Eigenschappenpagina Gegevens (ADP)

(Alleen in Microsoft SQL Server 2000.) Van toepassing op tabellen, weergaven, opgeslagen procedures met één instructie en inlinefuncties. Hier wordt informatie weergegeven over filters, sorteervolgorde en subgegevensbladen.

Tabelnaam

Wordt alleen weergegeven als u met een tabel werkt. Hier wordt de naam van de tabel weergegeven. Als u aan een databasediagram werkt en hierin meer dan één tabel is geselecteerd, is alleen de naam van de eerste tabel zichtbaar.

Objectnaam

Alleen van toepassing als u in een weergave, procedure met één instructie of inlinefunctie werkt. De naam van het object waaraan u werkt.

Filter

De selectiecriteria op de client, die worden toegepast nadat de resultaatset is opgehaald uit de database. Deze eigenschap bestaat uit een tekenreeksexpressie met een WHERE-component zonder het sleutelwoord WHERE.

Sorteren op

De sorteercriteria op de client, die worden toegepast nadat de resultaatset is opgehaald uit de database. Deze eigenschap is een tekenreeksexpressie die de naam aangeeft van het veld of de velden waarvan u de records wilt sorteren. Wanneer u meerdere veldnamen gebruikt, moet u deze van elkaar scheiden door middel van een komma (,). Als u de records in aflopende volgorde wilt sorteren, typt u DESC aan het einde van de tekenreeksexpressie.

Naam subgegevensblad

De naam van de tabel of query die afhankelijk is van het subgegevensblad. Kies [Auto] om aan te geven dat aan de hand van bestaande relaties in de database wordt vastgesteld welke tabel afhankelijk moet zijn van het subgegevensblad.

Subvelden koppelen

De lijst met gekoppelde velden in het subgegevensblad. De velden in deze lijst moeten overeenkomen met de velden die u opgeeft in het besturingselement voor Hoofdvelden koppelen.

Hoofdvelden koppelen

De lijst met gekoppelde velden of besturingselementen in de tabel, weergave, opgeslagen procedure met één instructie of inlinefunctie waarin het subgegevensblad zich bevindt. De velden in deze lijst moeten overeenkomen met de velden die u opgeeft voor het besturingselement voor Subvelden koppelen. De beide overeenkomstige paren (hoofd- en sub-)velden hoeven niet dezelfde naam te hebben, maar moeten wel hetzelfde soort gegevens bevatten en dezelfde of compatibele gegevenstypen en veldlengten hebben.

Hoogte van subgegevensblad

De standaardhoogte voor weergave in het subgegevensblad. Als het subgegevensblad meer rijen bevat dan de standaardhoogte toestaat, verschijnt er een verticale schuifbalk in het subgegevensblad.

Uitgevouwen subgegevensblad

De toestand waarin alle subgegevensbladen binnen de tabel, weergave, opgeslagen procedure met één instructie of inlinefunctie worden opgeslagen. Ja betekent uitgevouwen, Nee betekent samengevouwen.

Standaardweergave

De weergave waarin het subgegevensblad wordt weergegeven wanneer de gebruiker het object opent of insluit als subformulier of subrapport. U kunt kiezen uit Gegevensblad, Draaitabel of Draaigrafiek.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×