Een kolom verwijderen in de gegevensbladweergave

Houd rekening met het volgende voordat u een kolom uit een gegevensblad verwijdert:

De kolom verwijderen

  1. Klik met de rechtermuisknop op de veldnamenrij van de kolom die u wilt verwijderen.

  2. Klik op Kolom verwijderen in het snelmenu.

  3. Klik op Ja om de verwijdering te bevestigen.

  4. Sla uw wijzigingen op.

Naar boven

Een kolom toevoegen in de ontwerpweergave

Als u bekend bent met eerdere versies van Access, hebt u waarschijnlijk enige ervaring met het gebruik van de ontwerpweergave. In Office Access 2007 is dit hulpprogramma niet gewijzigd. De ontwerpweergave biedt meer flexibiliteit dan de gegevensbladweergave, omdat u zonder de ontwerpweergave te hoeven verlaten alle beschikbare gegevenstypen kunt instellen en een opzoekveld kunt maken.

De kolom toevoegen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Ontwerpweergave in het snelmenu.

    -of-

    Klik op de statusbalk van Access op Ontwerpweergave.

  2. Selecteer een lege rij in de kolom Veldnaam en typ een naam voor het nieuwe veld.

  3. Selecteer in de kolom Gegevenstype (naast de nieuwe veldnaam) een gegevenstype voor de nieuwe kolom.

  4. Sla uw wijzigingen op.

Naar boven

Een kolom verwijderen in de ontwerpweergave

De regels voor het verwijderen van een kolom in de gegevensbladweergave zijn ook van toepassing op het werken in de ontwerpweergave. Als u een kolom verwijdert, verliest u alle gegevens in die kolom. Daarnaast moet u, voordat u een primaire sleutel of een opzoekveld kunt verwijderen, eerst de relaties van die velden verwijderen.

Zie Beginselen van databaseontwerp, De primaire sleutel toevoegen, instellen, wijzigen of verwijderen en Een opzoekveld toevoegen of wijzigen waarin u meerdere waarden kunt opslaan voor meer informatie.

De kolom verwijderen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Ontwerpweergave in het snelmenu.

    -of-

    Klik op de statusbalk van Access op Ontwerpweergave.

  2. Selecteer het veld dat (of de rij die) u wilt verwijderen.

  3. Klik op het tabblad Ontwerpen, in de groep Extra, op Rijen verwijderen.

    -of-

    Druk op DELETE.

  4. Sla uw wijzigingen op.

Naar boven

Toewijzing van gegevenstypen tijdens het invoeren van gegevens

Wanneer u een leeg gegevensblad maakt, wordt aan elk veld automatisch een gegevenstype toegewezen wanneer u voor het eerst gegevens in dat veld invoert. De volgende tabel bevat een overzicht van de verschillende soorten gegevens die u kunt invoeren en het gegevenstype dat automatisch aan elk type gegevens wordt toegewezen.

Opmerking: De gegevenstypen Bijlage of OLE-object worden niet automatisch ingesteld wanneer u gegevens invoert in een veld. Ook kan tekst met opmaak niet worden ingeschakeld door gegevens in te voeren in een veld.

Zie Een leeg gegevensblad openen voor meer informatie over het instellen van deze gegevenstypen en het inschakelen van tekst met opmaak.

In de onderstaande tabel wordt aangegeven welk gegevenstype automatisch wordt ingesteld voor een veld wanneer u gegevens invoert in de gegevensbladweergave.

Als u het volgende invoert:

Wordt in Office Access 2007 een veld gemaakt met het gegevenstype:

Johan

Tekst

Een blok tekst of tekst en cijfers van meer dan 256 tekens

Memo

Opmerking: Het is niet mogelijk om in de gegevensbladweergave tekst met opmaak in te schakelen. Als u voor het memoveld een eigenschap met de naam Alleen toevoegen inschakelt, wordt bovendien standaard alle tekst verborgen zodra u de cursor in dat veld plaatst.

Zie Gegevens invoeren of bewerken in een besturingselement of kolom met ondersteuning voor tekst met opmaak voor meer informatie over tekst met opmaak.

http://www.contoso.com

In Access worden de volgende internetprotocollen herkend: http, ftp, gopher, wais, file, https, mhtml, mailto, msn, news, nntp, midi, cid, prospero, telnet, rlogin, tn3270, pnm, mms, outlook.

Opmerking: Als u wilt dat het protocol wordt herkend en het gegevenstype Hyperlink wordt toegewezen, moet u achter de naam van het protocol geen spatie typen.

