Een Access-database splitsen

Als een database door meerdere personen via een netwerk wordt gedeeld, kunt u overwegen de database te splitsen. Door een gedeelde database te splitsen worden de prestaties verbeterd en is de kans kleiner dat het databasebestand beschadigd raakt.

Nadat u een database hebt gesplitst, wilt u de back-enddatabase misschien verplaatsen of een andere back-enddatabase gebruiken. U kunt met Koppelingsbeheer wijzigen welke back-enddatabase door u wordt gebruikt.

Opmerking:  Dit artikel heeft geen betrekking op Access-apps, het nieuwe type database dat u met Access ontwerpt en online publiceert. Zie Een Access-app maken voor meer informatie.

Notities: 

  • Een database splitsen is niet hetzelfde als een database archiveren. In dit onderwerp wordt niet behandeld hoe u gegevens archiveert. U archiveert gegevens door regelmatig oudere records naar een andere database te verplaatsen, ofwel omdat het databasebestand te snel groeit om onder de limiet voor de bestandsgrootte te blijven of omdat u het databasebestand klein wilt houden en uw gegevens gestructureerd per periode wilt opslaan. In bepaalde omstandigheden kunt u gegevens archiveren door een database te splitsen. Zie het artikel Access-gegevens archiveren dat online beschikbaar is, voor meer informatie.

  • Als u een webdatabase splitst, worden er geen webtabellen in die database naar de back-enddatabase verplaatst en zijn de webtabellen niet bereikbaar vanuit de front-enddatabase die het resultaat is van de splitsing.

In dit artikel

Overzicht

Voordat u begint

De database splitsen

De front-enddatabase distribueren

Een andere back-enddatabase gebruiken

Overzicht

Wanneer u een database splitst, ordent u de database opnieuw in twee bestanden: een back-enddatabase met de gegevenstabellen en een front-enddatabase met alle andere databaseobjecten, zoals query's, formulieren en rapporten. Elke gebruiker werkt met de gegevens via een lokale kopie van de front-enddatabase.

U gebruikt de wizard Database splitsen om een database te splitsen. Nadat u de database hebt gesplitst, moet u de front-enddatabase naar uw gebruikers distribueren.

Let op:  Als u uw gegevens wilt beschermen bij een database met meerdere eindgebruikers, wordt het aangeraden geen kopieën van een database te delen die koppelingen naar SharePoint-lijsten bevat, waaronder koppelingen naar lijsten in een gepubliceerde webdatabase. Als u een koppeling maakt naar een tabel die een SharePoint-lijst is, geeft u kwaadwillende gebruikers de mogelijkheid het doel van de koppeling te wijzigen en machtigingen op de SharePoint-site te veranderen aangezien de verbindingsinformatie voor gekoppelde tabellen niet versleuteld is.

Voordelen van gesplitste databases

De voordelen van een gesplitste database zijn onder andere:

  • Verbeterde prestaties    De prestaties van de database verbeteren meestal aanzienlijk omdat alleen de gegevens worden verzonden via het netwerk. In een gedeelde database die niet is gesplitst, worden de databaseobjecten zelf (tabellen, query's, formulieren, rapporten, macro's en modules) verzonden via het netwerk, dus niet alleen de gegevens.

  • Betere beschikbaarheid    Omdat alleen de gegevens worden verzonden via het netwerk, kunnen databasetransacties zoals recordbewerkingen sneller worden voltooid en kunnen gegevens dus beter worden bewerkt.

  • Verbeterde beveiliging    Als u de back-enddatabase opslaat op een computer waarop het NTFS-bestandssysteem wordt gebruikt, kunt u NTFS-beveiligingsfuncties gebruiken om uw gegevens te beschermen. Omdat gebruikers de back-enddatabase openen via gekoppelde tabellen, kunnen indringers minder snel ongeoorloofd toegang krijgen tot de gegevens, bijvoorbeeld door de front-enddatabase te stelen of door zich voor een gemachtigde gebruiker uit te geven. Standaard wordt in Windows XP, Windows Vista en Windows Server 2003 het NTFS-bestandssysteem gebruikt. Als u niet zeker weet welk bestandssysteem door uw bestandsserver wordt gebruikt, vraagt u de systeembeheerder om hulp. Als u over beheerdersbevoegdheden voor de bestandsserver beschikt, kunt u de opdracht msinfo32 uitvoeren om zelf het bestandssysteem te bepalen.

    Hoe gebruik ik msinfo32 om het bestandssysteem te controleren?

