Ik kan mijn gerepliceerde database niet opslaan in Access 2007-indeling

Symptomen

In Microsoft Office Access 2007 kunnen gerepliceerde databases die zijn gemaakt in eerdere versies van Access (MDB-indeling) niet worden opgeslagen in de nieuwe ACCDB-bestandsindeling. De optie wordt lichter gekleurd (niet-beschikbaar) weergegeven wanneer u de opdracht Database opslaan als wilt gebruiken (klik op de Microsoft Office-knop Office-knopvlak en klik vervolgens op de pijl naast Opslaan als).

Oorzaak

De ACCDB-bestandsindeling biedt geen ondersteuning voor replicatie.

Oplossing

Gebruik de gerepliceerde database in de MDB-bestandsindeling

U kunt uw gerepliceerde databases in de MDB-bestandsindeling blijven gebruiken. De replicatiefunctie wordt nog steeds ondersteund voor de MDB-bestandsindeling.

Maak de database handmatig opnieuw in de Office Access 2007-bestandsindeling

Als u van mening bent dat de voordelen van replicatie niet opwegen tegen de voordelen van de nieuwe bestandsindeling, kunt u een nieuwe database maken in Office Access 2007-indeling en de gerepliceerde database handmatig opnieuw maken.

Opmerking : Deze methode is geschikt voor elke gerepliceerde database, maar de nieuwe database zal geen gegevens en projecten bevatten die zich niet reeds in de replica bevonden, tenzij u werkt met een volledige replica die is gesynchroniseerd met alle andere replica's in de replicaset.

Voordat u de database opnieuw gaat maken, moet u ervoor zorgen dat alle verborgen objecten en systeemobjecten in de replica zichtbaar zijn. Op die manier zorgt u ervoor dat u toegang hebt tot de specifieke replicavelden in de replicatie wanneer u deze opnieuw maakt.

  1. Open de replica die u wilt converteren. Om de verborgen velden en systeemvelden weer te geven, moet u de replicatie openen met dezelfde versie van Access als die waarin de replica oorspronkelijk is gemaakt.

  2. Klik in het menu Extra op Opties. Het dialoogvenster Opties wordt geopend.

  3. Ga naar het tabblad Weergave en selecteer in de sectie Weergeven de opties Verborgen objecten en Systeemobjecten. Klik op OK om de nieuwe instellingen toe te passen en het dialoogvenster Opties te sluiten.

De database handmatig opnieuw maken

  1. Maak een lege database en open deze.

    Opmerking : In Access wordt een nieuwe, lege tabel met de naam Tabel1 gemaakt. Verwijder deze tabel door de tabel onmiddellijk te sluiten voordat u wijzigingen aanbrengt. Klik met de rechtermuisknop op het objecttabblad en kies Sluiten in het snelmenu.

  2. Klik op het tabblad Externe gegevens, in de groep Importeren, op Access.

    Het dialoogvenster Externe gegevens ophalen - Access-database wordt weergegeven.

  3. Klik op Bladeren om de gerepliceerde database te zoeken.

  4. Klik op de gerepliceerde database die de databaseobjecten bevat die u opnieuw wilt maken in de nieuwe database. Klik vervolgens op Openen.

  5. Klik in het dialoogvenster Externe gegevens ophalen - Access-database op Tabellen, query's, formulieren, rapporten, macro's en modules importeren in de huidige database en klik op OK.

  6. Klik op de databaseobjecten die u wilt importeren in de nieuwe database. Als u alle objecten wilt importeren, klikt u op elk tabblad op Alles selecteren.

    Belangrijk    Selecteer in dit stadium nog geen tabellen. In een volgende stap worden de tabellen opnieuw gemaakt.

  7. Klik op OK om de objecten te importeren als u klaar bent met het selecteren van objecten.

    Op de laatste pagina van de wizard hebt u de mogelijkheid om de importstappen op te slaan voor toekomstig gebruik. Daartoe schakelt u het selectievakje Importstappen opslaan in, voert u de juiste gegevens in en klikt u op Import opslaan.

