Groepsbeleid gebruiken om de instellingen van de OneDrive-synchronisatieclient te bepalen

Belangrijk: Dit artikel is automatisch vertaald, bekijk de disclaimer. De Engelse versie van dit artikel vindt u hier voor referentiedoeleinden.

Laatst bijgewerkt: December 2017

In dit artikel is bedoeld voor IT-beheerders voor het beheren van de synchronisatieclient OneDrive in een Windows Server enterprise-omgeving waarin Active Directory Domain Services.

Belangrijk: het ADML en ADMX-bestanden zijn nu beschikbaar in de OneDrive -installatiemap, %localappdata%\Microsoft\OneDrive\BuildNumber\adm\.

(Waarin BuildNumber het nummer is dat wordt weergegeven in de instellingen voor de synchronisatieclient op het tabblad Info.)

Opmerking: Als u geen IT-beheerder bent, raadpleegt u Aan de slag met de nieuwe synchronisatieclient van OneDrive in Windows voor informatie over synchronisatie-instellingen voor OneDrive. Zie OneDrive-beheercentrum voor informatie over het gebruik van het OneDrive-beheercentrum om synchronisatie-instellingen voor uw organisatie op te geven.

De volgende beleidsregels voor gebruikersconfiguratie zijn beschikbaar:

De volgende beleidsregels voor computerconfiguratie zijn beschikbaar:

Groepsbeleid gebruiken met OneDrive

Als u OneDrive wilt beheren met groepsbeleid, installeert u OneDrive en kopieert u de bestanden OneDrive.admx en OneDrive.adml vanuit %localappdata%\Microsoft\OneDrive\BuildNumber\adm\ in de centrale opslagplaats van uw groepsbeleid.

Dit beleid werkt door het instellen van registersleutels op de computers in uw domein, die worden herkend door de synchronisatieclient van OneDrive (OneDrive.exe). In de volgende secties wordt beschreven wat elk beleid doet en wat het standaardgedrag is als u niets configureert.

Opmerkingen:

  • Wanneer u een beleidsregel in- of uitschakelt, wordt de bijbehorende registersleutel bijgewerkt op de computers in uw domein. Als u het beleid later terugzet naar Niet geconfigureerd, wordt de bijbehorende registersleutel niet gewijzigd en de betreffende beleidsinstelling niet toegepast. Gebruik daarom na het configureren van een beleidsregel altijd de instellingen Ingeschakeld en Uitgeschakeld voor die beleidsregel.

  • De locatie waar de registersleutels staan geschreven, is bijgewerkt. Wanneer u het meest recente implementatiepakket gebruikt, verwijdert u mogelijk registersleutels die u eerder hebt ingesteld.

Beleidsregels voor gebruikersconfiguratie

Beleid voor gebruikersconfiguratie vindt u onder User Configuration\Policies\Administrative Templates\OneDrive.

Cocreatie en in-app delen van Office-bestanden   

Dit beleid stelt gebruikers in staat om in realtime samen te werken aan documenten en deze te delen vanuit de bureaublad-apps van Office 2016 en Office 2103. Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op 1:

[HKCU\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive] "EnableAllOcsiClients"=dword:00000001

Als u deze instelling inschakelt, wordt het tabblad Office weergegeven in de synchronisatie-instellingen van OneDrive en wordt de optie 'Office 2016 gebruiken om Office-bestanden die ik open, te synchroniseren' standaard ingeschakeld.

Schermafbeelding van het tabblad Office in Instellingen van de nieuwe synchronisatieclient van OneDrive voor Bedrijven

Als u deze instelling uitschakelt, wordt het tabblad Office verborgen in de synchronisatieclient, en is het niet mogelijk om cocreatie en in-app delen te gebruiken voor Office-bestanden. De instelling Gebruikers kunnen kiezen wat er gebeurt bij bestandsconflicten met Office-bestanden wordt gedeactiveerd en in het geval van een bestandsconflict blijven beide versies behouden. Zie Office 2016 gebruiken om Office-bestanden die ik open, te synchroniseren voor meer informatie over de instellingen in de synchronisatieclient.

