Afmetingen opgeven met het venster Grootte en positie

Afmetingen opgeven met het venster Grootte en positie

  • Klik op het tabblad Beeld in de groep Weergeven op Taakvensters en klik op Grootte en positie.

Selecteer een shape om informatie over die shape te bekijken en te bewerken.

De hoogte en breedte van een shape opgeven

Het venster Grootte en positie bevat velden voor hoogte en breedte waarin u een exact getal en een maateenheid kunt typen.

Stel bijvoorbeeld dat u een kleine rechthoekige tafel op een indelingsdiagram van een kantoor wilt plaatsen. Het tafelblad meet 533 mm bij 432 mm. Wanneer u een rechthoekige tafel sleept uit het stencil Kantoormeubilair, ziet u dat de afmetingen 1067 mm bij 1829 mm zijn. U hoeft niet met de formaatgrepen te slepen om de tafelshape kleiner te maken. U geeft het exacte formaat gewoon op in het venster Grootte en positie.

  1. Selecteer de tafelshape op de tekenpagina.

  2. Selecteer in het venster Grootte en positie de waarde in het veld Breedte (1067 mm). Typ in plaats daarvan "533 mm" en druk op Enter.

    Gebruik geen komma tussen verschillende maateenheden, bijvoorbeeld feet en inches, want dan geeft Visio een foutbericht weer.

    U kunt een andere maateenheid gebruiken door de naam van de gewenste eenheid te typen. Typ bijvoorbeeld "53,3 cm" of "1 foot 9 inches".

  3. Selecteer de waarde in het veld Hoogte (1829 mm) en typ in plaats daarvan "432 mm".

Nu geeft de tafelshape de grootte van de echte tafel correct weer.

Waarden instellen met formules

U kunt waarden instellen in velden van het venster Grootte en positie door wiskunde vergelijkingen te typen met operatoren zoals de volgende:

  • Optellen (+)

  • Aftrekken (-)

  • Vermenigvuldigen (*)

  • Delen (/)

Druk op Enter om het resultaat te berekenen en die waarde toe te passen op de shape.

X, Y en pinpositie

De waarden in de velden X en Y staan voor de afstand van de oorsprong van het diagram tot de pinpositie van de geselecteerde shape.

De oorsprong is meestal de linkerbenedenhoek van de tekenpagina, maar in sommige sjablonen kan het een andere locatie zijn. Als u de oorsprong van een tekening wilt vinden, selecteert u een shape en stelt u de waarden voor X en Y in op 0 (nul). De pinpositie van de shape wordt direct verplaatst naar de oorsprong.

Met de pinpositie van een shape wordt niet alleen de plaatsing van de shape bepaald via de X- en Y-waarde, maar ook het punt waar de shape omheen draait. Als u bijvoorbeeld een shape wilt draaien om een hoek in plaats van om het middelpunt, geeft u de hoek op met de vervolgkeuzelijst in het veld Pinpositie.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagents.

×