Een schermlezer gebruiken om een query te maken in Access-bureaubladdatabases

U kunt in Access een schermlezer en toetsenbord gebruiken om een query te maken. Met een query kunt u in uw Access-bureaubladdatabase gemakkelijker gegevens weergeven, toevoegen, verwijderen of wijzigen. Query's zijn ook handig als u snel specifieke gegevens wilt zoeken of gegevens wilt berekenen of samenvatten. U kunt ze bovendien goed gebruiken voor het automatiseren van gegevensbeheertaken, zoals de regelmatige controle van de meest recente gegevens.

Opmerking: In dit onderwerp wordt ervan uitgegaan dat JAWS-gebruikers de functie voor het virtuele lintmenu hebben uitgeschakeld.

In dit onderwerp

Typen query 's

In een goed ontworpen database, bevinden de gegevens die u wilt presenteren in een formulier of rapport zich meestal in meerdere tabellen. Een query haalt de gegevens uit verschillende tabellen op en verzamelt deze voor weergave in een formulier of rapport. Er zijn twee belangrijke typen query's: een selectiequery en actiequery. Het type query dat u maakt, is afhankelijk van de taak die u wilt uitvoeren.

Een selectiequery is een verzoek om gegevensresultaten. Een selectiequery helpt u om precies de gegevens te verkrijgen die u nodig hebt in een Gegevensblad-weergave. Gebruik een selectiequery voor de volgende toepassingen:

  • Gegevens uit alleen bepaalde velden in een tabel controleren

  • Gegevens uit meerdere gerelateerde tabellen tegelijk controleren

  • Gegevens op basis van bepaalde criteria controleren

  • Berekeningen maken

  • Gegevens uit verschillende tabellen combineren.

Als bijvoorbeeld een tabel Product meerdere velden (kolommen) heeft, kunt u een selectiequery maken om een overzichtelijke weergave te krijgen die alleen aandacht heeft voor de benodigde velden (kolommen). U kunt ook criteria toevoegen voor het filteren van het aantal geretourneerde rijen, zodat bijvoorbeeld alleen rijen met producten van meer dan €10,00 worden geretourneerd.

Een actiequery is een verzoek om een actie uit te voeren met de gegevens. Gebruik een actiequery om in de database gegevens toe te voegen, te wijzigen of te verwijderen. Elke taak, zoals het toevoegen of verwijderen van gegevens, heeft een specifiek type actiequery.

Een selectiequery maken

U kunt een selectiequery maken met behulp van de wizard Query of de ontwerpfunctie voor query's. Als u een eenvoudige query wilt uitvoeren, gebruikt u de wizard Query. Gebruik de ontwerpfunctie voor query's als u aan uw query criteria wilt toevoegen:

De wizard Query gebruiken

  1. Druk op Alt+C, Q+Z. Het venster Nieuwe query wordt geopend, met de wizard Selectiequery geselecteerd.

    Tips: 

    • Als u de tabel waarvoor u een query wilt maken nog niet hebt opgeslagen, wordt u gevraagd dit te doen voordat de wizard Query wordt geopend.

    • U kunt ook de wizard Query gebruiken om andere typen query's te maken: Kruistabelquery, dubbele recordquery (om records te zoeken met dubbele veldwaarden in één tabel) en niet-gerelateerde recordquery (om records [rijen] te zoeken in de ene tabel waarvoor er in een andere tabel geen gerelateerde records zijn).

  2. Druk op Enter. Het venster Selectiequery wordt geopend, met de focus op de keuzelijst Beschikbare velden.

  3. Als u naar de keuzelijst met invoervak Tabellen/query's wilt gaan, drukt u op Alt+T of Shift+Tab.

  4. Als u een vervolgkeuzelijst wilt openen, drukt u op Alt+Pijl-omlaag. Druk in de vervolgkeuzelijst op Pijl-omhoog en Pijl-omlaag om de tabel te selecteren waarop u de query wilt uitvoeren.

  5. Druk op de Tab-toets om naar de keuzelijst Beschikbare velden te gaan. Druk op Pijl-omlaag om het veld te selecteren waarop u de query wilt uitvoeren.

  6. Druk op Alt+S om het veld aan uw query toe te voegen. De focus wordt naar de keuzelijst Geselecteerde velden verplaatst.

