Bouwstenen in Word-documenten maken en gebruiken

Er is een aantal vooraf ontworpen blokken met tekst en opmaak beschikbaar, bouwstenen genaamd, die eenvoudig in Word kunnen worden ingevoegd. Galerieën met bouwstenen zijn beschikbaar in Word en bevatten vooraf opgemaakte kopteksten, voetteksten, paginanummers, tekstvakken, voorbladen, watermerken, snelle tabellen, inhoudsopgaven, bibliografieën en vergelijkingen. De ingebouwde bouwstenen zijn thema-afhankelijk. Dat betekent dat als u het documentthema wijzigt, de opmaak ervan automatisch wordt bijgewerkt, ook in de galerieën met Bouwstenen. U kunt items van bouwstenen aan uw voorkeur aanpassen. U kunt ook aangepaste bouwstenen maken en ze toevoegen aan de desbetreffende galerieën.

In dit artikel

Bouwstenen zoeken

Bestaande bouwstenen invoegen

Nieuwe bouwstenen maken

Eigenschappen van bouwstenen wijzigen

Bouwstenen verwijderen

Bouwstenen zoeken

U kunt de diverse bouwstenen bekijken door in de galerieën te bladeren (de meeste bevinden zich onder het tabblad Invoegen). U kunt ook de hele verzameling bouwstenen ineens bekijken door op Invoegen > Snelonderdelen te klikken en Bouwstenenbeheer te openen.

Bouwstenenbeheer

Als u een galerie met bouwstenen bekijkt, kunt u een bouwsteen in Bouwstenenbeheer vinden door met de rechtermuisknop op een bouwsteen te klikken, bijvoorbeeld op een voorblad of koptekst, en vervolgens op Ordenen en verwijderen te klikken. Als Bouwstenenbeheer wordt geopend, is de gezochte bouwsteen automatisch geselecteerd.

Naar boven

Bestaande bouwstenen invoegen

U kunt een bouwsteen in een document invoegen door op de bouwsteen in de desbetreffende galerie te klikken (zoals de galerie Tekstvak op het tabblad Invoegen).

Hier ziet u enkele bouwsteengalerieën in Word.

Galerie Voorblad

Galerie Bibliografie

Galerie Voettekst

Galerie Watermerk

U kunt ook Bouwstenenbeheer gebruiken als u een bouwsteen wilt bekijken en invoegen in uw document. Klik hiervoor op Invoegen > Snelonderdelen > Bouwstenenbeheer.

Bouwstenenbeheer selecteren in het menu Snelonderdelen

Opmerking: Als u bouwstenen wilt invoegen via het toetsenbord, typt u de naam van de bouwsteen in uw document en drukt u op F3.

U kunt een bouwstenengalerie aan de werkbalk Snelle toegang toevoegen door met de rechtermuisknop op de galerieknop op het lint te klikken en vervolgens op Toevoegen aan werkbalk Snelle toegang te klikken. Sommige bouwsteengalerieën, zoals de galerieën met voorbladen, inhoudsopgaven en snelle tabellen, bevatten extra opdrachten in het snelmenu. Als u bijvoorbeeld met de rechtermuisknop op een bouwsteen klikt in de galerie met voorbladen, vindt u Invoegen aan begin van document, Invoegen op huidige documentpositie, Invoegen aan begin van sectie, Invoegen aan einde van sectie en Invoegen aan einde van document. Als u met de rechtermuisknop op een bouwsteen klikt in de galerie met snelle tabellen (te vinden op het tabblad Invoegen, onder Tabel), vindt u ook Invoegen in paginakoptekst (begin van de huidige pagina) en Invoegen in paginavoettekst (eind van de huidige pagina)

Bouwstenen-opdrachten in de galerie Snelle tabellen

Als u een bouwsteen in het document hebt ingevoegd, kunt u de opmaak en de eigenschappen van de bouwsteen aanpassen zonder dat dit van invloed is op de bouwsteen die in de sjabloon is opgeslagen.

Naar boven

Nieuwe bouwstenen maken

Documentinhoud die u vaak gebruikt, zoals alinea's met gegevens, logo's, graphics, speciaal opgemaakte kop- of voetteksten, standaardtabellen of vergelijkingen, kunnen eenvoudig in een bouwsteen worden omgezet.

  1. Selecteer de gegevens die u wilt omzetten in een bouwsteen om vaker te gebruiken.

  2. Klik op het tabblad Invoegen op Snelonderdelen en klik vervolgens op Selectie opslaan in galerie Snelonderdelen. Of druk op Alt+F3.

  3. Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken wordt weergegeven. Hier kunt u de bouwsteen een naam geven, classificeren, beschrijven en de plaatsing ervan regelen.

    Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken

Tip: Als u alle alineaopmaak wilt opnemen (zoals stijl, regelafstand, inspringing, uitlijning, enzovoort), selecteert u het alineasymbool (¶) samen met de inhoud. U kunt de opmaaksymbolen vinden door onder het tabblad Start, in de groep Alinea, op de knop ¶ weergeven/verbergen te klikken om tussen de opmaaksymbolen te wisselen. Zo kunt u controleren of u het alineasymbool in de selectie hebt opgenomen. Als u het alineasymbool niet opneemt, neemt de ingevoegde bouwsteen de opmaak over van de huidige alinea.

Het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken bevat de volgende opties:

  • Naam      Voer een unieke naam voor de bouwsteen in. Als u een reeks gerelateerde bouwstenen hebt, kunt u de namen ervan eventueel beginnen met hetzelfde woord om de onderdelen zo nodig te groeperen, bijvoorbeeld Jaarverslag_voorblad, Jaarverslag_koptekst en Jaarverslag_tabel.

