Een aangepast veld of een aangepaste opzoektabel maken of wijzigen

Op de pagina Nieuw aangepast veld in Microsoft Project Server 2010 kunt u de opties voor een aangepast veld opgeven. Gebruik de volgende procedure om een nieuw aangepast ondernemingsveld te maken of om een bestaand exemplaar te bewerken.

Ga als volgt te werk om aangepaste ondernemingsvelden te maken of te bewerken:

  1. Klik op de pagina PWA-serverinstellingen op Aangepaste ondernemingsvelden en opzoektabellen.

  2. Klik in de sectie Aangepaste ondernemingsvelden op het veld dat u wilt bewerken of klik op Nieuw veld om een nieuw veld te maken.

  3. Vul de pagina Aangepast veld in en geef de opties op die u wilt gebruiken voor het aangepaste veld. Raadpleeg de beschrijvingen voor elk veld in de volgende secties.

  4. Klik op Opslaan.

Naam en beschrijving

Gebruik de onderdelen Naam en Beschrijving om een naam en beschrijving voor het aangepaste veld op te geven. De volgende tabel bevat een omschrijving van de naam- en beschrijvingsvelden.

Kenmerk

Beschrijving

Naam

De naam van het aangepaste veld.

Beschrijving

Een beschrijving van het aangepaste veld.

Naar boven

Entiteit en type

Gebruik de onderdelen Entiteit en Type om op te geven of u een aangepast veld van het type Project, Resource of Taak wilt en van welk gegevenstype het veld moet zijn.

De volgende tabel beschrijft de beschikbare entiteiten.

Kenmerk

Beschrijving

Project

Selecteer deze optie om aangepaste ondernemingsvelden te maken die op projectniveau worden toegepast.

Resource

Selecteer deze optie om aangepaste ondernemingsvelden te maken die op resourceniveau worden toegepast.

Taak

Selecteer deze optie om aangepaste ondernemingsvelden te maken die op taakniveau worden toegepast.

De keuze voor het Type bepaalt het gegevenstype van het aangepaste veld. De waarde die u hier kiest, bepaalt welke opties er beschikbaar zijn in de secties Kenmerken van aangepast veld, Berekening voor samenvattingsrijen en Gedrag. De volgende tabel beschrijft de beschikbare typen voor aangepaste velden.

Kenmerk

Beschrijving

Kosten

Gebruik aangepaste kostenvelden om valutagegevens te definiëren. U kunt bijvoorbeeld een aangepast kostenveld gebruiken om een Goedgekeurd budget voor een project te definiëren.

Datum

Gebruikt aangepaste datumvelden om gegevens op basis van een datum te specificeren. U kunt bijvoorbeeld een aangepast ondernemingsveld met de naam Goedkeuringsdatum van project gebruiken dit gebruiken om de datum vast te leggen waarop een project is goedgekeurd.

Duur

Gebruik aangepaste duurvelden om een duur te definiëren. Deze velden worden vaak gedefinieerd als berekeningen die aangepaste formules gebruiken. Een aangepast duurveld kan uw organisatie bijvoorbeeld in staat stellen om een manier voor projectmanagers te definiëren om de verschillen tussen de oorspronkelijke planning en daadwerkelijke planning van een project weer te geven en op te slaan.

Vlag

Gebruik aangepaste vlagvelden om alles te definiëren dat slechts twee keuzemogelijkheden kan hebben voor het definiëren van de gegevens. U kunt bijvoorbeeld een vlagveld gebruiken om te bepalen of een veld wel of niet moet worden weergegeven of om een macro in te schakelen die regelt of een specifieke reeks gegevens in het project beschikbaar is.

Nummer

Gebruik aangepaste velden om een willekeurige numerieke reeks gegevens te definiëren of om een aangepaste berekening uit te voeren met behulp van een aangepaste formule. U kunt bijvoorbeeld een veld op taakniveau gebruiken om het geschatte aantal regels met code in een softwareontwikkelingsproject te registreren of om de daadwerkelijke projectkosten te vergelijken met de voorgestelde kosten.

Tekst

Gebruik aangepaste tekstvelden om eenvoudige, niet-hiërarchische, alfanumerieke gegevens te definiëren. U kunt bijvoorbeeld een aangepast tekstveld met de naam Projectstatus maken dat opties bevat zoals Gestart, Goedgekeurd, Lopend, Opgeschort, Geannuleerd en Gesloten.

