INDEX, functie

De functie INDEX geeft als resultaat een waarde of de verwijzing naar een waarde vanuit een tabel of bereik.

Uw browser biedt geen ondersteuning voor video. Installeer Microsoft Silverlight, Adobe Flash Player of Internet Explorer 9.

U kunt de functie INDEX op twee manieren gebruiken:

  • Zie Matrixvariant als u de waarde van een opgegeven cel of van een matrix van cellen wilt ophalen

  • Zie Verwijzingsvariant als u een verwijzing naar bepaalde cellen wilt ophalen.

Matrixvariant

Beschrijving

Geeft als resultaat de waarde van een element in een matrix of tabel die is geselecteerd door de indexen voor rijnummer en kolomnummer.

Gebruik de matrixvariant als het eerste argument bij INDEX een matrixconstante is.

Syntaxis

INDEX(matrix;rij_getal;[kolom_getal])

De syntaxis van de functie INDEX heeft de volgende argumenten:

  • matrix    Vereist. Een cellenbereik of een matrixconstante.

    • Als matrix slechts één rij of kolom bevat, is het bijbehorende argument rij_getal of kolom_getal optioneel.

    • Als matrix meerdere rijen en kolommen bevat en alleen rij_getal of kolom_getal wordt gebruikt, geeft INDEX als resultaat een matrix van de gehele rij of kolom in matrix.

  • rij_getal    Vereist. Selecteert de rij in matrix waaruit een waarde moet worden opgehaald. Als u rij_getal weglaat, is kolom_getal een verplicht argument.

  • kolom_getal    Optioneel. Selecteert de kolom in matrix waaruit een waarde moet worden opgehaald. Als u kolom_getal weglaat, is rij_getal een verplicht argument.

Opmerkingen

  • Als u zowel het argument rij_getal als het argument kolom_getal gebruikt, geeft INDEX als resultaat de waarde in de cel op het snijpunt van rij_getal en kolom_getal.

  • Als u voor rij_getal of kolom_getal de waarde 0 (nul) opgeeft, geeft INDEX als resultaat een matrix met waarden van respectievelijk de gehele kolom of de gehele rij. Als u de resulterende waarden als matrix wilt gebruiken, geeft u de functie INDEX op als een matrixformule in een horizontaal cellenbereik voor een rij en in een verticaal cellenbereik voor een kolom. Druk op Ctrl+Shift+Enter om een matrixformule op te geven.

    Opmerking:  In Excel Web App kunt u geen matrixformules maken.

  • De argumenten rij_getal en kolom_getal moeten naar een cel in een matrix verwijzen. Als dit niet het geval is, geeft INDEX de foutwaarde #VERW! als resultaat.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

In deze voorbeelden wordt de functie INDEX gebruikt om de waarde in de overlappende cel te vinden, waar een rij en kolom elkaar tegenkomen.

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. Om resultaten van formules weer te geven, selecteert u deze, drukt u op F2 en drukt u vervolgens op Enter. Indien nodig kunt u de kolombreedten aanpassen als u alle gegevens wilt zien.

Gegevens

Gegevens

Appels

Citroenen

Bananen

Peren

Formule

Beschrijving

Resultaat

=INDEX(A2:B3;2;2)

De waarde van het snijpunt van de tweede rij en tweede kolom in het bereik A2:B3.

Peren

=INDEX(A2:B3;2;1)

De waarde van het snijpunt van de tweede rij en eerste kolom in het bereik A2:B3.

Bananen

Voorbeeld 2

In dit voorbeeld wordt de functie INDEX gebruikt in een matrixformule om de waarden te vinden van twee cellen die zijn opgegeven in een 2x2-matrix.

Selecteer in dit geval twee verticale cellen, zoals A1:A2, plak de formule =INDEX({1,2;3,4};0;2) in de eerste cel en druk op Ctrl+Shift+Enter. Als de formule in Excel als matrixformule wordt ingevoerd, wordt deze automatisch in de tweede cel geplakt.

Formule

Beschrijving

Resultaat

=INDEX({1,2;3,4};0;2)

De waarde in de eerste rij, tweede kolom in de matrix. De matrix bevat 1 en 2 in de eerste rij en 3 en 4 in de tweede rij.

2

De waarde in de tweede rij, tweede kolom in de matrix (dezelfde matrix als hierboven).

4

Opmerking: Dit is een matrixformule. Deze moet worden ingevoerd met Ctrl+Shift+Enter. In Excel wordt de formule automatisch tussen accolades ({}) geplaatst. Als u deze zelf invoert, wordt in Excel de formule als tekst weergegeven. Als u de formule niet met Ctrl+Shift+Enter invoert, resulteert dit een #WAARDE!-fout.

Naar boven

Verwijzingsvariant

Beschrijving

Geeft als resultaat de verwijzing naar de cel op het snijpunt van een bepaalde rij en kolom. Als de verwijzing bestaat uit niet-aangrenzende selecties, kunt u kiezen in welke selectie u wilt kijken.