    1. Klik op de knop Start en klik op Uitvoeren.

    2. Typ msinfo32 in het dialoogvenster Uitvoeren en klik op OK.

    3. Klik onder Systeemoverzicht op het plusteken naast Onderdelen.

    4. Klik onder Onderdelen op het plusteken naast Opslag en klik vervolgens op Stations. In het dialoogvenster wordt in het deelvenster aan de rechterkant informatie weergegeven over de beschikbare stations.

  • Betere betrouwbaarheid    Als een gebruiker op een probleem stuit en de database onverwacht wordt afgesloten, raakt gewoonlijk alleen de kopie van de front-enddatabase beschadigd die de gebruiker had geopend. Omdat de gebruiker alleen gegevens in de back-enddatabase opent via gekoppelde tabellen, raakt de back-enddatabase veel minder snel beschadigd.

  • Flexibele ontwikkelomgeving    Omdat elke gebruiker met een lokale kopie van de front-enddatabase werkt, kunnen gebruikers onafhankelijk van elkaar query's, formulieren, rapporten en andere databaseobjecten ontwikkelen zonder dat dit van invloed is op het werk van andere gebruikers. U kunt ook een nieuwe versie van de front-enddatabase ontwikkelen en distribueren zonder de toegang tot de gegevens te verstoren die in de back-enddatabase zijn opgeslagen.

Naar boven

Voordat u begint

Houd bij het splitsen van databases het volgende in gedachten:

  • Maak altijd een back-up van een database voordat u deze splitst. Als u een database splitst en u vervolgens besluit dat u de database toch niet wilt splitsen, kunt u de oorspronkelijke database met de back-up terugzetten.

  • Het splitsen van een database neemt veel tijd in beslag. Laat andere gebruikers weten dat ze niet met de database kunnen werken terwijl u deze splitst. Als een gebruiker gegevens wijzigt terwijl u de database splitst, worden de wijzigingen niet doorgevoerd in de back-enddatabase.

    Tip: Als een gebruiker toch gegevens wijzigt terwijl u de database splitst, kunt u de nieuwe gegevens in de back-enddatabase importeren nadat de database is gesplitst.

  • Hoewel het splitsen van een database één manier is om gegevens te delen, moet iedereen die de database gebruikt een versie van Microsoft Office Access hebben die compatibel is met de bestandsindeling van de back-enddatabase. Als het back-enddatabasebestand bijvoorbeeld de ACCDB-bestandsindeling heeft, kunnen de gegevens niet worden gebruikt met Access 2003.

  • Misschien wilt u een oudere Access-bestandsindeling voor de back-enddatabase gebruiken als u functies gebruikt die niet meer worden ondersteund. Als u bijvoorbeeld Data Access-pagina's gebruikt, kunt u deze blijven gebruiken als de back-enddatabase een bestandsindeling heeft waarmee Data Access-pagina's worden ondersteund. U kunt dan de nieuwe bestandsindeling bij de front-enddatabase gebruiken zodat de gebruikers over de voordelen van de nieuwe indeling beschikken. Houd er wel rekening mee dat gegevens in een Data Access-pagina niet met Access 2013 kunnen worden gewijzigd.

Naar boven

De database splitsen

  1. Maak op uw computer een kopie van de database die u wilt splitsen. Begin met het databasebestand op uw lokale harde schijf, niet op de netwerkshare. Als het databasebestand momenteel wordt gedeeld vanaf uw lokale harde schijf, kunt u het daar laten.

  2. Open de kopie van de database die zich op uw lokale harde schijf bevindt.

  3. Klik op het tabblad Hulpmiddelen voor databases in de groep Gegevens verplaatsen op Access-database. De Wizard Database splitsen wordt gestart.

  4. Klik op Database splitsen.

  5. Geef in het dialoogvenster Back-enddatabase maken een naam, bestandstype en locatie voor het back-enddatabasebestand op.

    Notities: 

    • Overweeg de naam te gebruiken die door Access wordt voorgesteld. Hierbij wordt de oorspronkelijke bestandsnaam gehandhaafd en wordt aangegeven dat het een back-enddatabase is doordat vóór de bestandsnaamextensie de tekens _be in de naam zijn ingevoegd.

    • Wijzig het bestandstype niet, tenzij er gebruikers zijn die de gegevens met een eerdere versie van Access gebruiken.