Naar boven

Aangepaste kenmerken

Wanneer u een aangepast veld Projecttekst selecteert, kunt u een of meerdere tekstregels voor het aangepaste veld opgeven.

De volgende tabel beschrijft de opties voor aangepaste tekst.

Kenmerk

Beschrijving

Een regel tekst

Selecteer of het aangepaste veld één tekstregel moet zijn. Deze optie is alleen beschikbaar voor Projecttekstvelden.

Meerdere regels tekst

Selecteer of het aangepaste veld meerdere tekstregels moet bevatten. Deze optie is alleen beschikbaar voor Projecttekstvelden. Het projectveld dat wordt gemaakt wanneer u voor deze optie kiest, is niet zichtbaar op het tabblad met projectinformatie in Project Professional 2010. Dit veld kan echter zichtbaar worden gemaakt door te kiezen voor een projectdetailpagina op het web.

U kunt kiezen om de waarden voor een aangepast veld te laten aanleveren door een aangepaste opzoektabel. Op deze manier kunt u de waarden regelen die voor het aangepaste veld worden geselecteerd. U kunt het volgende doen:

  • Kies of er een standaardwaarde moet zijn wanneer er geen andere waarde is geselecteerd;

  • Kies of u wilt toestaan dat er meerdere waarden in de opzoektabel worden geselecteerd;

  • Kies of u beschikbare waarden wilt beperken tot die waarden in de tabel die geen ondergeschikte waarden hebben.

De optie voor een opzoektabel is alleen beschikbaar wanneer u Tekst als het veldtype hebt geselecteerd.

De volgende tabel beschrijft de opties voor opzoektabellen voor aangepaste velden.

Kenmerk

Beschrijving

Opzoektabel

De naam van de aangepaste opzoektabel die u aan dit aangepaste veld wilt koppelen. U kunt de relatie met de opzoektabel niet verwijderen nadat u een opzoektabel aan een veld hebt gekoppeld en hem hebt opgeslagen. Controleer daarom of u de opzoektabel nodig hebt voordat u deze koppeling maakt.

Een waarde kiezen die als standaardwaarde moet worden gebruikt wanneer er nieuwe items worden toegevoegd

Schakel dit selectievakje aan en kies vervolgens de standaardwaarde wanneer u een standaardwaarde in dit aangepaste veld wilt opnemen als gebruikers geen waarde opgeven.

Standaardwaarde

De standaardwaarde die in dit veld moet worden gebruikt wanneer gebruikers geen waarde opgeven. U kunt de waarde instellen door op de bladerknop te klikken en de gewenste waarde te selecteren.

Alleen codes zonder onderliggende waarden toestaan

Selecteer deze optie wanneer u alleen waarden in de opzoektabel wilt toestaan die geen onderliggende waarden hebben (dat wil zeggen: waarden op het laagste niveau van elke vertakking).

Toestaan dat er meerdere waarden uit de opzoektabel worden geselecteerd

Selecteer deze optie wanneer u gebruikers wilt toestaan om meer dan een waarde in de opzoektabel te selecteren. Nadat deze selectie is gemaakt en opgeslagen, kan hij niet worden verwijderd.

Opmerking:  Wanneer u een aangepast veld wilt maken dat naar een opzoektabel verwijst, moet u de opzoektabel maken voordat u het aangepaste veld maakt.

U kunt formules gebruiken om uw eigen parameters te definiëren voor hoe uw aangepaste ondernemingsvelden gegevens meten of informatie presenteren wanneer ze in een project worden gebruikt. Formules kunnen niet worden gebruikt voor alle soorten aangepaste ondernemingsvelden.

De formuleoptie is beschikbaar voor alle veldtypen.

Opmerking:  Nadat een formule aan een aangepast veld is gekoppeld, kan het wel worden verwerkt maar niet worden verwijderd.

  • U kunt een bekende formule gebruiken door de formule in het vak Formule bewerken te typen.

