Informatie over het dialoogvenster van het object opmaken in Publisher

Gebruik de volgende opties in het dialoogvenster Object opmaken om opmaak toe te passen op tekstvakken, AutoVormen, tabellen, afbeeldingen en WordArt in Publisher.

Opmerking: Sommige van de tabbladen in het dialoogvenster zijn alleen beschikbaar bij bepaalde geselecteerde objecten.

Over welk tabblad wilt u meer weten?

Tabblad Kleuren en lijnen

Gebruik het tabblad Kleuren en lijnen als u kleuropvullingen, lijnen of randillustraties op een geselecteerd object of tabelcellen wilt toepassen.

Opvulling

Kleur – Selecteer de kleuropvulling in het palet of selecteer een van de opties in de lijst:

  • Schemakleuren – Selecteer kleuren uit het kleurenschema dat in de publicatie is toegepast.

  • Standaardkleuren – Selecteer uit een standaardreeks kleuren.

  • Geen opvulling: klik op deze optie als u het geselecteerde object geen enkele opvulling wilt geven. Objecten zonder opvulling hebben een transparante achtergrond.

  • Meer kleuren: klik op deze optie als u het dialoogvenster Kleuren wilt openen. U kunt een nieuwe kleur in het standaardkleurenpalet selecteren of u kunt een aangepaste kleur selecteren die u kunt definiëren met het RGB-, HSL- of CMYK-kleurenmodel. U kunt ook een PANTONE®-kleur  selecteren.

    Opmerking: De hier weergegeven PANTONE®-kleuren komen mogelijk niet overeen met de door PANTONE geïdentificeerde standaarden. Raadpleeg de actuele PANTONE-kleurenpublicaties voor exacte kleuren. PANTONE® en andere merken van Pantone, Inc. zijn het eigendom van Pantone, Inc. © Pantone, Inc., 2007.

Opvuleffecten - Klik op deze optie als u het dialoogvenster Opvuleffecten wilt openen, waarin u opvuleffecten kunt toepassen zoals kleurovergangen, bitmappatronen, patronen, afbeeldingsopvullingen en tinten.

Doorzichtigheid - Geef een doorzichtigheidspercentage op in het vak Doorzichtigheid of gebruik de schuifregelaar om de doorzichtigheid voor de opvulling in te stellen. Deze optie is alleen beschikbaar als u een opvuleffect hebt geselecteerd.

Lijn

Kleur - Selecteer de gewenste kleuropvulling in het palet of selecteer een van de opties in de lijst:

  • Schemakleuren – Selecteer kleuren uit het kleurenschema dat in de publicatie is toegepast.

  • Standaardkleuren – Selecteer uit een standaardreeks kleuren.

  • Geen kader: klik op deze optie als u het geselecteerde object geen enkel kader wilt geven.

  • Meer kleuren: klik op deze optie als u het dialoogvenster Kleuren wilt openen. U kunt een nieuwe kleur in het standaardkleurenpalet selecteren of u kunt een aangepaste kleur selecteren die u kunt definiëren met het RGB-, HSL- of CMYK-kleurenmodel. U kunt ook een PANTONE®-kleur  selecteren.

Doorzichtigheid - Geef een doorzichtigheidspercentage op in het vak Doorzichtigheid of gebruik de schuifregelaar om de doorzichtigheid voor de opvulling in te stellen. Deze optie is alleen beschikbaar als u een opvuleffect hebt geselecteerd. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

Breedte, voer een lijndikte in. Deze optie is niet beschikbaar indien geen kleur is geselecteerd. (In Publisher 2007 heet dit Gewicht.)

Samengesteld type: Selecteer een gecombineerde lijnstijl en -dikte uit de lijst met opties, of klik op randillustratie om naar het dialoogvenster randillustratie te gaan. Deze optie is alleen beschikbaar als u een opvuleffect hebt geselecteerd. (In Publisher 2007 heet dit Stijl.)

Type streep : Selecteer een stijl met onderbroken lijnen uit de lijst. Deze optie is niet beschikbaar indien geen kleur is geselecteerd. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

Type hoofdletters: Selecteer afgerond, vierkant, of plat uit de lijst. Deze optie is niet beschikbaar indien geen kleur is geselecteerd. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

type verbinding: Selecteer schuine rand, verstek, of afgerond uit de lijst met verschillende soorten hoektypen voor de lijn. Deze optie is niet beschikbaar indien geen kleur is geselecteerd. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

Randillustratie : klik op deze knop om het dialoogvenster randillustratie te openen, waar u een grafische rand voor het object kunt selecteren.