Syntaxis

INDEX(verw;rij_getal;[kolom_getal];[bereik_getal])

De syntaxis van de functie INDEX heeft de volgende argumenten:

  • verw    Vereist. Een verwijzing naar een of meer cellenbereiken.

    • Als u voor verw een niet-aangrenzend bereik opgeeft, moet u verw tussen ronde haken zetten.

    • Als elk gebied in verw maar één rij of kolom bevat, hoeft u het argument rij_getal, respectievelijk kolom_getal niet op te geven. Zo gebruikt u voor een verwijzing naar een enkele rij de formule INDEX(verw;kolom_getal).

  • rij_getal    Vereist. Het nummer van de rij in verw waaruit een waarde moet worden opgehaald.

  • kolom_getal    Optioneel. Het nummer van de kolom in verw waaruit een waarde moet worden opgehaald.

  • bereik_getal    Optioneel. Selecteert een bereik in verw waaruit het snijpunt van rij_getal en kolom_getal moet worden opgehaald. Het eerste gebied dat wordt geselecteerd of ingevoerd, krijgt het getal 1, het tweede 2, enzovoort. Als u bereik_getal weglaat, gebruikt INDEX gebied 1.  De hier vermelde gebieden moeten zich op één werkblad bevinden.  Als u gebieden opgeeft die zich niet op hetzelfde werkblad bevinden, resulteert dit in een #WAARDE!-fout.  Als u bereiken wilt gebruiken die zich op verschillende werkbladen bevinden, is het raadzaam de matrixvariant van de functie INDEX te gebruiken en een andere functie te gebruiken om het bereik te berekenen waaruit de matrix bestaat.  U kunt bijvoorbeeld de functie KIEZEN gebruiken om te berekenen welk bereik wordt gebruikt.

Als verw bijvoorbeeld de cellen (A1:B4;D1:E4;G1:H4) omvat, is bereik_getal 1 het bereik A1:B4, bereik_getal 2 het bereik D1:E4 en bereik_getal 3 het bereik G1:H4.

Opmerkingen

  • Nadat met verw en bereik_getal een bepaald bereik is geselecteerd, selecteren rij_getal en kolom_getal een bepaalde cel: rij_getal 1 is de eerste rij in het bereik, kolom_getal 1 is de eerste kolom, enz. De verwijzing die door INDEX wordt gegeven is het snijpunt van rij_getal en kolom_getal.

  • Als u voor rij_getal of kolom_getal 0 (nul) opgeeft, geeft INDEX als resultaat de verwijzing voor respectievelijk de gehele kolom of rij.

  • rij_getal, kolom_getal en bereik_getal moeten verwijzen naar een cel binnen verw, anders geeft INDEX de foutwaarde #VERW! als resultaat. Als u rij_getal en kolom_getal weglaat, resulteert INDEX in het gebied in verw dat door bereik_getal is bepaald.

  • Het resultaat van de functie INDEX is een verwijzing en wordt als zodanig door andere formules geïnterpreteerd. Afhankelijk van de formule wordt de resulterende waarde van INDEX gebruikt als een verwijzing of als een waarde. Zo is de formule CEL("breedte";INDEX(A1:B2;1;2)) gelijk aan CEL("breedte";B1). Het resultaat van INDEX wordt door de functie CEL als celverwijzing gebruikt. De formule 2*INDEX(A1:B2;1;2) zet daarentegen het resultaat van INDEX om in een getal in cel B1.

Opmerking:  De functie CEL is niet beschikbaar in Excel Web App.

Voorbeelden

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. U kunt de resultaten van formules weergeven door de formules te selecteren en achtereenvolgens op F2 en Enter te drukken. Desgewenst kunt u de kolombreedte wijzigen om alle gegevens te zien.

Fruit

Prijs

Aantal

Appels

€ 0,69

40

Bananen

€ 0,34

38

Citroenen

€ 0,55

15

Sinaasappelen

€ 0,25

25

Peren

€ 0,59

40

Amandelen

€ 2,80

10

Cashewnoten

€ 3,55

16

Pinda's

€ 1,25

20

Walnoten

€ 1,75

12

Formule

Beschrijving

Resultaat

=INDEX(A2:C6; 2; 3)

De inhoud van cel C3: het snijpunt van de tweede rij en de derde kolom in het bereik A2:C6

38

=INDEX((A1:C6; A8:C11); 2; 2; 2)

De inhoud van cel B9: het snijpunt van de tweede rij en de tweede kolom in het tweede bereik A8:C11

1,25

=SOM(INDEX(A1:C11; 0; 3; 1))

De som van C1:C11: de som van de derde kolom in het eerste gebied van het bereik A1:C11.

216

=SOM(B2:INDEX(A2:C6; 5; 2))

De som van het bereik dat begint bij B2 en eindigt bij het snijpunt van de vijfde rij en de tweede kolom van het bereik A2:A6.

2,42

Naar boven

Zie ook

VERT.ZOEKEN, functie

VERGELIJKEN, functie

INDIRECT, functie

Matrixformules - richtlijnen en voorbeelden

Zoek- en verwijzingsfuncties (overzicht)

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×