Een grafiek maken in een formulier of rapport

Een grafiek of diagram is een afbeelding waarin numerieke gegevens in een compacte, visuele indeling worden weergegeven om zo essentiële relaties tussen gegevens inzichtelijk te maken. U kunt een grafiek toevoegen aan een formulier of rapport om uw gegevens te visualiseren en goed onderbouwde beslissingen te nemen. U kunt de grafiek koppelen aan een tabel of query en de grafiek aanpassen met allerlei eigenschappen. U kunt de grafiek zelfs interactief maken. Als u bijvoorbeeld een ander categorieveld selecteert in een formulier- of rapportfilter, ziet u andere grafiekwaarden. In Access kunt u kolom-, lijn, staaf-, cirkel- en combinatiediagrammen maken.

Combinatiediagram: een gegroepeerd kolomdiagram met jaarlijkse verkoopbedragen van huizen en een lijndiagram met de gemiddelde prijs per maand

Voorbeeld van een combinatiediagram

Wat wilt u doen?

Een grafiek maken
Basisstappen
Gegevensinstellingen
Opmaakinstellingen
Belangrijke overwegingen
Een grafiek koppelen aan de gegevens in een formulier of rapport



Het grafiektype kiezen dat het beste aansluit bij uw behoeften
Kolom (met stapsgewijze video)
Lijn (met stapsgewijze video)
Staaf (met stapsgewijze video)
Cirkel (met stapsgewijze video)
Combinatie (met stapsgewijze video)
Aanbevolen procedures voor het maken van grafieken in Access

Een grafiek maken

Dit zijn de belangrijkste stappen voor het maken van een grafiek in Access:

  • De grafiek koppelen (binden) aan een gegevensbron (zoals een tabel of query).

  • De velden toewijzen aan de grafiekdimensies, wat de belangrijkste elementen van een grafiek zijn. De dimensies As (categorie), Legenda (reeks) en Waarden (Y-as) worden op verschillende manieren weergegeven, afhankelijk van het type grafiek.

  • Aanvullende grafiekelementen (zoals gegevenslabels en trendlijnen) toevoegen om de grafiek te verbeteren en verduidelijken.

  • De grafiek en de verschillende grafiekelementen opmaken. U kunt ook afzonderlijke gegevensreeksen opmaken. Deze reeksen bestaan uit sets met waarden in een kolom-, staaf-, lijn- of cirkeldiagram die overeenkomen met de grafieklegenda.

Naar boven

Basisstappen

  1. Maak of open een formulier of rapport in de ontwerpweergave. Als u een formulier of rapport wilt maken, selecteert u Maken > Formulierontwerp of Rapportontwerp. Als u een formulier of rapport wilt openen, klikt u met de rechtermuisknop op de naam van het formulier of rapport in de navigatiebalk en selecteert u vervolgens Formulierontwerp of Rapportontwerp.

  2. Selecteer Ontwerp > Grafiek Pictogram voor moderne grafiek , selecteer een grafiektype en sleep dit naar het formulier of rapport. Zie Het grafiektype kiezen dat het beste aansluit bij uw behoeften voor meer informatie.

    Het deelvenster Grafiekinstellingen wordt geopend en u ziet een voorbeeld van de grafiek in het raster van het formulierontwerp.

    Voorbeelddiagram

    Gebruik besturingsgrepen Afbeelding van cursor met twee verticale pijlen Afbeelding van cursor met twee horizontale pijlen om het formaat van een grafiek te wijzigen of de grafiek te verplaatsen door deze te slepen Pictogram van kompas

    Gebruik het deelvenster Grafiekinstellingen om de gegevensbron van de grafiek te configureren, de velden voor de as (categorie), legenda (reeks) en waarden (Y-as) te selecteren en de grafiek op te maken.

Naar boven

Gegevensinstellingen

  1. Selecteer het tabblad Gegevens van het deelvenster Grafiekinstellingen.

  2. Selecteer Tabellen, Query's of Beide en selecteer vervolgens een gegevensbron in de vervolgkeuzelijst. Pass Through-query's worden ondersteund.

    De standaardinstelling is dat de voorbeeldgrafiek wordt vervangen door een dynamische grafiek waarin de eerste twee velden in de gegevensbron als de dimensies As (categorie) en waarden (Y-as) worden gebruikt. Vaak is de eerste kolom in een tabel een primaire sleutel, die u mogelijk niet als een dimensie gebruiken in een grafiek. De grafiekeigenschap Voorbeeld van dynamische gegevens bepaalt of u actuele gegevens ziet.