Preview, geeft de geselecteerde opvulling en lijnstijlen weer. De sectie Preview is alleen beschikbaar voor rechthoekige objecttypen, zoals tekstvakken, tabellen, afbeeldingen en rechthoekige AutoVormen. De knoppen rondom de Preview-sectie komen overeen met de lijnen van het object. U kunt lijnopmaak op afzonderlijke lijnen toepassen door alleen de knoppen te selecteren die overeenkomen met de lijnen die u wilt wijzigen. Publisher geeft knoppen weer die overeenkomen met de verticale en horizontale lijnen die de cellen in de tabel verdelen. Als u cellen diagonaal hebt ingesteld, geeft Publisher een knop weer die overeenkomt met de diagonale lijn. Als het object een tabel is, geeft Publisher knoppen weer die overeenkomen met de verticale en horizontale lijnen die de cellen in de tabel verdelen. Als u cellen diagonaal hebt ingesteld, geeft Publisher een knop weer die overeenkomt met de diagonale lijn.

Standaard: klik op een van de opties in de sectie Standaard als u een set lijnen op het object wilt toepassen. U kunt opties selecteren die overeenkomen met helemaal geen lijnen, alle randen of alle randen en celsplitsingen.

Een rand in het frame tekenen: Selecteer deze optie om een rand te tekenen die wordt toegevoegd aan zowel de binnenkant als de buitenkant van het objectframe, in plaats van alleen aan de buitenkant.

Opmerking: Voor bepaalde AutoVormen, zoals een smiley, can of bliksemschicht, is deze optie niet beschikbaar.

Instellingen toepassen op nieuwe objecttype: Selecteer deze optie om uw instellingen voor opvulling en lijnen als de standaardinstellingen voor nieuwe objecten van hetzelfde objecttype te behouden.

Opmerking: Dit selectievakje is alleen beschikbaar als het object dat u opmaakt een tekstvak of AutoVorm is.

Vormeffecten – Hiermee opent het dialoogvenster Vorm opmaken, waarmee u verschillende effecten kunt toepassen, zoals opvullen, schaduw, weerspiegeling, gloed, Vloeiende randen, 3D-opmaak, en 3D-draaiing. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

Naar boven

Tabblad Formaat

Opmerking: Als u een tabel selecteert, en u in de Microsoft Office system-taalinstellingen ondersteuning hebt ingeschakeld voor een Oost-Aziatische taal of een taal die van rechts naar links wordt geschreven, heeft dit tabblad de naam Formaat en richting.

Grootte wijzigen en draaien

Hoogte - Geef de gewenste hoogte voor het object op.

Breedte - Geef de gewenste breedte voor het object op.

Draaihoek - Geef de hoek op, van 0 tot en met 359 graden, waarmee u de tabel in de richting van de klok wilt draaien.

Notities: 

  • De instellingen Hoogte en Breedte geven altijd de afmetingen van een niet-gedraaid object aan.

  • Wanneer u de instellingen Hoogte en Breedte onder Grootte wijzigen en draaien wijzigt, worden de proportionele instellingen Hoogte en Breedte onder Schaal dienovereenkomstig gewijzigd.

Schaal

Hoogte - Geef de gewenste hoogte voor de tabel op als percentage van de oorspronkelijke grootte.

Breedte - Geef de gewenste breedte voor de tabel op als percentage van de oorspronkelijke grootte.

Notities: 

  • De instellingen Hoogte en Breedte geven altijd de afmetingen van een niet-gedraaid object aan.

  • Wanneer u de instellingen Hoogte en Breedte onder Schaal wijzigt, worden de exacte eenheidsinstellingen Hoogte en Breedte onder Grootte wijzigen en draaien dienovereenkomstig gewijzigd.

Hoogte-breedteverhouding vergrendelen - Schakel dit selectievakje in als u de instellingen Hoogte en Breedte in dezelfde verhouding wilt houden. Als u de instelling Hoogte bijvoorbeeld naar 150 procent wijzigt, wordt de instelling Breedte automatisch ook naar 150 procent gewijzigd.

