Een formule gebruiken in een tabel in Word of Outlook

U kunt met formules berekeningen en logische vergelijkingen uitvoeren in een tabel. De opdracht Formule vindt u in Hulpmiddelen voor tabellen, op het tabblad Opmaak, in de groep Gegevens.

De groep Gegevens van het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen - Opmaak op het lint van Word 2010

Een formule in Word wordt automatisch bijgewerkt wanneer u het document opent dat de formule bevat. U kunt een formuleresultaat ook handmatig bijwerken. Raadpleeg de sectie Formuleresultaten bijwerken voor meer informatie.

Opmerking:  Formules in Word- of Outlook-tabellen zijn een veldcode. Raadpleeg de sectie Zie ook voor meer informatie over veldcodes.

In dit artikel

Een formule invoegen in een tabelcel

Formuleresultaten bijwerken

Het resultaat van specifieke formules bijwerken

Alle formuleresultaten in een tabel bijwerken

Alle formules in een document bijwerken

Voorbeelden: Getallen in een tabel optellen met behulp van positionele argumenten

Beschikbare functies

Bladwijzernamen of celverwijzingen gebruiken in een formule

RnKn-verwijzingen

A1-verwijzingen

Een formule invoegen in een tabelcel

  1. Selecteer de tabelcel waarin u het resultaat wilt weergeven. Verwijder de inhoud als de cel niet leeg is.

  2. Klik in Hulpmiddelen voor tabellen, op het tabblad Opmaak, in de groep Gegevens op Formule.

  3. Gebruik het dialoogvenster Formule om uw formule te maken. U kunt typen in het vak Formule, een getalnotatie selecteren in de lijst Getalnotatie, en functies en bladwijzers plakken met de lijsten Functie plakken en Bladwijzer plakken.

Formuleresultaten bijwerken

In Word wordt het resultaat van een formule berekend wanneer deze wordt ingevoegd en wanneer het document dat de formule bevat, wordt geopend. In Outlook wordt het resultaat van een formule alleen berekend op het moment dat deze wordt ingevoegd. Het resultaat kan niet worden bewerkt door de geadresseerde van het e-mailbericht.

U kunt ook handmatig:

  • Het resultaat van een of meer specifieke formules bijwerken.

  • De resultaten van alle formules in een specifieke tabel bijwerken.

  • Alle veldcodes in een document, inclusief formules, bijwerken.

Het resultaat van specifieke formules bijwerken

  1. Selecteer de formules die u wilt bijwerken. U kunt meerdere formules selecteren door de toets Ctrl ingedrukt te houden terwijl u de formules kiest.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik met de rechtermuisknop op de formule en klik op Veld bijwerken.

    • Druk op F9.

Alle formuleresultaten in een tabel bijwerken

  • Selecteer de tabel die de formuleresultaten bevat die u wilt bijwerken en druk op F9.

Alle formules in een document bijwerken

Belangrijk:  Met deze procedure worden alle veldcodes in een document bijgewerkt, niet alleen de formules.

  1. Druk op Ctrl+A.

  2. Druk op F9.

Voorbeelden: getallen in een tabel optellen met positionele argumenten

Met de volgende functies kunt u positionele argumenten (LINKS, RECHTS, BOVEN, ONDER) gebruiken:

  • GEMIDDELDE

  • AANTAL

  • MAX

  • MIN

  • PRODUCT

  • SOM

De volgende procedure bijvoorbeeld telt getallen op met behulp van de functie SOM en positionele argumenten.

Belangrijk:  Als u een fout wilt voorkomen tijdens het optellen in een tabel met positionele argumenten, typt u een nul (0) in een lege cel die in de berekening wordt opgenomen.