    Tip    Als de gegevensbron veel velden bevat, is het misschien handiger om een query te maken waarmee de velden worden beperkt tot alleen de velden die u nodig hebt, zodat u makkelijker velden kunt selecteren.

  3. Selecteer bij As (categorie), Legenda (reeks) en Waarden (Y-as) ten minste twee velden om een grafiek te maken. Ga als volgt te werk:

    • As (categorie)    Selecteer hier een of meer velden.

      Deze grafiekdimensie toont horizontale waarden in een XY-grafiekindeling in een gegroepeerd kolom en lijndiagram, en verticale waarden in een gegroepeerd staafdiagram.

      Pictogram van as van gegroepeerd kolomdiagram

      As van gegroepeerd kolomdiagram

      Pictogram van as van lijndiagram

      As van lijndiagram

      Pictogram van as in een gegroepeerd staafdiagram

      As van gegroepeerd staafdiagram

      De standaardaggregatie van een datumveld is Maanden. Om dit te wijzigen, klikt u op de pijl-omlaag en maakt u een keuze in de lijst. Kies Geen om de aggregatie te verwijderen.

      Als u meer dan één veld As (categorie) selecteert, wordt er een hiërarchie van maatstreepjes gemaakt langs de dimensielijn (bijvoorbeeld staten binnen een divisie).

      Een hiërarchie van gegevens met maatstreepjes
    • Legenda (reeks)    Selecteer een veld in deze sectie.

      Met deze grafiekdimensie worden veldwaarden omgezet in kolomkoppen. Zo worden waarden in het veld State getransponeerd als kolomkoppen en wordt elke waarde een afzonderlijke reeks gegevens.

      Via PIVOT worden State-waarden omgezet in kolomkoppen
    • Waarden (Y-as)    Selecteer hier een of meer velden.

      Deze grafiekdimensie toont verticale waarden in een XY-grafiekindeling in een gegroepeerd kolom en lijndiagram, en horizontale waarden in een gegroepeerd staafdiagram.

      Pictogram van waarden in een gegroepeerd kolomdiagram

      Waarden in een gegroepeerd kolomdiagram

      Pictogram van waarden in een lijndiagram

      Waarden in een lijndiagram

      Pictogram van waarden in een gegroepeerd staafdiagram

      Waarden in een gegroepeerd staafdiagram

      Elk veld dat u selecteert, komt overeen met een gegevensreeks. Als u twee of meer velden Waarden (Y-as) selecteert, kunt u niet een veld Legenda (reeks) selecteren. De velden Waarden (Y-as) vormen standaard de legenda.

      De standaardinstelling is dat alle geselecteerde velden worden geaggregeerd. Voor numerieke velden en valutavelden wordt standaard de aggregatie Som gebruikt. Voor alle andere velden is Aantal de standaardaggregatie. Om dit te wijzigen, klikt u op de pijl-omlaag en maakt u een keuze in de lijst. Kies Geen om de aggregatie te verwijderen.

      Opmerking    Tekstvelden moeten de aggregatie Aantal gebruiken. Alle geselecteerde velden Waarden (Y-as) moeten allemaal geaggregeerd of allemaal niet geaggregeerd zijn.

Opmerkingen    Er zijn verschillende veldcombinaties mogelijk, maar houd rekening met het volgende:

  • Selecteer ten minste één veld As (categorie) en één veld Waarden (Y-as) .

  • U kunt maar één veld Legenda (reeks) selecteren, maar u kunt meer dan één veld selecteren in de sectie Waarden (Y-as) of As (categorie).

  • Als u één veld As (categorie) en één veld Legenda (reeks) selecteert, kunt u maar éen veld Waarden (Y-as) selecteren. Als u een extra veld Waarden (Y-as) wilt toevoegen, schakelt u het veld As (categorie) of Legenda (reeks) uit.

  • Als u een veld Legenda (reeks) selecteert, kunt u maar één veld Waarden (Y-as) selecteren en moet dit veld worden geaggregeerd.

Naar boven

Opmaakinstellingen

  1. Selecteer het tabblad Opmaak van het deelvenster Grafiekinstellingen.

  2. Selecteer een gegevensreeks in de vervolgkeuzelijst.

    Verschillende gegevensreeksen opmaken op het tabblad Opmaak

    Elke gegevensreeks heeft een unieke set met eigenschappen

  3. Stel voor elke gegevensreeks een of meer van de volgende eigenschappen in:

    • Weergavenaam    De naam van de gegevensreeks in de grafieklegenda.

