Office
Aanmelden

De eigenschappen van een Office-bestand bekijken of wijzigen

Opmerking:  We willen u graag zo snel mogelijk de meest recente Help-inhoud in uw eigen taal bieden. Deze pagina is automatisch vertaald en kan grammaticale fouten of onnauwkeurigheden bevatten. Wij hopen dat deze inhoud nuttig voor u is. Kunt u ons onder aan deze pagina laten weten of de informatie nuttig voor u was? Hier is het Engelstalige artikel ter referentie.

Documenteigenschappen, ook wel metagegevens genoemd, zijn gegevens waarmee een bestand wordt beschreven of geïdentificeerd. Voorbeelden van documenteigenschappen zijn titel, de naam van de auteur, het onderwerp en trefwoorden waarmee het onderwerp of andere informatie in het bestand wordt geïdentificeerd.

Als u de documenteigenschappen voor uw bestanden toevoegt, kunt u ze gemakkelijk ordenen en later snel terugvinden. U kunt ook documenten zoeken op basis van de documenteigenschappen of ze in uw documenten invoegen.

Wat wilt u doen?

Meer informatie over de documenteigenschappen

De standaardeigenschappen voor het huidige bestand bekijken en wijzigen

Aangepaste eigenschappen voor het huidige bestand weergeven of maken

Meer informatie over documenteigenschappen

Er zijn vier soorten documenteigenschappen:

  • Standaardeigenschappen: Office-documenten worden standaard aan een verzameling standaardeigenschappen gekoppeld, zoals auteur, titel en onderwerp. U kunt uw eigen tekstwaarden voor deze eigenschappen opgeven, zodat u de documenten gemakkelijker kunt ordenen en identificeren. In Microsoft Word kunt u bijvoorbeeld met de eigenschap Trefwoorden (ook wel tags genoemd) het trefwoord ‘klanten’ toevoegen aan uw verkoopbestanden. Vervolgens kunt u zoeken naar alle verkoopbestanden met dat trefwoord.

  • Eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt: Dit zijn zowel eigenschappen van het bestandssysteem (zoals de bestandsgrootte en de datums waarop bestanden zijn gemaakt en de laatste keer zijn gewijzigd) als statistieken die in Office-toepassingen automatisch voor u worden bijgehouden (zoals het aantal woorden of tekens in een document). U kunt eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt, niet opgeven of wijzigen.

    U kunt eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt, niet gebruiken voor het zoeken of identificeren van documenten. U kunt bijvoorbeeld zoeken naar alle bestanden die na 3 augustus 2015 zijn gemaakt, of die gisteren voor het laatst zijn gewijzigd.

  • Aangepaste eigenschappen: U kunt zelf aanvullende aangepaste eigenschappen definiëren voor uw Office-documenten. U kunt een tekst, een tijd of een numerieke waarde toewijzen aan aangepaste eigenschappen. Verder kunt u de waarden ja of nee toewijzen aan deze eigenschappen. U kunt kiezen uit een lijst met voorgestelde namen of zelf namen definiëren.

    Zie Aangepaste eigenschappen voor een bestand weergeven of maken voor meer informatie.

  • Documentbibliotheekeigenschappen: Deze eigenschappen horen bij documenten in een documentbibliotheek op een website of in een openbare map. Als u een nieuwe documentbibliotheek ontwerpt, kunt u een of meer documentbibliotheekeigenschappen definiëren en regels instellen op basis van de waarden van deze eigenschappen. Wanneer u documenten toevoegt aan de documentbibliotheek, wordt u gevraagd voor vereiste eigenschappen waarden op te nemen of onjuiste eigenschappen bij te werken. Bij een documentbibliotheek waarin ideeën voor producten worden verzameld, kan de gebruiker bijvoorbeeld worden gevraagd waarden op te geven voor eigenschappen zoals Ingediend door, Datum, Categorie en Beschrijving. Als u een document opent vanuit een documentbibliotheek in Word 2016, Excel 2016 of PowerPoint 2016, kunt u deze documentbibliotheekeigenschappen in het documentinformatiepaneel bewerken en bijwerken door te klikken op Bestand > Info. Alle vereiste eigenschappen van de documentbibliotheek worden omlijnd met rode randen op het tabblad Info in Word 2016, Excel 2016 en PowerPoint 2016.