Naar boven

Tabblad Indeling

Op het tabblad Indeling bepaalt u de exacte positie van de object op de pagina. U kunt ook opties kiezen voor tekstterugloop rond een tabel die boven op een tekstvak staat of boven op een AutoVorm met tekst erin.

Objectpositie - Als de tabel boven op een tekstvak of AutoVorm staat, geeft u op of de positie Inline of Exact (vast) moet zijn.

Positie op pagina

Selecteer deze opties als u een object nauwkeurig op een pagina wilt plaatsen. Deze opties zijn niet beschikbaar voor inline-objecten.

Horizontaal - Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen het object en het deel van de pagina dat in het vak Van wordt vermeld.

Van - Kies het deel van de pagina (Linkerbovenhoek, Centreren of Rechterbovenhoek) van waaraf de horizontale positie van het object moet worden gemeten.

Verticaal - Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen het object en het deel van de pagina dat in het vak Van wordt vermeld.

Van - Kies het deel van de pagina (Linkerbovenhoek, Centreren of Rechterbovenhoek) van waaraf de verticale positie van de tabel moet worden gemeten.

Terugloopstijl - Als de tabel boven op een tekstvak of AutoVorm met tekst staat, kunt u opgeven hoe tekst rond het object moet teruglopen.

  • Vierkant - Klik op deze optie als tekst rond alle zijden van de selectierechthoek van het object moet teruglopen.

  • Contour - Klik op deze optie als u tekst zo dicht mogelijk rond het object wilt laten teruglopen.

  • Transparant - Klik op deze optie als u tekst rond de omtrek en binnen eventuele open delen van het object wilt laten teruglopen.

  • Boven en onder - Klik op deze optie als u tekst boven en onder het object, maar niet aan de zijkanten wilt laten teruglopen.

  • Geen - Klik op deze optie als u alle opmaak voor tekstterugloop wilt verwijderen zodat tekst niet rond het object terugloopt. Als het object transparant is, is de tekst erachter door het object heen zichtbaar. Anders verbergt het object de achterliggende tekst.

Tekstterugloop toepassen - Als het object boven op een tekstvak of AutoVorm staat en Vierkant, Contour of Transparant is geselecteerd onder Terugloopstijl, kunt u kiezen hoe u de tekst wilt plaatsen.

  • Weerszijden - Tekst aan weerszijden van het object plaatsen.

  • Alleen links – Tekst aan de linkerzijde van het object plaatsen.

  • Alleen rechts – Tekst aan de rechterzijde van het object plaatsen.

  • In de grootste beschikbare ruimte – Tekst aan de zijde van het object plaatsen waar de meeste ruimte is.

Afstand tot tekst - Als het object op een tekstvak of AutoVorm staat en het een inlineobject is of u Vierkant hebt geselecteerd onder Terugloopstijl, kunt u de afstand bepalen tussen de selectierechthoek van het object en de tekst die er omheen terugloopt.

  • Automatisch - Wanneer u dit selectievakje inschakelt, wordt tekst in Publisher automatisch op de standaardafstand (0,04 cm) van het object geplaatst. Als u de instellingen wilt wijzigen, schakelt u het selectievakje Automatisch uit en vervolgens geeft u de gewenste waarden op in de vakken Boven, Onder, Links en Rechts.

Horizontaal uitlijnen  - Als de objectpositie Inline is, kunt u opgeven of u aan één kant van het tekstvak of de AutoVorm wilt blijven, of dat u van de ene naar de andere kant wilt gaan wanneer tekst wordt toegevoegd of verwijderd.

  • Links - Klik op deze optie als u het inlineobject dicht bij de linkerzijde van het tekstvak of de AutoVorm wilt houden wanneer tekst wordt toegevoegd of verwijderd.

  • Rechts - Klik op deze optie als u het inlineobject dicht bij de rechterzijde van het tekstvak of de AutoVorm wilt houden wanneer tekst wordt toegevoegd of verwijderd.

  • Object met tekst verplaatsen - Klik op deze optie als het inlineobject op een specifieke plaats in een tekstregel moet blijven staan zodat het van de ene kant naar de andere kant van het tekstvak of de AutoVorm wordt verplaatst wanneer tekst wordt toegevoegd of verwijderd.