  7. Druk op de Tab-toets. Wanneer u 'Knop Groter dan' hoort, drukt u op Enter. Als u alle velden wilt toevoegen, drukt u op Alt+S en drukt u op de Tab-toets tot u 'Knop Dubbele pijl rechts' hoort. Daarna drukt u op Enter.

    Als u meer tabellen wilt toevoegen aan uw query, drukt u op Alt+T. De focus wordt naar het invoerveld Tabellen/query's verplaatst. Herhaal stap 4–7 indien nodig.

  8. Wanneer u klaar bent met het invoeren van alle tabellen en velden, drukt u op Alt+N om naar de volgende wizardpagina te gaan.

    Tip: Afhankelijk van de informatie die u hebt ingevoerd, zullen de volgende wizardpagina's er anders uitzien. U wordt bijvoorbeeld mogelijk gevraagd een gedetailleerde of samengevatte versie van de query te selecteren. Maak uw keuze en druk op Alt+N als u naar de volgende wizardpagina wilt gaan.

  9. Wanneer u naar een nieuwe wizardpagina gaat en u hoort 'Welke naam wilt u de query geven?', drukt u op Shift+Tab. De focus wordt naar het invoerveld Titel verplaatst. Typ een naam.

  10. Bekijk en wijzig uw query en sla deze op.

    • Als u de query wilt opslaan en openen om de informatie te bekijken, drukt u op Alt+O, Enter. Druk op F6 om de query te sluiten.

    • Als u de query wilt opslaan en de wizard wilt sluiten zonder de queryresultaten te bekijken, drukt u op Alt+F. Wanneer de wizard wordt gesloten, wordt de query weergegeven op een nieuw tabblad, en wordt de focus op de eerste cel geplaatst.

    • Als u het ontwerp van de query wilt wijzigen, drukt u op Alt+M, Enter. De query wordt geopend in de ontwerpweergave.

De ontwerpfunctie voor query's gebruiken

  1. Druk op Alt+C, Q+D. Het dialoogvenster Tabel weergeven wordt geopend, met het tabblad Tabellen geselecteerd, en u hoort 'Tabel weergeven dialoogvenster'.

  2. Als u in het vak Tabel weergeven een tabel wilt selecteren om deze aan de query toe te voegen, gebruikt u Pijl-omlaag en drukt u daarna op Alt+A. De tabel wordt in de werkruimte, boven het ontwerpraster geplakt.

  3. Druk op Alt+C om het dialoogvenster Tabel weergeven te sluiten.

  4. De focus bevindt zich in het ontwerpraster in het invoervak Veldrij. U hoort 'Ontwerp, AutoNummering, type en tekst'. (In Narrator hoort u 'Access, rij 1, kolom 1'.) Als u een veld aan het ontwerpraster wilt toevoegen, drukt u op Alt+Pijl-omlaag. Een vervolgkeuzelijst met beschikbare velden wordt geopend.

  5. Druk op Ctrl+Pijl-omhoog om naar de vervolgkeuzelijst te gaan. (In Narrator wordt de focus automatisch naar de vervolgkeuzelijst verplaatst.)

  6. Als u een veld uit de vervolgkeuzelijst wilt selecteren, drukt u op Pijl-omlaag en drukt u daarna op Enter. Het veld dat u hebt geselecteerd, wordt weergegeven in de kolom. De focus wordt automatisch naar de volgende kolom verplaatst.

  7. Herhaal stap 4 - 6 als u nog een veld aan uw query wilt toevoegen.

  8. Voeg als volgt een criterium aan een veld toe:

    1. Druk in de kolom van het veld waaraan u een criterium wilt toevoegen op pijl-omlaag tot u 'Criteria' hoort. (In Verteller hoort u 'Rij 11, kolom 1'.)

    2. Voer een criterium in. Voor bijvoorbeeld een veld Prijs in een tabel Producten kunt u >=10 typen om een lijst met producten weer te geven die precies € 10,00 of meer kosten.

  9. Druk op Alt, J+Q en G om de queryresultaten weer te geven.

  10. Druk op Ctrl+S om de query op te slaan. Voer in het dialoogvenster Opslaan als een naam voor uw query in en druk op Enter.