  1. Selecteer de tabelcel waarin u het resultaat wilt weergeven. Verwijder de inhoud als de cel niet leeg is.

  2. Klik in Hulpmiddelen voor tabellen, op het tabblad Opmaak, in de groep Gegevens op Formule.

  3. Voer in het dialoogvenster Formule een van de volgende handelingen uit:

Als u getallen wilt optellen…

Typt u dit in het vak Formule

Boven de cel

=SOM(BOVEN)

Onder de cel

=SOM(ONDER)

Boven en onder de cel

=SOM(BOVEN,ONDER)

Links van de cel

=SOM(LINKS)

Rechts van de cel

=SOM(RECHTS)

Links en rechts van de cel

=SOM(LINKS,RECHTS)

Links van en boven de cel

=SOM(LINKS,BOVEN)

Rechts van en boven de cel

=SOM(RECHTS,BOVEN)

Links van en onder de cel

=SOM(LINKS,ONDER)

Rechts van en onder de cel

=SOM(RECHTS,ONDER)

  1. Klik op OK.

Beschikbare functies

Opmerking:  Formules waarin positionele argumenten (bijvoorbeeld LINKS) worden gebruikt, bevatten geen waarden in koprijen.

De volgende functies zijn beschikbaar voor gebruik in formules in Word- en Outlook-tabellen:

Functie

Functie

Voorbeeld

Resultaat

ABS()

Berekent de absolute waarde van de waarde tussen de haakjes

=ABS(-22)

22

EN()

Evalueert of de argumenten tussen de haakjes allemaal WAAR zijn.

=EN(SOM(LINKS)<10,SOM(BOVEN)>=5)

1, als de som van de waarden links van de formule (op dezelfde rij) kleiner is dan 10 en de som van de waarden boven de formule (in dezelfde kolom, exclusief de kopcel) groter dan of gelijk is aan 5; anders 0.

GEMIDDELDE()

Berekent het gemiddelde van de items die zijn geïdentificeerd tussen de haakjes.

=GEMIDDELDE(RECHTS)

Het gemiddelde van alle waarden rechts van de formulecel, in dezelfde rij.

AANTAL()

Berekent het aantal items dat is geïdentificeerd tussen de haakjes.

=AANTAL(LINKS)

Het aantal waarden links van de formulecel, in dezelfde rij.

GEDEFINIEERD()

Evalueert of het argument tussen de haakjes is gedefinieerd. Retourneert 1 als het argument is gedefinieerd en zonder fouten is geëvalueerd, en 0 als het argument niet is gedefinieerd of een fout retourneert.

=GEDEFINIEERD(bruto_inkomsten)

1, als bruto_inkomsten is gedefinieerd en zonder fouten is geëvalueerd; anders 0.

ONWAAR

Heeft geen argumenten. Is altijd 0.

=ONWAAR

0

ALS()

Evalueert het eerste argument. Retourneert het tweede argument als het eerste argument waar is, en retourneert het derde argument als het eerste argument onwaar is.

Opmerking:  Vereist exact drie argumenten.

=ALS(SOM(LINKS)>=10,10,0)

10, als de som van de waarden links van de formule minimaal 10 is; anders 0.

INT()

Rondt de waarde tussen de haakjes naar beneden af op het dichtstbijzijnde gehele getal.

=INT(5,67)

5

MAX()

Retourneert de maximumwaarde van de items die zijn geïdentificeerd tussen de haakjes.

=MAX(BOVEN)

De maximale waarde die is gevonden in de cellen boven de formule (met uitzondering van veldnamenrijen).

MIN()

Retourneert de minimumwaarde van de items die zijn geïdentificeerd tussen de haakjes.

=MIN(BOVEN)

De kleinste waarde die is gevonden in de cellen boven de formule (met uitzondering van veldnamenrijen).

MOD()

Heeft twee argumenten (moeten getallen zijn of getallen opleveren). Retourneert de rest nadat het tweede argument is gedeeld door het eerste. Als de rest 0 (nul) is, wordt 0,0 geretourneerd

=MOD(4,2)

0,0

NIET()

Heeft één argument. Evalueert of het argument waar is. Retourneert 0 als het argument waar is, en 1 als het argument onwaar is. Wordt meestal gebruikt in een ALS-formule.

=NIET(1=1)

0

OF()

Heeft twee argumenten. Retourneert 1 als een van beide waar is. Retourneert 0 als beide onwaar zijn. Wordt meestal gebruikt in een ALS-formule.

=OF(1=1,1=5)

1

PRODUCT()

Berekent het product van de items die zijn geïdentificeerd tussen de haakjes.

