Office
Aanmelden
Gegevensinvoerindelingen bepalen met invoermaskers

Gegevensinvoerindelingen bepalen met invoermaskers

U kunt personen helpen gegevens op de juiste manier in uw Access-database in te voeren, door invoermaskers voor velden aan te bieden die gegevens bevatten die al op een bepaalde manier zijn ingedeeld. Zo kunt u een invoermasker gebruiken om ervoor te zorgen dat in een veld voor een telefoonnummer telefoonnummers met de juiste indeling worden ingevoerd.

Met een invoermasker wordt alleen bepaald of de gegevens in Access worden geaccepteerd. Het masker wijzigt niet de manier waarop de gegevens worden opgeslagen. Dit wordt bepaald door het gegevenstype van het veld en andere eigenschappen. Zie het artikel Inleiding tot gegevenstypen en veldeigenschappen voor meer informatie over hoe gegevens in Access worden opgeslagen.

Belangrijk:  Dit artikel is alleen van toepassing op Access-bureaubladdatabases. Access-web-apps en -webdatabases ondersteunen geen invoermaskers.

In dit artikel

Over invoermaskers

Tekens die invoermaskers definiëren

Wanneer u invoermaskers in Access dient te vermijden

Een invoermasker aan een tabelveld toevoegen met de wizard Invoermasker

Aangepaste invoermaskers maken

Voorbeelden van invoermaskers

Invoermaskers voor e-mailadressen gebruiken

Over invoermaskers

Een invoermasker is een reeks kenmerken waarmee de indeling van geldige invoerwaarden wordt aangegeven. U kunt invoermaskers gebruiken in tabelvelden, queryvelden en besturingselementen in formulieren en rapporten. Het invoermasker wordt als objecteigenschap opgeslagen.

U kunt een invoermasker gebruiken wanneer het belangrijk is dat de indeling van de invoerwaarden consistent is. U kunt bijvoorbeeld een invoermasker gebruiken bij een veld waarin telefoonnummers worden opgeslagen, zodat per se tien cijfers in het veld moeten worden ingevoerd. Als iemand dus een telefoonnummer zonder netnummer opgeeft, worden de gegevens niet geaccepteerd.

De drie onderdelen van een invoermasker

Invoermaskers bestaan uit een verplicht onderdeel en twee optionele onderdelen. De onderdelen worden met een puntkomma van elkaar gescheiden. Het doel van de onderdelen is als volgt:

  • Het eerste onderdeel is verplicht. Dit onderdeel bevat de maskertekens of -tekenreeks, samen met tijdelijke aanduidingen en letterlijke gegevens, zoals haakjes, punten en liggende streepjes.

  • Het tweede onderdeel is optioneel en verwijst naar de ingesloten maskertekens en de manier waarop ze worden opgeslagen in het veld. Als het tweede onderdeel is ingesteld op 0, worden de tekens samen met de gegevens opgeslagen, en als het is ingesteld op 1, worden de tekens alleen weergegeven, niet opgeslagen. U kunt opslagruimte in de database besparen door het tweede onderdeel in te stellen op 1.

  • Het derde onderdeel van het invoermasker is ook optioneel en geeft aan dat één teken of spatie als tijdelijke plaatsaanduiding wordt gebruikt. In Access wordt standaard het onderstrepingsteken (_) gebruikt. Als u een ander teken wilt gebruiken, typt u het in het derde gedeelte van het masker.

Dit is bijvoorbeeld een invoermasker voor telefoonnummers volgens de Amerikaanse notatie: (999) 000-000;0;-:

  • In het masker worden twee tekens voor tijdelijke aanduiding gebruikt: 9 en 0. De 9 duidt een optioneel cijfer aan (want u hoeft niet altijd een netnummer in te voeren) en de 0 duidt een verplicht cijfer aan.

  • De 0 in het tweede onderdeel van het invoermasker geeft aan dat de maskertekens samen met de gegevens worden opgeslagen.

  • Het derde onderdeel van het invoermasker geeft aan dat een liggend streepje (-) in plaats van het onderstrepingsteken (_) wordt gebruikt als teken voor de tijdelijke plaatsaanduiding.

Tekens die invoermaskers definiëren

In de volgende tabel staan de tijdelijke plaatsaanduiding en de letterlijke tekens voor een invoermasker, en wordt uitgelegd hoe gegevensinvoer wordt bepaald:

Teken

Uitleg

0

De gebruiker moet een cijfer invoeren (0 tot en met 9).

9

De gebruiker kan een cijfer invoeren (0 tot en met 9).

#

De gebruiker kan een cijfer, een spatie, of een plus- of minteken invoeren. Als dit wordt overgeslagen, wordt een spatie ingevoerd.

L

De gebruiker moet een letter invoeren.

?

De gebruiker kan een letter invoeren.

A

De gebruiker moet een letter of een cijfer invoeren.

a

De gebruiker kan een letter of een cijfer invoeren.