    Zie Waar is het documentinformatiepaneel in Office 2016? voor meer informatie over het bewerken van eigenschappen van de documentbibliotheek in Office 2016-toepassingen

Zie De bestandsnaam, datum, auteur of overige documenteigenschappen toevoegen aan een kop- of voettekst als u een van deze eigenschappen in uw Word-document wilt invoegen.

Naar boven

De standaardeigenschappen voor het huidige bestand bekijken en wijzigen

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op de koppeling Database-eigenschappen weergeven en bewerken bovenaan de pagina.

  4. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen op de tabbladen om de eigenschappen te selecteren die u wilt bekijken of bijwerken.

    Eigenschappen op het tabblad Overzicht

  5. Klik op OK. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de database.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de werkmapeigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de werkmap. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Klik voor meer eigenschappen op de koppeling Alle eigenschappen weergeven onderaan de pagina.

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de presentatie-eigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de presentatie. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Klik voor meer eigenschappen op de koppeling Alle eigenschappen weergeven onderaan de pagina.

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de projecteigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het project. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    Als u meer eigenschappen of statistieken wilt zien, klikt u op Projectgegevens boven aan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen of Projectstatistieken.

    Opties voor Projectinformatie

    Op het tabblad Overzicht, in het dialoogvenster Eigenschappen, kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

    Eigenschappen op het tabblad Overzicht

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de eigenschappen weer te geven.

  3. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de publicatie. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

Optionele stappen:

Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Publicatie-eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

Geavanceerde eigenschappen worden geopend

Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

Eigenschappen op het tabblad Overzicht

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de eigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de publicatie. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u eigenschappen als titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

    • Klik op Verwante documenten onderaan de pagina Info en selecteer Een koppeling toevoegen aan gerelateerde documenten als u een koppeling wilt toevoegen aan verwante documenten.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de documenteigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in. Voor sommige metagegevens, zoals Auteur, dient u met de rechtermuisknop op de eigenschap te klikken en Verwijderen of Bewerken te kiezen.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het document. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Klik voor meer eigenschappen op de koppeling Alle eigenschappen weergeven onderaan de pagina.

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

Aangepaste eigenschappen voor het huidige bestand weergeven of maken

Aangepaste eigenschappen zijn eigenschappen die u zelf definieert voor een Office-document. U kunt een tekst, een tijd of een numerieke waarde toewijzen aan aangepaste eigenschappen. Verder kunt u de waarden ja of nee toewijzen aan deze eigenschappen. U kunt kiezen uit een lijst met voorgestelde namen of u kunt zelf namen definiëren.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Geavanceerde eigenschappen.

    Notities: 

    • Klik in Access op Database-eigenschappen weergeven en bewerken.

    • Klik in Project op Projectgegevens.

    • Klik in Publisher op Publicatie-eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    Via het tabblad Aangepaste eigenschappen kunt u aangepaste documenteigenschappen toevoegen of wijzigen
    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik op OK.

Wat wilt u doen?

Meer informatie over de documenteigenschappen

De eigenschappen voor het huidige bestand bekijken en wijzigen

Aangepaste eigenschappen voor een bestand weergeven of maken

Meer informatie over de documenteigenschappen

Er zijn vijf soorten documenteigenschappen:

  • Standaardeigenschappen    Office-documenten worden standaard aan een verzameling standaardeigenschappen gekoppeld, zoals auteur, titel en onderwerp. U kunt uw eigen tekstwaarden voor deze eigenschappen opgeven, zodat u de documenten gemakkelijker kunt ordenen en identificeren. In Word kunt u bijvoorbeeld met de eigenschap Trefwoorden (ook wel tags genoemd) het trefwoord ‘klanten’ toevoegen aan uw verkoopbestanden. Vervolgens kunt u zoeken naar alle verkoopbestanden met dat trefwoord.

  • Eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt     Dit zijn zowel eigenschappen van het bestandssysteem (zoals de bestandsgrootte en de datums waarop bestanden zijn gemaakt en de laatste keer zijn gewijzigd) als statistieken die in Office-toepassingen automatisch voor u worden bijgehouden (zoals het aantal woorden of tekens in een document). U kunt eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt, niet opgeven of wijzigen.

    U kunt eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt, niet gebruiken voor het zoeken of identificeren van documenten. U kunt bijvoorbeeld zoeken naar alle bestanden die na 3 augustus 2005 zijn gemaakt, of die gisteren voor het laatst zijn gewijzigd.