=PRODUCT(LINKS)

Het product dat is verkregen door alle waarden in de cellen links van de formule met elkaar te vermenigvuldigen.

AFRONDEN()

Gebruikt twee argumenten (eerste argument moet een getal zijn of in een getal resulteren; tweede argument moet een geheel getal zijn of in een geheel getal resulteren). Rondt het eerste argument af op het aantal cijfers dat met het tweede argument is aangegeven. Als het tweede argument groter is dan nul (0), wordt het eerste argument naar beneden afgerond op het opgegeven aantal cijfers. Als het tweede argument nul (0) is, wordt het eerste argument naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. Als het tweede argument negatief is, wordt het eerste argument naar beneden afgerond op het gegeven aantal decimalen links van het decimaalteken.

=AFRONDEN(123,456, 2)

=AFRONDEN(123,456, 0)

=AFRONDEN(123,456, -2)

123,46

123

100

POS.NEG()

Gebruikt één argument dat een getal moet zijn of moet resulteren in een getal. Evalueert of het item dat tussen de haakjes is geïdentificeerd, groter is dan, gelijk is aan of kleiner is dan nul (0). Retourneert 1 als het argument groter is dan nul, 0 indien nul, -1 indien kleiner dan nul.

=POS.NEG(-11)

-1

SOM()

Berekent de som van de items die tussen de haakjes zijn geïdentificeerd.

=SOM(RECHTS)

De som van de waarden in de cellen rechts van de formule.

WAAR()

Heeft één argument. Evalueert of het argument waar is. Retourneert 1 als het argument waar is, en 0 als het argument onwaar is. Wordt meestal gebruikt in een ALS-formule.

=WAAR(1=0)

0

Bladwijzernamen of celverwijzingen in een formule gebruiken

U kunt met de bladwijzernaam van de cel in een formule verwijzen naar een cel waaraan een bladwijzer is toegewezen. Als u bijvoorbeeld een bladwijzer hebt toegewezen aan de cel die een getal bevat of resulteert in een getal met bladwijzernaam bruto_inkomen, rondt de formule =AFRONDEN(bruto_inkomen,0) de waarde van de cel af op het dichtstbijzijnde gehele getal.

U kunt ook kolom- en rijverwijzingen in een formule gebruiken. Er zijn twee verwijzingsstijlen: RnCn en A1.

Opmerking:  De cel met de formule is niet opgenomen in een berekening die gebruikmaakt van een verwijzing. Als de cel deel uitmaakt van de verwijzing, wordt deze genegeerd.

RnCn-verwijzingen

U kunt verwijzen naar een tabelrij, kolom of cel in een formule met de RnCn-verwijzingsregels. In deze regels verwijst Rn naar de zoveelste rij en Cn naar de zoveelste kolom. R1C2 verwijst bijvoorbeeld naar de cel in de eerste rij in de tweede kolom. In de volgende tabel staan voorbeelden van deze verwijzingsstijl.

Als u wilt verwijzen naar…

... gebruikt u deze verwijzingsstijl

Een hele kolom

Cn

Een hele rij

Rn

Een specifieke cel

RnCn

De rij die de formule bevat

R

De kolom die de formule bevat.

K

Alle cellen tussen de twee opgegeven cellen

RnCn:RnCn

Een cel in een tabel waaraan een bladwijzer is toegewezen

Bladwijzernaam RnCn

Een celbereik in een tabel waaraan een bladwijzer is toegewezen

Bladwijzernaam RnCn:RnCn

A1-verwijzingen

U kunt verwijzen naar een cel, een reeks cellen of een celbereik met de A1-verwijzingsregels. In deze regel verwijst de letter naar de kolom van de cel en het getal naar de rij van de cel. De eerste kolom in een tabel is kolom A; de eerste rij is rij 1. In de volgende tabel staan voorbeelden van deze verwijzingsstijl.

Als u wilt verwijzen naar…

... gebruikt u deze verwijzing

De cel in de eerste kolom en de tweede rij

A2

De eerste twee cellen in de eerste rij

A1,B1

Alle cellen in de eerste kolom en de eerste twee cellen in de tweede kolom

A1:B2

Laatst bijgewerkt: 29-8-2015

Zie ook

Veldcodes in Word en Outlook

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×