Een vervolgkeuzelijst invoegen

U kunt een vervolgkeuzelijst in een formuliersjabloon van Microsoft Office InfoPath gebruiken om een gebruiker een lijst te geven van mogelijkheden die elkaar uitsluiten. De lijst blijft verborgen totdat de gebruiker op de pijl rechts van de vervolgkeuzelijst klikt.

In dit artikel

Wanneer een vervolgkeuzelijst kan worden gebruikt

De gebruikerservaring

Een vervolgkeuzelijst invoegen

Tips voor de indeling

Wanneer een vervolgkeuzelijst kan worden gebruikt

Gebruik een vervolgkeuzelijst voor het volgende:

  • Gebruikers in staat stellen één selectie in een lijst met vooraf gedefinieerde items te maken.

  • De lijst met items in het formulier standaard verbergen.

  • De waarden weergeven die zijn opgehaald uit een vaste lijst, uit de gegevensbron van de formuliersjabloon of uit een externe gegevensbron, zoals een database of een Microsoft Windows SharePoint Services-lijst.

In de volgende afbeelding categoriseren gebruikers uitgaven in een formulier voor onkostendeclaratie door vooraf gedefinieerde waarden in een geopende vervolgkeuzelijst te selecteren.

Optie geselecteerd in geopende vervolgkeuzelijst

Nadat u een vervolgkeuzelijst in uw formuliersjabloon hebt ingevoegd, moet u de waarden opgeven die u daarin wilt opnemen. Gebruikers zien anders een lege lijst wanneer ze op de pijl naast de vervolgkeuzelijst klikken. In het dialoogvenster Eigenschappen van vervolgkeuzelijst kunt u zelf de waarden typen of de vervolgkeuzelijst zodanig configureren dat waarden worden opgehaald uit een database of een andere gegevensbron.

Verwante besturingselementen

InfoPath bevat besturingselementen die lijken op vervolgkeuzelijsten, maar een ander doel hebben. Raadpleeg de volgende lijst om te zien welke van deze besturingselementen het beste zijn voor uw formuliersjabloon:

Keuzelijst    Net zoals in een vervolgkeuzelijst kunnen gebruikers in een keuzelijst een waarde in een lijst selecteren. In tegenstelling tot een vervolgkeuzelijst, geeft een keuzelijst echter de gehele lijst in het formulier weer. Als er geen ruimteproblemen op uw formuliersjabloon zijn, kunt u het gebruik van een keuzelijst overwegen, waardoor het voor gebruikers gemakkelijker is om items te zoeken en te selecteren.

Keuzelijst met invoervak    Net zoals in een vervolgkeuzelijst kunnen gebruikers in een keuzelijst met invoervak een waarde in een lijst selecteren. De lijst blijft verborgen totdat de gebruikers deze weergeven. In een keuzelijst met invoervak kunnen gebruikers echter hun eigen waarde in de lijst typen en bovendien een keuze maken uit de vooraf gedefinieerde waarden.

Keuzelijst met meerdere keuzemogelijkheden    Als u wilt dat gebruikers meer dan één item in een lijst kunnen kiezen, kunt u een keuzelijst met meerdere keuzemogelijkheden gebruiken in plaats van een vervolgkeuzelijst. Keuzelijsten met meerdere keuzemogelijkheden bestaan uit twee of meer selectievakjes in een schuiflijst.

Keuzerondjes    Net als in een vervolgkeuzelijst kunnen gebruikers met behulp van een groep keuzerondjes een selectie maken in een lijst met elkaar uitsluitende mogelijkheden. Bij keuzerondjes maken gebruikers hun keuze door op een cirkeltje te klikken in plaats van op een item in een keuzelijst.

Naar boven

De gebruikerservaring

Vervolgkeuzelijsten lijken qua uiterlijk op keuzelijsten met invoervak. Als u handmatig uw eigen lijstitems in het dialoogvenster Eigenschappen van vervolgkeuzelijst typt wanneer u de vervolgkeuzelijst maakt, geeft InfoPath de tekst Selecteren weer als standaardvermelding in de lijst. Zo weten gebruikers dat ze een keuze in de vervolgkeuzelijst moeten maken. Als de lijstitems afkomstig zijn van waarden elders in het formulier of van een secundaire gegevensbron, wordt de tekst Selecteren niet weergegeven.

Wanneer gebruikers een formulier voor het eerst openen, zijn de lijstitems in een vervolgkeuzelijst verborgen. Om een item in de lijst te selecteren, klikken gebruikers op een pijl rechts van de vervolgkeuzelijst en vervolgens op het gewenste item.

Naar boven

Een vervolgkeuzelijst invoegen

De procedure voor het invoegen van een vervolgkeuzelijst wijkt enigszins af, afhankelijk van het gegeven of u een nieuwe, lege formuliersjabloon ontwerpt of het ontwerp van de formuliersjabloon baseert op een database of andere externe gegevensbron.

In de volgende afbeelding ziet u hoe een vervolgkeuzelijst eruitziet wanneer deze wordt geselecteerd in de ontwerpmodus.