    • Grafiektype     Deze eigenschap wordt alleen weergegeven voor een combinatiediagram. Gebruik deze eigenschap om verschillende grafiektypen toe te voegen aan het combinatiediagram, één voor elke gegevensreeks. De standaardcombinatie voor een combinatiediagram is een gegroepeerd kolomdiagram voor de eerste gegevensreeks en een lijndiagram voor de tweede gegevensreeks. U kunt voor elke gegevensreeks een ander grafiektype instellen. Als de grafiek maar één gegevensreeks heeft, is dat Gegroepeerde kolom.

      Opmerking   Deze eigenschap staat los van de eigenschap Grafiektype in het eigenschappenvenster van de grafiek.

    • Lijndikte     Selecteer een lijndikte in stappen van 0,25 punten. Deze eigenschap wordt alleen weergegeven voor een lijndiagram.

    • Type streepje     Selecteer het lijntype Effen, Streepje, Stip, Streepje-stip of Streepje-stip-stip. Deze eigenschap wordt alleen weergegeven voor een lijndiagram.

    • Reeks tekenen op     Selecteer een primaire of secundaire as voor het uitzetten van een gegevensreeks. Gebruik deze optie wanneer grafiekreeksen sterk variëren of andere eenheden hanteren (zoals prijs en volume). Een combinatiegrafiek met een gegroepeerd kolom- en lijndiagram en astitels werkt vaak het best.

    • Beleid voor ontbrekende gegevens     Selecteer een van de volgende opties: Weergeven als nul om ontbrekende gegevens als 0 weer te geven, Niet weergeven om ontbrekende gegevens te negeren en Weergeven als geïnterpoleerd om nieuwe gegevens te berekenen voor de ontbrekende gegevens. Deze eigenschap wordt alleen weergegeven voor een lijndiagram.

    • Opvulkleur van reeks     Selecteer een kleur om de gegevensreeks op te vullen, zoals een kolom of staaf.

    • Randkleur van reeks     Selecteer een kleur om een kader toe te voegen aan de gegevensreeks, zoals een kolom of staaf.

    • Gegevenslabel weergeven     Selecteer deze optie om een gegevenslabel weer te geven dat de gegevensreeks verduidelijkt.

    • Trendlijnen weergeven     Selecteer deze optie om een trendlijn weer te geven, wat een manier is om gegevenstrends aan te tonen.

    • Opties voor trendlijn     Selecteer een van de volgende trendlijnen:

      • Lineair     Dit is een optimaal passende rechte lijn voor gegevenssets waarvan de waarden met een constante snelheid toenemen of afnemen.

      • Exponentieel     Dit is een gebogen lijn van positieve getallen die steeds sneller toenemen of afnemen.

      • Logaritmisch     Dit is een optimaal passende gebogen lijn voor gegevens waarvan de waarden snel toenemen of afnemen, om daarna gelijk te blijven.

      • Polynomiaal     Deze optie is met name geschikt voor gegevens die sterk fluctueren, zoals winsten en verliezen in een grote gegevensset.

      • Macht     Dit is een gebogen lijn van positieve getallen die met een vaste snelheid toenemen, bijvoorbeeld met een interval van één seconde.

      • Voortschrijdend gemiddeld     Kies deze optie om schommelingen in gegevens op te vangen en zo een patroon of trend duidelijker weer te geven.

    • Naam trendlijn     Voer een naam in die betekenisvol is en die wordt weergegeven in de legenda van het diagram.

    • Vorm van markering     Selecteer een vorm voor de lijnmarkeringen. Deze eigenschap wordt alleen weergegeven voor een lijndiagram.