Opmerking: U kunt de ontwerpfunctie voor query's gebruiken om gegevens uit meerdere gerelateerde tabellen tegelijk te bekijken. Als u bijvoorbeeld een database met een tabel Klanten en een tabel Orders hebt en elke tabel heeft een veld Klantcode, dat de basis vormt van een een-op-veel-relatie tussen beide tabellen, kunt u een query maken die als resultaat orders geeft voor klanten in een bepaalde plaats. Als u een query wilt maken waarmee gegevens uit meerdere tabellen tegelijk worden beoordeeld, gebruikt u de hier vermelde procedure, maar herhaalt u stap 2 tot en met 8 om extra tabellen, velden en criteria aan de query toe te voegen.

Een parameterquery maken

Wanneer u regelmatig variaties op een bepaalde query uitvoert, kunt u overwegen om een parameterquery te gebruiken. Bij het uitvoeren van een parameterquery wordt u gevraagd om veldwaarden in te voeren, die vervolgens worden gebruikt om criteria voor uw query te maken.

  1. Selecteer in het deelvenster Navigatie de query waarop u de parameterquery wilt baseren.

  2. Druk op de toepassingstoets (die zich meestal in het gedeelte rechtsonder op het toetsenbord bevindt) of op Shift+F10. Een snelmenu wordt geopend en u hoort 'Open, O'.

  3. Druk op D. De query wordt geopend in de ontwerpweergave, met de focus in de eerste rij van het eerste veld in het queryontwerpraster.

  4. Druk op Pijl-rechts om naar het veld te gaan dat u wilt wijzigen.

  5. Als u naar de rij Criteria wilt gaan, drukt u op Pijl-omlaag tot u 'Criteria' hoort. (In Narrator hoort u 'Rij 11, kolom 1'.)

  6. Verwijder in de cel alle aanwezige gegevens en voer een parametertekenreeks in. Als u bijvoorbeeld een parameterquery wilt maken voor een query die klanten in New York zoekt, verwijdert u ‘New York’ en voert u [Voor welke plaats?] in. In een parameterprompt kunt u geen punt (.) of uitroepteken (!) als tekst gebruiken.

    De tekenreeks [Voor welke plaats?] is de parametervraag. De vierkante haken geven aan dat de query om invoer moet vragen. De tekst (in dit geval [Voor welke plaats?]) is de vraag die daarbij wordt weergegeven.

  7. Als u de query wilt uitvoeren, drukt u op Alt, J+Q en G. Het venster Parameterwaarde opgeven wordt geopend, met de focus in het invoerveld. Voer een waarde in, bijvoorbeeld New York.

  8. Ga met de Tab-toets naar de knop OK en druk daarna op Enter. In dit voorbeeld worden orders voor klanten in New York weergegeven.

Gegevenstypen opgeven voor parameters

U kunt tevens specificeren welk type gegevens door een parameter moeten worden geaccepteerd. U kunt voor elke parameter het gegevenstype instellen. Het instellen van het gegevenstype is echter vooral van belang bij numerieke gegevens, valutagegevens en datum- en/of tijdgegevens. Wanneer u het gegevenstype specificeert dat door de parameter moet worden geaccepteerd, krijgen gebruikers een nuttiger foutbericht te zien wanneer zij gegevens van het verkeerde type invoeren, zoals tekst in een veld dat is bestemd voor valutagegevens.

Opmerking: Als de parameter zo is ingesteld dat deze tekst moet accepteren, wordt elke invoer geïnterpreteerd als tekst en wordt er geen foutbericht weergegeven.

Ga als volgt te werk als u het gegevenstype voor parameters in een query wilt opgeven:

  1. Open de parameterquery. Druk u op Alt+H, W en vervolgens D om over te schakelen naar de ontwerpweergave. Hiermee opent u het ontwerpraster.

  2. Druk op Alt, J+Q en S+P. Het dialoogvenster Queryparameters wordt geopend, met de focus op de kolom Parameter.

  3. Typ de prompt voor elke parameter waarvoor u het gegevenstype wilt opgeven. Zorg ervoor dat elke parameter overeenkomt met de prompt die u in de rij Criteria van het queryontwerpraster gebruikt. Als u bijvoorbeeld [Voor welke plaats?] hebt ingevoerd, voert u in het dialoogvenster Queryparameters dezelfde prompt in.

