Een afbeelding draaien of spiegelen

  1. Selecteer de afbeeldingen waarmee u wilt werken.

    Hoe?

    1. Controleer of de mappen met de afbeeldingen die u wilt gebruiken in het deelvenster Snelkoppelingen naar afbeeldingen worden weergegeven. Als dat niet het geval is, voegt u de mappen aan het deelvenster toe.

      Hoe?

      1. Klik in het deelvenster Snelkoppelingen naar afbeeldingen onder Snelkoppelingen naar afbeeldingen op Snelkoppeling naar afbeelding toevoegen.

      2. Blader naar de map met de foto's die u wilt gebruiken.

      3. Klik op Toevoegen.

    2. Selecteer de mappen met de afbeeldingen die u wilt gebruiken.

      Hoe?

      U kunt het volgende doen in de lijst Snelkoppelingen naar afbeeldingen:

      • Als u de afbeeldingen uit één map wilt gebruiken, selecteert u de desbetreffende map.

      • Als u wilt werken met afbeeldingen uit meerdere mappen die aan elkaar grenzen, selecteert u de eerste map in de groep, houdt u SHIFT ingedrukt en selecteert u de laatste map in de groep.

      • Als u wilt werken met afbeeldingen uit meerdere mappen die niet aan elkaar grenzen, selecteert u een map, houdt u CTRL ingedrukt en selecteert u vervolgens elke extra map waarmee u wilt werken.

        Als er meerdere mappen zijn geselecteerd, worden alle afbeeldingen uit de geselecteerde mappen in de huidige sorteervolgorde in het voorbeeldvenster weergegeven.

    3. Selecteer de afbeeldingen waarmee u wilt werken.

      Hoe?

      U kunt het volgende doen in het voorbeeldvenster:

      • Als u één afbeelding wilt selecteren, klikt u op de desbetreffende afbeelding. Klik in de weergave Miniaturen of Filmstrip op Volgende Afbeelding van knop of Vorige Afbeelding van knop om een andere afbeelding te selecteren. Als u in de weergave Enkele afbeelding werkt, wordt standaard de huidige afbeelding geselecteerd.

      • Als u in de weergave Miniaturen of Filmstrip meerdere afbeeldingen wilt selecteren die aan elkaar grenzen, selecteert u de eerste afbeelding in de groep, houdt u SHIFT ingedrukt en selecteert u de laatste afbeelding in de groep.

      • Als u in de weergave Miniaturen of Filmstrip meerdere afbeeldingen wilt selecteren die niet aan elkaar grenzen, selecteert u één afbeelding, houdt u CTRL ingedrukt en selecteert u elke extra afbeelding die u wilt gebruiken.

      • Als u in de weergave Miniaturen of Filmstrip alle afbeeldingen wilt selecteren, klikt u op Alles selecteren in het menu Bewerken.

  2. Klik op Afbeeldingen bewerken op de werkbalkOpmaak.

  3. Klik in het taakvenster Afbeeldingen bewerken onder Bewerken met deze hulpmiddelen op Draaien en spiegelen.

  4. Voer een van de volgende handelingen uit:

    1. Klik op Linksom draaien of Rechtsom draaien. Als u meerdere keren op een optie klikt, draait de afbeelding verder in dezelfde richting.

    2. Klik op de pijl omhoog in het vak Per graad om de afbeelding naar rechts te draaien of klik op de pijl omlaag in het vak Per graad om de afbeelding naar links te draaien. U kunt ook een waarde typen in het vak Per graad om de afbeelding met een bepaald aantal graden te draaien.

    3. Klik op Horizontaal spiegelen of Verticaal spiegelen.

Opmerking: U kunt een bewerking ongedaan maken door op de overeenkomstige opdracht Ongedaan maken in het menu Bewerken te klikken. Bewerkingen worden pas vastgelegd als u ze opslaat. U kunt de wijzigingen die u hebt aangebracht, meteen na het bewerken van de afbeelding opslaan of op elk ander moment voordat u Microsoft Office Picture Manager sluit.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×