Naar boven

Belangrijke aandachtspunten

Aggregatie    Hoewel de gegevensbron vaak begint als een set niet-geaggregeerde gegevens, worden er tijdens het maken van een grafiek standaard aggregaties berekend door Access, zoals Som, Aantal en Gemiddelde, om het aantal gegevensreeksen te vereenvoudigen. U kunt deze standaardberekeningen van aggregaties echter verwijderen door Geen te selecteren in de vervolgkeuzelijst. Dit proces van het selecteren van velden en het kiezen van aggregaties resulteert in een instructie SELECT, SQL GROUP BY of TRANSFORM die wordt opgeslagen in de eigenschap Getransformeerde rijbron. Als u de instructie wilt zien, klikt u met de rechtermuisknop op de eigenschap en selecteert u In-/uitzoomen. Hier volgt een overzicht van de drie belangrijkste mogelijkheden:

  • Als u de velden As (categorie) en Waarden (Y-as) selecteert, maar de aggregaties verwijdert, wordt de rijbron door Access geconverteerd naar een eenvoudigere SELECT-instructie. Bijvoorbeeld:

    SELECT [Segment], [Sales] FROM [Orders]
  • Als u de velden As (categorie) en Waarden (Y-as) selecteert, wordt de rijbron door Access geconverteerd naar een GROUP BY-instructie. Bijvoorbeeld:

    SELECT [Segment], Sum([Sales]) AS [SumOfSales FROM [Orders] GROUP BY [Segment] ORDER BY [Segment]
  • Als u ook een veld Legenda (reeks) selecteert, wordt de rijbron door Access omgezet in een kruistabelquery (met behulp van de SQL-query-instructie TRANSFORM). De veldwaarden die worden geretourneerd door de PIVOT-component van de SQL-instructie TRANSFORM worden gebruikt als kolomkoppen, zoals het veld State, dat veel koppen kan opleveren, die elk een afzonderlijke gegevensreeks vormen. Bijvoorbeeld:

    TRANSFORM Sum([Sales]) AS [SumOfSales] SELECT [Segment] FROM [Orders] GROUP BY [Segment] ORDER BY [Segment] PIVOT [State]

Zie Samenvattingsgegevens beter leesbaar maken met een kruistabelquery voor meer informatie over gegevensaggregatie.

Eigenschappen    Als u de grafiek verder wilt aanpassen, selecteert u Ontwerp > Eigenschappenvenster > <grafieknaam>, waar alle eigenschappen van de grafiek worden weergegeven. Druk op F1 bij een eigenschap om Help weer te geven voor die eigenschap. Wanneer u een eigenschap wijzigt in het eigenschappenvenster, verandert de overeenkomende waarde in het deelvenster Grafiekinstellingen, en omgekeerd.

Er zijn veel eigenschappen van het type Opmaak die uniek zijn voor grafieken. Gebruik deze eigenschappen voor het opmaken van aswaarden, titels en de grafiek zelf. Er zijn ook verschillende eigenschappen van het type Gegevens die uniek zijn voor grafieken, zoals Voorbeeld van dynamische gegevens, Getransformeerde rijbron, Grafiekas, Grafieklegenda en Grafiekwaarde.

Een secundaire verticale as toevoegen    Wanneer u een grafiek maakt, heeft deze meestal een primaire verticale as. U kunt echter ook een secundaire verticale as toevoegen wanneer de gegevens sterk verschillen of om andere meetwaarden uit te zetten, zoals prijs en volume. De schaal van de secundaire verticale as toont de waarden voor de bijbehorende gegevensreeks. U kunt een secundaire verticale as toevoegen met behulp van de eigenschap Reeks tekenen op. Deze eigenschap vindt u op het tabblad Opmaak van het deelvenster Grafiekinstellingen.

Een trendlijn toevoegen    Voor numerieke gegevens kunt u eventueel een trendlijn toevoegen om gegevenstrends aan te tonen. Gebruik hiervoor de opties Trendlijn en Naam trendlijn op het tabblad Opmaak van het deelvenster Grafiekinstellingen.

De grafiek wijzigen     Als u een grafiek wilt wijzigen, opent u het formulier of rapport in de ontwerp- of indelingsweergave en selecteert u de grafiek om het deelvenster Grafiekinstellingen te openen. Als u wilt overschakelen naar een ander grafiektype, selecteert u een andere grafiek in de vervolgkeuzelijst van de eigenschap Grafiektype. U kunt een afzonderlijke grafiek ook wijzigen in een combinatiegrafiek door de eigenschap Grafiektype aan te passen in het eigenschappenvenster (en niet het tabblad Opmaak van het deelvenster Grafiekinstellingen).

Brongegevens vernieuwen     U kunt de grafiekgegevens vernieuwen door over te schakelen naar de formulier- of rapportweergave, de grafiek te selecteren en vervolgens Alles vernieuwen te selecteren (of op F5 te drukken).

