Een koptekst, voettekst of legenda toevoegen bij het afdrukken

Als u uw afgedrukte Microsoft Office Project-pagina's nuttiger wilt maken en een professionelere opmaak wilt geven, kunt u gegevens als uw bedrijfsnaam of -logo, paginanummers, datum en tijd, een bestandsnaam of projectspecifieke gegevens toevoegen aan de koptekst of voettekst van een afgedrukte weergave of een afgedrukt rapport. U kunt ook gegevens toevoegen aan de legenda van een project.

Standaard wordt de legenda weergegeven op elke pagina van een afgedrukte kalenderweergave, Gantt-diagramweergave of netwerkdiagramweergave. U kunt er echter voor kiezen om de legenda niet of op een aparte pagina af te drukken.

Kop- en voetteksten zijn weergave- en rapportspecifiek; legenda's zijn alleen weergavespecifiek. Als u bijvoorbeeld gegevens toevoegt aan de koptekst, voettekst of legenda van de Gantt-diagramweergave, worden deze niet weergegeven in de netwerkdiagramweergave.

Opmerking: In dit artikel wordt niet beschreven hoe u kopteksten, voetteksten of legenda's maakt voor de functie Visuele rapporten in Office Project. Gebruik Microsoft Office Excel of Microsoft Office Visio om de koptekst, voettekst of legenda te wijzigen omdat visuele rapporten worden gemaakt in deze programma's.

Wat wilt u doen?

Een koptekst, voettekst of legenda toevoegen aan een weergave

Een kop- of voettekst toevoegen aan een rapport

Een koptekst, voettekst of legenda toevoegen aan een weergave

  1. Klik op het tabblad Bestand op Afdrukken en klik vervolgens op Pagina-instelling.

  2. Klik op het tabblad Koptekst, Voettekst of Legenda op het tabblad Links, Centreren of Rechts.

  3. Typ of plak in het tekstvak de tekst, voeg de document- of projectgegevens toe of plak een afbeelding of voeg deze in.

    Als u paginanummers wilt toevoegen, klikt u op Paginanummer invoegen afbeelding paginanummer invoegen , Totaal aantal pagina's invoegen Afbeelding Totaal aantal pagina's invoegen of beide.

    Als u de huidige datum of tijd wilt toevoegen, klikt u op Huidige datum invoegen Afbeelding Huidige datum invoegen , Huidige tijd invoegen Afbeelding Huidige tijd invoegen of beide.

    Als u de bestandsnaam wilt toevoegen, klikt u op Bestandsnaam invoegen Afbeelding Bestandsnaam invoegen .

    Als u een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op Afbeelding invoegen afbeelding afbeelding invoegen .

  4. Als u vooraf ingestelde gegevens wilt opmaken, selecteert u het en-teken (&) of de tekst die u wilt opmaken. Vervolgens klikt u op Lettertype opmaken Knop Lettertype opmaken en selecteert u de gewenste opmaakopties.

  5. Als u projectspecifieke gegevens wilt toevoegen, klikt u in de vakken Algemeen en Projectvelden op de gewenste gegevens en klikt u voor elk item op Toevoegen. Herhaal deze stap als u meer projectgegevens wilt toevoegen.

Tip: U kunt de velden en balken aanpassen die in de legenda worden weergegeven met behulp van het dialoogvenster Balkstijlen. Terwijl de resourcegrafiek- of Gantt-diagramweergave wordt weergegeven, klikt u op het tabblad Opmaak, klikt u in het vervolgkeuzemenu Opmaak in de sectie Balkstijlen en klikt u vervolgens op Balkstijlen. Typ een sterretje (*) in de kolom Naam vóór de naam van het veld dat u niet in de afgedrukte legenda wilt weergeven.

Notities: 

  • U kunt kopteksten, voetteksten en legenda's met meerdere regels maken. Druk op Enter aan het einde van de eerste tekst- of informatieregel. Als u regels na een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op de afbeelding. Vervolgens plaatst u de cursor na de afbeelding en drukt u op Enter. Kopteksten mogen maximaal vijf informatieregels bevatten. Voetteksten en legenda's mogen drie regels bevatten.