Hyperlink

50000

Numeriek, Lange integer

50.000

Numeriek, Lange integer

50.000,99

Numeriek, Dubbele precisie

50000,389

Numeriek, Dubbele precisie

31.12.06

De datum- en tijdnotatie in Landinstellingen van Windows bepaalt hoe datum- en tijdgegevens in Access worden weergegeven.

Landinstellingen maken of wijzigen

In Microsoft Windows Vista

  1. Klik op de knop Start Knopafbeelding en vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Als u in het configuratiescherm de standaardweergave gebruikt, dubbelklikt u op Klok, taal en regio.

    -of-

    Als u de klassieke weergave gebruikt, dubbelklikt u op

    Landinstellingen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen verschijnt.

  3. Ga naar het tabblad Formats en klik onder Current format op Customize this format.

    Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen wordt weergegeven.

  4. Klik op het tabblad met de instellingen die u wilt aanpassen en breng uw wijzigingen aan. Als u bijvoorbeeld een getalnotatie geheel of gedeeltelijk wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Getallen en wijzigt u de gewenste instelling. U kunt Help-informatie weergeven voor een optie door op de knop Help (?) te klikken en vervolgens op de betreffende optie te klikken.

In Microsoft Windows XP (klassieke weergave)

  1. Klik in de taakbalk van Windows op Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Dubbelklik in het Configuratiescherm op Landinstellingen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen wordt weergegeven.

  3. Klik onder Standaarden en notaties op Aanpassen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen wordt weergegeven.

  4. Klik op het tabblad met de instellingen die u wilt aanpassen en breng uw wijzigingen aan. Als u bijvoorbeeld een getalnotatie geheel of gedeeltelijk wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Getallen en wijzigt u de gewenste instelling. U kunt Help-informatie weergeven voor een optie door op de knop Help (?) te klikken en vervolgens op de betreffende optie te klikken.

In Microsoft Windows XP (categorieweergave)

  1. Klik op Start op de taakbalk van Windows en vervolgens op Configuratiescherm.

    Het Configuratiescherm wordt weergegeven.

  2. Klik op Datum, tijd, taal en landinstellingen .

    Het dialoogvenster Datum, tijd, taal en landinstellingen wordt weergegeven.

  3. Klik op De notatie van getallen, datums en tijden wijzigen.

    Het dialoogvenster Landinstellingenverschijnt.

  4. Klik op Aanpassen onder Standaarden en notaties.

    Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen wordt geopend.

  5. Klik op het tabblad met de instellingen die u wilt aanpassen en breng uw wijzigingen aan. Als u bijvoorbeeld een getalnotatie geheel of gedeeltelijk wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Getallen en wijzigt u de gewenste instelling. U kunt Help-informatie weergeven voor een optie door op de knop Help (?) te klikken en vervolgens op de betreffende optie te klikken.

Datum/tijd

31 december 2006

Opmerking: U moet meer gegevens dan alleen de naam van de dag invoeren of plakken voordat het gegevenstype Datum/tijd wordt toegewezen. Als u bijvoorbeeld alleen 'Dinsdag' invoert, wordt in Access het gegevenstype Tekst geselecteerd. Als u wilt dat het gegevenstype Datum/tijd wordt toegewezen, moet u behalve de dag ook een maand invoeren.

Datum/tijd

10:50:23

Datum/tijd

10:50:00

Datum/tijd

17:50

Datum/tijd

€ 12,50

Het valutasymbool dat in Landinstellingen van Windows is opgegeven wordt herkend.

Landinstellingen maken of wijzigen

In Microsoft Windows Vista

  1. Klik op de knop Start Knopafbeelding en vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Als u in het configuratiescherm de standaardweergave gebruikt, dubbelklikt u op Klok, taal en regio.

    -of-

    Als u de klassieke weergave gebruikt, dubbelklikt u op

    Landinstellingen.

    Het dialoogvenster Landinstellingenverschijnt.

  3. Klik onder Standaarden en notaties op Aanpassen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen wordt weergegeven.

  4. Klik op het tabblad Valuta en selecteer in de lijst Valutasymbool het symbool dat u wilt gebruiken. Als u hulp nodig hebt bij een optie, klikt u op de knop Help (?) en vervolgens op de betreffende optie.

In Microsoft Windows XP (klassieke weergave)

  1. Klik in de taakbalk van Windows op Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.

    Het Configuratiescherm wordt weergegeven.

  2. Dubbelklik in het Configuratiescherm op Landinstellingen.

    Het dialoogvenster Landinstellingenwordt geopend.

  3. Klik op Aanpassen onder Standaarden en notaties.

    Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen wordt geopend.

