De rasterafstand en -grootte wijzigen

De rasterafstand en -grootte wijzigen

Wanneer u een raster gebruikt in uw tekening, kunt u de afstand tussen de lijnen instellen zodat u zo nauwkeurig als nodig kunt tekenen.

U kunt rasterlijnen inschakelen door te klikken op Beeld > Weergeven > Raster.

  1. Klik op het tabblad Beeld op de startknop van het dialoogvenster Weergeven.

    De groep Weergeven

  2. Klik in het dialoogvenster Liniaal en raster bij Raster in de lijsten voor Rasterafstand op Vast. Geef de gewenste tussenruimte op in de vakken Minimumafstand. Het vaste raster werkt niet als u geen getal opgeeft voor Minimumafstand.

    Klik voor een variabel raster in de lijsten Rasterafstand in de lijsten Horizontaal en Verticaal op Fijn, Normaal of Grof.

    Fijn is de kleinste rasterafstand.

    Rasterlijnen ingesteld op "fijn"

    Grof is de grootste rasterafstand.

    Rasters ingesteld op "grof"

Variabel of vast raster

Bij de meeste sjablonen in Visio wordt standaard een variabel raster gebruikt. Dit betekent dat de afstand tussen de rasterlijnen kan veranderen als u in- of uitzoomt op de tekening. Deze rasterlijnen zijn bijvoorbeeld ingesteld op Normaal en worden weergegeven met een tussenruimte van 1,5 m wanneer u uitzoomt.

Variabel raster, uitgezoomd

Wanneer u inzoomt, is de tussenruimte 30 cm.

Variabel raster, ingezoomd

Voor sommige tekeningen kan het helpen om een vast raster te hebben, wat inhoudt dat het raster dezelfde afstand toont, ongeacht de vergrotingsfactor. Met een vast raster en Minimumafstand ingesteld op 30 cm worden de rasterlijnen weergegeven met tegels van 30x30 cm, ongeacht hoe ver u in- of uitzoomt op de tekeningweergave.

Vaste rasterafstand

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×