Office
Aanmelden

Bepalen of Gecentraliseerde implementatie van invoegtoepassingen voor uw Office 365-organisatie werkt

Gecentraliseerde implementatie is de aanbevolen en meest veelzijdige manier voor de meeste klanten om Office-invoegtoepassingen te implementeren voor gebruikers en groepen binnen de Office 365-organisatie. Als u een Office 365-beheerder bent, kunt u deze richtlijnen gebruiken om te bepalen of uw tenant en gebruikers aan de vereisten voldoen, zodat u Gecentraliseerde implementatie kunt gebruiken.

Vereisten

Gecentraliseerde implementatie van invoegtoepassingen vereist dat gebruikers beschikken over Exchange Online, actieve postvakken van Exchange Online en Office 365 ProPlus. Hieronder staan de vereisten voor het gebruik van de functie Gecentraliseerde implementatie:

  • Uw gebruikers moeten Office ProPlus 2016 gebruiken met de volgende besturingssystemen:

    • In Windows: Office build 16.0.8067 of hoger

    • Voor Mac: Office build 15.34.17051500 of hoger

  • Voor Outlook moeten ze een van de volgende versies gebruiken:

    • 2013 Klik-en-Klaar-versie: 15.0.4819.1000 of hoger

    • 2013 MSI-versie: 15.0.4937.1000 of hoger*

    • 2016 Klik-en-Klaar-versie: 16.0.7726.5702 of hoger

    • 2016 MSI-versie: 16.0.4494.1000 of hoger*

    In de MSI-versie van Outlook worden door de beheerder geïnstalleerde invoegtoepassingen weergegeven in het juiste lint in Outlook, maar de invoegtoepassing wordt niet weergegeven in de sectie ‘Mijn invoegtoepassingen’.

  • Uw adreslijst moet zijn gefedereerd aan Azure Active Directory.

  • Uw gebruikers moeten zich aanmelden bij Office 2016 met hun organisatie-id.

  • Voor het Exchange-postvak van uw gebruikers moet OAuth zijn ingeschakeld.

Gecentraliseerde implementatie biedt geen ondersteuning voor het volgende:

  • Invoegtoepassingen die zijn gericht op Word, Excel of PowerPoint in Office 2013

  • Een on-premises adreslijstservice

  • Implementatie van invoegtoepassingen op SharePoint

  • Implementatie van invoegtoepassingen op Office Online Server

  • Implementatie van COM- (Component Object Model) of VSTO-invoegtoepassingen (Visual Studio Tools for Office)

  • Implementaties van Office 365 die geen Exchange bevatten, zoals Office 365 Business

Clientvereisten

De volgende tabel toont de clients die de functie Gecentraliseerde implementatie momenteel ondersteunen.

Office-toepassing

2016 - Windows

Office Online

2016 - Mac

Word

vinkje

vinkje

vinkje

Excel

vinkje

vinkje

vinkje

PowerPoint

vinkje

vinkje

vinkje

Outlook

vinkje

vinkje

vinkje

Office Online wordt ondersteund voor alle Office 365-bedrijfsplannen. Office 365 ProPlus-implementaties worden alleen ondersteund voor bureaubladclients. Om Office 365 ProPlus te kunnen gebruiken, moet een gebruiker een Office 365-account hebben en een licentie toegewezen hebben gekregen. Zie Overzicht van Office 365 ProPlus voor meer informatie.

Compatibiliteitscontrole van Gecentraliseerde implementatie in Office 365

Met de compatibiliteitscontrole van Office 365 Gecentraliseerde implementatie kunt u controleren of de gebruikers in uw tenant zijn ingesteld voor het gebruik van Gecentraliseerde implementatie voor Word, Excel en PowerPoint. De compatibiliteitscontrole is niet vereist voor ondersteuning voor Outlook. Download hier de compatibiliteitscontrole.

Voer de volgende stappen uit om de compatibiliteitscontrole uit te voeren:

  1. Start PowerShell.exe.

  2. Voer de opdracht Invoke-CompatibilityCheck uit. Deze vraagt u om waarden voor het TenantDomain (bijvoorbeeld TailspinToysIncorporated.onmicrosoft.com) en referenties van TenantAdmin. Vervolgens wordt om toestemming gevraagd.

