Een functiestroomdiagram maken

Een functiestroomdiagram maken

Met functiestroomdiagrammen geeft u de relatie weer tussen een bedrijfsproces en de functionele eenheden, zoals afdelingen, die verantwoordelijk zijn voor dat proces.

De zwembanen in het stroomdiagram vertegenwoordigen functionele eenheden zoals afdelingen of functies. Iedere shape stelt een stap voor in het proces en wordt in de zwembaan geplaatst voor de functionele eenheid die verantwoordelijk is voor die stap.

Sjabloon Functiestroomdiagram

Wat wilt u doen?

Een functiestroomdiagram maken

Een zwembaan toevoegen

De zwembanen opnieuw schikken

Een zwembaan verwijderen

Een functiestroomdiagram maken

  1. Klik op de Microsoft Backstage-knop  .

  2. Klik op Nieuw, klik op Stroomdiagram en dubbelklik op Functiestroomdiagram.

  3. Als u labels wilt toevoegen aan het diagram en de zwembanen, klikt u op een veld met voorlopige tekst en typt u de gewenste tekst.

    Tip: Als u de positie van het label wilt wijzigen, klikt u op het hulpmiddel Tekstblok, klikt u op een label en sleept u dit naar de nieuwe locatie.

  4. Klik op het lint op het tabblad Functiestroomdiagram.

  5. Klik in de groep Ontwerp op Strooklabels draaien om de richting van de labeltekst te wijzigen.

    U kunt op dit tabblad ook andere wijzigingen in het ontwerp en de indeling van het stroomdiagram aanbrengen.

  6. Als u fasen in uw proces wilt aangeven, klikt u in de groep Invoegen op Scheidingsteken. Als u het label wilt wijzigen, typt u terwijl de fase is geselecteerd.

  7. Sleep een stroomdiagramshape uit het venster Shapes naar een zwembaan.

    De zwembaan licht op met een lichte geel/oranje markering om aan te geven dat de shape in de baan staat. Wanneer een shape in een zwembaan staat, wordt de shape met de baan mee verplaatst als u later besluit om het diagram opnieuw te rangschikken.

  8. Voeg meer shapes toe om uw stroomdiagram te maken met behulp van de miniwerkbalk van Automatisch verbinden of door shapes uit het venster Shapes te slepen en met elkaar te verbinden.

Naar boven

Een zwembaan toevoegen

U kunt op meerdere manieren zwembanen toevoegen aan uw diagram:

  • Klik met de rechtermuisknop op een zwembaan en klik vervolgens op Zwembaan invoegen voor of Zwembaan invoegen na in het snelmenu.

  • Houd de aanwijzer boven een hoek van een van de zwembanen. Klik op de blauwe pijl voor de Zwembaanshape invoegen die wordt weergegeven.

  • Klik op het tabblad Functiestroomdiagram in de groep Invoegen op Zwembaan. Er wordt een zwembaan toegevoegd na de geselecteerde zwembaan of aan het eind als er geen zwembaan is geselecteerd.

  • Sleep vanuit Shapes voor basisstroomdiagrammen een zwembaanshape naar de grens van de band waar u de shape wilt weergeven.

Naar boven

De zwembanen opnieuw schikken

  1. Klik op de kop van de zwembaan die u wilt verplaatsen, zodat de zwembaan geselecteerd is.

    De aanwijzer moet het verplaatsingspictogram weergeven.

  2. Versleep de zwembaan en zet deze op de gewenste locatie neer.

Shapes in de zwembaan worden met de zwembaan mee verplaatst. Als u wilt controleren of een shape in de zwembaan staat en niet alleen eronder, selecteert u de shape. De zwembaan licht op met een lichte geel/oranje markering als de shape in de zwembaan staat. Als een shape niet in de zwembaan staat maar dit moet wel het geval zijn, verplaatst u de shape een stukje, zodat de zwembaan de shape herkent.

Naar boven

Een zwembaan verwijderen

  • Klik op het label van de zwembaan die u wilt verwijderen en druk vervolgens op Delete.

    Opmerking: Als u een zwembaan verwijdert, verwijdert u ook alle shapes die de zwembaan bevat.

Naar boven

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×