  • Galerie     Voeg de nieuwe bouwsteen toe aan een bepaalde galerij, bijvoorbeeld Voorbladen, Paginanummers, Kopteksten, Voetteksten, Snelle tabellen, Watermerken, enzovoort. Als de bouwsteen een algemene bouwsteen is en niet gerelateerd is aan een bestaande galerie, gebruik dan Snelonderdelen om de bouwsteen hierin onder te brengen.

  • Categorie     Plaats de bouwsteen in een categorie, weergegeven op de bouwsteengalerieën en in Bouwstenenbeheer. U kunt eventueel een nieuwe categorie maken voor uw bedrijf of afdeling, zodat alle bijbehorende bouwstenen voor alle bouwsteengalerieën in dezelfde categorie worden geplaatst en u ze snel kunt ordenen in Bouwstenenbeheer.

    Tip: Als u de bouwstenen bovenaan de bouwsteengalerieën wilt weergeven, geeft u de categorie een naam die begint met een symbool (bijvoorbeeld een sterretje) of zet u de naam tussen aanhalingstekens.

  • Omschrijving     Voeg een korte omschrijving toe om u eraan te herinneren wat het belangrijkste doel van de bouwsteen is. Dit is ook voor anderen erg handig. Beschrijvingen verschijnen als uitgebreide scherminfo in de bouwstenengalerie (mits Functieomschrijving in scherminfo tonen is geselecteerd in de opties in Word). Ze verschijnen ook onder het voorbeeldvenster als u een bouwsteen selecteert in Bouwstenenbeheer.

  • Opslaan in     Bouwstenen kunnen alleen in sjablonen worden opgeslagen. U kunt bouwstenen opslaan in Building Blocks.dotx (deze wordt standaard geselecteerd), Normal.dotm of een globale sjabloon, zodat ze voor alle geopende documenten beschikbaar zijn. Ze kunnen ook worden opgeslagen in een documentsjabloon. Hierdoor zijn de bouwstenen alleen beschikbaar voor documenten die van die sjabloon gebruikmaken. De lijst Opslaan in bevat Building Blocks.dotx, Normal.dotm, geladen globale sjablonen, de bijgevoegde documentsjabloon voor het actieve document (indien dit een andere sjabloon is dan Normal.dotm), alle opgeslagen sjablonen (mits deze geopend zijn) en het huidige bestand. Als u bouwstenen maakt die u met anderen wilt delen, kunt u ze het beste opslaan in een aparte sjabloon, zodat u ze kunt distribueren.

  • Opties     Geef op of de bouwstenen alleen als inhoud moeten worden ingevoegd op de positie van de cursor (geschikt voor bijvoorbeeld vergelijkingen), in de eigen alinea (geschikt voor alinea's of kopteksten) of op de eigen pagina (hiermee wordt vóór en na de bouwsteen een pagina-einde ingevoegd).

    Tip: Gebruik de galerie Selectie opslaan in galerijnaam onderaan de bouwsteengalerieën om snel het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken te openen en automatisch de desbetreffende galerie in het dialoogvenster te selecteren.

Naar boven

Eigenschappen van bouwstenen wijzigen

U kunt de eigenschappen van bouwstenen wijzigen (en tevens de sjabloon Opslaan in) door de gegevens in het dialoogvenster Bouwsteen wijzigen te wijzigen. Dit dialoogvenster lijkt sterk op het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken. Als u de eigenschappen van een bouwsteen wilt wijzigen, opent u het dialoogvenster Bouwsteen wijzigen. Dat kan op twee manieren:

  • Klik met de rechtermuisknop op een galerie-item en kies Eigenschappen bewerken.

  • Klik op het tabblad Invoegen op Snelonderdelen, klik op Bouwstenenbeheer, selecteer de naam van de bouwsteen in de lijst en klik op de knop Eigenschappen bewerken.

Nadat u het dialoogvenster Bouwsteen wijzigen hebt geopend, brengt u de gewenste wijzigingen aan en klikt u op OK om het dialoogvenster te sluiten. U wordt gevraagd of u het bouwsteenitem opnieuw wilt definiëren. Als u op Ja klikt, worden de wijzigingen onmiddellijk van kracht.

U kunt een bouwsteen ook opnieuw definiëren, bijvoorbeeld door de inhoud of opmaak te wijzigen. Breng hiervoor de gewenste wijzigingen aan en selecteer de inhoud. Klik op het tabblad Invoegen op Snelonderdelen > Selectie opslaan in galerie Snelonderdelen. Of druk op Alt+F3. Typ in het dialoogvenster Nieuwe bouwsteen maken de naam van de bouwsteen die u opnieuw wilt definiëren en breng de gewenste wijzigingen aan (bijvoorbeeld door de galerie of categorie te wijzigen). Als u op OK klikt, wordt u gevraagd of u het item opnieuw wilt definiëren.

Naar boven

Bouwstenen verwijderen

Als u inhoud wilt verwijderen die is gemaakt door een bouwsteen in te voegen, kunt u deze net zo verwijderen als andere inhoud. Als u een bouwsteenitem wilt verwijderen, selecteert u de bouwsteen in Bouwstenenbeheer (Invoegen > Snelonderdelen > Bouwstenenbeheer) en klikt u op Verwijderen.

Naar boven

Zie ook

Snelonderdelen en AutoTekst in Word gebruiken

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×