  • U kunt een veld aan de formule toevoegen door op Kies veld te klikken, een veldtype aan te wijzen en te klikken op de naam van het veld waarnaar u wilt verwijzen. U kunt naar een bestaand aangepast ondernemingsveld verwijzen door een veldtype aan te wijzen, opnieuw een aangepast veldtype (zoals Aangepaste datum of Aangepaste einddatum) aan te wijzen en vervolgens op het gewenste aangepaste ondernemingsveld te klikken.

  • U kunt een functie in de formule gebruiken door op Kies functie te klikken, een functietype te selecteren en op de gewenste functie te klikken. Elke functie bevat argumenten voor tijdelijke aanduidingen. U kunt deze vervangen door de velden en waarden die u wilt gebruiken.

  • U kunt een formule op basis van een standaardset met operatoren gebruiken door op Kies operator te klikken en de gewenste operator te kiezen. De formule kan worden uitgevoerd met behulp van verwijzingsvelden, functies of letterlijke gegevens.

De volgende tabel bevat een beschrijving van de formuleopties.

Kenmerk

Beschrijving

Formule invoeren

De formule die u wilt gebruiken.

Veld invoegen

Voegt een veld (kosten, datum, duur, vlag, nummer of tekst) in de formule in.

Functie invoegen

Voegt een functie (conversie, datum/tijd, algemeen, wiskunde, Microsoft Project of tekst) in de formule in.

Operator invoegen

Voegt een operator (wiskundig of Booleaans) in de formule in.

Naar boven

Afdeling

U kunt een afdeling selecteren die aan een aangepast veld moet worden gekoppeld. Door een afdeling te selecteren, kunt u de mogelijkheid van gebruikers beperken om het aangepaste veld te bekijken wanneer de bewuste persoon geen lid is van de betreffende afdeling. Wanneer u geen afdeling opgeeft, kunnen alle gebruikers het aangepaste veld bekijken.

De waarden die voor Afdeling beschikbaar zijn, zijn gespecificeerd in de aangepaste opzoektabel Afdeling.

Naar boven

Berekening voor samenvattingsrijen

Voor de entiteitstypen Resource en Taak kunt u opties selecteren voor het berekenen van samenvattingsrijen.

Let op: het berekenen van samenvattingsrijen is niet beschikbaar voor het veldtype Tekst.

De volgende tabel beschrijft de opties voor het berekenen van overzichtstaken.

Kenmerk

Beschrijving

Geen

Kies Geen als u niet wilt dat het aangepaste veld wordt toegepast op samenvattingsrijen en samenvattingsrijen voor groepen.

Samentellen

Kies Samentellen om de afzonderlijke rijen samen te tellen voor de samenvattingsrij.

Formule gebruiken

Kies Formule gebruiken om een specifieke formule te gebruiken om de samenvattingsrij te berekenen. U moet de formule opgeven onder Kenmerken van aangepast veld.

Naar boven

Berekening voor toewijzingsrijen

Voor de resourcetypen Resource en Taak kiest u voor het uitvouwen van toewijzingsrijen.

De volgende tabel beschrijft de opties voor het berekenen van toewijzingsrijen.

Kenmerk

Beschrijving

Geen

Kies Geen wanneer u toewijzingsrijen niet wilt uitvouwen.

Uitvouwen, tenzij handmatig opgegeven

Kies Uitvouwen wanneer u gegevens die op taak- of resourceniveau zijn ingevoerd wilt doorvoeren en kopiëren voor elke toewijzing met dezelfde waarde.

Naar boven

Weer te geven waarden

U kunt ervoor kiezen om onbewerkte gegevens weer te geven of om de gegevens grafisch te laten weergeven.

Wanneer u Grafische indicatoren selecteert, kunt u verschillende criteria kiezen voor niet-samenvattingsrijen en samenvattingsrijen. Wanneer u het entiteitstype Project gebruikt, kunt u ook criteria kiezen voor de projectsamenvatting.

Wanneer u een optie selecteert, worden er specifieke configureerbare parameters voor die optie weergegeven.

De volgende tabel beschrijft de opties voor grafische indicatoren.

Kenmerk

Beschrijving

Niet-samenvattingsrijen

Kies Niet-samenvattingsrijen om criteria op te geven voor de grafische weergave van andere gegevensrijen dan samenvattingsrijen.