  • U kunt ervoor kiezen om de legenda op elke pagina, op een eigen pagina of helemaal niet weer te geven. Klik op het tabblad Bestand op Afdrukken, klik op Pagina-instelling en klik vervolgens op het tabblad Legenda. Klik onder Legenda op op Elke pagina, Legendapagina of Geen.

  • De ingestelde kop- en voettekst worden weergegeven op elke pagina. U kunt deze niet op de eerste pagina anders weergeven dan op de volgende pagina's, anders weergeven op oneven of even pagina's of anders weergeven op afzonderlijke pagina's.

  • U kunt de breedte van het tekstvak van de legenda aanpassen van 0 tot 12,5 cm.

  • Met het snelmenu kunt u tekst, gegevens of een afbeelding verplaatsen naar een ander tabblad. Selecteer de tekst, gegevens of afbeelding die u wilt verplaatsen, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Knippen of Kopiëren. Plaats de cursor op het gewenste tabblad, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Plakken.

  • U kunt de grootte van een afbeelding wijzigen nadat u deze hebt toegevoegd aan een koptekst, voettekst of legenda door de afbeelding te selecteren en de rand ervan te slepen. Selecteer de afbeelding en sleep deze naar een andere locatie als u de afbeelding wilt verplaatsen. U kunt een afbeelding niet bijsnijden.

Een kop- of voettekst toevoegen aan een rapport

  1. Klik op het tabblad Rapport op Rapporten.

  2. Klik op het gewenste rapport.

  3. Klik op het tabblad Ontwerpen op het vervolgkeuzemenu Marges en klik op Aangepaste marges... onderin.

  4. Klik op het tabblad Koptekst of Voettekst.

  5. Klik op het tabblad Links, Centreren of Rechts.

  6. Typ of plak in het tekstvak de tekst, voeg de document- of projectgegevens toe of plak een afbeelding of voeg deze in.

    Als u paginanummers wilt toevoegen, klikt u op Paginanummer invoegen afbeelding paginanummer invoegen , Totaal aantal pagina's invoegen Afbeelding Totaal aantal pagina's invoegen of beide.

    Als u de huidige datum of tijd wilt toevoegen, klikt u op Huidige datum invoegen Afbeelding Huidige datum invoegen , Huidige tijd invoegen Afbeelding Huidige tijd invoegen of beide.

    Als u de bestandsnaam wilt toevoegen, klikt u op Bestandsnaam invoegen Afbeelding Bestandsnaam invoegen .

    Als u een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op Afbeelding invoegen afbeelding afbeelding invoegen .

  7. Als u vooraf ingestelde gegevens wilt opmaken, selecteert u het en-teken (&) of de tekst die u wilt opmaken. Vervolgens klikt u op Lettertype opmaken Knop Lettertype opmaken en selecteert u de gewenste opmaakopties.

  8. Als u projectspecifieke gegevens wilt toevoegen, klikt u in de vakken Algemeen en Projectvelden op de gewenste gegevens en klikt u voor elk item op Toevoegen. Herhaal deze stap als u meer projectgegevens wilt toevoegen.

Tip: U kunt de velden en balken aanpassen die in de legenda worden weergegeven met behulp van het dialoogvenster Balkstijlen. Terwijl de resourcegrafiek- of Gantt-diagramweergave wordt weergegeven, klikt u op het tabblad Opmaak, klikt u in het vervolgkeuzemenu Opmaak in de sectie Balkstijlen en klikt u vervolgens op Balkstijlen. Typ een sterretje (*) in de kolom Naam vóór de naam van het veld dat u niet in de afgedrukte legenda wilt weergeven.

Opmerking: 

  • U kunt ervoor kiezen om de legenda op elke pagina, op een eigen pagina of helemaal niet weer te geven. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling en klik vervolgens op het tabblad Legenda. Klik onder Legenda op op Elke pagina, Legendapagina of Geen.

  • De ingestelde kop- en voettekst worden weergegeven op elke pagina. U kunt deze niet op de eerste pagina anders weergeven dan op de volgende pagina's, anders weergeven op oneven of even pagina's of anders weergeven op afzonderlijke pagina's.