Opmerking: Afhankelijk van het aantal gebruikers in uw tenant, kan de controle minuten of uren in beslag nemen.

Als het hulpprogramma is uitgevoerd, wordt een uitvoerbestand gegenereerd in een CSV-indeling (door komma's gescheiden). Het uitvoerbestand bevat de volgende gegevens:

  • Gebruikersnaam

  • Gebruikers-id (e-mailadres van de gebruiker)

  • Geschikt voor Gecentraliseerde implementatie (als de overige items waar zijn)

  • Office-SKU (de SKU van Office waarvoor de gebruikers een licentie hebben)

  • Office geactiveerd (als Office is geactiveerd)

  • Ondersteund postvak (als er een OAuth-postvak wordt gebruikt)

Controleren of Office 365 ProPlus is geïnstalleerd

De eenvoudigste manier om te controleren of een gebruiker Office 365 ProPlus heeft geïnstalleerd en dit recentelijk heeft gebruikt, is het Microsoft Office-activeringsrapport te bekijken, dat beschikbaar is in het Office 365-beheercentrum. Het rapport biedt een lijst met alle gebruikers die Office 365 ProPlus in de afgelopen 7 dagen, 30 dagen, 90 dagen of 180 dagen hebben geactiveerd. Voor gecentraliseerde implementatiedoeleinden zijn de bureaubladactiveringen voor Windows of Mac de belangrijke kolommen in het rapport. U kunt het rapport exporteren naar Excel. Zie Office 365-rapporten in het beheercentrum - Microsoft Office-activeringen voor meer informatie over het rapport.

Als u het activeringsrapport niet wilt gebruiken, kunt u een gebruiker vragen een Office-toepassing op de computer te openen, zoals Word, en vervolgens Bestand > Account te kiezen. Onder Productinformatie zou u Abonnementsproduct en Microsoft Office 365 ProPlus moeten zien, zoals weergegeven in de volgende afbeelding.

Schermafbeelding van een deel van de sectie Productinformatie in een Office-toepassing. Toont dat de toepassing een Abonnementsproduct voor Office 365 ProPlus is.

Voor hulp met Office 365 ProPlus raadpleegt u Tips voor het oplossen van problemen met Office 365 ProPlus.

Exchange-vereisten

Microsoft Exchange slaat de invoegtoepassingsmanifesten op in de tenant van uw organisatie. De beheerder die invoegtoepassingen implementeert en de gebruikers die die invoegtoepassingen ontvangen, moeten een versie van Exchange Server hebben die OAuth-verificatie ondersteunt. Standaard bieden Exchange Multi-Tenant- en Dedicated vNext-implementaties ondersteuning voor OAuth. Exchange Dedicated Legacy- en hybride on-premises implementaties kunnen worden geconfigureerd om OAuth te ondersteunen; het is echter niet de standaardconfiguratie.

Vraag de Exchange-beheerder van uw organisatie welke configuratie in gebruik is. OAuth-connectiviteit per gebruiker kan worden geverifieerd door de PowerShell-cmdlet Test-OAuthConnectivity te gebruiken.

Toewijzingen van gebruikers en groepen

De functie Gecentraliseerde implementatie ondersteunt momenteel de meeste groepen die worden ondersteund door Azure Active Directory, waaronder Office 365 Groepen, distributielijsten en beveiligingsgroepen.

Opmerking: Niet door e-mail ingeschakelde beveiligingsgroepen worden momenteel niet ondersteund.

De volgende tabel toont welke toewijzingen worden ondersteund in Gecentraliseerde implementatie, ervan uitgaande dat de gebruikers voldoen aan de eerder genoemde client- en serververeisten. Gecentraliseerde implementatie ondersteunt gebruikers in groepen op het hoogste niveau of groepen zonder bovenliggende groepen, maar niet gebruikers in geneste groepen of groepen die bovenliggende groepen hebben.