Grafiekinstellingen    Als het deelvenster Grafiekinstellingen is gesloten, controleert u of de grafiek is geselecteerd en selecteert u vervolgens Ontwerp > Grafiekinstellingen.

Klassieke grafiek    Verwar de nieuwe grafiek Pictogram voor moderne grafiek , die is gebaseerd op moderne technologie, niet met de klassieke grafiek Pictogram voor oude grafiek , wat een ActiveX-besturingselement is. U kunt de klassieke grafiek echter nog steeds gebruiken, en deze zelfs toevoegen aan een formulier of rapport dat de nieuwe grafiek bevat.

Naar boven

Een grafiek koppelen aan de gegevens in een formulier of rapport

Als u een grafiek wilt laten samenwerken met de gegevens in een formulier of rapport, koppelt u de grafiek aan de gegevensbron van het formulier of rapport. Stel vervolgens een overeenkomend veld in voor de eigenschappen Subvelden koppelen en Hoofdvelden koppelen op het tabblad Gegevens van de grafiek.

  1. Maak een formulier of rapport dat is gekoppeld aan een gegevensbron. Zie Een formulier maken in Access of Eenvoudige rapporten maken voor meer informatie.

  2. Voeg een grafiek toe aan hetzelfde formulier of rapport. Zie Een grafiek maken voor meer informatie.

  3. Stel de eigenschap Recordbron voor de grafiek in op de waarde van de eigenschap Recordbron voor het formulier of rapport.

  4. Klik op de grafiek, open het eigenschappenvenster van de grafiek door op F4 te drukken en klik op het tabblad Gegevens.

  5. Klik op de knop Maken Knop Maken in het vak van de eigenschap Subvelden koppelen of Hoofdvelden koppelen.

    Het dialoogvenster Koppelfunctie voor subformuliervelden wordt weergegeven.

  6. Selecteer bij Hoofdvelden koppelen en Subvelden koppelen het veld dat u wilt koppelen en klik vervolgens op OK. Het is vaak beter een categorieveld te gebruiken, zoals State, Segment of Region.

    Als u niet zeker weet welk veld u moet kiezen, klikt u op Suggesties voor aanbevelingen.

  7. Sla het formulier of rapport op, ga naar de formulier- of rapportweergave en controleer vervolgens of de grafiek op de gewenste manier werkt. Filter het formulier of rapport bijvoorbeeld op een categorieveld, zoals State, Segment of Region, om verschillende resultaten in de grafiek te zien. Zie Gegevens filteren in een bureaubladdatabase voor meer informatie.

Naar boven

Het grafiektype kiezen dat het beste aansluit bij uw behoeften

In de volgende paragrafen vindt u achtergrondinformatie over grafieken, zodat u voor elke toepassing de juiste grafiek kunt kiezen.

Wat is een grafiek?

Een grafiek of diagram is een afbeelding waarin numerieke gegevens in een compacte, visuele indeling worden weergegeven om zo essentiële relaties tussen gegevens inzichtelijk te maken. Een grafiek heeft veel elementen. Sommige van deze elementen worden standaard weergegeven, andere kunt u desgewenst toevoegen. U kunt de weergave van de grafiekelementen wijzigen door deze groter of kleiner te maken of door de opmaak te wijzigen. Grafiekelementen die u niet wilt weergeven, kunt u verwijderen. De volgende grafiek bevat de basisgrafiekelementen.

Overzicht van een grafiek

Naar boven

Welke grafieken kunt u maken?

In Access kunt u kolom-, lijn-, staaf-, cirkel- en combinatiediagrammen maken. In deze sectie worden de verschillende typen beschreven en er wordt uitgelegd voor welke scenario's het type het meest geschikt is.

Kolom

In een kolomdiagram worden categorieën weergegeven langs de horizontale as (de eigenschap As (categorie)) en waarden langs de verticale as (de eigenschap Waarden (Y-as)). Meestal kiest u één veld voor de dimensie As (categorie) en een of meer velden voor de dimensie Waarden (Y-as), die elk worden omgezet in een gegevensreeks. Als u meer dan één veld kiest voor de dimensie Waarden (Y-as), kunt u de gegevens uitzetten langs een aparte as.

Access ondersteunt drie typen kolomdiagrammen.

Diagram

Beschrijving

Eenvoudig gegroepeerd kolomdiagram

Gegroepeerde kolom

Met behulp van verticale kolommen worden waarden in horizontale categorieën vergeleken. Wordt vaak gebruikt voor een bereik van waarden (items tellen), schalen (enquêtebeoordelingen) en namen (plaatsen of personen).

