Een laag toevoegen

U kunt lagen gebruiken om verwante shapes op een tekenpagina in te delen. Een laag is een categorie shapes met een eigen naam. Door shapes aan verschillende lagen toe te wijzen kunt u verschillende categorieën shapes weergeven, afdrukken, van een kleur voorzien en vergrendelen. Bovendien kunt u opgeven of de shapes op een bepaalde laag als magneet functioneren en of er andere shapes aan deze shapes kunnen worden gelijmd.

Als u bijvoorbeeld een kantoorinrichting tekent, kunt u aan één bepaalde laag de wanden, deuren en vensters toewijzen, stopcontacten aan een andere laag en meubilair aan een derde laag. Als u werkt met de shapes voor het elektriciteitssysteem, kunt u vervolgens de andere lagen vergrendelen, zodat u niet per ongeluk de indeling van de wanden of meubels wijzigt.

Elke pagina in een tekening kan een eigen set lagen hebben.

Wat wilt u doen?

Een laag toevoegen

Shapes aan een laag toewijzen

Een of meer lagen activeren

Namen van lagen wijzigen

Een laag verwijderen

Een laag weergeven of verbergen

Een laag toevoegen

U kunt nieuwe lagen toevoegen om aangepaste shape-categorieën in te delen en vervolgens shapes toewijzen aan deze lagen.

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Laageigenschappen.

  2. Klik op Nieuw in het dialoogvenster Laageigenschappen.

  3. Typ een naam voor de laag en klik vervolgens op OK.

  4. Schakel in de rij die met de nieuwe laag correspondeert het selectievakje in elke kolom in voor eigenschappen die u aan de laag wilt toewijzen, tenzij het selectievakje bij een eigenschap al is ingeschakeld.

    Notities: 

    • Wanneer u een nieuwe laag maakt, wordt deze alleen aan de huidige pagina toegevoegd, en niet aan alle pagina's in het bestand.

    • Wanneer u een nieuwe pagina maakt, neemt die pagina niet de lagen van de vorige pagina over. U moet dus zelf de lagen voor de nieuwe pagina definiëren.

    • Wanneer u een shape met een laagtoewijzing kopieert van de ene naar een andere pagina, hetzij binnen dezelfde tekening hetzij van de ene tekening naar een andere tekening, wordt de laag aan de nieuwe pagina toegevoegd. Als deze pagina reeds een laag met dezelfde naam bevat, wordt de shape toegevoegd aan de bestaande laag.

Naar boven

Shapes aan een laag toewijzen

Een shape kan aan meerdere lagen of aan geen enkele laag worden toegewezen. Veel shapes zijn al aan lagen toegewezen. Als u deze op de pagina neerzet, wordt de overeenkomstige laag automatisch aan de pagina toegevoegd.

  1. Selecteer een shape.

  2. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Toepassen op laag.

  3. Klik in het dialoogvenster Laag op de laag waaraan u de shape wilt toewijzen.

Opmerking: Als u een shape aan meer dan een laag wilt toewijzen, houdt u CTRL ingedrukt en klikt u op elke laag.

Naar boven

Een of meer lagen activeren

Het actief maken van een laag is een snelle manier om shapes toe te wijzen aan de laag terwijl u deze aan de pagina toewijst. Als er nog geen shape aan een laag is toegewezen, wordt de shape automatisch toegewezen aan de actieve laag wanneer u die toevoegt.

Als u bijvoorbeeld shapes voor elektriciteitsdraden toevoegt aan een tekening van een kantoorinrichting, kunt u de laag met de elektriciteit-shapes actief maken. Alle shapes die u vervolgens toevoegt, worden toegewezen aan de laag met elektriciteit-shapes. Als u ramen wilt toevoegen, kunt u de laag met de wanden aanwijzen als actieve laag.

U kunt meerdere actieve lagen aanduiden. De shapes die u aan de pagina toevoegt, worden automatisch toegewezen aan alle actieve lagen.

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Laageigenschappen.

  2. Schakel in het dialoogvenster Laageigenschappen het selectievakje in de kolom Actief in voor elke laag die u wilt activeren.

    De laag of lagen zijn actief op de huidige pagina.

Opmerking: U kunt een laag die tegen bewerken is vergrendeld, niet activeren.

Naar boven

Namen van lagen wijzigen

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Laageigenschappen.

  2. Selecteer in het dialoogvenster Laageigenschappen de laag waarvan u de naam wilt wijzigen en klik vervolgens op Naam wijzigen.

  3. Typ een nieuwe naam en klik vervolgens tweemaal op OK.

Opmerking: De naam van de laag wordt op de huidige pagina gewijzigd. De shapes op de laag worden niet verwijderd of gewijzigd.

Naar boven

Een laag verwijderen

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Laageigenschappen.

  2. Controleer in het dialoogvenster Laageigenschappen of er shapes aan de laag zijn toegewezen.

  3. Als een laag shapes bevat, wijst u deze shapes als volgt aan een andere laag toe:

    1. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen van laag te sluiten.

    2. Selecteer de shapes die u opnieuw wilt toewijzen.

    3. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Toepassen op laag.

    4. Klik in het dialoogvenster Laag op de laag waaraan u de shapes wilt toewijzen.

    5. Klik op OK.

  4. Klik in de groep Bewerken op Lagen en selecteer vervolgens opnieuw Laageigenschappen.

  5. Selecteer de laag die u wilt verwijderen in het dialoogvenster Eigenschappen van laag en klik vervolgens op Verwijderen.

Tip: Als u alle ongebruikte lagen wilt verwijderen, schakelt u in het dialoogvenster Eigenschappen van laag de optie Niet-gebruikte lagen verwijderen in en klikt u op OK.

Naar boven

Een laag weergeven of verbergen

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Bewerken op Lagen en selecteer Laageigenschappen.

  1. Schakel in het dialoogvenster Laageigenschappen het selectievakje in de kolom Zichtbaar in of uit voor elke laag die u wilt weergeven of verbergen.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×