Bijwerken van OneDrive.exe uitstellen tot de tweede releasefase   

Updates voor OneDrive.exe worden in twee ringen uitgebracht. De eerste ring, Productie, is de standaardring. Het duurt meestal een tot twee weken voordat de update in deze ring volledig is uitgebracht. Nadat de update in de ring Productie is uitgebracht, wordt de update in de tweede ring, Enterprise, uitgebracht. Als u de ring Enterprise hebt geselecteerd, hebt u nog zestig dagen de tijd u op updates voor te bereiden en de implementatie ervan binnen uw organisatie te regelen. Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op 1:

[HKCU\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive] "EnableEnterpriseUpdate"=dword:00000001

Als u deze instelling inschakelt, worden OneDrive-synchronisatieclients in uw domein (waaronder de clients die worden gebruikt voor het synchroniseren van persoonlijke accounts) tijdens de tweede ring bijgewerkt.

Als u deze instelling uitschakelt, worden de synchronisatieclients van OneDrive bijgewerkt zodra de updates beschikbaar zijn in de eerste ring.

Zie The OneDrive sync client update process (Het bijwerkproces van de OneDrive-synchronisatieclient) voor meer informatie over update-ringen en hoe de synchronisatieclient op updates controleert.

Voorkomen dat gebruikers de locatie van hun OneDrive-map wijzigen   

Met dit beleid kunt u voorkomen dat gebruikers de locatie van de OneDrive-map op hun computer wijzigen.

Als u wilt gebruiken dit beleid, moet u uw tenant-ID en gewenste pad in Groepsbeleid-Editor. dit beleid inschakelen Hiermee stelt u de volgende waarde op 1.

[HKCU\Software\Policies\Microsoft\OneDrive\DisableCustomRoot] "{Tenant ID}" = dword: 00000001

Als u deze instelling inschakelt, kunnen gebruikers de locatie van hun map 'OneDrive – {tenantnaam}' niet wijzigen in de wizard Welkom bij OneDrive. Dit zorgt ervoor dat gebruikers de standaardlocatie gebruiken of dat, als u de instelling De standaardlocatie voor de OneDrive-map instellen hebt ingesteld, alle gebruikers hun lokale OneDrive-map hebben op de locatie die u hebt opgegeven.

Als u deze instelling uitschakelt, kunnen gebruikers de locatie van hun synchronisatiemap wijzigen in de wizard Welkom bij OneDrive.

Zie bekende mappen omleiden naar OneDrive voor bedrijvenvoor meer informatie over het gebruik van dit beleid als onderdeel van het Windows-bekende mappen (zoals de map documenten) omleiden naar OneDrive.

Voorkomen dat gebruikers synchroniseren met persoonlijke OneDrive-accounts   

Met dit beleid kunt u voorkomen dat gebruikers persoonlijke bestanden synchroniseren naar de opslagruimte van OneDrive die ze krijgen bij een Microsoft-account. Standaard mogen gebruikers persoonlijke OneDrive-accounts synchroniseren. Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op 1.

[HKCU\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive] "DisablePersonalSync"=dword:00000001

Als u deze instelling inschakelt, kunnen uw gebruikers geen synchronisatierelatie instellen voor hun persoonlijke OneDrive-account. Als ze eerder wel konden synchroniseren met een persoonlijk OneDrive-account, wordt er een fout weergegeven bij het starten van de synchronisatieclient, maar blijven hun bestanden aanwezig op de computer.

Als u deze instelling uitschakelt, kunnen gebruikers hun persoonlijke OneDrive-accounts synchroniseren.

De standaardlocatie voor de OneDrive-map instellen   

Met dit beleid kunt u een specifiek pad instellen als de standaardlocatie van de OneDrive-map voor gebruikers die de wizard Welkom bij OneDrive doorlopen om de synchronisatieclient in te stellen. Het pad bevindt zich standaard onder %userprofile%.

Als u dit beleid wilt gebruiken, moet u de tenant-id en het gewenste standaardpad opgeven in de editor voor groepsbeleid. Met dit beleid wordt de volgende registersleutel ingesteld op een tekenreeks die het pad aangeeft.

[HKCU\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive\DefaultRootDir] "{Tenant ID}"="{User path}"

Als u deze instelling inschakelt, is de locatie van de lokale map OneDrive – <tenantnaam> standaard ingesteld op het pad dat u in het OneDrive ADMX-bestand opgeeft.

Als u deze instelling uitschakelt, is de locatie van de lokale map OneDrive – <tenantnaam> standaard ingesteld op %userprofile%.

Als u deze instelling wilt toepassen op meer dan één tenant, voert u de aanvullende tenant-id's voor de gewenste standaardpadvermeldingen in in de editor voor groepsbeleid.

