Een getal afronden

Stel dat u een getal wilt afronden op het dichtstbijzijnde gehele getal omdat de decimalen niet van belang zijn. Of dat u wilt afronden op veelvouden van tien om een benadering van een bedrag te vereenvoudigen. Getallen kunt u op verschillende manieren afronden.

Het aantal weergegeven decimalen wijzigen zonder het getal te wijzigen

Op een werkblad

  1. Selecteer de cellen die u wilt opmaken.

  2. Als u meer of minder cijfers achter het decimaalteken wilt weergeven, klikt u in de groep Getal op het tabblad Start op Meer decimalen Knopafbeelding of op Minder decimalen Knopafbeelding .

In een ingebouwde getalnotatie

  1. Klik op het tabblad Start in de groep Getal op de pijl naast de lijst met getalnotaties en klik vervolgens op Meer getalnotaties.

    De lijst met getalnotaties in de groep Getal op het tabblad Start

  2. Klik in de lijst Categorie, afhankelijk van het gegevenstype van uw cijfers, op Valuta, Financieel, Percentage of Wetenschappelijk.

  3. In het vak Aantal decimalen kunt u aangeven hoeveel cijfers achter de komma moeten worden weergegeven.

Een getal naar boven afronden

Gebruik de functie AFRONDEN.NAAR.BOVEN. In sommige gevallen kunt ook de functie EVEN of ONEVEN gebruiken om af te ronden op het dichtstbijzijnde even of oneven getal.

Een getal naar beneden afronden

Gebruik de functie AFRONDEN.NAAR.BENEDEN.

Een getal afronden op het dichtstbijzijnde getal

Gebruik de functie AFRONDEN.

Een getal afronden op een nabije breuk

Gebruik de functie AFRONDEN.

Een getal afronden op een significant cijfer

Significante cijfers zijn cijfers die bijdragen aan de nauwkeurigheid van een getal.

In de voorbeelden in deze sectie worden de functies AFRONDEN, AFRONDEN.NAAR.BOVEN en AFRONDEN.NAAR.BENEDEN gebruikt. Deze functies kunnen worden gebruikt voor de afrondingsmethoden voor positieve, negatieve, gehele getallen en getallen met decimalen. De weergegeven voorbeelden zijn slechts een zeer klein aantal mogelijke scenario's.

De onderstaande lijst bevat enkele algemene regels voor het afronden van getallen op significante cijfers. U kunt experimenteren met de afrondingsfuncties en uw eigen getallen en parameters vervangen om het gewenste aantal significante cijfers als resultaat te krijgen.

  • Als u een negatief getal afrondt, wordt dat getal eerst geconverteerd naar de absolute waarde (de waarde zonder het symbool voor een negatief getal). Vervolgens vindt de afronding plaats en wordt het symbool voor een negatief getal opnieuw toegepast. Dit lijkt misschien onlogisch, maar dit is de manier waarop afronden werkt. Als u bijvoorbeeld de functie AFRONDEN.NAAR.BENEDEN gebruikt om -889 af te ronden op twee significante cijfers, is het resultaat -880. Eerst wordt -889 geconverteerd naar de absolute waarde 889. Vervolgens wordt het getal naar beneden afgerond op twee significante cijfers (resultaat: 880). Uiteindelijk wordt het symbool voor een negatief getal opnieuw toegepast en is het resultaat -880.

  • Als u de functie AFRONDEN.NAAR.BENEDEN gebruikt voor een positief getal, wordt een getal altijd naar beneden afgerond. Met de functie AFRONDEN.NAAR.BOVEN wordt een getal altijd naar boven afgerond.

  • Met de functie AFRONDEN wordt een getal met decimalen als volgt afgerond: als het decimale deel 0,5 of hoger is, wordt het getal naar boven afgerond; als het decimale deel kleiner is dan 0,5, wordt het getal naar beneden afgerond.

  • Met de functie AFRONDEN wordt een geheel getal naar boven of beneden afgerond volgens een regel vergelijkbaar met de regel voor getallen met decimalen en wordt 0,5 vervangen door veelvouden van 5.

  • Als algemene regel geldt het volgende: wanneer u een getal zonder decimalen (een geheel getal) afrondt, trekt u de lengte af van het aantal significante cijfers waarop u wilt afronden. Als u bijvoorbeeld 2345678 naar beneden wilt afronden op drie significante cijfers, gebruikt u als volgt de functie AFRONDEN.NAAR.BENEDEN met de parameter -4: = AFRONDEN.NAAR.BENEDEN(2345678;-4). Het getal wordt nu naar beneden afgerond op 2340000. Hierbij bevat het gedeelte 234 de significante cijfers.

Een getal afronden op een opgegeven veelvoud

Het kan soms voorkomen dat u een getal wilt afronden op een veelvoud van het getal dat u opgeeft. Stel dat uw bedrijf een product verzendt in kratten van 18 items. Met de functie AFRONDEN.N.VEELVOUD kunt u berekenen hoeveel kratten u nodig hebt om 204 items te verzenden. In dit geval is het antwoord 12, omdat 204 gedeeld door 18 het resultaat 11,333 oplevert dat u naar boven moet afronden. Het twaalfde krat bevat dan slechts zes items.

Het kan ook voorkomen dat u een negatief getal wilt afronden op een negatieve veelvoud, of een getal met decimalen wilt afronden op een veelvoud met decimalen. Ook in deze gevallen kunt u de functie AFRONDEN.N.VEELVOUD gebruiken.

Zie ook

AFRONDEN

AFRONDEN.N.VEELVOUD

AFRONDEN.NAAR.BOVEN

AFRONDEN.NAAR.BENEDEN

EVEN

ONEVEN

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×