  4. Druk op de Tab-toets om naar de kolom Gegevenstype te gaan.

  5. Als u een vervolgkeuzelijst wilt openen, drukt u op Alt+Pijl-omlaag.

  6. Druk op Pijl-omlaag om het gegevenstype voor een parameter te selecteren.

  7. Druk op Enter om het dialoogvenster op te slaan en te sluiten.

Zie het artikel Parameters gebruiken om te vragen om invoer wanneer u een query uitvoert voor meer informatie.

Een kruistabelquery maken

Als u overzichtsgegevens wilt herstructureren om ze gemakkelijker te lezen en te begrijpen, gebruikt u een kruistabelquery. Een kruistabelquery berekent een som, gemiddelde of andere statistische functie en groepeert vervolgens de resultaten op twee sets van waarden: een aan de zijkant van het gegevensblad en de andere aan de bovenkant. U kunt de wizard Query gebruiken om snel een kruistabelquery te maken.

In de wizard Kruistabelquery moet u één tabel of query kiezen als de recordbron voor uw kruistabelquery. Als niet alle gegevens die u in uw kruistabelquery wilt opnemen in één tabel staan, moet u eerst een selectiequery maken om de gewenste gegevens op te halen.

  1. Druk op Alt+C, Q+Z. Het dialoogvenster Nieuwe query wordt geopend, met de wizard Selectiequery geselecteerd.

    Tip: Als u de tabel waarvoor u een query wilt maken nog niet hebt opgeslagen, wordt u gevraagd dit te doen voordat de wizard Query wordt geopend.

  2. Druk op Pijl-omlaag. U hoort ‘Wizard Kruistabelquery’.

  3. Druk op Enter of Alt+N. De wizard Kruistabelquery wordt geopend, met het keuzerondje Tabellen geselecteerd en de focus in de keuzelijst Tabellen.

  4. Selecteer de objecten die u wilt gebruiken om een kruistabelquery te maken:

    • Druk op Pijl-omlaag om een tabel te selecteren.

    • Druk op Alt+Q om een query te selecteren. Wanneer u 'Keuzerondje Query's ingeschakeld' hoort, drukt u op Shift+Tab om naar de keuzelijst te gaan en drukt u daarna op Pijl-omlaag om een query te selecteren.

    • Druk op Alt+O om zowel tabellen als query's te selecteren. Wanneer u 'Beide keuzerondjes ingeschakeld' hoort, drukt u op Shift+Tab om naar de keuzelijst te gaan en drukt u op Pijl-omlaag om de gewenste tabellen en query's te selecteren.

  5. Druk op Enter of Alt+N om naar de volgende pagina te gaan.

  6. De volgende pagina wordt geopend met de focus in de keuzelijst Beschikbare velden. Druk op Pijl-omlaag om het veld te selecteren dat de waarden bevat die u als rijkoppen wilt gebruiken.

  7. Druk op de Tab-toets en daarna op Enter om het geselecteerde veld toe te voegen. Herhaal dit voor elk veld dat u wilt toevoegen.

    Tips: 

    • U kunt maximaal drie velden selecteren die u wilt gebruiken als bron voor de rijkoppen, maar hoe minder rijkoppen u gebruikt, hoe beter het kruistabelgegevensblad te lezen is.

    • Als u meer dan één veld kiest als basis voor uw rijkoppen, bepaalt de volgorde waarin u de velden selecteert, de standaardvolgorde waarin uw resultaten worden gesorteerd.

  8. Druk op Enter of Alt+N om naar de volgende wizardpagina te gaan.

  9. Druk op de volgende pagina op Pijl-omlaag om het veld te selecteren dat de waarden bevat die u als kolomkoppen wilt gebruiken.

    Tip: Over het algemeen kunt u het beste een veld kiezen dat slechts weinig waarden bevat om de resultaten leesbaar te houden. Zo heeft het gebruik van een veld met slechts enkele mogelijke waarden (bijvoorbeeld geslacht) de voorkeur boven een veld dat veel verschillende waarden bevat (zoals leeftijd).

  10. Als het veld dat u hebt gekozen voor de kolomkoppen van het gegevenstype Datum/tijd is, wordt in de wizard een stap toegevoegd waarin u de datums kunt groeperen in intervallen. Daarbij kunt u jaar, kwartaal, maand, datum, of datum/tijd opgeven. Als u voor de kolomkoppen geen datum/tijd-veld kiest, wordt deze pagina in de wizard overgeslagen.

