De stapsgewijze handleiding gebruiken om Autopilot-apparaten en -profielen toe te voegen

U kunt de WIndows Autopilot gebruiken om nieuwe Windows 10-apparaten voor uw bedrijf in te stellen, zodat deze klaar zijn voor gebruik zodra u ze aan uw werknemers geeft.

Apparaatvereisten

Apparaten moeten aan deze vereisten voldoen:

  • Windows 10 versie 1703 of hoger.

  • Nieuwe apparaten die niet de Out-of-Box Experience van Windows hebben doorlopen.

De installatiehandleiding gebruiken om apparaten en profielen te maken

Als u nog geen apparaatgroepen of profielen hebt gemaakt, kunt u het beste aan de slag gaan met de stapsgewijze handleiding, maar u kunt ook apparaten toevoegen en hieraan profielen toewijzen zonder de handleiding te gebruiken.

  1. Zoek in het beheercentrum van Microsoft 365 Business naar de kaart Apparaatacties en kies Windows implementeren met AutoPilot.

    Kies Windows implementeren met AutoPilot op de kaart Apparaatacties.
  2. Klik of tik op de pagina Windows voorbereiden op Handleiding starten.

    Klik op Handleiding voor stapsgewijze instructies voor Autopilot starten.
  3. Blader op de pagina CSV-bestand met lijst met apparaten uploaden naar de locatie van het voorbereide CSV-bestand en klik op Openen > Volgende. Het bestand moet drie kopteksten bevatten:

    • Kolom A: Serienummer van apparaat

    • Kolom B: Product-id van Windows

    • Kolom C: Hardware-hash

    U kunt deze informatie van uw hardwareleverancier krijgen of u kunt het Get-WindowsAutoPilotInfo-PowerShell-script gebruiken, waarmee een CSV-bestand wordt gegenereerd.

    Zie Device list CSV-file (CSV-bestand met lijst met apparaten) voor meer informatie. U kunt ook een voorbeeldbestand downloaden op de pagina CSV-bestand met lijst met apparaten uploaden.

  4. Op de pagina Profiel toewijzen kunt u een bestaand profiel kiezen of een nieuw profiel maken. Als u nog geen profiel hebt, wordt u gevraagd om een nieuw profiel te maken.

    Een profiel bestaat uit een reeks instellingen die op één apparaat of op een groep apparaten kunnen worden toegepast.

    De standaardfuncties zijn vereist en worden automatisch ingesteld. De standaardfuncties zijn:

    • Cortana-, OneDrive- en OEM-registratie wordt overgeslagen.

    • Maak een aanmeldervaring met de huisstijl van uw bedrijf.

    • De apparaten worden verbonden met Azure Active Directory-accounts en worden automatisch geregistreerd om te worden beheerd door Microsoft 365 Business.

      Zie voor meer informatie:

      Info over AutoPilot-profielinstellingen voor meer informatie.

  5. De andere instellingen zijn Privacy-instellingen overslaan en Niet toestaan dat gebruiker de lokale beheerder wordt. Deze zijn beide standaard uitgeschakeld.

    Kies Volgende.

  6. Op de pagina U bent klaar wordt aangegeven dat het profiel dat u hebt gemaakt (of gekozen), wordt toegepast op de apparaatgroep die u hebt gemaakt door de lijst met apparaten te uploaden. Deze instellingen worden van kracht wanneer de gebruiker van het apparaat zich de volgende keer aanmeldt. Kies Sluiten.

Verwante onderwerpen

Fouten in AutoPilot-apparaten oplossen

Microsoft 365 Business documentation and resources (Microsoft 365 Business-documentatie en -informatiebronnen)
Get started with Microsoft 365 Business (Aan de slag met Microsoft 365 Business)
Microsoft 365 Business beheren

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×