Vervolgkeuzelijst geselecteerd in ontwerpmodus

Besturingselementen kunnen afhankelijk of niet-afhankelijk zijn. Wanneer een besturingselement afhankelijk is, is het verbonden met een veld of groep in de gegevensbron zodat de in het besturingselement ingevoerde gegevens worden opgeslagen in het onderliggende formulierbestand (.xml). Wanneer een besturingselement niet afhankelijk is, is het niet met een veld of groep verbonden en worden gegevens die zijn ingevoerd in het besturingselement, niet opgeslagen. Wanneer u een besturingselement selecteert of de muisaanwijzer erboven houdt, worden rechtsboven in het besturingselement tekst en een bindingspictogram weergegeven. De tekst geeft de groep of het veld aan waarvan het besturingselement afhankelijk is in de gegevensbron. Het pictogram geeft aan of het besturingselement correct is gebonden aan die groep of dat veld. Wanneer de binding correct is, wordt een groen pictogram weergegeven. Als er iets mis is met de binding, ziet u in plaats daarvan een blauw of rood pictogram.

De gegevensbron voor de formuliersjabloon bestaat uit velden en groepen die zijn opgenomen in een hiërarchische weergave in het taakvenster Gegevensbron. Vervolgkeuzelijsten zijn altijd gekoppeld aan velden. In het volgende voorbeeld wordt de vervolgkeuzelijst Categorie op de formuliersjabloon gekoppeld aan het veld Categorie in het taakvenster Gegevensbron.

Verhouding tussen vervolgkeuzelijst  op formuliersjabloon en overeenkomstig veld in gegevensbron

Wanneer u een nieuwe, lege formuliersjabloon ontwerpt, is het selectievakje Gegevensbron automatisch maken in het taakvenster Besturingselementen standaard ingeschakeld. Daardoor kan InfoPath automatisch velden en groepen maken in de gegevensbron wanneer u besturingselementen aan de formuliersjabloon toevoegt. Deze velden en groepen worden aangegeven met pictogrammen voor mappen en bestanden in het taakvenster Gegevensbron.

Als u het ontwerp van de formuliersjabloon op een XML-bestand (Extensible Markup Language), database of webservice baseert, leidt InfoPath de velden en groepen in het taakvenster Gegevensbron af van die bestaande gegevensbron.

Een vervolgkeuzelijst invoegen

  1. Plaats de cursor op de locatie in de formuliersjabloon waar u het besturingselement wilt invoegen.

  2. Als het taakvenster Besturingselementen niet zichtbaar is, klikt u op Meer besturingselementen in het menu Invoegen of drukt u op Alt+I, C.

  3. Voer in het taakvenster Besturingselementen een van de volgende handelingen uit:

    • Als u automatisch een veld wilt laten maken in de gegevensbron die gekoppeld is aan de vervolgkeuzelijst, selecteert u het selectievakje Gegevensbron automatisch maken.

    • Als u de keuzelijst afhankelijk wilt maken van een bestaand veld, schakelt u het selectievakje Gegevensbron automatisch maken uit.

      Opmerking: Als het selectievakje niet beschikbaar is, is de gegevensbron vergrendeld. Als u bijvoorbeeld het ontwerp van de formuliersjabloon baseert op een XML-schema, kunt u mogelijk geen nieuwe velden of groepen toevoegen aan de gegevensbron in InfoPath. Deze beperking helpt te voorkomen dat u in het schema per ongeluk wijzigingen aanbrengt die het schema ongeldig kunnen maken.

  4. Klik onder Besturingselementen invoegen op Vervolgkeuzelijst.

  5. Als u het selectievakje Gegevensbron automatisch maken hebt uitgeschakeld in stap 3, selecteert u een veld in het dialoogvenster Binding vervolgkeuzelijst waarvan u de vervolgkeuzelijst afhankelijk wilt maken.

  6. Als u een label wilt toevoegen aan het besturingselement, typt u tekst boven of links van het besturingselement, gevolgd door een dubbele punt (:).

  7. De waarden die u wilt gebruiken als de gegevens in de lijst, kunt u opgeven door te dubbelklikken op de vervolgkeuzelijst.

  8. Klik op het tabblad Gegevens.

  9. Voer een van de volgende handelingen uit om de vervolgkeuzelijst te vullen:

    Typ zelf de waarden voor de lijst

    Deze optie is handig wanneer u een vooraf ingestelde, beperkte reeks waarden hebt en u niet verwacht dat die waarden in de toekomst zullen veranderen. Als de waarden dan toch zouden veranderen, moet u een bijgewerkte versie van uw formuliersjabloon publiceren, zodat gebruikers de meest recente items in de lijst kunnen zien en gebruiken.

    1. Klik op Toevoegen.

    2. Typ in het vak Waarde de tekst die u wilt opslaan als een gebruiker dit item kiest.

    3. Typ in het vak Weergavenaam de tekst die u voor dit item wilt weergeven en klik vervolgens op OK.

    4. Herhaal stap 1 tot en met 3 voor elk item dat u aan de vervolgkeuzelijst wilt toevoegen.

    5. Als u de wijzigingen wilt testen, klikt u op Voorbeeld op de werkbalk Standaard of drukt u op Ctrl+Shift+B.

    Waarden uit een ander deel van het formulier gebruiken

    Deze optie is handig als u wilt dat de waarden in uw lijst veranderen, afhankelijk van andere waarden die de gebruikers in hun formulier invoeren.

