IS (IS-functies)

Beschrijving

Met elk van deze functies, gezamenlijk aangeduid als de IS-functies, wordt de opgegeven waarde gecontroleerd en wordt afhankelijk van de uitkomst de waarde WAAR of ONWAAR als resultaat gegeven. De functie ISLEEG geeft bijvoorbeeld de logische waarde WAAR als resultaat als het argument waarde verwijst naar een lege cel. Als dit niet het geval is, geeft de functie de waarde ONWAAR als resultaat.

Met de functie IS kunt u informatie over een waarde halen voordat u een berekening of een andere actie met de waarde uitvoert. U kunt bijvoorbeeld met de functie ISFOUT in combinatie met de functie ALS een andere actie uitvoeren als er een fout optreedt:

= ALS( ISFOUT(A1), "Er is een fout opgetreden.", A1 * 2)

Deze formule controleert of er een fout aanwezig is in A1. Als dat het geval is, retourneert de functie ALS het bericht 'Er is een fout opgetreden.' en anders voert de functie ALS de berekening A1*2 uit.

Syntaxis

ISLEEG(waarde)

ISFOUT(waarde)

ISFOUT2(waarde)

ISLOGISCH(waarde)

ISNB(waarde)

ISGEENTEKST(waarde)

ISGETAL(waarde)

ISVERWIJZING(waarde)

ISTEKST(waarde)

De syntaxis van de functie IS heeft de volgende argument:

  • waarde    Vereist. De waarde die u wilt testen. Het argument waarde kan een lege waarde (lege cel), foutwaarde, logische waarde, tekstwaarde, numerieke waarde of verwijzingswaarde zijn, of een naam die verwijst naar een van deze waarden.

Functie

Resulteert in WAAR als

ISLEEG

waarde verwijst naar een lege cel.

ISFOUT2

waarde verwijst naar een foutwaarde met uitzondering van #N/A.

ISFOUT

waarde verwijst naar een foutwaarde (#N/B, #WAARDE!, #VERW!, #DEEL/0!, #GETAL!, #NAAM?, of #LEEG!).

ISLOGISCH

waarde verwijst naar een logische waarde

ISNB

waarde verwijst naar de #N/B (waarde is niet beschikbaar) foutwaarde

ISGEENTEKST

waarde verwijst naar een element dat geen tekst is. (Let erop dat deze functie WAAR als resultaat geeft als de waarde naar een lege cel verwijst)

ISGETAL

waarde verwijst naar een getal

ISVERWIJZING

waarde verwijst naar een verwijzing

ISTEKST

waarde verwijst naar tekst.

Opmerkingen

  • Bij de IS-functies worden de waarde-argumenten niet geconverteerd. Alle numerieke waarden die tussen dubbele aanhalingstekens staan, worden als tekst behandeld. Bij de meeste andere functies waar u een getal moet opgeven, wordt de tekstwaarde "19" naar het getal 19 geconverteerd. In de formule ISGETAL("19") wordt "19" echter niet van een tekstwaarde naar een getal geconverteerd en geeft de functie ISGETAL de waarde ONWAAR als resultaat.

  • De IS-functies komen goed van pas in formules, omdat ze u in staat stellen het resultaat van een berekening te testen. Als u ze in combinatie met de functie ALS gebruikt, kunt u er fouten in formules mee opsporen (zie de volgende voorbeelden).

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. U kunt de resultaten van formules weergeven door de formules te selecteren en op F2 en vervolgens op Enter te drukken. Desgewenst kunt u de kolombreedte wijzigen om alle gegevens te zien.

Formule

Beschrijving

Resultaat

=ISLOGISCH(WAAR)

Hiermee wordt gecontroleerd of WAAR een logische waarde is.

WAAR

=ISLOGISCH("WAAR")

Hiermee wordt gecontroleerd of "WAAR" een logische waarde is.

ONWAAR

=ISGETAL(4)

Hiermee wordt gecontroleerd of 4 een getal is.

WAAR

=ISVERWIJZING(G8)

Hiermee wordt gecontroleerd of G8 een geldige verwijzing is.

WAAR

=ISVERWIJZING(XYZ1)

Hiermee wordt gecontroleerd of XYZ1 een geldige verwijzing is.

ONWAAR

Voorbeeld 2

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. Om resultaten van formules weer te geven, selecteert u deze, drukt u op F2 en drukt u vervolgens op Enter. Indien nodig kunt u de kolombreedten aanpassen als u alle gegevens wilt zien.

Gegevens

Goud

Regio1

#VERW!

330,92

#N/B

Formule

Beschrijving

Resultaat

=ISLEEG(A2)

Hiermee wordt gecontroleerd of cel A2 leeg is.

ONWAAR

=ISFOUT(A4)

Hiermee wordt gecontroleerd of de waarde #VERW! in cel A4 een fout is.

WAAR

=ISNB(A4)

Hiermee wordt gecontroleerd of de waarde #VERW! in cel A4 de fout #N/B is.

ONWAAR

=ISNB(A6)

Hiermee wordt gecontroleerd of de waarde #N/B in cel A6 de fout #N/B is.

WAAR

=ISFOUT(A6)

Hiermee wordt gecontroleerd of de waarde #N/B in cel A6 een fout is.

ONWAAR

=ISGETAL(A5)

Hiermee wordt gecontroleerd of de waarde 330,92 in cel A5 een getal is.

WAAR

=ISTEKST(A3)

Hiermee wordt gecontroleerd of de waarde Regio1 in cel A3 tekst is.

WAAR

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×