Opmerking: De omgevingsvariabele %logonuser% werkt niet via groepsbeleid. U wordt aangeraden de variabele %username% te gebruiken.

Gebruikers kunnen kiezen wat er gebeurt bij bestandsconflicten met Office-bestanden   

Het beleid bepaalt wat er gebeurt wanneer er een conflict is tussen Office 2016-bestandsversies tijdens de synchronisatie. Standaard kunnen de gebruikers kiezen of ze de wijzigingen willen samenvoegen of beide kopieën willen bewaren. Gebruikers kunnen ook de synchronisatieclient configureren om altijd het bestand te splitsen en beide kopieën te bewaren. (Deze optie is alleen beschikbaar voor Office 2016. In eerdere versies van Office wordt het bestand altijd gesplitst en worden beide kopieën bewaard.) Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op 1.

[HKCU\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive] "EnableHoldTheFile"=dword:00000001

Als u deze instelling inschakelt, kunnen gebruikers bepalen of ze wijzigingen willen samenvoegen of beide kopieën willen bewaren. Gebruikers kunnen ook de synchronisatieclient configureren om altijd het bestand te splitsen en beide kopieën te bewaren zoals hieronder wordt weergegeven.

Het tabblad Office in het dialoogvenster Synchronisatie-instellingen

Als u deze instelling uitschakelt, wordt in het geval van een bestandsconflict het bestand altijd gesplitst en worden beide kopieën bewaard. De configuratie-instelling van de synchronisatieclient is uitgeschakeld.

U moet het beleid 'Cocreatie en in-app delen van Office-bestanden' inschakelen om dit beleid te kunnen inschakelen. Zie Office 2016 gebruiken om Office-bestanden die ik open, te synchroniseren voor meer informatie over de instellingen in de synchronisatieclient.

Het maximumpercentage instellen van de bandbreedte voor uploaden dat door OneDrive.exe wordt gebruikt   

Met dit beleid kunt u de maximale doorvoersnelheid voor uploaden in kilobytes (kB) per seconde instellen voor computers waarop de OneDrive-synchronisatieclient wordt uitgevoerd. De minimumsnelheid is 50 kB/sec.; de maximumsnelheid is 100.000 kB/sec. Hoe lager de instelling voor de bandbreedte voor uploaden, hoe langer de computers waarop OneDrive.exe wordt uitgevoerd, erover doen om bestanden te uploaden. 

Standaard is de bandbreedte voor uploaden onbeperkt en kan rechtstreeks door de gebruiker in de synchronisatieclient worden ingesteld. Als u deze instelling inschakelt, gebruiken de computers waarop dit beleid van toepassing is een door u opgegeven bandbreedte voor uploaden en kunnen gebruikers de uploadsnelheid niet via de synchronisatie-instellingen wijzigen. OneDrive.exe moet opnieuw worden gestart op de apparaten van gebruikers om de configuratie toe te passen die in deze instelling is opgegeven. Als u deze instelling uitschakelt, kunnen gebruikers de maximumbandbreedte voor uploaden voor een computer instellen door de instellingen van de synchronisatieclient te openen en op het tabblad Netwerk te klikken. 

U wordt aangeraden deze instelling alleen te gebruiken in gevallen waarbij strikte verkeersbeperkingen worden vereist, bijvoorbeeld als u de synchronisatieclient in uw organisatie voor het eerst implementeert. Het wordt afgeraden deze instelling voortdurend te gebruiken, omdat de prestaties van de synchronisatieclient afnemen, met negatieve gevolgen voor de gebruikerservaring. 

Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op een waarde tussen 50 en 100.000. Bijvoorbeeld:

[HKCU\SOFTWARE\Policies\Microsoft\OneDrive] "UploadBandwidthLimit"=dword:00000032

Met deze registersleutel wordt de bandbreedtelimiet voor uploaden ingesteld op 50 kB/sec. Hierbij wordt de hexadecimale waarde voor 50 gebruikt, namelijk 00000032.

De netwerkbandbreedte die u nodig hebt voor de synchronisatieclient en controle over synchroniseren doorvoer, Zie voor informatie over het schatten van netwerkgebruik planning voor de synchronisatieclient van OneDrive.