  8. Open de gerepliceerde database in Office Access 2007. Maak voor elke tabel in de gerepliceerde database een tabelmaakquery die alle gegevens uit de oude tabel haalt en in de nieuwe database een tabel met dezelfde gegevens maakt.

    Opmerking : Als het veld GUID een primaire sleutel is (en refererende sleutel in andere tabellen hiernaar verwijzen), is het raadzaam het veld s_GUID op te nemen in de nieuwe tabel. Als het veld s_GUID niet wordt gebruikt als primaire sleutel, heeft het geen zin dit veld in de nieuwe tabel te handhaven. Kopieer de velden s_Lineage en s_Generation niet naar de nieuwe tabel.

    Standaard zijn de velden s_GUID, s_Lineage en s_Generation verborgen. Ga als volgt te werk om deze velden weer te geven:

    1. Zorg er in de gerepliceerde database voor dat alle tabellen zijn gesloten.

    2. Klik met de rechtermuisknop boven in het navigatiedeelvenster en klik op Navigatieopties. Het navigatiedeelvenster wordt geopend.

    3. Selecteer in het gedeelte Weergaveopties de optie Systeemobjecten weergeven en klik op OK.

      Werkwijze

      1. Maak een query door de tabellen te selecteren met de records die u wilt opnemen in de nieuwe tabel.

        Werkwijze

        1. Klik op het tabblad Maken in de groep Overige, op Queryontwerp.

        2. Klik in het dialoogvenster Tabel weergeven op het tabblad met de tabellen waarvan u de gegevens wilt gebruiken.

        3. Dubbelklik op de naam van elk object dat u aan de query wilt toevoegen en klik vervolgens op Sluiten.

        4. Voeg velden toe aan de rij Veld in het ontwerpraster.

        5. Klik op het menu Beeld en vervolgens op Gegevensbladweergave om de queryresultaten te bekijken.

      2. Ga in de ontwerpweergave van de query naar het tabblad Ontwerpen en klik in de groep Querytype op Tabel maken. Het dialoogvenster Tabel maken wordt geopend.

      3. Typ in het vak Tabelnaam de naam van de tabel die u wilt maken of klik in de lijst op de naam van de tabel die u wilt vervangen.

      4. Klik op Andere database en typ vervolgens het pad naar de database waarin u de nieuwe tabel wilt opnemen of klik op Bladeren om de database te zoeken.

      5. Klik op OK.

      6. Klik op het tabblad Ontwerpen, in de groep Resultaten, op Uitvoeren. De nieuwe tabel wordt gemaakt.

        Opmerking : De veldeigenschappen of de instelling voor de primaire sleutel van de oorspronkelijke tabel worden niet overgenomen door de nieuwe tabel die u maakt.

  9. Maak voor elke tabel in de nieuwe database dezelfde index en primaire sleutel als wordt gebruikt in de tabel in de replica.

    Werkwijze

    1. Open een tabel in de ontwerpweergave.

    2. Klik in het bovenste gedeelte van het venster op het veld waarvoor u een index wilt maken.

    3. Klik in het onderste gedeelte van het venster in het eigenschappenvak Geïndexeerd en klik vervolgens op Ja (duplicaten OK) of op Ja (geen duplicaten).

    4. Selecteer de velden die de primaire sleutel vormen.

    5. Klik op het tabblad Ontwerpen, in de groep Extra, op Primaire sleutel.

  10. Maak voor elke tabel in de nieuwe database dezelfde relatie als voor de replicatabel gelden.

    Werkwijze

    Wanneer u een relatie tussen tabellen definieert, hoeven de gerelateerde velden niet dezelfde naam te hebben. Gerelateerde velden moeten echter wel hetzelfde gegevenstype hebben, tenzij het primaire-sleutelveld een gegevenstype AutoNumber-veld is. Een AutoNummering-veld kunt u alleen aan een veld met het gegevenstype Numeriek koppelen als de instelling van de eigenschap Veldlengte van beide gekoppelde velden hetzelfde is. U kunt een AutoNummering-veld bijvoorbeeld aan een veld van het type Numeriek koppelen als de eigenschap Veldlengte van de beide velden Lange integer is. Zelfs als beide gekoppelde velden AutoNummering-velden zijn, moet de eigenschap Veldlengte voor beide velden dezelfde instelling hebben.