    1. Klik onder Items in keuzelijst op Waarden opzoeken in de gegevensbron van het formulier.

      De items in de vervolgkeuzelijst moeten worden gekoppeld aan een bepaalde herhalende groep of een herhalend veld in de formuliersjabloon.

    2. Klik op XPath selecteren Knopafbeelding naast het vak Items en klik in het dialoogvenster Veld of groep selecteren op het herhalende veld of de herhalende groep met de velden die de waarden voor de vervolgkeuzelijst bevatten en klik vervolgens op OK.

    3. Klik op XPath selecteren Knopafbeelding naast het vak Waarde, klik op het veld dat de mogelijke waarden voor de items in de lijst bevat en klik vervolgens op OK. Een van deze waarden wordt opgeslagen in de onderliggende XML wanneer een gebruiker op een item in de vervolgkeuzelijst klikt.

    4. Klik op XPath selecteren Knopafbeelding naast het vak Weergavenaam, klik op het veld dat de waarden bevat die worden weergegeven in de lijst en klik vervolgens op OK.

      Tip: Als u wilt voorkomen dat waarden voor weergavenamen meerdere keren in de vervolgkeuzelijst worden weergegeven, selecteert u het selectievakje Alleen items met unieke weergavenaam weergeven.

    Waarden uit een database, webservice, XML-document of SharePoint-site gebruiken

    Deze optie is handig als u de waarden in een keuzelijst up-to-date wilt houden of regelmatig wilt laten vernieuwen. De waarden worden gewoonlijk opgeslagen in een database of andere externe gegevensbron en worden opgehaald telkens wanneer het formulier wordt geopend.

    1. Klik op Waarden opzoeken in een externe gegevensbron.

    2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

      • Als u al een gegevensverbinding hebt toegevoegd, klikt u erop in het vak Gegevensverbinding.

      • Klik op Toevoegen als u een gegevensverbinding wilt toevoegen en volg de instructies in de wizard Gegevensverbinding.

        De items in de vervolgkeuzelijst moeten worden gekoppeld aan een bepaald herhalend veld of een bepaalde herhalende groep.

    3. Klik op XPath selecteren Knopafbeelding naast het vak Items en klik vervolgens in het dialoogvenster Veld of groep selecteren op de groep of het veld met de velden die de waarden voor de vervolgkeuzelijst bevatten en klik vervolgens op OK.

    4. Klik op XPath selecteren Knopafbeelding naast het vak Waarde, klik op het veld dat de mogelijke waarden voor de items in de lijst bevat en klik vervolgens op OK. Een van deze waarden wordt opgeslagen in de onderliggende XML wanneer een gebruiker op een item in de vervolgkeuzelijst klikt.

    5. Klik op XPath selecteren Knopafbeelding naast het vak Weergavenaam, klik op het veld dat de waarden bevat die worden weergegeven in de lijst en klik vervolgens op OK.

      Tip: Als u wilt voorkomen dat waarden voor weergavenamen meerdere keren in de vervolgkeuzelijst worden weergegeven, selecteert u het selectievakje Alleen items met unieke weergavenaam weergeven.

Naar boven

Tips voor de indeling

Gebruik de volgende tips om het uiterlijk, de grootte en andere aspecten van een vervolgkeuzelijst te perfectioneren:

  • Overweeg de vervolgkeuzelijst te verbreden zodat de lijst enkele spaties groter is dan de gemiddelde breedte van de items in de lijst. Daardoor worden de lijstitems niet gedeeltelijk verborgen.

  • Als u in één keer de breedte van meerdere vervolgkeuzelijsten wilt wijzigen, selecteert u de gewenste vervolgkeuzelijsten, drukt u op Alt+Enter, klikt u op het tabblad Grootte en typt u een nieuw getal in het vak Breedte.

  • Als u in één keer de achtergrondkleur voor verschillende vervolgkeuzelijsten wilt wijzigen, selecteert u de gewenste vervolgkeuzelijsten. Klik in het menu Opmaak op Randen en arcering en breng de gewenste wijzigingen aan op het tabblad Arcering.

  • U kunt het lettertype voor een vervolgkeuzelijst aanpassen met de vakken Lettertype en Tekengrootte op de werkbalk Opmaak. Als u in één keer het lettertype en de tekengrootte voor alle vervolgkeuzelijsten in uw formuliersjabloon wilt wijzigen, klikt u op de vervolgkeuzelijst met de opmaak die u wilt en klikt u in het menu Opmaak op Lettertype toepassen op alle besturingselementen van vervolgkeuzelijst.

  • Als u de afstand tussen een vervolgkeuzelijst en de objecten eromheen op de formuliersjabloon wilt aanpassen, kunt u de marge-instellingen aanpassen in het dialoogvenster Eigenschappen van vervolgkeuzelijst (tabblad Grootte). Met marges kunt u de afstand nauwkeuriger vergroten dan met alinea-einden.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×