  • U kunt de breedte van het tekstvak van de legenda aanpassen van 0 tot 12,5 cm.

  • Met het snelmenu kunt u tekst, gegevens of een afbeelding verplaatsen naar een ander tabblad. Selecteer de tekst, gegevens of afbeelding die u wilt verplaatsen, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Knippen of Kopiëren. Plaats de cursor op het gewenste tabblad, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Plakken.

  • U kunt de grootte van een afbeelding wijzigen nadat u deze hebt toegevoegd aan een koptekst, voettekst of legenda door de afbeelding te selecteren en de rand ervan te slepen. Selecteer de afbeelding en sleep deze naar een andere locatie als u de afbeelding wilt verplaatsen. U kunt een afbeelding niet bijsnijden.

Wat wilt u doen?

Een koptekst, voettekst of legenda toevoegen aan een weergave

Een kop- of voettekst toevoegen aan een rapport

Een koptekst, voettekst of legenda toevoegen aan een weergave

  1. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling.

  2. Klik op het tabblad Koptekst, Voettekst of Legenda op het tabblad Links, Centreren of Rechts.

  3. Typ of plak in het tekstvak de tekst, voeg de document- of projectgegevens toe of plak een afbeelding of voeg deze in.

    Als u paginanummers wilt toevoegen, klikt u op Paginanummer invoegen afbeelding paginanummer invoegen , Totaal aantal pagina's invoegen Afbeelding Totaal aantal pagina's invoegen of beide.

    Als u de huidige datum of tijd wilt toevoegen, klikt u op Huidige datum invoegen Afbeelding Huidige datum invoegen , Huidige tijd invoegen Afbeelding Huidige tijd invoegen of beide.

    Als u de bestandsnaam wilt toevoegen, klikt u op Bestandsnaam invoegen Afbeelding Bestandsnaam invoegen .

    Als u een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op Afbeelding invoegen afbeelding afbeelding invoegen .

  4. Als u vooraf ingestelde gegevens wilt opmaken, selecteert u het en-teken (&) of de tekst die u wilt opmaken. Vervolgens klikt u op Lettertype opmaken Knop Lettertype opmaken en selecteert u de gewenste opmaakopties.

  5. Als u projectspecifieke gegevens wilt toevoegen, klikt u in de vakken Algemeen en Projectvelden op de gewenste gegevens en klikt u voor elk item op Toevoegen. Herhaal deze stap als u meer projectgegevens wilt toevoegen.

Tip: U kunt de velden en balken aanpassen die in de legenda worden weergegeven met behulp van het dialoogvenster Balkstijlen. Klik in de resourcegrafiek- of Gantt-diagramweergave op Balkstijlen in het menu Opmaak. Typ een sterretje (*) in de kolom Naam vóór de naam van het veld dat u niet in de afgedrukte legenda wilt weergeven.

Notities: 

  • U kunt kopteksten, voetteksten en legenda's met meerdere regels maken. Druk op Enter aan het einde van de eerste tekst- of informatieregel. Als u regels na een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op de afbeelding. Vervolgens plaatst u de cursor na de afbeelding en drukt u op Enter. Kopteksten mogen maximaal vijf informatieregels bevatten. Voetteksten en legenda's mogen drie regels bevatten.

  • U kunt ervoor kiezen om de legenda op elke pagina, op een eigen pagina of helemaal niet weer te geven. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling en klik vervolgens op het tabblad Legenda. Klik onder Legenda op op Elke pagina, Legendapagina of Geen.

  • De ingestelde kop- en voettekst worden weergegeven op elke pagina. U kunt deze niet op de eerste pagina anders weergeven dan op de volgende pagina's, anders weergeven op oneven of even pagina's of anders weergeven op afzonderlijke pagina's.

  • U kunt de breedte van het tekstvak van de legenda aanpassen van 0 tot 12,5 cm.

  • Met het snelmenu kunt u tekst, gegevens of een afbeelding verplaatsen naar een ander tabblad. Selecteer de tekst, gegevens of afbeelding die u wilt verplaatsen, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Knippen of Kopiëren. Plaats de cursor op het gewenste tabblad, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Plakken.