Eenvoudig gestapeld kolomdiagram

Gestapelde kolom

Vergelijkbaar met een gegroepeerd kolomdiagram, maar bevat twee of meer gegevensreeksen in elke kolom. Vaak gebruikt voor het weergeven van de verhouding van de gegevensreeks tot het geheel.

Eenvoudig 100% gestapeld kolomdiagram

100% gestapelde kolom

Vergelijkbaar met een gestapeld kolomdiagram, maar de kolomwaarden zijn samen altijd gelijk aan 100%. Vaak gebruikt om de percentages te vergelijken die door elke gegevensreeks wordt bijgedragen aan het geheel.

Naar boven

Lijn

In een lijndiagram worden categorieën evenredig verdeeld over de horizontale as (de eigenschap As (categorie)) en waarden evenredig over de verticale as (de eigenschap Waarden (Y-as)). Meestal kiest u één veld voor de dimensie As (categorie) en een of meer velden voor de dimensie Waarden (Y-as), die elk worden omgezet in een gegevensreeks. Als u meer dan één veld kiest voor de dimensie Waarden (Y-as), kunt u de gegevens uitzetten langs een aparte as.

Access ondersteunt drie typen lijndiagrammen.

Diagram

Beschrijving

Eenvoudig lijndiagram

Lijn

Toont aaneengesloten, gelijkmatig verdeelde gegevens over beide assen om waarden in de loop van de tijd te vergelijken. Vaak gebruikt voor het weergeven van trends met gelijke intervallen, zoals maanden, kwartalen of boekjaren, en om twee of meer gegevensreeksen te vergelijken.

Eenvoudig gestapeld lijndiagram

Gestapelde lijn

Vergelijkbaar met een lijndiagram, maar bevat twee of meer gegevensreeksen op elke lijn. Vaak gebruikt om gerelateerde trends te vergelijken.

Eenvoudig 100% gestapeld lijndiagram

100% gestapelde lijn

Vergelijkbaar met een gestapeld lijndiagram, maar toont trends als een percentage in de loop van de tijd. Vaak gebruikt om gerelateerde trends te vergelijken met het geheel van 100%.

Opmerking   Op het tabblad Opmaak in het deelvenster Grafiekinstellingen zijn de volgende eigenschappen uniek voor lijndiagrammen: Lijndikte, Type streepje, Beleid voor ontbrekende gegevens en Vorm van markering.

Tip    Als er veel categorieën zijn of als het gaat om geschatte waarden, kunt u het beste een lijndiagram zonder markeringen gebruiken.

Naar boven

Staaf

In een staafdiagram worden categorieën georganiseerd langs de verticale as (de eigenschap Waarden (Y-as)) en waarden langs de horizontale as (de eigenschap As (categorie)). In staafdiagrammen is de weergave van de assen en waarden omgedraaid. Meestal kiest u één veld voor de dimensie As (categorie) en een of meer velden voor de dimensie Waarden (Y-as), die elk worden omgezet in een gegevensreeks. Als u meer dan één veld kiest voor de dimensie Waarden (Y-as), kunt u de gegevens uitzetten langs een aparte as.

Access ondersteunt drie typen staafdiagrammen.

Diagram

Beschrijving

Eenvoudig gegroepeerd staafdiagram

Gegroepeerde staaf

Met behulp van horizontale staven worden waarden in verticale categorieën vergeleken. Vaak gebruikt bij lange aslabels of als de waarden een duur vertegenwoordigen.

Eenvoudig gestapeld staafdiagram

Gestapelde staaf

Vergelijkbaar met een gegroepeerd staafdiagram, maar bevat twee of meer gegevensreeksen in elke staaf. Vaak gebruikt voor het weergeven van de verhouding van de gegevensreeks tot het geheel.

Eenvoudig 100% gestapeld staafdiagram

100% gestapelde staaf

Vergelijkbaar met een gestapeld staafdiagram, maar de staafwaarden zijn samen altijd gelijk aan 100%. Vaak gebruikt om de percentages te vergelijken die door elke gegevensreeks wordt bijgedragen aan het geheel.