  4. Klik op het tabblad Valuta en selecteer in de lijst Valutasymbool het symbool dat u wilt gebruiken. Als u hulp nodig hebt bij een optie, klikt u op de knop Help (?) en vervolgens op de betreffende optie.

In Microsoft Windows XP (categorieweergave)

  1. Klik op Start op de taakbalk van Windows en vervolgens op Configuratiescherm.

    Het configuratiescherm wordt weergegeven.

  2. Klik op Landinstellingen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen wordt weergegeven.

  3. Klik op De notatie van getallen, datums en tijden wijzigen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen wordt weergegeven.

  4. Klik onder Standaarden en notaties op Aanpassen.

    Het dialoogvenster Landinstellingen aanpassen wordt weergegeven.

  5. Klik op het tabblad Valuta en selecteer in de lijst Valutasymbool het symbool dat u wilt gebruiken. Als u hulp nodig hebt bij een optie, klikt u op de knop Help (?) en vervolgens op de betreffende optie.

Valuta

21,75

Numeriek, Dubbele precisie

123,00%

Numeriek, Dubbele precisie

3,46E+03

Numeriek, Dubbele precisie


Naar boven

Gegevenstypen instellen die niet automatisch worden toegewezen in de gegevensbladweergave

Sommige taken kunnen standaard niet worden uitgevoerd in de gegevensbladweergave:

  • U kunt de gegevenstypen Bijlage en OLE-object niet instellen door gegevens te plakken in een lege cel.

  • U kunt tekst met opmaak niet inschakelen voor een memoveld door gegevens te plakken. Als u tekst met opmaak wilt inschakelen, moet u in de ontwerpweergave een optie instellen voor het veld.

In dit gedeelte wordt stap voor stap uitgelegd hoe u deze taken kunt uitvoeren.

Zie Een leeg gegevensblad openen voor uitgebreide informatie over elke taak.

De gegevenstypen OLE-object of Bijlage instellen

  1. Selecteer zo nodig de lege kolom (met de naam Nieuw veld toevoegen) in uw gegevensblad.

  2. Klik op de eerste lege gegevensrij onder de kop.

  3. Klik op het tabblad Gegevensblad, in de groep Gegevenstype en opmaak, op de pijl van de vervolgkeuzelijst naast Gegevenstype en selecteer een gegevenstype.

    De lijst met gegevenstypen

  4. Sla uw wijzigingen op.

Naar boven

Tekst met opmaak inschakelen voor een memoveld

U kunt de gegevensbladweergave gebruiken om een memoveld toe te voegen aan een tabel, maar u moet de ontwerpweergave gebruiken om tekst met opmaak in te schakelen voor dat memoveld. Hierna wordt stap voor stap uitgelegd hoe u beide taken kunt uitvoeren.

Een memoveld aan een tabel toevoegen

  1. Selecteer zo nodig de lege kolom (met de naam Nieuw veld toevoegen) in uw gegevensblad.

  2. Klik op de eerste lege gegevensrij onder de kop.

  3. Klik op het tabblad Gegevensblad, in de groep Gegevenstype en opmaak, op de pijl van de vervolgkeuzelijst naast Gegevenstype en selecteer een gegevenstype.

  4. Sla uw wijzigingen op en ga door met de volgende procedure voor het inschakelen van tekst met opmaak.

Tekst met opmaak inschakelen voor een memoveld

  1. Schakel de tabel over van de gegevensbladweergave naar de ontwerpweergave. U kunt dit in Access op verschillende manieren doen:

    Als u objecttabbladen gebruikt, klikt u met de rechtermuisknop op het tabblad voor het geopende gegevensblad en klikt u op Ontwerpweergave.

    -of-

    Klik op de statusbalk van Access op Ontwerpweergave.

    -of-

    Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel waarop het gegevensblad is gebaseerd en klik vervolgens op Ontwerpweergave.

  2. Selecteer in de ontwerpweergave uw memoveld.

  3. Klik in het deelvenster Veldeigenschappen op het tabblad Algemeen en vervolgens op het pijltje in de cel naast Tekstopmaak. Selecteer daarna in de lijst de optie Tekst met opmaak.

    Hierna verschijnt een bevestigingsbericht waarin u wordt gevraagd of u de kolom inderdaad wilt converteren naar de bestandsindeling RTF (Rich Text Format). Klik op Ja als u de kolom wilt converteren.