Toewijzing aan invoegtoepassing

Ondersteund

Gebruiker via directe toewijzing

Ja

Gebruiker via groepstoewijzing

Ja, als de groep een groep op het hoogste niveau is (geen bovenliggende groepen heeft)

Nee, als de groep een geneste groep is (bovenliggende groepen heeft)

Iedereen in de tenant

Ja

Bekijk het volgende voorbeeld, waarin Femke, Assia en de groep Verkoopafdeling zijn toegewezen aan een invoegtoepassing. Omdat de afdeling Verkoop regio West een geneste groep is, zijn Jaap en Roelf niet toegewezen aan een invoegtoepassing.

Het diagram toont een vak genaamd Verkoopafdeling met de namen Wander en Loek, dat verbonden is met een vak daaronder genaamd Verkoop regio West met de namen Jaap en Roelf. Naast het vak staat een rode X. De namen Femke en Assia staan rechts bovenaan het diagram.

Gebruiker

Hoe de beheerder de invoegtoepassing toewijst

Toegewezen aan een invoegtoepassing?

Wander

Via de groep Verkoopafdeling

Ja, Verkoopafdeling heeft geen bovenliggende groepen

Loek

Via de groep Verkoopafdeling

Ja, Verkoopafdeling heeft geen bovenliggende groepen

Femke

Directe toewijzing van gebruiker

Ja

Assia

Directe toewijzing van gebruiker

Ja

Jaap

Toewijzing niet mogelijk

Nee, de afdeling Verkoop regio West is genest

Roelf

Toewijzing niet mogelijk

Nee, de afdeling Verkoop regio West is genest

Controleren of een groep geneste groepen bevat

De gemakkelijkste manier om te controleren of een groep geneste groepen bevat, is het visitekaartje van de groep in Outlook te bekijken. Als u in het veld Aan van een e-mail de groepsnaam invoert en vervolgens op de groepsnaam klikt wanneer deze is omgezet, ziet u of de groep gebruikers of geneste groepen bevat. In het onderstaande voorbeeld toont het tabblad Leden van het Outlook-visitekaartje voor de Testgroep geen gebruikers en slechts twee subgroepen.

Schermafbeelding van het tabblad Leden van het Outlook-visitekaartje voor de groep genaamd Testgroep. Subgroep 1 en Subgroep 2 worden weergegeven als leden.

U kunt de tegenovergestelde query uitvoeren door de groep om te zetten om te zien of deze een lid van een groep is. In het onderstaande voorbeeld kunt u op het tabblad Lidmaatschap van het Outlook-visitekaartje zien dat Subgroep 1 een lid van de Testgroep is.

Schermafbeelding van het tabblad Lidmaatschap van het Outlook-visitekaartje voor de groep genaamd Subgroep 1, dat weergeeft dat Subgroep 1 een lid is van de groep genaamd Testgroep.

U kunt ook de Azure Active Directory Graph API gebruiken voor het uitvoeren van query’s om de lijst met groepen in een groep te vinden. Zie Bewerkingen op groepen | Graph API-verwijzing voor meer informatie.

Contact opnemen met Microsoft voor ondersteuning

Als er bij u of uw gebruikers bij het laden van de invoegtoepassing tijdens het gebruik van Office Online-apps (Word Online, Excel Online, enzovoort) die centraal zijn geïmplementeerd problemen optreden, moet u mogelijk contact opnemen met ondersteuning van Microsoft (meer informatie over hoe). Geef de volgende informatie over uw Office 365-omgeving in het ondersteuningsticket.

Platform

Foutopsporingsgegevens

Office Online

  • Charles/Fiddler-logboeken

  • Tenant-ID (meer informatie over hoe)

  • CorrelationID. De bron van een van de office-pagina's bekijken en zoeken naar de correlatie-ID-waarde en verzenden:

    <input name="wdCorrelationId" type="hidden" value="{BC17079E-505F-3000-C177-26A8E27EB623}">

    <input name="user_id" type="hidden" value="1003bffd96933623"> </form>

Uitgebreide clients (Windows, Mac)

  • Charles/Fiddler-logboeken

  • Buildnummer van de client-app (bij voorkeur als een schermafbeelding van Bestand/Account)

Zie ook

Office-invoegtoepassingen implementeren in het Office 365-beheercentrum

De PowerShell-cmdlets voor Gecentraliseerde implementatie gebruiken om invoegtoepassingen te beheren

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×