  • U kunt de grootte van een afbeelding wijzigen nadat u deze hebt toegevoegd aan een koptekst, voettekst of legenda door de afbeelding te selecteren en de rand ervan te slepen. Selecteer de afbeelding en sleep deze naar een andere locatie als u de afbeelding wilt verplaatsen. U kunt een afbeelding niet bijsnijden.

Een kop- of voettekst toevoegen aan een rapport

  1. Klik in het menu Rapport op Rapporten.

  2. Klik op het gewenste rapporttype en klik vervolgens op Selecteren.

    Als u Aangepast selecteert als het rapporttype, klikt u nu op een rapport in de lijst Rapporten, klikt u op Setup en gaat u verder met stap 5.

  3. Klik op het gewenste rapport en klik vervolgens op Selecteren.

  4. Klik op Pagina-instelling.

  5. Klik op het tabblad Koptekst of Voettekst.

  6. Klik op het tabblad Links, Centreren of Rechts.

  7. Typ of plak in het tekstvak de tekst, voeg de document- of projectgegevens toe of plak een afbeelding of voeg deze in.

    Als u paginanummers wilt toevoegen, klikt u op Paginanummer invoegen afbeelding paginanummer invoegen , Totaal aantal pagina's invoegen Afbeelding Totaal aantal pagina's invoegen of beide.

    Als u de huidige datum of tijd wilt toevoegen, klikt u op Huidige datum invoegen Afbeelding Huidige datum invoegen , Huidige tijd invoegen Afbeelding Huidige tijd invoegen of beide.

    Als u de bestandsnaam wilt toevoegen, klikt u op Bestandsnaam invoegen Afbeelding Bestandsnaam invoegen .

    Als u een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op Afbeelding invoegen afbeelding afbeelding invoegen .

  8. Als u vooraf ingestelde gegevens wilt opmaken, selecteert u het en-teken (&) of de tekst die u wilt opmaken. Vervolgens klikt u op Lettertype opmaken Knop Lettertype opmaken en selecteert u de gewenste opmaakopties.

  9. Als u projectspecifieke gegevens wilt toevoegen, klikt u in de vakken Algemeen en Projectvelden op de gewenste gegevens en klikt u voor elk item op Toevoegen. Herhaal deze stap als u meer projectgegevens wilt toevoegen.

Tip:  U kunt kopteksten, voetteksten en legenda's met meerdere regels maken. Druk op Enter aan het einde van de eerste tekst- of informatieregel. Als u regels na een afbeelding wilt toevoegen, klikt u op de afbeelding. Vervolgens plaatst u de cursor na de afbeelding en drukt u op Enter. Kopteksten mogen maximaal vijf informatieregels bevatten. Voetteksten en legenda's mogen drie regels bevatten.

Opmerking: 

  • U kunt ervoor kiezen om de legenda op elke pagina, op een eigen pagina of helemaal niet weer te geven. Klik in het menu Bestand op Pagina-instelling en klik vervolgens op het tabblad Legenda. Klik onder Legenda op op Elke pagina, Legendapagina of Geen.

  • De ingestelde kop- en voettekst worden weergegeven op elke pagina. U kunt deze niet op de eerste pagina anders weergeven dan op de volgende pagina's, anders weergeven op oneven of even pagina's of anders weergeven op afzonderlijke pagina's.

  • U kunt de breedte van het tekstvak van de legenda aanpassen van 0 tot 12,5 cm.

  • Met het snelmenu kunt u tekst, gegevens of een afbeelding verplaatsen naar een ander tabblad. Selecteer de tekst, gegevens of afbeelding die u wilt verplaatsen, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Knippen of Kopiëren. Plaats de cursor op het gewenste tabblad, klik met de rechtermuisknop en klik in het snelmenu op Plakken.

  • U kunt de grootte van een afbeelding wijzigen nadat u deze hebt toegevoegd aan een koptekst, voettekst of legenda door de afbeelding te selecteren en de rand ervan te slepen. Selecteer de afbeelding en sleep deze naar een andere locatie als u de afbeelding wilt verplaatsen. U kunt een afbeelding niet bijsnijden.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×