  4. Sla uw wijzigingen op.

Naar boven

Een kolom converteren naar een opzoekveld

Standaard kunt u de gegevensbladweergave niet gebruiken om een nieuwe kolom te converteren naar een opzoekveld. Zoals u wellicht weet, worden in een opzoekveld gegevens die afkomstig zijn uit een andere bron (een tabel of een lijst met items) in de vorm van een lijst weergegeven. In Access wordt standaard een vervolgkeuzelijst gebruikt voor het weergeven van opzoekgegevens, maar in een formulier kan ook een keuzelijst (een lijst die niet kan worden geopend of gesloten) worden gebruikt.

U kunt twee soorten opzoekvelden maken, namelijk lijsten op basis van een tabel en waardenlijsten. Een lijst die op een tabel is gebaseerd, maakt gebruik van een query om gegevens uit een andere tabel te halen. Een waardelijst bevat een concrete set met waarden. In de volgende procedure wordt uitgelegd hoe u beide typen lijsten kunt maken.

Een opzoekveld toevoegen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel waarop uw nieuwe gegevensblad is gebaseerd en klik vervolgens op Ontwerpweergave.

    -of-

    Klik op de statusbalk van Access op Ontwerpweergave.

    De tabel wordt in de ontwerpweergave geopend.

  2. Selecteer het veld dat u wilt omzetten.

    -of-

    Selecteer een lege rij in de kolom Veldnaam en typ een naam voor het nieuwe veld.

  3. Klik op het tabblad Ontwerpen, in de groep Extra, op Opzoekkolom.

    -of-

    Klik in de ontwerpweergave in de kolom Gegevenstype op de pijl omlaag en selecteer Wizard Opzoeken.

    De wizard Opzoeken wordt gestart.

  4. Voer een van de volgende stappen uit:

    • Een lijst met maken op basis van een tabel    

      1. Selecteer De waarden voor de opzoekkolom moeten worden opgezocht in een tabel of query en klik op Volgende.

      2. Selecteer een optie onder Weergave, selecteer een tabel of query in de lijst en klik vervolgens op Volgende.

        Als u waarden uit een tabel in uw opzoekveld wilt gebruiken, klikt u op Tabellen. Als u een query wilt gebruiken, klikt u op Query's. Als u een lijst met alle tabellen en query's in de database wilt weergeven, klikt u op Beide.

      3. Verplaats de velden die u in de opzoeklijst wilt weergeven vanuit het deelvenster Beschikbare velden naar het deelvenster Geselecteerde velden en klik op Volgende.

      4. Kies desgewenst een of meer sorteringen voor de velden die u in de vorige stap hebt geselecteerd. Klik vervolgens op Volgende.

      5. Stel desgewenst de breedte bij van de kolommen in de opzoeklijst en klik op Volgende.

      6. Typ desgewenst onder Welk label wilt u bij de opzoekkolom plaatsen een naam in het tekstvak.

      7. Schakel desgewenst het selectievakje Meerdere waarden toestaan in.

        Als u deze optie selecteert, kunt u meer dan één item in de lijst selecteren en opslaan.

      8. Klik op Voltooien. Als u wordt gevraagd of u de tabel wilt opslaan, klikt u op Ja.

        De opzoekquery wordt aan de nieuwe tabel toegevoegd. Standaard worden met de query de opgegeven velden opgehaald, plus de primaire-sleutelwaarden voor de brontabel. Vervolgens wordt het gegevenstype voor het opzoekveld zo ingesteld dat het overeenkomt met het gegevenstype dat voor het primaire-sleutelveld in de brontabel is ingesteld. Als in het primaire-sleutelveld in de brontabel bijvoorbeeld het gegevenstype AutoNummering wordt gebruikt, wordt het gegevenstype van het opzoekveld automatisch ook ingesteld op AutoNummering.

      9. Ga terug naar de gegevensbladweergave, ga naar het opzoekveld en selecteer een item in de lijst.

    • Een lijst maken op basis van waarden    

      1. Klik op De waarden zullen worden getypt en op Volgende.

      2. Geef in het vak Aantal kolommen het gewenste aantal kolommen voor de lijst op. Ga vervolgens naar de eerste lege cel en voer een waarde in.

        Wanneer u de eerste waarde invoert, wordt er onder de huidige cel een volgende lege cel weergegeven.

      3. Wanneer u de eerste waarde hebt ingevoerd, gaat u met de TAB-toets of de pijl-omlaag naar de volgende cel en voert u een tweede waarde in.

      4. Herhaal de stappen 2 en 3 totdat de lijst gereed is. Klik daarna op Volgende.

      5. Geef desgewenst een naam voor het nieuwe veld op en klik op Voltooien.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×