Knooppuntshapes

Het stencil Gemeenschappelijke besturingselementen bevat twee knooppuntshapes: Knooppunt (hoogste niveau) en Knooppunt (onderliggend). Verbind onderliggende shapes met shapes op het hoogste niveau om een boomstructuur te maken.

Knooppunt (hoogste niveau)

De shape Knooppunt (hoogste niveau) bevat drie verbindingspunten Verbindingspunt - blauwe X , voor een knooppunt op gelijk niveau, voor een onderliggend knooppunt en voor een shape Kleine pictogrammen.

connection point for sibling node.

Verbind een shape Knooppunt (onderliggend) met dit verbindingspunt om een knooppunt op gelijk niveau te maken.

Connection point for child node.

Verbind een shape Knooppunt (onderliggend) met dit verbindingspunt om een onderliggend knooppunt te maken.

Connection point for icon.

Verbind een shape Kleine pictogrammen met dit verbindingspunt om een pictogram toe te voegen aan het knooppunt.

Knooppunt (onderliggend)

De shape Knooppunt (onderliggend) beschikt over extensielijnen waarmee een pad wordt getrokken naar de knooppunten waarmee de shape is verbonden. U kunt de lijnen verlengen met de besturingsgreep Besturingsgrepen .

Tree node (child) shape connected to a top level shape.

Afbeelding van knop Met de extensielijnen wordt een pad getrokken van het onderliggende knooppunt naar het knooppunt op het hoogste niveau.

Afbeelding van knop Besturingsgreep waarmee u lijnen kunt verlengen.

Speciale eigenschappen

  • Als u de tussenruimte tussen twee knooppunten wilt aanpassen, selecteert u een van de shapes en sleept u de besturingsgreep.

  • Als u de lijnen van de takken wilt weergeven of verbergen, klikt u met de rechtermuisknop op de shape en klikt u op Lijnen van takken weergeven.

    Opmerking: Als de lijnen van de takken niet in de tekening worden weergegeven, schakelt u het raster uit door op Raster te klikken in het menu Beeld.

Opdrachten in het snelmenu

  • Samengevouwen (+). Hiermee geeft u aan dat er onder dit knooppunt andere knooppunten zijn verborgen.

  • Uitgevouwen (-). Hiermee geeft u aan dat alle knooppunten worden weergegeven die direct onder dit knooppunt vallen.

  • Niet-uitgevouwen (geen +/-). Hiermee geeft u aan dat zich onder dit knooppunt geen andere knooppunten bevinden.

  • Ruimte maken voor pictogram. Hiermee maakt u ruimte vrij waarin een shape Klein pictogram aan het verbindingspunt direct links van het knooppunt kan worden gelijmd.

  • Lijnen van takken weergeven. Hiermee kunt u de dunne lijnen weergeven en verbergen waarmee de onderliggende shapes met de shapes op het hoogste niveau zijn verbonden.

    Notities: 

    • Als er geen ruimte is voor een pictogram of als het verbindingspunt niet zichtbaar is, klikt u met de rechtermuisknop op de shape en schakelt u het vakje Ruimte maken voor pictogram in.

    • Als het knooppunt is Uitgevouwen(-), kiest u een Geopende map voor het knooppunt. Als het knooppunt is Samengevouwen (+), kiest u een Gesloten map.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×