Naar boven

Tabblad tekstvak

Als u opties wilt kiezen voor het plaatsen en passend maken van tekst in een tekstvak of in een AutoVorm met tekst erin, kan dit via het tabblad Tekstvak.

Opmerking: Het tabblad Tekstvak is alleen beschikbaar wanneer het geselecteerde object een tekstvak of een AutoVorm met tekst is.

Verticaal uitlijnen

Kies of u tekst wilt uitlijnen boven aan, in het midden van, of onder aan het tekstvak of de AutoVorm.

Marges van tekstvak

Links  Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de linkerrand van het tekstvak of de AutoVorm en de tekst hierin.

Rechts  Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de rechterrand van het tekstvak of de AutoVorm en de tekst hierin.

Boven  Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de bovenrand van het tekstvak of de AutoVorm en de tekst hierin.

Onder  Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de onderrand van het tekstvak of de AutoVorm en de tekst hierin.

Tekst AutoAanpassen

AutoAanpassen niet gebruiken  Met deze optie wordt de tekstgrootte gebruikt die u hebt opgegeven voor het tekstvak of de AutoVorm.

Tekst kleiner maken  Met deze optie wordt de tekst in het tekstvak of de AutoVorm zo klein weergegeven dat er geen tekst meer in het overloopgebied staat.

Best passend  Met deze optie verkleint of vergroot u de tekst zodat deze past in het tekstvak of de AutoVorm wanneer u het tekstvak of de AutoVorm groter of kleiner maakt.

Tekstvak passend maken Met deze optie wordt het tekstvak of de AutoVorm groter gemaakt wanneer de tekst overloopt. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

Opmerking: Als u deze optie selecteert, is het mogelijk dat het tekstvak of de AutoVorm niet meer op de pagina passen of zich uitbreiden naar andere objecten.

Tekst binnen AutoVorm 90º draaien  Schakel dit selectievakje in als u de tekst in het tekstvak of de AutoVorm een kwartslag (90 graden) naar rechts wilt draaien.

Vervolg op pagina... toevoegen  Schakel dit selectievakje in als u de aanduiding Vervolg op pagina [paginanummer] in het tekstvak of de AutoVorm wilt invoegen.

Vervolg van pagina... toevoegen  Schakel dit selectievakje in als u de aanduiding Vervolg van pagina [paginanummer] in het tekstvak of de AutoVorm wilt invoegen.

Kolommen  Klik op deze knop als u het dialoogvenster Kolommen wilt weergeven, waarin u het aantal kolommen en de ruimte tussen de kolommen kunt selecteren.

Opmerking: Deze optie is niet beschikbaar voor AutoVormen, behalve rechthoeken, of als u de optie Tekst kleiner maken of Best passend selecteert.

Naar boven

Tabblad Afbeelding

Als u afbeeldingen in een publicatie wilt comprimeren, de oorspronkelijke kleuren van een afbeelding wilt herstellen, of als u opties voor bijsnijden wilt instellen en de kleur, helderheid en contrast van een afbeelding wilt aanpassen, kunt u in het dialoogvenster Afbeelding opmaken het tabblad Afbeelding gebruiken.

Opmerking: Het tabblad Afbeelding is beschikbaar wanneer het geselecteerde object een afbeelding of een vorm met een afbeeldingsopvulling is. Als het object een vorm is, zijn de functies voor bijsnijden uitgeschakeld, maar zijn Afbeeldingsinstelling en Compressie beschikbaar.

Bijsnijden vanaf

Geef in de vakken Links, Rechts, Boven en Onder de hoeveelheid ruimte op die u wilt bijsnijden voor de afbeelding. Als u een negatieve bijsnijdwaarde opgeeft, ontstaat in Publisher ruimte rond de afbeelding, waardoor het frame van de afbeelding afloopt. Als u een opvulling op de afbeelding hebt toegepast, wordt de opvulling weergegeven in het gebied dat aan het frame is toegevoegd. In alle andere gevallen is het gebied dat is toegevoegd, doorzichtig.

Doorzichtigheid

Doorzichtigheid - Geef een doorzichtigheidspercentage op in het vak Doorzichtigheid of gebruik de schuifregelaar om de doorzichtigheid voor de opvulling in te stellen. Deze optie is niet beschikbaar in Publisher 2007.