Het maximumpercentage instellen van de bandbreedte voor downloaden dat door OneDrive.exe wordt gebruikt    

Met dit beleid kunt u de maximale doorvoersnelheid voor downloaden in kilobytes (kB) per seconde instellen voor computers waarop de OneDrive-synchronisatieclient wordt uitgevoerd. De minimumsnelheid is 50 kB/sec.; de maximumsnelheid is 100.000 kB/sec. Hoe lager de instelling voor de bandbreedte voor downloaden, hoe langer de computers waarop OneDrive.exe wordt uitgevoerd, erover doen om bestanden te downloaden. 

Standaard is de bandbreedte voor downloaden onbeperkt en kan rechtstreeks door de gebruiker in de synchronisatieclient worden ingesteld. Als u deze instelling inschakelt, gebruiken de computers waarop dit beleid van toepassing is een door u opgegeven bandbreedte voor downloaden en kunnen gebruikers de downloadsnelheid niet via de synchronisatie-instellingen wijzigen. OneDrive.exe moet opnieuw worden gestart op de apparaten van gebruikers om de configuratie toe te passen die in deze instelling is opgegeven. Als u deze instelling uitschakelt, kunnen gebruikers de maximumbandbreedte voor downloaden voor een computer instellen door de instellingen van de synchronisatieclient te openen en op het tabblad Netwerk te klikken. 

U wordt aangeraden deze instelling te gebruiken in gevallen waarbij Files On-Demand NIET is ingeschakeld en strikte verkeersbeperkingen worden vereist, bijvoorbeeld als u de synchronisatieclient in uw organisatie voor het eerst implementeert of synchronisatie van teamsites inschakelt. Het wordt afgeraden deze instelling voortdurend te gebruiken, omdat de prestaties van de synchronisatieclient afnemen, met negatieve gevolgen voor de gebruikerservaring. 

Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op een waarde tussen 50 en 100.000. Bijvoorbeeld:

[HKCU\SOFTWARE\Policies\Microsoft\OneDrive] "DownloadBandwidthLimit"=dword:00000032

Met deze registersleutel wordt de bandbreedtelimiet voor downloaden ingesteld op 50 kB/sec. Hierbij wordt de hexadecimale waarde voor 50 gebruikt, namelijk 00000032.

De netwerkbandbreedte die u nodig hebt voor de synchronisatieclient en controle over synchroniseren doorvoer, Zie voor informatie over het schatten van netwerkgebruik planning voor de synchronisatieclient van OneDrive.

Beleidsregels voor computerconfiguratie

Beleid voor computerconfiguratie vindt u onder Computer Configuration\Policies\Administrative Templates\OneDrive.

Het maximumpercentage instellen van de bandbreedte voor uploaden voor OneDrive.exe   

Met dit beleid kunt u het maximumpercentage van de beschikbare bandbreedte voor uploaden van een computer instellen dat door de OneDrive-synchronisatieclient voor uploaden kan worden gebruikt. (OneDrive gebruikt deze bandbreedte alleen bij het synchroniseren van bestanden.) De beschikbare bandbreedte op een computer verandert voortdurend. Dus door een percentage in te stellen, kan de synchronisatieclient reageren op een toe- en afname van de beschikbaarheid van de bandbreedte wanneer op de achtergrond wordt gesynchroniseerd.

Als er een bestand wordt geüpload terwijl deze instelling is ingeschakeld, meet de OneDrive-synchronisatieclient hoeveel inhoud er wordt geüpload en meet gedurende zestig seconden hoe lang het duurt om de maximumbandbreedte voor uploaden voor de service vast te stellen. De maximumbandbreedte voor uploaden is gebaseerd op de piekhoogte van de waargenomen bandbreedte tijdens het meetinterval.

Throughput Calculation_C3_2017821163425 uploaden

Opmerking: De verkregen maximumbandbreedte kan soms afwijken van de verwachte waarde vanwege de verschillende beperkingsmechanismen die de provider kan gebruiken.

Deze berekende waarde wordt vervolgens vermenigvuldigd met het percentage dat u voor deze instelling definieert en wordt gebruikt als de bovengrens van de bandbreedte gedurende de volgende tien minuten. Na tien minuten voert de synchronisatieclient nog een meting van zestig seconden uit en past de waarde aan op basis van de resultaten van de nieuwe maximumbandbreedte voor uploaden voor die meetperiode. De bandbreedte voor uploaden wordt tijdens de 60-secondenmeting niet beperkt en bestanden kunnen bij maximale bandbreedte worden geüpload. Hierdoor zijn twee belangrijke scenario's mogelijk. Eerst zal een zeer klein bestand snel worden geüpload, omdat het past in het interval waarin de synchronisatieclient de maximale snelheid meet. Daarna zal de synchronisatie voor langdurige uploads de uploadsnelheid blijven optimaliseren overeenkomstig het percentage dat hier wordt ingesteld.

