BIT.OF, functie

In dit artikel worden de syntaxis en het gebruik van de functie BIT.OF in Microsoft Excel beschreven.

Beschrijving

Geeft als resultaat een bitsgewijze OF van twee getallen.

Syntaxis

BIT.OF(getal1;getal2)

De syntaxis van de functie BIT.OF heeft de volgende argumenten:

  • getal1    Vereist. Dit moet een decimaal getal zijn, groter dan of gelijk aan 0.

  • getal2    Vereist. Dit moet een decimaal getal zijn, groter dan of gelijk aan 0.

Opmerkingen

  • Het resultaat is een bitsgewijze OF van de parameters.

  • De waarde van een bitpositie wordt geteld als de bit van beide of een van beide parameters op die positie 1 is.

  • De waarde die wordt geretourneerd van een bitpositie loopt van rechts naar links op als macht van twee. De meest rechtse bit retourneert 1 (2^0), de bit aan de linkerkant daarvan retourneert 2 (2^1) enzovoort.

  • Als een van de argumenten buiten de limieten valt, geeft BIT.OF de foutwaarde #GETAL! als resultaat.

  • Als een van de argumenten groter is dan (2^48)-1, geeft BIT.OF de foutwaarde #GETAL! als resultaat.

  • Als een van de argumenten een niet-numerieke waarde is, geeft BIT.OF de foutwaarde #WAARDE! als resultaat.

Voorbeeld

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. U kunt de resultaten van formules weergeven door de formules te selecteren en op F2 en vervolgens op Enter te drukken. Desgewenst kunt u de kolombreedte wijzigen om alle gegevens te zien.

Formule

Beschrijving

Resultaat

Hoe het werkt

=BIT.OF(23;10)

Hiermee worden de bitposities vergeleken in de binaire weergave van de twee getallen. Als een van de posities 1 bevat, wordt, afhankelijk van de bitpositie, 2 verheven tot een macht geretourneerd. Vervolgens worden getallen bij elkaar opgeteld.

31

De binaire weergave van het getal 23 is 10111 en van 10 is dit 1010. De waarde 1 wordt aangetroffen op een van de twee posities voor elke 5 posities van de twee getallen. U kunt 1010 uitdrukken als 01010, zodat beide getallen uit hetzelfde aantal cijfers bestaan. De getallen 2^0, 2^1, 2^2, 2^3 en 2^4 worden bij elkaar opgeteld, met als totaal 31.

23 = 10111

10 = 01010

Test: Wordt 1 aangetroffen op een van de 5 posities?

jjjjj

1+2+4+8+16=31

Naar boven

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×