  • Aangepaste eigenschappen     U kunt zelf aanvullende aangepaste eigenschappen definiëren voor uw Office-documenten. U kunt een tekst, een tijd of een numerieke waarde toewijzen aan aangepaste eigenschappen. Verder kunt u de waarden ja of nee toewijzen aan deze eigenschappen. U kunt kiezen uit een lijst met voorgestelde namen of u kunt zelf namen definiëren.

  • Eigenschappen voor uw organisatie     Als het documentinformatiepaneel door uw organisatie is aangepast, is het mogelijk dat documenteigenschappen van een document bij uw organisatie horen.

  • Documentbibliotheekeigenschappen     Deze eigenschappen horen bij documenten in een documentbibliotheek op een website of in een openbare map. Als u een nieuwe documentbibliotheek ontwerpt, kunt u een of meer documentbibliotheekeigenschappen definiëren en regels instellen op basis van de waarden van deze eigenschappen. Wanneer u documenten toevoegt aan de documentbibliotheek, wordt u gevraagd voor vereiste eigenschappen waarden op te nemen of onjuiste eigenschappen bij te werken. Bij een documentbibliotheek waarin ideeën voor producten worden verzameld, kan de gebruiker bijvoorbeeld worden gevraagd waarden op te geven voor eigenschappen zoals Ingediend door, Datum, Categorie en Beschrijving. Als u een document opent vanuit een documentbibliotheek in Word, Excel of PowerPoint, kunt u deze documentbibliotheekeigenschappen in het documentinformatiepaneel bewerken en bijwerken.

Naar boven

De eigenschappen voor het huidige bestand bekijken en wijzigen

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op de koppeling Database-eigenschappen weergeven en bewerken bovenaan de pagina.

  4. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen op de tabbladen om de eigenschappen te selecteren die u wilt bekijken of bijwerken.

    Eigenschappen op het tabblad Overzicht

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  5. Klik op OK. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het bestand.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de werkmapeigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de werkmap. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Klik voor meer eigenschappen op de koppeling Alle eigenschappen weergeven onderaan de pagina.

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

      Klik op het tabblad Aangepast als u de aangepaste eigenschappen wilt bekijken.

    • Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Documentpaneel weergeven als u de eigenschappen in een deelvenster binnen uw werkmap wilt weergegeven.

    Opmerking: Als het documentinformatiepaneel door uw organisatie is aangepast of als het document waarvoor u eigenschappen wilt bekijken, in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer is opgeslagen, zijn er mogelijk aanvullende weergaven voor documenteigenschappen beschikbaar.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de formulierstatistieken weer te geven.

  3. Als u de Naam, de Id of de Beschrijving van het formulier wilt wijzigen, klikt u op Eigenschappen formuliersjabloon en brengt u in die velden de gewenste wijzigingen aan.

  4. Als u dit formulier wilt weergeven in een aangepast categorie in InfoPath Filler, schakelt u het selectievakje Aangepaste categorie inschakelen in en geeft u een naam op voor de aangepaste categorie.

  5. Klik op OK.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de werkmap. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de presentatie-eigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de presentatie. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Klik voor meer eigenschappen op de koppeling Alle eigenschappen weergeven onderaan de pagina.

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

      Klik op het tabblad Aangepast als u de aangepaste eigenschappen wilt bekijken.

    • Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Documentpaneel weergeven als u de eigenschappen in een deelvenster binnen uw werkmap wilt weergegeven.

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de projecteigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het project. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    Als u meer eigenschappen of statistieken wilt zien, klikt u op Projectgegevens boven aan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen of Projectstatistieken.

    Opties voor Projectinformatie

    Op het tabblad Overzicht, in het dialoogvenster Eigenschappen, kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

    Eigenschappen op het tabblad Overzicht

    Klik in het dialoogvenster Eigenschappen op het tabblad Aangepast als u de aangepaste eigenschappen wilt zien.

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de eigenschappen weer te geven.

  3. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de publicatie. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Publicatie-eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

    Geavanceerde eigenschappen worden geopend

    Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

    Eigenschappen op het tabblad Overzicht

    Klik op het tabblad Aangepast als u de aangepaste eigenschappen wilt bekijken.

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de eigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de publicatie. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

    Geavanceerde eigenschappen worden geopend

    Op het tabblad Overzicht kunt u eigenschappen als titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

    Eigenschappen op het tabblad Overzicht

    Notities: 

    • Klik op Verwante documenten onderaan de pagina Info en selecteer Een koppeling toevoegen aan gerelateerde documenten als u een koppeling wilt toevoegen aan verwante documenten.

    • Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info om de documenteigenschappen weer te geven.

  3. Als u eigenschappen wilt toevoegen of wijzigen, houdt u de aanwijzer boven de eigenschap die u wilt bijwerken en voert u de gegevens in.

  4. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het document. Aangebrachte wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

    Optionele stappen:

    • Klik voor meer eigenschappen op de koppeling Alle eigenschappen weergeven onderaan de pagina.

    • Als u een dialoogvenster wilt openen met eigenschappen waarmee u alle eigenschappen in één keer kunt toevoegen of bewerken en documentgegevens en -statistieken kunt bekijken, klikt u op Eigenschappen bovenaan de pagina en vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

      Geavanceerde eigenschappen worden geopend

      Op het tabblad Overzicht kunt u titel, onderwerp, auteur, manager, bedrijf, categorie, trefwoorden (ook wel tags genoemd) en opmerkingen toevoegen en bewerken.

      Eigenschappen op het tabblad Overzicht

      Klik op het tabblad Aangepast als u de aangepaste eigenschappen wilt bekijken.

    • Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Documentpaneel weergeven als u de eigenschappen in een deelvenster binnen uw werkmap wilt weergegeven.

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

Aangepaste eigenschappen voor een bestand weergeven of maken

Aangepaste eigenschappen zijn eigenschappen die u zelf definieert voor een Office-document. U kunt een tekst, een tijd of een numerieke waarde toewijzen aan aangepaste eigenschappen. Verder kunt u de waarden ja of nee toewijzen aan deze eigenschappen. U kunt kiezen uit een lijst met voorgestelde namen of u kunt zelf namen definiëren.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op de koppeling Database-eigenschappen weergeven en bewerken bovenaan de pagina.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik op Toevoegen en klik op OK.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de werkmap.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Geavanceerde eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik op Toevoegen en klik op OK.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de werkmap.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Geavanceerde eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik op Toevoegen en klik op OK.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de presentatie.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op Projectgegevens bovenaan de pagina en selecteer Geavanceerde eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik op Toevoegen en klik op OK.

  6. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het project.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op Publicatie-eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Geavanceerde eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar de publicatie.

  1. Klik op het tabblad Bestand.

  2. Klik op Info.

  3. Klik op Eigenschappen bovenaan de pagina en selecteer Geavanceerde eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Aangepast.

    • Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

    • Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

    • Typ een waarde voor de eigenschap in het vak Waarde. Deze waarde moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld Getal selecteert in de lijst Type, moet u een getal typen in het vak Waarde. Waarden die niet overeenkomen met het type eigenschap, worden als tekst opgeslagen.

  5. Klik nogmaals op het tabblad Bestand om terug te keren naar het document.

Wat wilt u doen?

Meer informatie over de documenteigenschappen

De documenteigenschappen bekijken wanneer u een bestand opent of opslaat

De eigenschappen voor het huidige document bekijken

De eigenschappen voor het huidige document wijzigen

Aangepaste eigenschappen voor een document maken

Meer informatie over de documenteigenschappen

Documenteigenschappen, ook wel metagegevens genoemd, zijn gegevens waarmee een bestand wordt beschreven of geïdentificeerd. Voorbeelden van documenteigenschappen zijn titel, de naam van de auteur, het onderwerp en trefwoorden waarmee het onderwerp of andere informatie in het bestand wordt geïdentificeerd.

Als u voor uw documenten de relevante waarden opgeeft voor de velden met documenteigenschappen, kunt u uw documenten later eenvoudig ordenen en herkennen. U kunt documenten ook zoeken op basis van hun eigenschappen. In Microsoft Office Word 2007, Microsoft Office Excel 2007 en Microsoft Office PowerPoint 2007 kunt u documenteigenschappen gemakkelijk tijdens het werken aan het document bekijken door middel van het documentinformatiepaneel. Dit wordt bovenaan het document in uw Office-programma weergegeven.

Er zijn vijf soorten documenteigenschappen:

  • Standaardeigenschappen    Microsoft Office-documenten worden standaard aan een verzameling standaardeigenschappen gekoppeld, zoals auteur, titel en onderwerp. U kunt uw eigen tekstwaarden voor deze eigenschappen opgeven, zodat u de documenten gemakkelijker kunt ordenen en identificeren. In Word kunt u bijvoorbeeld met de eigenschap Trefwoorden (ook wel tags genoemd) het trefwoord ‘klanten’ toevoegen aan uw verkoopbestanden. Vervolgens kunt u zoeken naar alle verkoopbestanden met dat trefwoord.

  • Eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt     Dit zijn zowel eigenschappen van het bestandssysteem (zoals de bestandsgrootte en de datums waarop bestanden zijn gemaakt en de laatste keer zijn gewijzigd) als statistieken die in Office-toepassingen automatisch voor u worden bijgehouden (zoals het aantal woorden of tekens in een document). U kunt eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt, niet opgeven of wijzigen.

    U kunt eigenschappen die automatisch worden bijgewerkt, niet gebruiken voor het zoeken of identificeren van documenten. U kunt bijvoorbeeld zoeken naar alle bestanden die na 3 augustus 2005 zijn gemaakt, of die gisteren voor het laatst zijn gewijzigd.

  • Aangepaste eigenschappen     U kunt zelf aanvullende aangepaste eigenschappen definiëren voor uw Office-documenten. U kunt een tekst, een tijd of een numerieke waarde toewijzen aan aangepaste eigenschappen. Verder kunt u de waarden ja of nee toewijzen aan deze eigenschappen. U kunt kiezen uit een lijst met voorgestelde namen of u kunt zelf namen definiëren.

  • Eigenschappen voor uw organisatie     Als het documentinformatiepaneel door uw organisatie is aangepast, is het mogelijk dat documenteigenschappen van een document bij uw organisatie horen.

  • Documentbibliotheekeigenschappen     Deze eigenschappen horen bij documenten in een documentbibliotheek op een website of in een openbare map. Als u een nieuwe documentbibliotheek ontwerpt, kunt u een of meer documentbibliotheekeigenschappen definiëren en regels instellen op basis van de waarden van deze eigenschappen. Wanneer personen documenten aan de documentbibliotheek toevoegen, wordt hun gevraagd de eigenschappen voor elk van deze eigenschappen op te geven. Voor bijvoorbeeld een documentbibliotheek waarin ideeën voor producten worden verzameld, kan de gebruiker bijvoorbeeld worden gevraagd waarden op te geven voor eigenschappen als Ingediend door, Datum, Categorie en Beschrijving. Als u een document opent vanuit een documentbibliotheek in Office Word 2007, Office Excel 2007 of Office PowerPoint 2007, kunt u deze documentbibliotheekeigenschappen in het documentinformatiepaneel bewerken en bijwerken.

Naar boven

De documenteigenschappen bekijken wanneer u een bestand opent of opslaat

U kunt de documenteigenschappen van een bestand bekijken in het dialoogvenster Openen of Opslaan als.

  1. In het dialoogvenster Openen of Opslaan als selecteert u het document waarvan u de eigenschappen wilt zien.

  2. Klik op de pijl naast Weergaven en ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Als u een eigenschap als grootte wilt zien of de datum waarop het bestand het laatst is gewijzigd, klikt u op Details.

    • Klik op Eigenschappen als u alle documenteigenschappen wilt zien.

De eigenschappen voor het huidige document bekijken

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Beheren aan en klik op Database-eigenschappen.

  2. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen bestandsnaam op de tabbladen om de eigenschappen te selecteren die u wilt bekijken.

In het documentinformatiepaneel kunt u de documenteigenschappen bekijken of wijzigen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen om de eigenschappen te selecteren die u wilt zien (bijvoorbeeld Geavanceerde eigenschappen).

    Notities: 

    • U kunt de aangepaste eigenschappen bekijken als u op Geavanceerde eigenschappen klikt.

    • Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

In het documentinformatiepaneel kunt u de documenteigenschappen bekijken of wijzigen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen om de eigenschappen te selecteren die u wilt zien (bijvoorbeeld Geavanceerde eigenschappen).

    Notities: 

    • U kunt de aangepaste eigenschappen bekijken als u op Geavanceerde eigenschappen klikt.

    • Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  1. Klik in het menu Bestand op Eigenschappen.

  2. Klik in het dialoogvenster Publicatie-eigenschappen op de tabbladen om de eigenschappen te selecteren die u wilt bekijken.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen om de eigenschappen te selecteren die u wilt zien (bijvoorbeeld Geavanceerde eigenschappen).

    Notities: 

    • U kunt de aangepaste eigenschappen bekijken als u op Geavanceerde eigenschappen klikt.

    • Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt weergeven, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

De eigenschappen voor het huidige document wijzigen

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Beheren aan en klik op Database-eigenschappen.