Als u dit beleid inschakelt, wordt de volgende registersleutelwaarde ingesteld op een waarde tussen 10 en 99. Bijvoorbeeld:

[HKLM\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive] "AutomaticUploadBandwidthPercentage"=dword:00000032

Met deze registersleutel wordt het bandbreedtepercentage voor uploaden ingesteld op 50 procent. Hierbij wordt de hexadecimale waarde voor 50 gebruikt, namelijk 00000032.

Hoe lager het percentage wordt ingesteld, hoe langer het duurt voor de bestanden zijn geüpload. Het is raadzaam te kiezen voor een waarde van 50 procent of hoger. Standaard is het maximumpercentage ingesteld op 99 procent. Als u deze instelling inschakelt, kunnen gebruikers de uploadsnelheid niet wijzigen door de instellingen van de synchronisatieclient te openen en op het tabblad Netwerk te klikken.

De netwerkbandbreedte die u nodig hebt voor de synchronisatieclient en controle over synchroniseren doorvoer, Zie voor informatie over het schatten van netwerkgebruik planning voor de synchronisatieclient van OneDrive.

Voorkomen dat gebruikers toegang krijgen tot bestanden op de computer met de functie Ophalen   

Dit beleid stelt u in staat om voorkomen dat gebruikers de functie Ophalen gebruiken wanneer ze met hun Microsoft-account zijn aangemeld bij OneDrive.exe. De functie Ophalen biedt gebruikers de mogelijkheid om naar OneDrive.com gaan, een Windows-computer te selecteren die op dat moment online is en waarop de synchronisatieclient van OneDrive wordt uitgevoerd, en vanaf die computer toegang te krijgen tot al hun persoonlijke bestanden. De standaardinstelling is dat gebruikers de functie Ophalen kunnen gebruiken.

Er zijn twee instellingen: een voor 32-bits computers en een voor een 64-bits computers. Als u deze instellingen inschakelt, worden de volgende registersleutelwaarden ingesteld op 1.

[HKLM\SOFTWARE\Microsoft\OneDrive\Remote Access] "GPOEnabled"=dword:00000001

[HKLM\SOFTWARE\Wow6432Node\Microsoft\OneDrive\Remote Access] "GPOEnabled"=dword:00000001

Als u deze instelling inschakelt, kunnen gebruikers de functie Ophalen niet gebruiken.

Als u deze instelling uitschakelt, kunnen gebruikers de functie Ophalen gebruiken.

Toestaan dat alleen bepaalde organisaties OneDrive-accounts synchroniseren   

Met dit beleid kunt u gebruikers toestaan om alleen OneDrive-accounts voor bepaalde organisaties te synchroniseren door een lijst met toegestane tenant-ID's te specificeren. Als u deze instelling inschakelt, krijgen gebruikers een fout als ze proberen een account toe te voegen van een organisatie die niet op de lijst staat. De bestanden worden niet meer gesynchroniseerd als een gebruiker het account al heeft.

[HKLM\SOFTWARE\Policies\Microsoft\OneDrive\AllowTenantList] "1111-2222-3333-4444"

(waarbij '1111-2222-3333-4444' de tenant-ID is)

Gebruik 'Synchronisatie van OneDrive-accounts blokkeren voor specifieke organisaties' om in plaats daarvan specifieke organisaties te blokkeren.

Deze instelling heeft prioriteit boven het beleid 'Synchronisatie van OneDrive-accounts blokkeren voor specifieke organisaties'. Schakel beide beleidsregels niet tegelijk in.

Synchronisatie van OneDrive-accounts blokkeren voor specifieke organisaties   

Met dit beleid kunt u voorkomen dat gebruikers bestanden naar een andere organisatie uploaden. U kunt een lijst met geblokkeerde tenant-ID's opgeven. Als u deze instelling inschakelt, krijgen gebruikers een fout als ze proberen een account toe te voegen van een organisatie die is geblokkeerd. De bestanden worden niet meer gesynchroniseerd als een gebruiker het account al heeft toegevoegd.