Helderheid en contrast

  • Helderheid Geef een percentage op in het vak Helderheid of stel met de schuifregelaar de helderheid voor de afbeelding in. De standaardwaarde is een helderheid van 50 procent. Als u de helderheid verhoogt, wordt de afbeelding lichter. Als u de helderheid verlaagt, wordt de afbeelding donkerder.

  • Contrast Geef een percentage op in het vak Contrast of stel met de schuifregelaar het contrast voor de afbeelding in. Als u het contrast verlaagt, wordt het verschil tussen donker en licht kleiner. De afbeelding krijgt een verschoten aanzien. Als u het contrast verhoogt, wordt het verschil tussen donker en licht groter. De afbeelding krijgt daardoor meer contrast.

Andere kleuren

  • Kleur – Selecteer de kleuropvulling in het palet of selecteer een van de opties in de lijst:

    • Schemakleuren – Selecteer kleuren uit het kleurenschema dat in de publicatie is toegepast.

    • Standaardkleuren – Selecteer uit een standaardreeks kleuren die variëren van rood tot blauw.

    • Geen opvulling – Geeft de geselecteerde cellen of tabel geen enkele opvulling. Cellen zonder opvulling hebben een transparante achtergrond.

    • Meer kleuren – Hiermee wordt het dialoogvenster Kleuren geopend. U kunt een nieuwe kleur in het standaardkleurenpalet selecteren of u kunt een aangepaste kleur selecteren die u kunt definiëren met het RGB-, HSL- of CMYK-kleurenmodel. U kunt ook een PANTONE®-kleur  selecteren.

    • Tinten – Hiermee wordt het dialoogvenster Opvuleffecten geopend, waarin u tinten van de geselecteerde kleur kunt toepassen.

  • Comprimeren – Hiermee wordt het dialoogvenster Afbeeldingen comprimeren weergegeven, waarin u kunt bepalen hoe uw afbeeldingen worden gecomprimeerd.

  • Kleur opnieuw instellen – Hiermee herstelt u de oorspronkelijke kleuren. (In Publisher 2007 heet dit Beginwaarden.)

  • Alles opnieuw instellen – Hiermee worden de bijsnijd- en afbeeldingsinstellingen die u op de afbeelding hebt toegepast, opnieuw ingesteld. Dit is van invloed op de opmaakwijzigingen die u op de geselecteerde afbeelding hebt toegepast via het tabblad Afbeelding in het dialoogvenster Afbeelding opmaken. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

  • Vormeffecten – Hiermee opent het dialoogvenster Vorm opmaken, waarmee u verschillende effecten kunt toepassen, zoals opvullen, schaduw, weerspiegeling, gloed, Vloeiende randen, 3D-opmaak, en 3D-draaiing. (Niet beschikbaar in Publisher 2007.)

Naar boven

Tabblad Eigenschappen van cel

Met het tabblad Eigenschappen van cel kunt u opties selecteren voor het plaatsen van gegevens in de cel van een tabel.     

Opmerking: Het tabblad Eigenschappen van cel is alleen beschikbaar wanneer het geselecteerde object een tabel is.

Verticaal uitlijnen

Kies of u tekst Boven, Midden of Onder aan de tabelcel wilt uitlijnen.

Marges van tekstvak

U kunt deze instellingen gebruiken om de afstand te bepalen tussen de rijen en kolommen van een tabel.

Links - Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de linkerrand van de tabelcel of de AutoVorm en de tekst hierin.

Rechts - Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de rechterrand van de tabelcel of de AutoVorm en de tekst hierin.

Boven - Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de bovenrand van de tabelcel of de AutoVorm en de tekst hierin.

Onder - Geef de gewenste hoeveelheid ruimte op tussen de onderrand van de tabelcel of de AutoVorm en de tekst hierin.

Tekst binnen AutoVorm 90º draaien - Schakel dit selectievakje in als u de tekst in het tekstvak of de AutoVorm 90 graden naar rechts wilt draaien.

Naar boven

Tabblad Alternatieve tekst

Gebruik dit tabblad om alternatieve tekst voor het object in te voeren, zodat personen met visuele of cognitieve beperkingen meer informatie over het object kunnen opvragen.

Opmerking: In Publisher 2007 heet dit tabblad Web.

Wijzigingen toepassen

Als u de instellingen op alle tabbladen hebt aangepast, klikt u op OK om de wijzigingen toe te passen op het object.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×