  11. Druk op Enter of Alt+N om naar de volgende pagina te gaan. Wanneer de pagina wordt geopend, is het eerste veld in de keuzelijst Velden geselecteerd en bevindt de focus zich in de keuzelijst Functies.

  12. Druk op Shift+Tab om naar de keuzelijst Velden te gaan en een ander veld te selecteren. U hoort 'Velden, dubbele punt, keuzelijst' en de naam van het eerste veld. (In Narrator hoort u 'Velden, Geselecteerd'.)

  13. Druk op Pijl-omlaag om een veld te selecteren.

  14. Druk op de Tab-toets om naar de keuzelijst Functies te gaan. U hoort 'Functies, dubbele punt, keuzelijst' en de naam van de eerste functie. (In Narrator hoort u 'Functies, Geselecteerd.')

  15. Druk op Pijl-omlaag om een functie te selecteren waarmee u totaalwaarden wilt berekenen. Het gegevenstype van het geselecteerde veld bepaalt welke functies beschikbaar zijn.

  16. Nadat u uw selectie hebt gemaakt, gaat u met de Tab-toets naar het selectievakje Een totaal berekenen voor elke rij om dit in of uit te schakelen.

    Als u rijtotalen opneemt, krijgt de kruistabelquery een extra rijkop die gebruik maakt van hetzelfde veld en dezelfde functie als de veldwaarde. Er wordt een extra kolom ingevoegd met een totaal van de resterende kolommen. Als u met uw kruistabelquery bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd berekent op locatie en geslacht (met kolomkoppen voor geslacht), wordt in de extra kolom de gemiddelde leeftijd op locatie berekend voor alle geslachten.

    Tip: U kunt de functie wijzigen die wordt gebruikt om rijtotalen te produceren, door de kruistabelquery te bewerken in de onderwerpweergave.

  17. Druk op Enter of Alt+N om naar de volgende wizardpagina te gaan.

  18. Druk op de volgende pagina op Shift+Tab en voer een naam in voor uw query. De standaardnaam bevat het achtervoegsel '_kruistabel'.

  19. Bekijk en wijzig de query en sla deze op.

    • Druk op Enter om de kruistabelquery weer te geven.

    • Druk op Alt+M, Enter om het queryontwerp te wijzigen.

    • Druk op Alt+F om de query op te slaan en de wizard te sluiten.

Een verwijderquery maken

Als u hele records (rijen) tegelijk wilt verwijderen uit een tabel of uit twee gerelateerde tabellen, gebruikt u een verwijderquery. Een verwijderquery is handig omdat u hiermee criteria kunt opgeven om de gegevens snel te vinden en te verwijderen. U bespaart er ook tijd mee omdat u een opgeslagen query later opnieuw kunt gebruiken.

Notities: 

  • Voordat u gegevens verwijdert of een verwijderquery uitvoert, moet u ervoor zorgen dat u een back-up van uw Access-bureaubladdatabase hebt. Een verwijderquery biedt u de mogelijkheid om de rijen te controleren die worden verwijderd voordat u de verwijdering uitvoert.

  • Als u slechts enkele records wilt verwijderen, hebt u geen query nodig. U opent de tabel dan in de gegevensbladweergave, selecteert de velden (kolommen) of records (rijen) die u wilt verwijderen en drukt vervolgens op Delete. U wordt gevraagd de permanente verwijdering te bevestigen.

Een verwijderquery maken

  1. Druk op Alt+C, Q+D. Het dialoogvenster Tabel weergeven wordt geopend.

  2. Druk op Pijl-omlaag om een tabel te selecteren. Druk op Alt+A. Herhaal dit voor elke tabel waaruit u records wilt verwijderen.

  3. Druk op Alt+C om het dialoogvenster Tabel weergeven te sluiten. De tabel wordt weergegeven als een venster in het gedeelte linksboven van het queryontwerpraster, waarbij alle velden zijn geselecteerd.

  4. Druk op Alt, J+Q en X. Het ontwerpraster wordt geopend, met de focus in het eerste veld. In het ontwerpraster zijn de rijen Sorteren en Weergeven niet meer beschikbaar en de rij Verwijderen is nu beschikbaar.