[HKLM\SOFTWARE\Policies\Microsoft\OneDrive\BlockTenantList] "1111-2222-3333-4444"

(waarbij '1111-2222-3333-4444' de tenant-ID is)

Gebruik in plaats daarvan 'Toestaan dat alleen bepaalde organisaties OneDrive-accounts synchroniseren.' om een lijst te maken met toegestane organisaties.

Deze instelling werkt NIET als u het beleid 'Toestaan dat alleen bepaalde organisaties OneDrive-accounts synchroniseren.' hebt ingeschakeld. Schakel beide beleidsregels niet tegelijk in.

(Preview) OneDrive op de achtergrond configureren met behulp van Windows 10 of domeinreferenties   

Belangrijk: als u deze instelling inschakelt, moet ADAL zijn ingeschakeld. Als dat niet het geval is, mislukt de accountconfiguratie. Download en open EnableADAL.reg om ADAL in te schakelen en de synchronisatieclient opnieuw te starten.

Met dit beleid kunt u de OneDrive-synchronisatieclient op de achtergrond configureren met behulp van het primaire Windows-account onder Windows 10 en met domeinreferenties onder Windows 7 en hoger.

Als u deze instelling inschakelt, wordt met behulp van deze referenties een aanmelding uitgevoerd bij het werk- of schoolaccount. De beschikbare schijfruimte wordt voorafgaand aan de synchronisatie gecontroleerd. Indien deze groot is, meldt OneDrive de gebruiker zijn of haar mappen te kiezen. De drempelwaarde waarbij de gebruiker een melding krijgt, kan worden geconfigureerd met behulp van DiskSpaceCheckThresholdMB. OneDrive doet een aanmeldingspoging bij elk account op de computer en als er een succesvol is, wordt voor dit account geen configuratie op de achtergrond meer uitgevoerd.

Als deze instelling wordt ingeschakeld en de gebruiker de vorige OneDrive voor Bedrijven-synchronisatieclient gebruikt, zal de nieuwe synchronisatieclient de synchronisatie proberen over te nemen. De nieuwe synchronisatieclient doet een poging de synchronisatie-instellingen van de gebruiker te importeren vanuit de vorige synchronisatieclient.

Als u deze instelling uitschakelt, worden gebruikers niet automatisch door OneDrive aangemeld.

[HKLM\SOFTWARE\Policies\Microsoft\OneDrive]

"SilentAccountConfig"=dword:00000001

Dit beleid kan worden gebruikt met zowel DiskSpaceCheckThresholdMB als DefaultRootDir.

Feedback over deze functie of bij problemen wordt gewaardeerd. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram OneDrive in het systeemvak en klik vervolgens op Een probleem melden. Voeg bij elke feedback het label SilentConfig toe, zodat uw feedback rechtstreeks wordt verzonden naar de technici die aan deze functie werken.

(Preview) De maximum grootte van OneDrive configureren voor het automatisch downloaden van alle bestanden   

Deze instelling wordt gebruikt in combinatie met SilentAccountConfig. Een gebruiker met een OneDrive die groter is dan de opgegeven drempelwaarde (in MB), wordt gevraagd de mappen te kiezen die ze willen laten synchroniseren voordat de OneDrive-synchronisatieclient (OneDrive.exe) de bestanden downloadt.

[HKLM\SOFTWARE\Policies\Microsoft\OneDrive\DiskSpaceCheckThresholdMB]

Voorbeeld: "1111-2222-3333-4444" = dword:0005000

(waarin "1111-2222-3333-4444" de tenant-ID is en 0005000 een drempelwaarde inhoudt van 5000 MB)

Verwante onderwerpen

De nieuwe OneDrive-synchronisatieclient implementeren in een bedrijfsomgeving
Voorkomen dat gebruikers de OneDrive-synchronisatieclient installeren
Synchronisatie alleen toestaan op computers die lid zijn van bepaalde domeinen
Synchronisatie van bepaalde bestandstypen blokkeren

Opmerking: Disclaimer voor automatische vertaling: Dit artikel is vertaald door een computersysteem zonder menselijke tussenkomst. Microsoft biedt deze automatische vertalingen aan om niet-Engels sprekende gebruikers te helpen de inhoud over producten, services en technologieën van Microsoft te raadplegen. Omdat het artikel automatisch is vertaald, bevat het mogelijk fouten in grammatica, woordenschat en syntaxis.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×