Naar boven

Cirkel

In een cirkeldiagram worden categorieën weergeven als cirkelsegmenten (de eigenschap As (categorie)). Gegevenswaarden (de eigenschap Waarden (Y-as) ) worden opgeteld als een percentage tot het geheel en worden weergegeven als een segment van de cirkel. Kies maar één veld voor de dimensie As (categorie) en één veld voor de dimensie Waarden (Y-as). Gebruik het veld Legenda (reeks) niet, aangezien het veld As (categorie) standaard voor de legenda wordt gebruikt. Op het tabblad Opmaak in het deelvenster Grafiekinstellingen ziet u maar één gegevensreeks en maar één eigenschap, Gegevenslabel weergeven. De kleuren die worden gebruikt in de grafieklegenda zijn vooraf bepaald en kunnen niet worden gewijzigd.

Access ondersteunt één type cirkeldiagram.

Diagram

Beschrijving

Eenvoudig cirkeldiagram

Cirkel

Toont de verhouding van categorieën als een percentage tot het geheel. Het meest geschikt voor één gegevensreeks met alle positieve waarden en minder dan tien categorieën.

Naar boven

Combinatie

In een combinatiediagram worden twee of meer grafiektypen, zoals een gegroepeerd kolomdiagram en een lijndiagram bevat, gecombineerd om verschillende, maar gerelateerde gegevens inzichtelijk te maken.

Access ondersteunt een combinatiediagram waarin een combinatie mogelijk is met een van de andere grafiektypen en waarin u elke grafiek aan een andere gegevensreeks kunt koppelen. Zo kunt u een gegroepeerd kolomdiagram toewijzen aan een gegevensreeks met jaarlijkse verkoopbedragen van huizen en een lijndiagram met de gemiddelde prijs per maand. Dit kan met behulp van de eigenschappen Gegevensreeks en Grafiektype op het tabblad Opmaak van het deelvenster Grafiekinstellingen. U kunt een afzonderlijke grafiek ook wijzigen in een combinatiegrafiek door de eigenschap Grafiektype aan te passen op het tabblad Gegevens van het eigenschappenvenster.

Diagram

Beschrijving

Eenvoudig combinatiediagram voor elke combinatie

Aangepaste combinatie

Hiermee kunnen twee verschillende grafieken van uw keuze worden gecombineerd.

Naar boven

Aanbevolen procedures voor het maken van grafieken in Access

Hanteer de volgende richtlijnen om de juiste grafiek te maken voor uw gegevens, die bovendien gemakkelijk te begrijpen is.

  • Zorg dat u een plan van aanpak hebt wanneer u begint. Bekijk de verschillende grafieken in boeken, in rapporten en op internet. Bepaal vooraf welke grafiek het beste werkt in uw geval en welke opmaak u wilt gebruiken.

  • Bepaal voor welke velden u relaties wilt aantonen in de grafiek. Overweeg een query te maken waarmee u de resultaten beperkt tot alleen de velden die u nodig hebt voor de grafiek.

  • Als u de grafiek gaat maken, moet u de dimensies één voor één selecteren. U kunt de wijzigingen direct zien en zo beter begrijpen hoe een veld, dimensie en aggregatie van invloed is op de grafiek.

  • Probeer de grafiek zo eenvoudig mogelijk te houden. Beperk het aantal gegevensreeksen zodat de gebruiker niet wordt overstelpt met te veel getallen, kolommen, staven of segmenten die moeilijk te lezen zijn.

  • Breng eerst de gegevensrelaties tot stand en bepaal in grote lijnen de opmaak van de grafiek. Pas vervolgens de gewenste opmaak toe op de grafiek en de gegevensreeksen. Ga zorgvuldig te werk bij het kiezen van kleuren, het bewerken van tekst en het toevoegen van andere grafiekelementen. Zoek een compromis tussen witruimte en betekenis.

  • Experimenteer met rasterlijnen, kleuren, speciale effecten, labels, opvulling, en andere opmaakeigenschappen. Ook hier is het belangrijk dat een en ander overzichtelijk blijft en niet te veel afleidt. Gebruik geen vetgedrukte tekst, donkere kleuren en een overdaad aan lijnen.

  • Als u denkt dat u klaar bent, bekijk de grafiek dan nog eens goed om te controleren of deze inderdaad zo eenvoudig en zo overzichtelijk mogelijk is. Ook hier geldt dat 'minder meer is'.

Naar boven

Zie ook

Inleiding tot besturingselementen

Inleiding tot formulieren

Inleiding tot rapporten in Access

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×