&

De gebruiker moet een teken of een spatie invoeren.

C

De gebruiker kan tekens of spaties invoeren.

. , : ; - /

Tijdelijke aanduidingen voor decimalen en duizendtallen, en scheidingstekens voor datum en tijd. Het teken dat u kiest hangt af van uw landinstellingen in Microsoft Windows.

>

Alle tekens die hierop volgen, worden als hoofdletters weergegeven.

<

Alle tekens die hierop volgen, worden als kleine letters weergegeven.

!

Het invoermasker wordt van links naar rechts opgevuld in plaats van andersom.

\

De tekens die er rechtstreeks op volgen, worden letterlijk weergegeven.

""

De tekens die tussen dubbele aanhalingstekens zijn ingesloten, worden letterlijk weergegeven.

Wanneer u invoermaskers in Access dient te vermijden

Hoe handig invoermaskers ook zijn, ze zijn niet in alle omstandigheden bruikbaar. Gebruik in de volgende situaties geen invoermasker:

  • Er moeten soms gegevens worden ingevoerd die afwijken van het masker. Bij een invoermasker kunnen geen uitzonderingen worden gemaakt.

  • U bent van plan een besturingselement Datumkiezer bij een datum-/tijdveld te gebruiken. Invoermaskers zijn niet compatibel met het besturingselement Datumkiezer.

Een invoermasker aan een tabelveld toevoegen met de wizard Invoermasker

U kunt invoermaskers gebruiken voor velden die zijn ingesteld op de gegevenstypen Tekst, Numeriek (behalve ReplicationID), Valuta en Datum/tijd.

Opmerking: Als u een invoermasker gebruikt voor een Datum/tijd-veld, is het besturingselement Datumkiezer niet beschikbaar, ongeacht de manier waarop u deze eigenschap instelt.

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de tabel en klik in het snelmenu op Ontwerpweergave.

  2. Klik op het veld waaraan u het invoermasker wilt toevoegen.

  3. Klik onder Veldeigenschappen, op het tabblad Algemeen, in het vak van de eigenschap Invoermasker.

  4. Klik op de knop Opbouwen Knop Opbouwfunctie om de wizard Invoermasker te starten.

  5. Selecteer in de lijst Invoermasker het type masker dat u wilt toevoegen.

    Wizard Invoermasker in Access-bureaubladdatabase

  6. Klik op Proberen en voer gegevens in om de weergave van het masker te testen.

  7. Als u het invoermasker wilt bewaren zonder wijzigingen, klikt u op Volgende.

  8. Selecteer een optie voor de manier waarop u de gegevens wilt opslaan.

  9. Klik op Voltooien om uw wijzigingen op te slaan.

Een invoermasker aan een query toevoegen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op de query die u wilt wijzigen en klik vervolgens op Ontwerpweergave in het snelmenu.

  2. In het queryontwerpraster plaatst u de aanwijzer in de kolom van het veld dat u wilt wijzigen.

    U kunt de cursor in elke rij voor dat veld plaatsen.

  3. Druk op F4 om het eigenschappenvenster van het veld te openen.

  4. Klik onder Veldeigenschappen, op het tabblad Algemeen, in het vak van de eigenschap Invoermasker.

  5. Klik op de knop Opbouwen Knop Opbouwfunctie om de wizard Invoermasker te starten en volg de instructies in de wizard op.

Een invoermasker aan een besturingselement voor een formulier of rapport toevoegen

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op het formulier of rapport dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op Ontwerpweergave in het snelmenu.

  2. Klik met de rechtermuisknop op het besturingselement dat u wilt wijzigen en klik vervolgens op Eigenschappen in het snelmenu.

  3. Klik op het tabblad Alles en klik vervolgens op het eigenschappenvak Invoermasker.

  4. Klik op de knop Opbouwen Knop Opbouwfunctie om de wizard Invoermasker te starten en volg de instructies in de wizard op.

Aangepaste invoermaskers maken

Hoewel de wizard Invoermasker invoermaskers biedt voor de meest gebruikte indelingen, wilt u soms misschien invoermaskers aanpassen aan uw wensen. U kunt een invoermasker aanpassen door de vooraf gedefinieerde maskers van de wizard Invoermasker te wijzigen of door de eigenschap Invoermasker handmatig te wijzigen voor een veld waarop u het masker wilt toepassen.

Invoermaskers van de wizard Invoermasker aanpassen

  1. Open het object in de Ontwerpweergave en klik op het veld waaraan u het aangepaste invoermasker wilt toevoegen.

  2. Klik Opbouwen Knop Opbouwfunctie om de wizard Invoermasker te starten.

  3. Klik op Lijst bewerken.

    Het dialoogvenster Wizard Invoermasker aanpassen wordt weergegeven.

