Celinhoud bewerken

U kunt de inhoud van een cel rechtstreeks in de cel bewerken. U kunt de inhoud van een cel echter ook bewerken op de formulebalk.

Opmerking : In de bewerkmodus zijn een groot aantal opdrachten op het lint niet actief. U kunt deze opdrachten dus niet gebruiken.

  1. Voer een van de volgende handelingen uit om de bewerkingsmodus te activeren voor de inhoud van een cel:

    • Dubbelklik op de cel met de gegevens die u wilt bewerken.

    • Klik op de cel met de gegevens die u wilt bewerken en klik vervolgens op een willekeurige plaats op de formulebalk.

      De invoegpositie wordt dan in de cel of op de formulebalk geplaatst.

  2. Tip    U kunt de cursor naar het einde van de celinhoud verplaatsen door op de cel te klikken en op F2 te drukken.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit om de celinhoud te bewerken:

    • Als u tekens wilt verwijderen, klikt u op de positie waar u de tekens wilt verwijderen en drukt u op BACKSPACE. U kunt de gewenste tekens ook selecteren en op DELETE drukken.

    • Als u tekens wilt invoegen, klikt u op de positie waar u de tekens wilt invoegen en typt u de nieuwe tekens.

    • Als u bepaalde tekens wilt vervangen, selecteert u de tekens en typt u de nieuwe tekens.

    • Druk op INSERT om de modus Overschrijven te activeren, zodat bestaande tekens tijdens het typen worden vervangen door nieuwe tekens.

      Opmerking : U kunt de modus Overschrijven alleen maar in- en uitschakelen wanneer u in de bewerkingsmodus werkt. Wanneer de modus Overschrijven ingeschakeld is, wordt het teken rechts van de cursor gemarkeerd op de formulebalk en wordt dit teken overschreven wanneer u gaat typen.

    • Als u een nieuwe tekstregel wilt beginnen op een specifiek punt in een cel, klikt u op het punt waar u een nieuwe regel wilt beginnen en drukt u op ALT+ENTER.

  4. Druk op ENTER om de wijzigingen door te voeren.

    Tip    Voordat u op Enter drukt, kunt u alle eventueel aangebrachte wijzigingen annuleren door op ESC te drukken. Nadat u op Enter hebt gedrukt, kunt u eventueel aangebrachte wijzigingen annuleren door te klikken op Ongedaan maken Afbeelding van knop op de werkbalk Snelle toegang.

Opmerking : 

  • In een cel worden de tekens ##### weergegeven wanneer de getalnotatie van de gegevens de kolombreedte overschrijdt. Maak de kolom breder als u alle tekst wilt kunnen zien.

    De kolombreedte wijzigen

    1. Klik op de cel waarvoor u de kolombreedte wilt wijzigen.

    2. Klik op het tabblad Start, in de groep Cellen, op Opmaak.

      Afbeelding van Excel-lint

    3. Voer onder Celformaat een van de volgende handelingen uit:

      • Klik op Kolombreedte AutoAanpassen om alle tekst in de cel aan de grootte van de cel aan te passen.

      • Als u de kolom wilt verbreden, klikt u op Kolombreedte en typt u de gewenste breedte in het vak Kolombreedte.

  • U kunt meerdere regels tekst in een cel weergeven door de tekst te laten teruglopen.

    Terugloop toepassen in een cel

    1. Klik op de cel waarin u de tekst wilt laten teruglopen.

    2. Klik op het tabblad Start, in de groep Uitlijning, op Terugloop.

      Excel-lintafbeelding

      Opmerking : Wanneer de tekst uit één lang woord bestaat, wordt er geen terugloop toegepast. U dient dan de kolom te verbreden of de tekengrootte te verkleinen om alle tekst te kunnen zien. Als u niet alle tekst kunt zien nadat terugloop is toegepast, dient u wellicht de rijhoogte aan te passen. Klik op het tabblad Start, in de groep Cellen, op Opmaak en klik vervolgens onder Celgrootte op Rij AutoAanpassen.

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×