    Een een-op-veel- of een-op-een-relatie definiëren

    1. Sluit alle eventueel geopende tabellen. U kunt geen relaties instellen of wijzigen tussen geopende tabellen.

    2. Klik op het tabblad Databasehulpmiddelen, in de groep Weergeven/verbergen, op Relaties.

    3. Als u nog geen relaties in uw database hebt gedefinieerd, wordt het dialoogvenster Tabel weergeven automatisch weergegeven.

      Als u de tabellen die u wilt koppelen nog moet toevoegen en het dialoogvenster Tabel weergeven niet wordt geopend, kunt u het dialoogvenster als volgt openen: ga naar het tabblad Ontwerpen en klik in de groep Weergeven/verbergen op de knop Tabel weergeven.

    4. Dubbelklik op de namen van de tabellen die u wilt relateren en sluit vervolgens het dialoogvenster Tabel weergeven. Als u een relatie wilt maken tussen een tabel en zichzelf, voegt u de tabel tweemaal toe.

    5. Sleep het veld dat u wilt relateren uit de tabel naar het gerelateerde veld in de andere tabel.

      Als u meerdere velden wilt slepen, houdt u CTRL ingedrukt, klikt u op elk veld en sleept u de velden.

      Meestal sleept u het primaire-sleutelveld (dat vet wordt weergegeven) vanuit de ene tabel naar een soortgelijk veld (vaak met dezelfde naam) in een andere tabel, dat de refererende sleutel wordt genoemd.

    6. Het dialoogvenster Relaties bewerken wordt weergegeven. Controleer of de veldnamen in beide kolommen kloppen. U kunt deze namen desgewenst wijzigen.

      Stel zo nodig de relatieopties in.

    7. Klik op de knop Maken om de relatie te maken.

    8. Herhaal de stappen 4 tot en met 7 voor elk paar tabellen dat u wilt relateren.

      Wanneer u het venster venster Relaties sluit, wordt u gevraagd of u de indeling wilt opslaan. Ook als u de indeling niet opslaat, worden de gemaakte relaties in de database opgeslagen.

    Een veel-op-veel-relatie definiëren

    1. Maak de twee tabellen waartussen u een veel-op-veel-relatie wilt definiëren.

    2. Maak een derde tabel, een zogenaamde verbindingstabel, en voeg hieraan nieuwe velden toe met dezelfde definities als de primaire-sleutelvelden uit de twee andere tabellen. In de verbindingstabel fungeren de primaire-sleutelvelden als refererende sleutels. Net als aan andere tabellen kunt u aan de verbindingstabel velden toevoegen.

    3. Stel in de verbindingstabel de primaire sleutel zo in dat deze alle primaire-sleutelvelden van de andere twee tabellen bevat. In de verbindingstabel Orderinformatie kan de primaire sleutel bijvoorbeeld worden samengesteld uit de velden Order-id en Productnummer.

      Werkwijze

      1. Open de tabel in de ontwerpweergave.

      2. Selecteer het veld of de velden die u als primaire sleutel wilt definiëren.

        Als u één veld wilt selecteren, klikt u op de rijkiezer van het gewenste veld.

        Als u meerdere velden wilt selecteren, houdt u CTRL ingedrukt terwijl u op de rijkiezer van elk veld klikt.

      3. Klik op het tabblad Ontwerpen, in de groep Extra, op Primaire sleutel.

        Opmerking : Als u de velden in een meervoudige primaire sleutel een andere volgorde wilt geven dan de volgorde van die velden in de tabel, klikt u op de knop Indexen in de groep Weergeven/verbergen om het venster venster Indexen weer te geven. Vervolgens kunt u in dit venster de veldnamen voor de index met de naam PrimaryKey opnieuw rangschikken.

    4. Definieer een een-op-veel-relatie tussen elk van de twee primaire tabel en de verbindingstabel.

  11. Sla de nieuwe database op.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×