  4. Ga naar een nieuw record in het dialoogvenster en voer een nieuwe beschrijving in het tekstvak Beschrijving in.

  5. Voer in het tekstvak Invoermasker tekens en tijdelijke aanduidingen in met het toegestane aantal tekens uit de lijst Tabel.

  6. Klik op de pijl-omlaag naast Maskertype en selecteer een geschikt maskertype.

  7. Klik op Sluiten. Het nieuwe invoermasker wordt weergegeven in de lijst.

Invoermaskers aanpassen met de eigenschapsinstelling van het veld

  1. Klik in het navigatiedeelvenster met de rechtermuisknop op het object en klik in het snelmenu op Ontwerpweergave.

  2. Klik op het veld waarvoor u het aangepaste invoermasker wilt maken.

  3. Klik in het onderdeel Veldeigenschappen op het tekstvak Invoermasker en typ uw aangepaste masker.

  4. Druk op Ctrl+S om de wijzigingen op te slaan.

De definitie van het invoermasker voor numerieke en valutavelden moet handmatig worden ingetypt.

Voorbeelden van invoermaskers

In deze voorbeelden in de onderstaande tabel ziet u enkele manieren waarop u invoermaskers kunt gebruiken.

Dit invoermasker

Leidt tot dit soort waarde

Opmerkingen

(000) 000-0000

(206) 555-0199

In dit geval moeten de gebruikers een netnummer invoeren, omdat het desbetreffende gedeelte van het masker (000 tussen haakjes) de tijdelijke aanduiding 0 bevat.

(999) 000-0000!

(206) 555-0199
( ) 555-0199

In dit geval wordt in het gedeelte voor het netnummer de tijdelijke aanduiding 9 gebruikt, dus netnummers zijn optioneel. Verder zorgt het uitroepteken (!) dat het masker van links naar rechts wordt ingevuld.

(000) AAA-AAAA

(206) 555-TELE

Hierdoor is het mogelijk om in een Amerikaans telefoonnummer op de laatste vier posities letters in plaats van cijfers te typen. Let op het gebruik van de tijdelijke aanduiding 0 in het gedeelte voor het netnummer, waardoor het netnummer verplicht is.

#999

-20
2000

Een willekeurig positief of negatief getal, niet meer dan vier tekens, zonder scheidingsteken voor duizendtallen of decimalen.

>L????L?000L0

GROENGR339M3
MEI R 452B7

Een combinatie van verplichte (L) en optionele (?) letters en verplichte cijfers (0). Door het groter-dan-teken moeten alle getypte letters hoofdletters zijn. Als u een invoermasker van dit type wilt gebruiken, moet u het als gegevenstype voor het tabelveld Tekst of Memo instellen.

00000-9999

98115-
98115-3007

Een verplichte Amerikaanse postcode met een optionele toevoeging van vier cijfers.

>L<??????????????

Maria
Petersen

Een voornaam of achternaam, waarvan de eerste letter automatisch een hoofdletter wordt.

ISBN 0-&&&&&&&&&-0

ISBN 1-55615-507-7

Het nummer van een boek, met letterlijke tekst, een verplicht eerste en laatste cijfer en daartussen een willekeurige combinatie van letters en andere tekens.

>LL00000-0000

DB51392-0493

Een combinatie van verplichte hoofdletters en verplichte cijfers. Dit soort invoermasker kunt u bijvoorbeeld gebruiken om de gebruikers te helpen onderdeelnummers of voorraadnummers op de juiste wijze in te voeren.

Invoermaskers voor e-mailadressen gebruiken

Aangezien het aantal tekens waaruit e-mailadressen bestaan, sterk varieert, zijn invoermaskers geen goed middel om ervoor te zorgen dat e-mailadressen correct worden ingevoerd. In plaats hiervan raden wij u aan de eigenschappen Validatieregel en Validatietekst te gebruiken.

De validatieregel die in de volgende tabel wordt weergegeven, zorgt ervoor dat het e-mailadres wordt ingevoerd met een of meer tekens en vervolgens een @-teken, daarna een of meer tekens, vervolgens een punt en daarna een of meer tekens. Zo is tom@example.com bijvoorbeeld toegestaan, maar tom@example,com of tom@example niet. Als u een e-mailadres opgeeft dat niet overeenkomt met de validatieregel, wordt de invoer niet geaccepteerd en wordt het bericht weergegeven in de eigenschap Validatietekst. Indien er geen tekst wordt ingevoerd in het eigenschappenvenster Validatietekst, geeft Access een algemeen bericht weer.

Eigenschap

Instelling

Validatieregel

Is nul of ((net als "*?@?*.?*") en (niet als "*[ ,;]*"))

Validatietekst (optioneel)

Geef het e-mailadres op met een @-teken en de volledige domeinnaam (bijvoorbeeld 'frank@contoso.com').

Zie het artikel Invoer van gegevens beperken met een validatieregel voor meer informatie over het gebruik van validatieregels en stapsgewijze procedures.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×