  5. Wanneer u ‘AutoNummering, Rij 1, Type en tekst’ hoort, drukt u op Alt+Pijl-omlaag om de vervolgkeuzelijst te openen.

  6. Verwijder als volgt alle lege rijen in een tabel of veld:

    1. Druk op pijl-omlaag om een veld in de tabel te selecteren en druk op Enter. De focus wordt naar de volgende kolom verplaatst.

    2. Druk op pijl-links om naar de vorige kolom te gaan.

    3. Druk op pijl-omlaag om naar de rij Verwijderen te gaan. Wanneer u ‘Verwijderen dubbele punt’ hoort, drukt u op Alt+pijl-omlaag om een vervolgkeuzelijst te openen.

    4. Druk op pijl-omhoog en daarna op Enter om 'Waar' te selecteren. De focus wordt naar de volgende kolom verplaatst.

    5. Druk op pijl-links om naar de vorige kolom te gaan.

    6. Druk op pijl-omlaag om naar de rij Criteria te gaan.

    7. Wanneer u 'Criteria' of 'Rij 11, kolom 1' hoort, is het type Null.

  7. Gebruik als volgt een specifiek criterium in een verwijderquery:

    1. a. Druk op Pijl-omlaag en daarna op Enter om het veld te selecteren dat de criteria bevat die u wilt verwijderen.

    2. b. Druk op Pijl-omlaag om naar de rij Verwijderen te gaan. Druk op Alt+Pijl-omlaag en daarna, om 'Waar' te selecteren, op Pijl-omlaag en op Enter. De focus wordt naar de volgende kolom verplaatst.

    3. c. Druk op Pijl-links om naar de vorige kolom te gaan.

    4. d. Druk op Pijl-omlaag om naar de rij Criteria te gaan.

    5. e. Voer de criteria in. Zie Een verwijderquery maken en uitvoeren voor een lijst met voorbeelden van criteria in query's.

    6. f. Druk op Pijl-omhoog om naar de rij Weergeven te gaan.

    7. g. Schakel het selectievakje Weergeven uit voor elk criterium.

  8. Druk op Alt+H, W en H om te controleren of de query de records retourneert die u wilt verwijderen.

  9. Voer de query als volgt uit:

    1. Druk op Ctrl+H, W en vervolgens D om naar de ontwerpweergave te gaan.

    2. Druk in de ontwerpweergave op Alt, J+Q en G. Er verschijnt een bevestigingsvenster waarin u wordt gevraagd om het verwijderen van x aantal rijen te bevestigen.

    3. Druk op Enter als u de rijen wilt verwijderen.

  10. Druk op Ctrl+S om de query op te slaan. Typ in het dialoogvenster Opslaan als een naam en druk op Enter.

Een back-up van uw database maken

  1. Druk op Alt+F, A. De pagina Opslaan als wordt geopend, met Database opslaan als geselecteerd.

  2. Druk op B, Enter om een back-up van de database te maken. Het dialoogvenster Opslaan als wordt geopend, met de focus in het invoervak Bestandsnaam. Typ desgewenst een nieuwe naam voor de database en druk op Enter.

Als u werkt met een alleen-lezen bestand of een database die in een eerdere versie van Access is gemaakt, verschijnt mogelijk een melding dat u geen back-up van de database kunt maken.

U kunt terugkeren naar een back-up door het oorspronkelijke bestand te sluiten en de naam daarvan te wijzigen, zodat u de back-up de naam van de oorspronkelijke versie kunt geven. Geef de back-up de naam van de oorspronkelijke versie en open vervolgens de back-up met de gewijzigde naam in Access.

Technische ondersteuning voor klanten met een handicap

Microsoft wil een optimale ervaring bieden voor al onze klanten. Als u een beperking hebt of als u vragen hebt met betrekking tot toegankelijkheid, kunt u voor technische hulp contact opnemen met Microsoft Disability Answer Desk. Het Disability Answer Desk-ondersteuningsteam is opgeleid in het gebruik van verschillende veelgebruikte hulptechnieken en kan assistentie verlenen in de Engelse, Spaanse, Franse en Amerikaanse gebarentaal. Ga naar de site van Microsoft Disability Answer Desk voor de contactgegevens voor uw regio.

Als u een commerciële of bedrijfsmatige gebruiker bent of werkt voor een overheidsinstantie, neemt u contact op met de Disability Answer Desk voor ondernemers.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×