Samenvattingsrijen

Kies Samenvattingsrijen om criteria op te geven voor de grafische weergave van samenvattingsrijen.

Projectsamenvatting

Kies Projectsamenvatting om criteria op te geven voor de grafische weergave van de projectsamenvatting.

Wanneer u grafische indicatoren configureert, kunt u de exacte waarde en vergelijkingsparameters opgeven die bepalen wanneer een specifieke graphic wordt gebruikt. De volgende vergelijkings(test)parameters zijn beschikbaar:

  • Is gelijk aan

  • Is niet gelijk aan

  • Groter dan

  • Groter dan of gelijk aan

  • Kleiner dan

  • Kleiner dan of gelijk aan

  • Binnen

  • Valt niet binnen

  • Bevat

  • Bevat geen

  • Bevat precies

  • Is een willekeurige waarde

Deze worden gebruikt om de gegevenswaarde te vergelijken met een door u opgegeven drempelwaarde om te bepalen welke graphic wordt weergegeven. U kunt bijvoorbeeld waarden groter dan of gelijk aan 50 configureren om een groene indicator weer te geven en waarden kleiner dan 50 om een rode indicator weer te geven.

U kunt zo veel afbeeldingen voor verschillende waarden opgeven als nodig is. Voeg een nieuwe rij aan de tabel toe voor elke vergelijking van tests en waarden. Rijen in de tabel worden van boven naar beneden geëvalueerd; de afbeelding die is gekoppeld aan de eerste rij waar de combinatie van de test en waarde waar is, wordt weergegeven.

De volgende tabel beschrijft de opties voor grafische indicatoren voor niet-samenvattingsrijen.

Kenmerk

Beschrijving

Test

Kies de operator (is gelijk aan, kleiner dan, enzovoorts) die u wilt toepassen op de veldwaarde om vast te stellen welke afbeelding moet worden gebruikt.

Waarden

Typ de veldwaarde of een veldverwijzing (bijvoorbeeld [kosten]) die, in combinatie met de operator in de kolom Test, bepaalt wanneer de afbeelding in de kolom Afbeelding moet worden gebruikt.

Afbeeldingen

Kies de afbeelding die moet worden weergegeven wanneer de combinatie van test en waarde waar is.

Verplaatsen

Gebruik de knoppen voor het verplaatsen om een rij omhoog of omlaag in de tabel te verplaatsen.

Gegevenswaarden weergeven in de knopinfo

Selecteer dit kenmerk om de veldwaarde weer te geven in de knopinfo die aan de afbeelding is gekoppeld.

Wanneer u grafische indicatoren voor samenvattingsrijen gebruikt, kunt u ervoor kiezen om de instellingen voor de grafische indicator die u voor niet-samenvattingsrijen hebt gedefinieerd over te nemen.

Wanneer u het selectievakje Criteria overnemen van niet-samenvattingsrijen inschakelt wanneer u grafische indicatoren voor samenvattingsrijen configureert, worden de parameters voor grafische indicatoren gebruikt die u voor de niet-samenvattingsrijen hebt geconfigureerd.

Wanneer u het selectievakje Criteria overnemen van samenvattingsrijen inschakelt wanneer u grafische indicatoren voor samenvattingsrijen configureert, worden de parameters voor grafische indicatoren gebruikt die u voor de samenvattingsrijen hebt geconfigureerd.

Naar boven

Gedrag

U kunt instellen dat een aangepast veld wordt bepaald door een werkstroom of dat er een waarde is vereist.

Wanneer u ervoor kiest om het aangepaste veld te laten bepalen door een werkstroom, is de optie voor een verplicht veld niet beschikbaar omdat het gedrag door een werkstroom wordt bepaald.

De volgende tabel beschrijft de opties voor het configureren van het gedrag van aangepaste velden.

Kenmerk

Beschrijving

Gedrag dat wordt bepaald door de werkstroom

Schakel dit selectievakje in wanneer u wilt dat het gedrag van het aangepaste veld wordt bepaald door de werkstroom.

Vereisen dat dit veld informatie bevat

Kies of u wilt dat dit een verplicht veld is (het veld mag dan niet leeg zijn). Deze optie is niet beschikbaar als de optie Gedrag dat wordt bepaald door de werkstroom is geselecteerd.

Naar boven

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×