  2. Typ in het dialoogvenster Eigenschappen bestandsnaam, op het tabblad Overzicht, de waarden voor standaardeigenschappen, bijvoorbeeld Titel en Auteur.

In het documentinformatiepaneel kunt u de documenteigenschappen bekijken of wijzigen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen om de eigenschappen te selecteren die u wilt wijzigen (bijvoorbeeld Geavanceerde eigenschappen).

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt wijzigen, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  3. Typ in het documentinformatiepaneel de gewenste gegevens in alle eigenschapvelden.

    Opmerking: Eigenschapvelden die zijn gemarkeerd met een rood sterretje, zijn verplichte velden. U dient ze in te vullen voordat u het document kunt opslaan.

In het documentinformatiepaneel kunt u de documenteigenschappen bekijken of wijzigen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen om de eigenschappen te selecteren die u wilt wijzigen (bijvoorbeeld Geavanceerde eigenschappen).

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt wijzigen, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  3. Typ in het documentinformatiepaneel de gewenste gegevens in alle eigenschapvelden.

    Opmerking: Eigenschapvelden die zijn gemarkeerd met een rood sterretje, zijn verplichte velden. U dient ze in te vullen voordat u het document kunt opslaan.

  1. Klik in het menu Bestand op Eigenschappen.

  2. Typ in het dialoogvenster Publicatie-eigenschappen, op het tabblad Overzicht, de waarden voor standaardeigenschappen, bijvoorbeeld Titel en Auteur.

In het documentinformatiepaneel kunt u de documenteigenschappen bekijken of wijzigen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen om de eigenschappen te selecteren die u wilt wijzigen (bijvoorbeeld Geavanceerde eigenschappen).

    Opmerking: Als uw organisatie het documentinformatiepaneel heeft aangepast of als het document waarvan u de eigenschappen wilt wijzigen, is opgeslagen in een documentbibliotheek of op een server voor documentbeheer, zijn er wellicht nog meer documenteigenschappen te zien.

  3. Typ in het documentinformatiepaneel de gewenste gegevens in alle eigenschapvelden.

    Opmerking: Eigenschapvelden die zijn gemarkeerd met een rood sterretje, zijn verplichte velden. U dient ze in te vullen voordat u het document kunt opslaan.

Aangepaste eigenschappen voor een document maken

Aangepaste eigenschappen zijn eigenschappen die u zelf definieert voor een Office-document. U kunt een tekst, een tijd of een numerieke waarde toewijzen aan aangepaste eigenschappen. Verder kunt u de waarden ja of nee toewijzen aan deze eigenschappen. U kunt kiezen uit een lijst met voorgestelde namen of u kunt zelf namen definiëren.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Beheren aan en klik op Database-eigenschappen.

  2. Klik op het tabblad Aangepast.

  3. Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

  4. Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

  5. Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  6. Klik op Toevoegen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen en klik vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

  3. Klik in het dialoogvenster Documenteigenschappen op het tabblad Aangepast.

  4. Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

  5. Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

  6. Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  7. Klik op Toevoegen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen en klik vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

  3. Klik in het dialoogvenster Documenteigenschappen op het tabblad Aangepast.

  4. Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

  5. Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

  6. Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  7. Klik op Toevoegen.

  1. Klik in het menu Bestand op Eigenschappen.

  2. Klik op het tabblad Aangepast.

  3. Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

  4. Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

  5. Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  6. Klik op Toevoegen.

  1. Klik op de Microsoft Office-knop afbeelding office-knop , wijs Voorbereiden aan en klik op Eigenschappen.

  2. Klik in het documentinformatiepaneel op de pijl naast Documenteigenschappen en klik vervolgens op Geavanceerde eigenschappen.

  3. Klik in het dialoogvenster Documenteigenschappen op het tabblad Aangepast.

  4. Typ in het vak Naam een naam voor de aangepaste eigenschap of selecteer een naam in de lijst.

  5. Selecteer het gegevenstype voor de toe te voegen eigenschap in de lijst Type.

  6. Typ in het vak Waarde een waarde voor de eigenschap. De waarde die u invoert, moet overeenkomen met de selectie in de lijst Type. Als u bijvoorbeeld in de lijst TypeGetal selecteert, moet u in de lijst Waarde een getal typen. Waarden die niet overeenkomen met het gekozen eigenschapstype, worden als tekst opgeslagen.

  7. Klik op Toevoegen.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×