    • U kunt het pad naar de netwerklocatie invoeren in het vak Bestandsnaam vóór de bestandsnaam. Als de netwerklocatie voor de back-enddatabase bijvoorbeeld \\server1\share1\ en de bestandsnaam voor de back-enddatabase MijnDB_be.accdb is, kunt u \\server1\share1\MijnDB_be.accdb in het vak Bestandsnaam invoeren.

    • De locatie die u kiest, moet beschikbaar zijn voor iedereen die de database gaat gebruiken. Omdat stationstoewijzingen kunnen variëren, moet u het UNC-pad van de locatie opgeven in plaats van dat u de letter gebruikt die aan een station is toegewezen.

  6. Wanneer de wizard wordt voltooid, wordt een bevestiging weergegeven.

De database is nu gesplitst. De front-enddatabase is het bestand waarmee u bent gestart (de kopie van de oorspronkelijke gedeelde database) en de back-enddatabase bevindt zich op de netwerklocatie die u in stap 5 van deze procedure hebt opgegeven.

Wijzigingen aan het ontwerp van de front-enddatabase beperken

Als u wijzigingen wilt beperken in de front-enddatabase die u distribueert, kunt u de database als een gecompileerd binair bestand (een .accde-bestand) opslaan. Een gecompileerd binair bestand is een databasetoepassingsbestand waarin alle VBA-code (Visual Basic Access) is gecompileerd. Een gecompileerd binair Access-bestand bevat geen VBA-broncode. Gebruikers kunnen in een .accde-bestand niet het ontwerp van objecten wijzigen.

  1. Open het front-enddatabasebestand (.ACCDB) dat u als gecompileerd binair bestand (.ACCDE) wilt opslaan.

  2. Klik op Bestand > Opslaan als > ACCDE maken > Opslaan als.

  3. Blader in het dialoogvenster Opslaan als naar de map waarin u het bestand wilt opslaan, typ een naam voor het bestand in het vak Bestandsnaam en klik vervolgens op Opslaan.

Naar boven

De front-enddatabase distribueren

Nadat u de database hebt gesplitst, kunt u de front-enddatabase naar uw gebruikers distribueren zodat ze de database kunnen gaan gebruiken.

Let op: Als u uw gegevens wilt beschermen bij een database met meerdere eindgebruikers, wordt het aangeraden geen kopieën van een database te delen die koppelingen naar SharePoint-lijsten bevat, waaronder koppelingen naar lijsten in een gepubliceerde webdatabase. Als u een koppeling maakt naar een tabel die een SharePoint-lijst is, geeft u kwaadwillende gebruikers de mogelijkheid het doel van de koppeling te wijzigen en machtigingen op de SharePoint-site te veranderen aangezien de verbindingsinformatie voor gekoppelde tabellen niet versleuteld is.

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Stuur een e-mailbericht naar de databasegebruikers en koppel het front-enddatabasebestand aan het bericht. Voeg eventuele instructies toe waarmee het voor de gebruikers gemakkelijker wordt de front-enddatabase onmiddellijk te gaan gebruiken.

  • Sla het front-enddatabasebestand op een netwerklocatie op waartoe alle databasegebruikers toegang hebben, en stuur de gebruikers vervolgens een e-mailbericht met de netwerklocatie en eventuele instructies die ze nodig hebben om toegang tot de database te krijgen.

  • Distribueer het front-enddatabasebestand met behulp van verwisselbare media, zoals een cd-rom of USB-stick. Als u zelf het bestand installeert, kunt u testen of het goed werkt. Als de gebruikers het bestand moeten installeren, kunt u het beste een document leveren waarin wordt uitgelegd wat ze moeten doen om het bestand te installeren en waarin wordt vermeld wie ze bij eventuele problemen om hulp kunnen vragen.

Naar boven

Een andere back-enddatabase gebruiken

U kunt de back-enddatabase verplaatsen of een andere back-enddatabase gebruiken met behulp van Koppelingsbeheer.

Als u uw back-enddatabase wilt verplaatsen, maakt u eerst een kopie van de database op de nieuwe locatie en voert u daarna de onderstaande stappen uit.

  1. Klik op het tabblad Externe gegevens in de groep Importeren en koppelen op Koppelingsbeheer.

  2. Selecteer in Koppelingsbeheer de tabellen die zich in de huidige back-enddatabase bevinden.

    Tip: Als er geen koppelingen naar andere databases zijn, klikt u op Alles selecteren.

  3. Schakel het selectievakje Altijd om nieuwe locatie vragen in en klik vervolgens op OK.

  4. Blader naar de nieuwe back-enddatabase en selecteer deze.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×